Hey, Rick here. Thanks for listening. Nou, Diego staat vroeg in een bakkerij. Het is bijna nacht. Het licht is aan. De oven is warm. De lucht ruikt naar brood. Diego heeft meel op zijn jas. Hij lacht zacht. Hij doet zijn werk graag. Hij maakt bolletjes. Hij maakt ook koekjes. Hij kijkt vaak op de klok. De klok is groot en rond. Diego denkt: ik ben op tijd. Hij wil ook op tijd zijn. Hij wil straks naar sport kijken. Hij drinkt water. Hij kijkt naar een kleine radio. De radio staat op de plank. De radio doet zacht. Joh, de radio zegt: “Wekdienst.” De radio zegt: “De zomertijd is ingegaan.” Diego stopt met doen. Hij zegt: “Hè? Nu al?” Een vrouw komt binnen. Zij heet Noor. Zij zegt: “Ik ben ook moe.” Diego zegt: “De klok gaat een uur.” Noor zegt: “Dat is echt wat.” Diego loopt naar de klok. Hij ziet de tijd. Hij zegt: “Het is een uur later.” Noor zegt: “Mijn ogen doen raar.” Dan zegt de radio nog iets. De radio zegt: “Vlaamse voorjaarsklassieker.” Diego zegt: “O ja, die rit.” Noor zegt: “Die renners zijn snel.” Diego lacht. Hij zegt: “Ik kan ook snel.” Noor zegt: “Jij met meel?” Diego zegt: “Ja, ik loop en ik loop.” Hij doet alsof hij rent. Hij loopt door de bakkerij. Hij draait om de oven. Hij zegt: “Kijk, ik ben nummer één.” Noor lacht hard. Zij zegt: “Jij bent gek.” Een man komt ook binnen. Hij wil brood. Hij zegt: “Ik wil twee.” Diego zegt: “Hier, twee.” De man kijkt op zijn telefoon. Hij zegt: “Mijn tijd is ook anders.” Noor zegt: “Dat is die zomertijd.” De man zegt: “Ik kom te laat.” Diego zegt: “Nee hoor. Jij bent hier.” De man lacht. Hij zegt: “Ja, dat is waar.” Diego zet de radio harder. De radio praat nog. Diego hoort veel namen. Hij hoort ook: “NOS.” Diego zegt: “Ik hoor het nu.” Noor zegt: “Ik voel het ook.” Diego zegt: “Mijn hoofd wil nog slapen.” Noor zegt: “Maar de oven is al aan.” Diego zegt: “Ja, de oven wacht niet.” Nou, Diego doet een plan. Hij zegt: “Wij doen klein.” Noor zegt: “Wat bedoel je?” Diego zegt: “Wij doen kleine taken.” Noor zegt: “Oké. Ik doe de koekjes.” Diego zegt: “Ik doe het brood.” Zij doen het samen. Het werk gaat goed. De geur is fijn. Na een tijd is het brood klaar. Diego geeft Noor een koekje. Noor zegt: “Lekker.” Diego zegt: “DIT IS HET!” 💪 Noor zegt: “Lekker bezig!” 🌷 Diego kijkt nog een keer op de klok. Hij zegt: “Ik ben nog steeds op tijd.” Hij lacht. Hij zegt zacht: “Een uur weg. Maar wij zijn er.” The full transcript is free at dutchfluency.com. The Tulip Trainer has it loaded and ready if you want to practice interactively. See you tomorrow.