Lisa: Hé Maarten! Fijn, we zijn in een eetcafe. Ik heb zin in iets lekkers. Hey Maarten! Nice, we're in a cafe. I feel like something tasty. Maarten: Ja, gezellig. Ik kijk al op de kaart. Wat wil jij? Yes, cozy. I'm already looking at the menu. What do you want? Lisa: Ik denk een broodje. En een grote koffie verkeerd. Ik ben een beetje moe. I think a sandwich. And a large latte. I'm a bit tired. Maarten: Goed idee. Ik neem thee. En misschien ook een broodje. Good idea. I'll have tea. And maybe a sandwich too. Lisa: Oké, zullen we bestellen? Okay, shall we order? Maarten: Ja, prima. Yes, fine. Lisa: Hallo! Mag ik een koffie verkeerd en een broodje kaas, alstublieft? Hello! Can I have a latte and a cheese sandwich, please? Maarten: En voor mij een muntthee en een broodje ham, graag. And for me a mint tea and a ham sandwich, please. Lisa: Dank u wel. Zo. Veel makkelijker dan zelf koken. Thank you. There. Much easier than cooking yourself. Maarten: Haha, dat is waar. Maar koken is ook leuk. Haha, that's true. But cooking is fun too. Lisa: Jij kookt vaak, hè? Ik zie je foto's van eten. You cook often, right? I see your food photos. Maarten: Ja, best wel. Ik sta graag in mijn keuken. Het is ontspannend. Yes, quite a bit. I like being in my kitchen. It's relaxing. Lisa: Mijn keuken is altijd een chaos. Echt waar. My kitchen is always a mess. Really. Maarten: Nou ja, dat hoort erbij. Wat maak je dan? Well, that's part of it. What do you make then? Lisa: Ik probeer soms een recept. Laatst maakte ik pasta pesto. I sometimes try a recipe. Recently I made pasta pesto. Maarten: Oh, lekker. Zelfgemaakt? Oh, delicious. Homemade? Lisa: Ja! Met alle ingrediënten. Basilicum, knoflook, kaas... Yes! With all the ingredients. Basil, garlic, cheese... Maarten: Wauw, goed zeg. Wow, that's good. Lisa: Ja, maar ik vergeet altijd het zout en de peper. Dan is het een beetje flauw. Yes, but I always forget the salt and pepper. Then it's a bit bland. Maarten: Ja precies. Zout en peper zijn belangrijk. Dat is de basis. Yes, exactly. Salt and pepper are important. That's the base. Lisa: Oh wacht! Ik heb ook een cake proberen te bakken. Oh wait! I also tried to bake a cake. Maarten: Echt? En, hoe ging dat? Really? And, how did that go? Lisa: De cake was niet goed. Ik gebruikte te veel suiker. En hij was zwart. The cake wasn't good. I used too much sugar. And it was black. Maarten: Haha. Bakken is precies werk. Je moet goed roeren. En de tijd is belangrijk. Haha. Baking is precise work. You have to stir well. And time is important. Lisa: Ja, echt wel. En jij? Wat kook jij graag? Yes, indeed. And you? What do you like to cook? Maarten: Ik maak vaak simpele dingen. Soep. Of aardappels met groente en vlees. I often make simple things. Soup. Or potatoes with vegetables and meat. Lisa: Kan jij vlees braden? Can you roast meat? Maarten: Ja, een kip braden in de oven is niet zo moeilijk. Yes, roasting a chicken in the oven isn't that difficult. Lisa: Dat is voor mij echt te moeilijk. That is really too difficult for me. Maarten: Het is gewoon een kwestie van een goed recept volgen. It's just a matter of following a good recipe. Lisa: Een recept, ja. En alle ingrediënten kopen. En dan alles klaarmaken. Pff. A recipe, yes. And buying all the ingredients. And then preparing everything. Pff. Maarten: Haha. 'Klaarmaken' is een goed woord. Het betekent gewoon 'voorbereiden'. Haha. 'Klaarmaken' is a good word. It just means 'to prepare'. Lisa: Ja precies. Ik ben beter in 'opeten'. Yes, exactly. I'm better at 'eating it up'. Lisa: Oh, kijk! Ons eten is hier. Dus, we praten over koken. Oh, look! Our food is here. So, we're talking about cooking. Maarten: Ja, over de keuken, over bakken en braden. Yes, about the kitchen, about baking and roasting. Lisa: En over mijn mislukte cake. Lekker belangrijk. And about my failed cake. Big deal. Maarten: Haha, ja. Nou, eet smakelijk. Haha, yes. Well, enjoy your meal. Maarten: Nou, ik ga eten. Tot de volgende keer. Well, I'm going to eat. Until next time. Lisa: Jij ook! Eet smakelijk! Doei! You too! Enjoy your meal! Bye!