Welkom! Rick hier. Tijd voor je dagelijkse Nederlandse luisteroefening op A1-niveau. Ik ben een man. Ik heb een auto. Ik ga met mijn auto naar mijn werk. Ik rijd op de snelweg. De snelweg is groot. Er zijn veel auto's. Alle auto's rijden snel. Er is een auto voor mij. De auto rijdt niet snel. De auto rijdt 100 km/u. Ik wil sneller rijden. Ik wil de auto inhalen. Ik ga naar de linkerbaan. Ik rijd 101 km/u. Ik haal de auto in. Een andere auto is achter mij. De auto is groot. De auto rijdt snel. De auto wil mij inhalen. De auto gaat naar de linkerbaan. De auto rijdt 110 km/u. De auto haalt mij in. Ik ben niet blij. Ik wil snel rijden. Maar de andere auto rijdt sneller. De auto is nu voor mij. Ik ben achter de auto. Ik zie de auto. De auto rijdt snel. De auto rijdt 110 km/u. Ik kan de auto niet inhalen. Ik ben geen boze man. Ik ben een rustige man. Maar nu ben ik een beetje boos. De andere auto rijdt te snel. Ik kan niet inhalen. Ik wil de andere auto inhalen. Maar dat kan ik niet. De andere auto rijdt te snel. Ik heb een idee. Ik heb een LEGO blokje. Het LEGO blokje is klein. Het LEGO blokje is hard. Ik wil het LEGO blokje onder de voet van de andere man leggen. Dat is mijn straf voor hem. Hij rijdt te snel. Hij moet langzamer rijden. Ik ben nu weer rustig. Ik rijd weer 100 km/u. De andere auto is weg. Ik zie de auto niet meer. Ik rijd naar mijn werk. Ik ben bijna bij mijn werk. Ik parkeer mijn auto. Ik ga naar mijn werk. Ik ben een man. Ik heb een auto. Ik rijd naar mijn werk. Ik rijd 100 km/u. Maar soms wil ik sneller rijden. Soms wil ik inhalen. Maar inhalen doe je met minimaal 110 km/u. Dank je wel voor je toewijding vandaag. Laten we morgen vol nieuwe energie onze Nederlandse reis voortzetten, tot dan!