Hoi, Rick hier. Fijn dat je luistert — bedankt voor jullie support. Nou, Soraya stond bij het kleine krantenkioskje aan het Plein, met haar vingers nog plakkerig van een stroopwafel die nét iets te enthousiast was gesmolten. Binnen rook het naar verse inkt en koffie uit zo’n automaat die altijd doet alsof-ie chic is. Ze had zich voorgenomen even de krant te lezen, gewoon om haar hoofd op orde te krijgen. Want zoals zo vaak: als je te veel in je eigen gedachten blijft hangen, ga je rare conclusies trekken, net als toeristen die denken dat Madurodam echt Nederland is. Soraya keek naar de koppen, zuchtte zacht en luisterde ondertussen naar het radiootje van de kioskhouder. Dat ding stond altijd aan, alsof het de hele stad bij elkaar hield met nieuws en muziek. Ze vond dat eigenlijk wel mooi: woorden die door de lucht gaan, en mensen die even stil worden. Joh, en toen veranderde de stem op de radio. Serieus. Je hóórde het meteen: dit was geen luchtig item. De presentator begon over Libanon, over verwoesting en ontheemding, en dat het ook onderdeel zou zijn van een tactiek van Israël. Soraya’s ogen bleven aan de krant kleven, maar haar aandacht ging naar dat radiootje alsof het haar naam riep. “Da’s ook wat,” mompelde de kioskhouder, een man met een bril die altijd scheef stond. “Mensen moeten wéér weg.” Soraya slikte. “Ontheemding… dat woord klinkt al als een koffer die te zwaar is.” Naast haar stond een vrouw die een tijdschrift wilde pakken, maar nu ook stilstond. “Ik snap het niet,” zei ze zacht. “Hoe kan het dat dit steeds gebeurt?” Soraya haalde adem, hoewel ze eigenlijk geen antwoord had. “Omdat macht soms belangrijker wordt gevonden dan mensen,” zei ze, en ze hoorde zichzelf praten alsof ze het aan iemand uitlegt die al lang moe is. De radio ging door. Beelden werden beschreven: straten vol puin, mensen die hun spullen bij elkaar rapen, kinderen die niet weten waar ze vanavond slapen. Soraya voelde een vreemd soort druk achter haar ribben, alsof haar borstkas een te kleine kamer was. Toen kwam er een jongen binnen, met een papieren zak waar de geur van tijm uit lekte. Hij keek naar het radiootje, en zijn gezicht werd strak. “Libanon,” zei hij, meer tegen zichzelf dan tegen de rest. Zijn Nederlands was netjes, maar met een randje van ergens anders. “Mijn tante woont daar niet ver vandaan.” De kioskhouder keek hem aan. “Sterkte, joh.” De jongen knikte, alsof dat woord tegelijk warm en te licht was. Soraya twijfelde even en zei toen: “Wil je dat ik het geluid zachter zet? Of juist harder?” Hij dacht na. “Harder,” zei hij. “Als het stil is, lijkt het alsof het niet bestaat.” Soraya keek naar haar krant. Achteraf gezien was het vreemd dat ze net vandaag hier stond, precies op dit moment. Toch kwam het goed uit dat ze haar notitieboekje bij zich had. Ze schreef één zin op: *Je kunt pas ergens naartoe, als je ook ergens mag blijven.* Later liep Soraya richting het Binnenhof, niet om te kijken, maar om te voelen dat er ook plekken zijn waar woorden tot besluiten moeten worden. Ze kocht een haring en at ’m langzaam, alsof ze daarmee even tijd kocht. En terwijl ze verder liep, dacht ze: sommige mensen raken hun plek kwijt, maar wij raken soms alleen maar de aandacht kwijt. DIT IS HET, besloot ze. Niet wegkijken. Blijven luisteren. 🌷 Nou... Het volledige transcript is gratis te lezen op dutchfluency.com. De Tulip Trainer klaarstaan voor interactief oefenen. Tot morgen.