Hey, welcome back to Dutch Fluency, I'm Rick. Today we're looking at something that'll help you understand Dutch people way better in everyday situations. # De Trein Jan staat op het station. Het station is groot. Jan heeft een kaartje. Het kaartje is oranje. Jan wacht op de trein. De trein is snel. --- Jan kijkt op zijn telefoon. De trein komt! De trein is op tijd. Jan is blij. Negen van de tien treinen zijn op tijd. Dat is goed nieuws. --- Maar soms is de trein laat. Soms wacht Jan lang. Jan wacht en wacht. De trein komt niet. Jan is niet blij. --- Weet jij wat compensatie is? Compensatie is geld. De NS geeft jou geld. De trein is laat? Dan krijg jij geld! --- Maar er is een probleem. Veel mensen weten dit niet. Veel mensen vragen geen geld. Dat is veel geld! Vijfenveertig miljoen euro! Dat is heel veel geld. --- Maria werkt bij de NS. Maria is een medewerker. Zij werkt hard. De NS heeft veel medewerkers. Een op de drie medewerkers werkt op kantoor. --- De NS heeft ook goed nieuws. De NS verdient nu geld. Elf miljoen euro! Vorig jaar was het slecht. Nu is het goed. Jan is blij voor de NS. --- Jan staat nog op het station. De trein komt eraan! De trein is groot en oranje. Jan stapt in de trein. De trein rijdt snel. Jan kijkt uit het raam. Hij ziet de stad. Hij ziet het water. Hij ziet de lucht. De lucht is blauw. --- In de trein denkt Jan na. Mijn trein is op tijd. Maar soms is de trein laat. Dan vraag ik geld! Dat is mijn recht. --- De trein stopt. Jan stapt uit. Jan is blij. De trein is goed vandaag. Jan heeft zijn kaartje nog. Het kaartje is oranje. Oranje is de kleur van Nederland. En oranje is de kleur van de NS! --- Reis jij ook met de trein? Is jouw trein op tijd? Vraag altijd compensatie! Het is jouw geld. Thanks for learning with me today! Head over to dutchfluency.com where you can find the transcript, grab some exercises, and even build your own personalized podcast that matches your level. If you enjoyed this one, I'd really appreciate a follow. Talk soon!