Hallo, ik ben Rick van Dutch Fluency. Samen gaan we de Nederlandse taal beleven op A1 niveau. Ik ben in de stad. Ik ga naar de winkel. De winkel heet Mediamarkt. De winkel is in Rotterdam. Ik zie een ding. Het ding is voor een ps5. Een ps5 is een spel. Ik wil het ding. Ik denk: "Oh, leuk! Ik wil dit!" Ik kijk naar de prijs. Maar, er is iets vreemds. Ik zie een andere prijs op de achterkant van het ding. Het woord 'start klaar' staat er. Ik begrijp het niet. Wat is 'start klaar'? Is dat een dienst? Ik ga naar de kassa. Ik wil het ding kopen. Maar de prijs is niet goed. Het is duur. Het kost 229 euro. Dat zijn kosten voor 'start klaar'. Ze willen het aan mij verkopen. Ik ben boos. Ik voel me slecht. Ze nemen mij in de maling. Ik zeg: "Nee, ik koop het niet." Ik laat het ding in de winkel. Ik ga naar huis. Ik denk: "Dit is niet goed. Je mag mensen niet misleiden. Je mag geen dienst prijs op een ding plakken. De prijs van het ding moet er zijn." Ik vertel het aan mijn vrienden. Zij zijn ook boos. Wij zijn boos op de winkel. Wij gaan niet meer naar deze winkel. Wij willen niet in de maling genomen worden. Ik ben thuis. Ik drink een kopje thee. Ik denk nog steeds aan de winkel. Ik lach een beetje. Het is een rare dag. Maar ik leer iets. Ik moet altijd goed kijken naar de prijs. En ik moet altijd vragen als ik iets niet begrijp. Ik ben blij dat ik het ding niet koop. Het is te duur. Ik heb het niet nodig. Ik speel zonder het ding met mijn ps5. En dat is ook leuk. Ik leer iets vandaag. Ik moet altijd goed kijken en vragen. En ik moet niet alles kopen wat ik zie. Dat is een goede les. Ik ga naar bed. Ik denk aan de dag. Het is een goede dag. Ik leer veel. Morgen is een nieuwe dag. Ik ga weer naar de stad. Maar niet naar de Mediamarkt. Dank je wel voor je inzet en gezelschap vandaag. Morgen gaan we weer samen op ontdekkingstocht in de Nederlandse taal, tot dan!