Planning the New Year Together Thema: Year-End Reflection | Dutch Fluency Emma: Goedemorgen Lars! Ik heb zo veel ideeën voor het nieuwe jaar! Lars: Haha, dat zie ik! Hoeveel doelen heb je opgeschreven? Emma: Misschien... twintig? Is dat te veel? Lars: Twintig doelen? Dat is ongelofelijk veel! Vorig jaar wilde je ook veel doen. Emma: Ja, dat is waar. Ik kon het niet volhouden. Ik maakte te veel plannen. Lars: Precies. Laten we samen kijken welke doelen echt haalbaar zijn. Emma: Goed idee. Mijn eerste doel is: meer geld verdienen bij de firma. Lars: Dat is een goed doel. Hoe wil je dat doen? Emma: Misschien kan ik vragen om een promotie? Of meer uren werken? Lars: Ja, maar vergeet niet: je wilde ook meer vrije tijd dit jaar. Emma: Oh ja, dat ben ik bijna vergeten! Zie je? Ik maak altijd dezelfde fout. Lars: Maak je niet druk. Daarom zijn we hier samen. We kunnen betere plannen maken. Emma: Dank je. Wat zijn jouw doelen voor het nieuwe jaar? Lars: Ik wil Nederlands leren verbeteren. En ik wil niet meer alles uitstellen. Emma: Ha! Jij stelt altijd alles uit. Zelfs je verjaardagsfeest vorig jaar! Lars: Ja, ja, ik weet het. Maar dit jaar wordt anders. Emma: Oké, laten we realistisch zijn. Hoeveel doelen kunnen we echt bereiken? Lars: Misschien drie of vier grote doelen per persoon? Emma: Drie of vier? Dat is niet veel... maar het is beter dan niks, toch? Lars: Absoluut. En als we drie doelen goed doen, is dat beter dan twintig fouten maken. Emma: Je hebt gelijk. Oké, mijn eerste doel: elke week sporten. Lars: Goed! En niet "elke dag", zoals vorig jaar? Emma: Nee, nee. Elke week is haalbaar. Elke dag was te veel. Lars: Perfect. Wat is je tweede doel? Emma: Meer Nederlands spreken op het werk. Niet alleen Engels. Lars: Dat is een heel goed doel! En je derde? Emma: Hmm... misschien een cursus volgen? Iets nieuws leren? Lars: Ja! Welke cursus? Emma: Fotografie, misschien. Of koken. Ik weet het nog niet. Lars: Dat hoef je nu niet te beslissen. Je hebt het hele jaar nog! Emma: Waar Woordenlijst / Vocabulary: - de firma - the company, firm - volhouden - to keep up, to maintain - de fout/fouten - the mistake/mistakes - verdienen - to earn - uitstellen - to postpone https://dutchfluency.com | https://dutchfluency.com/tools/tulip-trainer