Hallo daar, ik ben Rick van Dutch Fluency, klaar om je met open armen te begeleiden in de wondere wereld van het Nederlands op A1 niveau. In Nederland, hebben wij veel fietsen. Ik heb een fiets. Jij hebt een fiets. Hij heeft een fiets. Wij hebben een fiets. De fiets is goed. De auto is ook goed. Maar wij houden van de fiets. Ik ga naar het werk. Ik ga met de fiets. Ik ga niet met de auto. Het werk is dichtbij. Ik fiets snel. De weg is veilig. Het is niet gevaarlijk. Ik heb een slot voor de fiets. Het slot is belangrijk. Het slot is veilig. Ik gebruik het slot altijd. Jij gebruikt het slot ook. Ik kom bij het werk. Ik zet de fiets neer. Ik gebruik het slot. De fiets is veilig. Ik ga naar binnen. Ik ga werken. Ik werk veel. Ik werk goed. Het werk is leuk. De man werkt. De vrouw werkt. Wij werken. Het is tijd voor eten. Ik heb een brood. Ik drink koffie. Het eten is goed. Het drinken is ook goed. De telefoon gaat. Het is de politie. De politie zegt: "Jouw fiets is weg." Ik ben verbaasd. Mijn fiets is weg! Ik ga naar buiten. De fiets is niet daar. Ik ben niet blij. Ik ga naar huis. Ik ga lopen. Ik heb geen fiets. Thuis is de auto. Ik kijk naar de auto. Ik denk aan de fiets. In Nederland, houden wij van de fiets. Maar de fiets is soms weg. Dan is de auto ook goed. Maar ik mis de fiets. Morgen koop ik een nieuwe fiets. En een nieuw slot. Dan is alles weer goed. Goed gedaan vandaag, je bent een stapje dichterbij vloeiend Nederlands. Tot morgen, voor nieuwe avonturen in de taal!