Hé, Rick hier. Bedankt voor het luisteren — fijn dat jullie er zijn. Nou, Fleur stond veel te vroeg bij het planetarium in Franeker, met een bekertje automaatkoffie dat rook alsof iemand er een nat kartonnetje in had gedoopt. Ze keek naar de gevel, naar die rare wijzers en tandwielen achter het raam, en ze voelde zich een beetje alsof ze zelf ook een mechaniek was dat nog niet op gang kwam. Ze had zich voorgenomen vandaag eens níet meteen op haar telefoon te duiken, maar gewoon even… aanwezig te zijn. Daarom had ze bij de kiosk een papieren krant gekocht om de krant te lezen, lekker ouderwets, met inkt aan je vingers. Binnen klonk het zachte getik van raderen. Een gids met een strikje—Meneer Kees—knikte naar haar alsof hij haar al jaren kende. “Je bent precies op tijd,” zei hij. Fleur grinnikte. “Dat is knap, want mijn klok zegt iets anders.” Joh, en toen hoorde ze het: in de hal piepte een telefoon, en iemand zei hardop: “Zomertijd is ingegaan, hè. Alles een uur vooruit. Kom op zeg.” Fleur keek meteen naar de grote klok aan de muur. “Wacht… dus ik ben niet te vroeg, ik ben… te laat?” Meneer Kees hief zijn vinger, alsof hij een geheim ging verklappen. “Bijna! We zeggen eigenlijk: je bent op de nieuwe tijd. Je bent dus gewoon op tijd.” Hij knipoogde. “Lekker bezig! 💪” Naast haar stond een vrouw met een Vlaamse tongval, Anke, met een tas vol foldertjes. “Ik ben hier omdat mijn man straks de Vlaamse voorjaarsklassieker wil zien,” zei ze. “Maar eerst wilde ik iets met sterren. Dat is tenminste voorspelbaar.” “Voorspelbaar?” Fleur tikte tegen een vitrinekast. “Zelfs mijn wekker is van slag.” Nou, luister, het werd pas echt een toestand toen in het planetarium een klein belletje afging—ding-dong—precies op het uur. Iedereen keek omhoog naar het plafond, waar de planeten netjes hun rondjes maakten, maar het belletje bleef maar koppig rinkelen. Meneer Kees zuchtte. “Die bel hoort bij een tijdsignaal. Normaal gaat ’ie één keer. Maar de zomertijd… tja.” Hij rommelde in een lade en mompelde: “Zoals zo vaak, denkt de techniek dat híj de baas is.” Anke lachte. “In Vlaanderen zeggen we: ge moet dat ding opvoeden.” Fleur zei: “Ik heb ooit Luuk gehoord—die zat in Roosendaal bij een muziekclub—die zei dat je met een klapstoel en een slechte koffie alles overleeft. Dit ook wel.” Ze pakte haar krant weer op. “Maar hoe fixen we dit?” Meneer Kees schoof een trapje naar het mechaniek. “Jij mag het hendeltje vasthouden, ik draai.” Fleur hield haar adem in. Het metaal voelde koel aan. “DIT IS HET!” riep Anke alsof ze bij een finishlijn stond. Met één klik viel het belletje stil. Iedereen in de zaal klapte, veel te serieus voor zo’n klein probleem, maar juist daarom was het grappig. Fleur moest ineens denken aan Levi, die in Deventer eens mopperde op een nummerbonnetje dat nooit opschoot. Tijd is overal een beetje eigenwijs. Later, buiten, stelde Anke voor om een terrasje te pakken, al was het nog vroeg. Fleur zei: “Achteraf gezien was dit uur cadeau gekregen. Dat kwam goed uit.” Ze dronk haar tweede koffie en besloot: vandaag ga ik niet achter de tijd aan rennen. Vandaag laat ik de tijd maar even achter míj aan komen. 🌷 Nou... Het volledige transcript is gratis te lezen op dutchfluency.com. De Tulip Trainer heeft het klaarstaan als je interactief wil oefenen. Tot morgen.