Hallo, ik ben Rick van Dutch Fluency. Laten we samen op een warme en empathische manier Nederlands leren op niveau A1. Ik ben een man. Ik woon in Nederland. Nederland is een land. Het land heeft veel tradities. Een traditie is fietsen. Ik fiets naar mijn werk. Het werk is goed. In Nederland eten we veel kaas. Kaas is lekker. Ik eet kaas met brood. Ik drink melk bij de kaas. Melk is goed voor mij. Ik ga naar de winkel. De winkel is in de stad. In de stad zijn veel huizen. De huizen zijn mooi. Ik zie een schilderij in de winkel. Het schilderij is van een huis. Ik bestel eten. Ik bestel patat. Patat is een typisch Nederlands eten. Ik eet de patat. De patat is lekker. Er is een brug in de stad. De brug is oud. Ik fiets over de brug. Op de brug is het donker. Ik ben niet bang. Ik fiets snel. Ik kom thuis. Thuis is een mooi huis. Het huis is klein. In het huis is een foto. De foto is van mijn vrouw en kind. Mijn vrouw is lief. Mijn kind is klein. Wij zijn een gezin. Wij wonen in Nederland. Wij houden van de Nederlandse tradities. Wij zijn gelukkig in Nederland. Nederland is ons thuis. Wij zijn Nederlanders. Je bent geweldig bezig, blijf deze sprankel vasthouden! Morgen wacht er weer een nieuwe uitdaging in jouw Nederlandse avontuur!