Hey, it's Rick from Dutch Fluency, and today we're diving into something that'll make conversations way easier for you. # De Viswinkel Jan gaat naar de winkel. De winkel is in de straat. Het is een viswinkel. Jan houdt van vis. Vis is lekker. --- Jan ziet de vis. De vis is mooi. De vis is groot. Jan is blij. Hij wil vis kopen. --- Jan vraagt: "Wat kost de vis?" De man in de winkel zegt: "Negentig euro." Jan kijkt naar de vis. Hij kijkt naar de man. Hij kijkt weer naar de vis. Negentig euro is veel geld. Veel geld! --- Jan denkt. Hij heeft geld. Hij houdt van goede vis. Goede vis kost veel geld. Jan zegt: "Oké, ik koop de vis." --- De man geeft Jan de vis. De man zegt: "Wilt u ook saus?" Jan zegt: "Ja, graag!" De man zegt: "De saus kost vijfenzeventig cent." Jan kijkt naar de man. Vijfenzeventig cent? Jan betaalt negentig euro voor vis. En de man vraagt vijfenzeventig cent voor saus? Dat is gek! --- Jan lacht. Hij zegt: "Nee, geen saus." De man kijkt naar Jan. Jan kijkt naar de man. Het is een grappige situatie. --- Jan loopt naar huis. Hij heeft de vis. De vis is zwaar. Jan is moe. Maar hij is blij. --- Thuis zit Jan aan de tafel. Hij eet de vis. De vis is heel lekker. Heel, heel lekker! Jan denkt: "Goede vis is duur." "Maar goede vis is lekker." --- Jan kijkt naar zijn portemonnee. De portemonnee is leeg. Geen geld meer. Jan lacht. Hij zegt: "Volgende keer win ik de loterij." "Dan koop ik veel vis!" "En veel saus!" --- De vis is op. Jan is blij. Maar de portemonnee is leeg. Dat is het leven! Goede dingen kosten geld. Maar goede dingen zijn lekker. --- Jan wast zijn handen. Hij gaat naar de bank. De bank is in de straat. Jan heeft nieuw geld nodig. Veel geld. Voor de volgende vis! Thanks so much for learning with me today! Head over to dutchfluency.com where you can grab the transcript, do some exercises, or set up your own personalized podcast that fits your learning style. If you're enjoying these lessons, I'd love it if you'd leave a review. Talk soon!