Markets & Bargaining: Day 1 Thema: Markets & Bargaining | Dutch Fluency Emma: Goedemorgen! Wat een mooie kaasstand. Hoeveel kost die Gouda? Lars: Goedemorgen! Welke Gouda bedoel je? De jonge kaas kost acht euro per kilo, de oude kaas is twaalf euro. Emma: Hmm, wat is het verschil? Lars: De jonge kaas is zacht en mild. De oude kaas is harder en heeft meer smaak. Wil je proeven? Emma: Ja, graag! Mag ik beide proeven? Lars: Natuurlijk! Hier, probeer deze twee stukjes. De oude kaas is mijn favoriet. Emma: Oh, deze oude kaas is echt lekker! Maar twaalf euro per kilo... dat is een beetje duur voor mij. Lars: Ik begrijp het. Hoeveel wil je kopen? Een heel kilo of minder? Emma: Misschien driehonderd gram? Is dat mogelijk? Lars: Ja hoor, geen probleem. Voor driehonderd gram is het drie euro zestig. Dat is een goede prijs! Emma: Hmm, kun je er misschien drie euro van maken? Ik ben student. Lars: Ha! Jij bent een goede onderhandelaar! Oké, drie euro twintig. Dat is mijn laatste prijs. Emma: Deal! Dank je wel. En die tomaten daar, hoeveel kosten die? Lars: Die tomaten? Twee euro vijftig per kilo. Maar ik verkoop ook kaas, geen groenten! Emma: Oh sorry! Ik dacht... waar kan ik groenten kopen? Lars: Kijk, twee kramen verder. Bij die meneer met de oranje pet. Hij heeft goede groenten. Emma: Perfect! Kun je de kaas inpakken, alsjeblieft? Lars: Tuurlijk. Wil je nog iets anders proeven? Ik heb ook boerenkaas. Emma: Nee, dank je. Misschien volgende keer. Hoeveel moet ik betalen? Lars: Drie euro twintig, alsjeblieft. Contant of pinnen? Emma: Contant. Alsjeblieft, hier is vijf euro. Lars: Dank je. En hier is een euro tachtig terug. Veel plezier met de kaas! Emma: Dank je wel! Tot ziens! Lars: Dag! Kom nog eens langs! https://dutchfluency.com | https://dutchfluency.com/tools/tulip-trainer