Hallo daar! Ik ben Rick van Dutch Fluency, klaar om samen op een ontspannen manier Nederlands te leren op niveau A1. Een vrouw is ziek. Ze is heel ziek. Ze gaat niet beter worden. Ze heet Anna. Anna is 27 jaar. Ze heeft nog vier maanden te leven. Anna is verdrietig. Maar Anna is ook sterk. Ze heeft een plan. Anna heeft een moeder en een vader. Ze heeft ook een broer. Ze zijn allemaal heel lief. Samen met haar familie maakt Anna plannen voor haar dood. Ze gaan haar lichaam verbranden. Dat noemen we een crematie. Maar Anna wil meer doen. Ze wil iets speciaals doen. Ze wil cadeaus geven. Ze wil bloemen geven. Ze wil kaartjes sturen. Ze wil dit doen op bijzondere dagen. Op een verjaardag. Op een feestdag. Maar hoe kan ze dat doen? Ze is er dan niet meer. Anna heeft een vraag. Ze vraagt dit op het internet. Ze vraagt: "Zijn er bedrijven die dit doen?" Ze weet niet hoe ze moet zoeken. Ze heeft hulp nodig. Mensen reageren. Ze geven haar tips. Ze geven haar advies. Ze geven haar lieve woorden. Anna is dankbaar. Ze vindt de mensen op het internet lief. Ze maakt een beslissing. Ze gaat de cadeaus zelf maken. Ze gaat de bloemen zelf kopen. Ze gaat de kaartjes zelf schrijven. Ze vraagt haar familie om hulp. Ze vraagt hen om de cadeaus, de bloemen en de kaartjes te geven. Ze vertrouwt haar familie. Ze weet dat ze het goed gaan doen. Anna is blij. Ze heeft een plan. Ze gaat iets moois achterlaten. Ze gaat iets speciaals doen. Ook als ze er niet meer is. Anna is heel sterk. Ze is heel bijzonder. Ze is heel lief. Iedereen vindt Anna lief. Iedereen is trots op Anna. Dank je wel voor het samen leren vandaag, morgen gaan we verder op deze prachtige reis. Tot dan!