Hallo, ik ben Rick van Dutch Fluency, samen duiken we vandaag in de gezellige wereld van de Nederlandse taal op niveau A1. Er is een man. De man heet Jan. Jan is in Nederland. In Nederland, mensen gaan stemmen. Stemmen is belangrijk. Jan weet dat. Jan gaat altijd stemmen. Vandaag is een speciale dag in Nederland. Vandaag gaat Jan stemmen. Jan heeft een vrouw. De vrouw heet Lisa. Lisa gaat ook stemmen. Zij gaat met Jan stemmen. Jan en Lisa hebben een kind. Het kind heet Tim. Tim is te jong. Tim kan niet stemmen. Maar Tim weet, stemmen is belangrijk. Jan, Lisa en Tim gaan naar het stemhuis. Het stemhuis is groot. Er zijn veel mensen. Alle mensen gaan stemmen. Jan ziet een vrouw. De vrouw gaat niet stemmen. Jan vraagt: "Waarom ga je niet stemmen?" De vrouw zegt: "Ik heb geen tijd. Ik heb werk." Jan is verbaasd. Jan zegt: "Stemmen is belangrijk. Jij moet stemmen." De vrouw denkt. Zij zegt: "Ja, je hebt gelijk. Ik ga stemmen." Jan is blij. Hij gaat stemmen. Lisa gaat stemmen. De vrouw gaat ook stemmen. Iedereen gaat stemmen. Tim ziet dat. Hij zegt: "Ik ben jong. Ik kan niet stemmen. Maar als ik groot ben, ga ik ook stemmen." In Nederland, stemmen is belangrijk. Jan weet dat. Lisa weet dat. Iedereen weet dat. Nu weet Tim dat ook. In Nederland, iedereen gaat stemmen. Dat is goed. Dat is de Nederlandse manier. En Tim? Tim wacht. Hij wordt groot. En dan? Dan gaat Tim ook stemmen. Dankjewel voor jouw deelname vandaag. Morgen wacht ons weer een mooie Nederlandse dag, tot dan!