De Gestolen Fiets Thema: Cycling & Getting Around | Dutch Fluency Emma: Lars! Hier ben ik! De trein was op tijd. Lars: Emma! Welkom in Amsterdam! Hoe was de reis? Emma: Goed hoor, maar druk. De trein zat helemaal vol. Lars: Ja, het is vrijdagmiddag. Iedereen gaat naar huis. Heb je je fiets bij je? Emma: Ja, ik heb de fiets van mijn huisgenoot geleend. Ik heb hem daar bij de fietsenrekken gezet, maar... wacht even. Lars: Wat is er? Emma: Ik zie hem niet. Hij stond hier, echt waar. Een blauwe fiets met een bruine zadel. Lars: Weet je het zeker? Er staan hier duizenden fietsen. Emma: Ja, ik weet het zeker. Ik had hem op slot gedaan met een kettingslot. Lars: Oh nee. Hoe lang stond hij hier? Emma: Misschien twee uur? Ik ben om half drie aangekomen. Lars: Emma... ik denk dat iemand je fiets heeft gestolen. Emma: Wat?! Nee, dat kan niet! Het slot zat er nog op! Lars: Kijk, hier ligt een kapot slot op de grond. Is dit van jou? Emma: Ja! Oh nee, dit is verschrikkelijk. Het is niet eens mijn fiets! Lars: Rustig maar. Dit gebeurt helaas vaak in Amsterdam. We moeten aangifte doen bij de politie. Emma: Aangifte? Hoe doen we dat? Lars: We kunnen online aangifte doen, of naar het politiebureau gaan. Maar eerst: heb je het framenummer van de fiets? Emma: Framenummer? Eh... nee, ik denk het niet. Lars: Oké, dat maakt het moeilijker. Bel anders even je huisgenoot? Emma: Goed idee. Maar Lars, hoe kom ik nu rond deze week? Ik wilde overal naartoe fietsen! Lars: Maak je geen zorgen. We hebben genoeg opties. Heb je een OV-chipkaart? Emma: Ja, die heb ik. Maar ik weet niet precies hoe hij werkt hier in Amsterdam. Lars: Het is simpel. Je checkt in bij de paaltjes en je checkt uit als je uitstapt. Emma: En als ik vergeet uit te checken? Lars: Dan betaal je het maximumtarief. Dat is duur, dus vergeet het niet! Emma: Oké, ik zal opletten. Maar de metro en tram zijn toch duur? Lars: Valt wel mee. Een ritje kost ongeveer drie euro. Of we kunnen een dagkaart kopen. Emma: Hoeveel kost dat? Lars: Acht euro vijftig voor de hele dag. Onbeperkt reizen. Emma: Dat klinkt goed. Maar kunnen we ook een fiets huren? Lars: Ja, natuurlijk! Er zijn overal deelfietsen. Swapfiets, Donkey Republic, noem maar op. Emma: Swapfiets? Wat is dat? Lars: Dat is een abonnement. Je betaalt per maand en je krijgt een fiets. Als er iets kapot gaat, maken zij het gratis. Emma: Klinkt handig, maar ik blijf maar een week. Lars: Dan is Donkey Republic beter. Die kun je per uur of per dag huren via een app. Emma: Hoeveel kost dat ongeveer? Lars: Zo'n vijftien euro per dag, denk ik. Maar weet je wat? Je mag mijn oude fiets wel lenen. Emma: Echt waar? Weet je het zeker? Lars: Ja hoor. Ik gebruik hem toch nooit. Hij staat alleen maar in de schuur. Emma: Oh, je bent een held! Dankjewel! Lars: Geen probleem. Maar nu moeten we wel eerst naar mijn huis. Dat is in De Pijp. Emma: Hoe ver is dat? Lars: Met de tram ongeveer twintig minuten. We nemen lijn 4 vanaf hier. Emma: Oké. Wacht, waar is de tramhalte? Lars: Kom, ik wijs het je. We gaan naar buiten en dan linksaf. Emma: Is het druk op de tram nu? Lars: Waarschijnlijk wel. Het is spitsuur. Maar we redden het wel. Emma: En mijn koffer? Past die in de tram? Lars: Ja, dat lukt wel. Zet hem maar in het bagagerek of houd hem vast. Emma: Gelukkig heeft hij wieltjes. Hij is best zwaar. Lars: Wat heb je erin? Stenen? Emma: Ha ha, nee! Gewoon kleren voor een week. En cadeautjes voor jou. Lars: Oh, spannend! Wat heb je meegenomen? Emma: Dat zie je straks wel. Eerst die tram! Lars: Oké, kom. We lopen naar de halte. Check je OV-chipkaart vast, dan gaat het sneller. Emma: Hoe check ik of er genoeg geld op staat? Lars: Bij die blauwe automaat daar. Houd je kaart ervoor. Emma: Oké... er staat nog vijf euro op. Lars: Dat is genoeg voor vandaag. Morgen kun je opladen bij de Albert Heijn. Emma: Bij de supermarkt? Lars: Ja, bij de kassa. Heel makkelijk. Emma: Fijn. Oh kijk, daar komt de tram al! Lars: Mooi! Kom, we stappen in. Let op de fietsen! Emma: Wow, er staan zoveel fietsen op straat! Lars: Welkom in Amsterdam! Hier draait alles om de fiets. Woordenlijst / Vocabulary: - op tijd - on time - druk - busy/crowded - helemaal vol - completely full - huisgenoot - housemate/roommate - geleend - borrowed (past participle of lenen) - fietsenrekken - bike racks - zadel - bicycle seat - op slot - locked - kettingslot - chain lock - gestolen - stolen (past participle of stelen) - kapot - broken - verschrikkelijk - terrible/horrible - aangifte doen - to file a police report - politiebureau - police station - framenummer - frame number (bike ID) - rond komen - to get around - paaltjes - poles/posts (for OV-chipkaart) - inchecken/uitchecken - to check in/check out - maximumtarief - maximum fare - ritje - short trip/ride - dagkaart - day pass - onbeperkt - unlimited - deelfietsen - shared bicycles - abonnement - subscription - per maand - per month - schuur - shed/storage - tramhalte - tram stop - spitsuur - rush hour - bagagerek - luggage rack - wieltjes - little wheels - opladen - to top up/charge (card balance) - kassa - checkout/register https://dutchfluency.com | https://dutchfluency.com/tools/tulip-trainer