Hallo, hier is Rick van Dutch Fluency, klaar om samen met je een nieuw avontuur in het Nederlands te beginnen op niveau A1. Er is een man. De man is een journalist. Hij werkt voor een krant. De man heeft een computer. Op de computer ziet hij een vraag. De vraag is van een andere man. Deze man is van de PVV. De PVV is een politieke partij. De man van de PVV heeft een vraag. De vraag is: "Is het slecht als je de PVV uitsluit?" De journalist denkt na over de vraag. Hij denkt: "Nee, het is niet slecht. Het is niet ondemocratisch." De journalist wil een antwoord geven. Hij gaat naar zijn computer. Hij typt het antwoord op de computer. De man zegt: "Nee, het is niet ondemocratisch als je de PVV uitsluit." Veel mensen zien het antwoord. Ze lezen het antwoord in de krant. Ze zien het antwoord op de computer. Ze praten over het antwoord. Sommige mensen zijn het eens met de journalist. Ze zeggen: "Ja, hij heeft gelijk." Andere mensen zijn het niet eens met de journalist. Ze zeggen: "Nee, hij heeft geen gelijk." Er zijn verkiezingen. De mensen gaan stemmen. Ze stemmen op een politieke partij. Na de verkiezingen is er een kaart. Op de kaart zie je de zetels. Elke partij heeft zetels. De PVV heeft ook zetels. Sommige partijen willen niet met de PVV werken. Ze zeggen: "Wij sluiten de PVV uit." Is dat slecht? Is dat ondemocratisch? De journalist zegt: "Nee, dat is niet ondemocratisch." De man van de PVV is boos. Hij zegt: "Dat is niet eerlijk!" Maar de journalist zegt: "Het is wel eerlijk. Het is democratie." De mensen praten over de journalist. Ze praten over de man van de PVV. Ze praten over de verkiezingen. Ze praten over de zetels. Ze praten over de waarheid. Wat is de waarheid? De waarheid is: het is niet ondemocratisch om de PVV uit te sluiten. Dat is de waarheid. Dat is de waarheid van de journalist. Dat is de waarheid van de democratie. Het was een eer om vandaag met jou Nederlands te leren. Tot morgen, voor een nieuwe dag vol Nederlandse ontdekkingen!