De Beste Appels van Amsterdam Thema: Markets & Bargaining | Dutch Fluency Sophie: Wauw, wat is het hier druk! Ik ben nog nooit op deze markt geweest. Tom: Ja, de Albert Cuyp is elke zaterdag zo. Kom, we gaan eerst naar de fruitstalletjes. Die zijn het beste. Sophie: Oké! Ik heb appels en sinaasappels nodig. En misschien aardbeien als ze niet te duur zijn. Tom: Perfect. Kijk, daar is Henk. Hij heeft altijd de beste appels. En hij is aardig. Henk: Goedemorgen, Tom! Hoe gaat het met je? Tom: Prima, Henk! Dit is Sophie, mijn huisgenoot. Ze komt uit België. Henk: Welkom, welkom! Uit België, hè? Jullie hebben daar ook mooie markten. Wat kan ik voor jullie doen? Sophie: Eh... ik wil graag appels kopen. Hoeveel kosten ze? Henk: Deze Elstars zijn twee euro per kilo. Maar voor jullie... proef eerst maar! Hier, neem een stukje. Sophie: Oh, dank je wel. Mmm, die is lekker! Zoet en knapperig. Tom: Sophie, vraag of je drie kilo voor vijf euro mag hebben. Dat doet hij normaal. Sophie: Echt waar? Dat durf ik niet... Henk: Ha! Tom leert je de trucs, zie ik. Oké, oké. Drie kilo voor vijf euro. Maar alleen vandaag! Sophie: Geweldig! Ja, graag. En die sinaasappels, zijn die ook lekker? Henk: De beste van de markt! Uit Spanje. Twee kilo voor drie euro. Veel sap, niet zuur. Tom: Mag ik proeven? Henk: Natuurlijk. Hier, ik pel er eentje voor je. Tom: Hmm, echt goed. Sophie, neem twee kilo. We kunnen er vers sap van maken. Sophie: Goed idee. Dus drie kilo appels en twee kilo sinaasappels. Dat is... acht euro samen? Henk: Slim meisje! Ja, acht euro. Wil je nog iets anders? Kijk, deze peren zijn ook prachtig. Sophie: Oh, die zien er goed uit. Hoeveel per kilo? Henk: Twee vijftig per kilo. Maar weet je wat? Voor jullie, twee kilo peren voor vier euro. Dan heb je een mooie fruitmand voor de week. Tom: Dat is een goede deal, Sophie. Zijn het Conference peren, Henk? Henk: Ja, Conference. Rijp maar niet te zacht. Perfect voor de komende dagen. Sophie: Oké, ik neem ze. Dus dat is... twaalf euro in totaal? Henk: Precies! Twaalf euro voor drie kilo appels, twee kilo sinaasappels en twee kilo peren. Ik doe er een banaan bij, cadeau! Sophie: Wat aardig! Dank je wel, Henk. Alsjeblieft, twaalf euro. Henk: Dank je, meid. Veel plezier ermee! Tot volgende week, Tom! Tom: Dag Henk! Zie je, Sophie? Niet zo moeilijk, toch? Sophie: Nee, eigenlijk niet. Hij was heel vriendelijk. Maar jij kent hem natuurlijk. Tom: Dat helpt, ja. Maar de meeste marktkooplui zijn zo. Je moet gewoon vriendelijk zijn en een beetje lachen. Sophie: Waar gaan we nu naartoe? Ik heb ook groenten nodig. Tom: Daar, bij die groentekraam. Mevrouw Jansen heeft altijd verse groenten. En goedkoper dan de supermarkt. Sophie: Oké, maar nu moet ik zelf onderhandelen, toch? Tom: Ja, nu ben jij aan de beurt! Ik help je wel als het nodig is. Mevrouw Jansen: Goedemorgen, jongelui! Wat mag het zijn? Sophie: Goedemorgen! Ik zoek tomaten, paprika's en misschien wat sla. Mevrouw Jansen: Ah, voor een salade zeker? Kijk, deze tomaten zijn vers van vanmorgen. Een kilo voor twee euro. Sophie: Mogen we proeven? Mevrouw Jansen: Natuurlijk! Hier, neem een cherrytomaatje. Die zijn extra zoet. Sophie: Mmm, lekker! Ik neem een kilo. En de paprika's? Mevrouw Jansen: Rood, geel of groen? De rode zijn het zoetst. Drie paprika's voor twee euro. Sophie: En als ik vijf paprika's neem? Mevrouw Jansen: Ooh, een echte marktganger! Vijf voor drie euro. Deal? Sophie: Deal! En heeft u ook goede sla? Mevrouw Jansen: Kijk, deze ijsbergsla is knapperig en fris. Een euro per stuk. Of twee voor anderhalve euro. Tom: Dat is een goede prijs, Sophie. Sophie: Oké, ik neem er twee. En... oh, die komkommers zien er ook goed uit! Mevrouw Jansen: Goede keuze! Nederlandse komkommers. Een euro per stuk, of drie voor twee vijftig. Sophie: Ik neem er één. Hoeveel is dat allemaal samen? Mevrouw Jansen: Even kijken... een kilo tomaten, vijf paprika's, twee sla's en een komkommer... dat is acht euro vijftig. Sophie: Perfect. Alsjeblieft. Mevrouw Jansen: Dank je wel, meid. Hier is je wisselgeld. Eet smakelijk! Sophie: Dank u wel! Fijne dag nog! Tom: Goed gedaan, Sophie! Je bent een natuurtalent. Sophie: Dank je! Het was eigenlijk best leuk. Maar nu zijn onze tassen wel heel zwaar... Tom: Ja, we hebben veel gekocht. Zullen we nog even een stroopwafel halen voor onderweg? Sophie: Ja, lekker! Maar nu betaal jij, hè? Tom: Ha! Oké, oké. Kom, daar is de beste stroopwafelkraam van de markt. Woordenlijst / Vocabulary: - druk - busy/crowded - stalletjes - market stalls - huisgenoot - roommate/housemate - sinaasappels - oranges - aardbeien - strawberries - te duur - too expensive - knapperig - crunchy/crispy - trucs - tricks/tips - pel - peel (verb) - sap - juice - slim - smart/clever - peren - pears - mand - basket - rijp - ripe - cadeau - gift/free - meid - girl (informal, friendly) - marktkooplui - market vendors - onderhandelen - to negotiate/bargain - cherrytomaatje - cherry tomato (diminutive) - marktganger - regular market visitor - ijsbergsla - iceberg lettuce - wisselgeld - change (money back) - natuurtalent - natural talent - stroopwafel - syrup waffle (Dutch treat) https://dutchfluency.com | https://dutchfluency.com/tools/tulip-trainer