Hallo, fijn dat je er weer bent! Ik ben Rick van Dutch Fluency, klaar om samen de Nederlandse taal op A1 niveau te verkennen. Er is een man. Hij heeft een huis. Hij heeft een vrouw en een kind. Ze wonen in een straat. De straat is niet groot en niet klein. Het is een goed straat. De man houdt van wandelen. Hij gaat vaak wandelen. Hij wandelt in de straat. Hij wandelt in de sneeuw. Hij vindt het leuk. Op een dag vindt de man een kopje. Het kopje is rood. Het is een klein kopje. De man neemt het kopje mee naar huis. Hij zet het kopje in het huis. De volgende dag gaat de man weer wandelen. Hij vindt nog een rood kopje. Hij neemt het mee naar huis. Hij heeft nu twee rode kopjes. Hij is blij. Elke dag gaat de man wandelen. Elke dag vindt hij een rood kopje. Hij neemt alle kopjes mee naar huis. Hij heeft nu veel rode kopjes. Hij heeft veertien rode kopjes. De man en zijn vrouw en kind praten over de kopjes. Ze denken dat de kopjes van een zorginstelling komen. Ze willen naar de zorginstelling gaan. Maar de man wil wachten. Hij vindt de kopjes leuk. De man en zijn vrouw en kind maken een weddenschap. Ze denken hoeveel kopjes de man gaat vinden. Ze denken dat hij zestien, achttien of twintig kopjes gaat vinden. De man blijft wandelen. Hij blijft rode kopjes vinden. Hij is blij. Hij wacht tot hij twintig kopjes vindt. Dan gaat hij naar de zorginstelling. Tot die tijd zijn er geen nieuwe dingen. De man wandelt. Hij vindt rode kopjes. Hij is blij. En zijn vrouw en kind wachten. Ze wachten op de twintigste kopje. Ze hebben plezier. Ze zijn een gelukkig gezin. Dank je wel voor je inzet vandaag, laat die Nederlandse passie stralen! Tot morgen, waar een nieuwe dag van Nederlands leren op je wacht!