Hallo, ik ben Rick van Dutch Fluency, jouw gids in de fascinerende wereld van de Nederlandse taal, vandaag op niveau A1. Een man en een vrouw komen in Amsterdam. Zij komen uit Duitsland. Ze hebben een auto. De auto is van hen. Ze rijden naar Amsterdam met de auto. Ze komen in Amsterdam. Ze zijn blij. Amsterdam is mooi. Ze parkeren de auto in de stad. Ze denken: "De auto is veilig hier." De plek is Kloveniersburgwal. Ze gaan wandelen in de stad. Ze zien veel dingen. Ze drinken koffie. Ze eten brood. Ze zijn blij. Ze houden van Amsterdam. Amsterdam is leuk. Ze komen terug bij de auto. Het is laat. Het is twee uur 's nachts. Ze zijn moe maar blij. Maar dan zien ze iets. Ze zijn niet blij meer. Ze zijn verdrietig. Ze zijn boos. De auto is niet goed. Het glas is stuk. De tassen zijn weg. De paspoorten zijn weg. De auto is niet veilig. De man en de vrouw zijn niet blij. Ze zijn boos en verdrietig. Ze bellen de politie. De politie zegt: "Kom om acht uur." Ze wachten. Het is niet leuk. Ze zijn nog steeds boos en verdrietig. Ze denken: "Is dit normaal in Amsterdam?" Ze gaan naar de politie. Het is acht uur. Ze praten met de politie. De politie zegt: "Dit gebeurt vaak met Duitse auto's." De man en de vrouw zijn verbaasd. Ze zijn nog steeds boos. Ze zijn nog steeds verdrietig. Ze gaan terug naar Duitsland. Ze hebben geen tassen. Ze hebben geen paspoorten. Ze hebben een kapotte auto. Ze zijn niet blij. Ze denken: "Amsterdam is niet veilig." Ze zeggen: "We gaan niet meer naar Amsterdam." Ze zijn boos. Ze zijn verdrietig. Ze zijn voorzichtig met hun auto. Ze zijn voorzichtig met hun tassen. Ze zijn voorzichtig met hun paspoorten. Ze zijn voorzichtig in Amsterdam. Dank voor je inzet vandaag. Morgen wacht ons weer een nieuwe dag vol Nederlands, tot dan!