Hoi, Rick hier. Fijn dat je luistert — bedankt voor jullie support. Nou, Noa zat op een houten bankje bij de IJssel, net buiten Deventer, waar je het water zachtjes tegen de stenen hoort tikken. Niet dat ze daar kwam om groot te doen of zo; ze wilde gewoon even ademhalen. In haar tas zat een gekreukte papieren krant, want ze vond het soms fijner om de krant te lezen zonder meldingen die de hele tijd “ping” doen. Naast haar stond een beker gemberthee van een kraampje dat naar kaneel en gebrande noten rook. De lucht was fris en helder, en ergens riep een meeuw alsof hij ruzie had met zichzelf. Noa bladerde, dacht aan niks en tegelijk aan alles. Ze had zo’n dag waarop je hoofd vol zit, maar je niet weet waarmee. “Zoals zo vaak,” mompelde ze, “doe ik alsof ik het allemaal op orde heb.” Joh, en toen schoof er iemand naast haar. Een man met een donkere pet en een map vol papieren, heel netjes in plastic hoesjes. “Mag ik?” vroeg hij. “Tuurlijk,” zei Noa, en ze schoof een beetje op. Hij keek naar de krant en knikte. “NOS, hè? Daar stond net iets in dat mij raakte. Over Van Agt.” Noa trok haar wenkbrauwen op. “Oud-premier, toch?” “Ja,” zei hij. “Hij had de koning gevraagd excuses te maken aan Molukkers in Nederland. Dat is… da’s ook wat.” Noa voelde haar buik even strak worden. “Waarom is dat zo belangrijk voor u?” De man tikte met zijn vinger op zijn map. “Omdat mijn moeder hier als kind kwam. Ze kreeg te horen: tijdelijk. En tijdelijk werd jaren. En jaren werden een leven. Mensen zeggen vaak: ‘Dat is geschiedenis.’ Maar het leeft nog, snap je?” Noa zweeg even, want ze wilde niet dom overkomen. “Ik weet er eerlijk gezegd niet genoeg van,” zei ze. “Maar ik hoor u.” Hij glimlachte kort. “Bijna niemand weet het genoeg. Daarom vertel ik het. Ik geef vanmiddag een kleine lezing in het gebouw van de oude scheepswerf, daar verderop. Geen gedoe, gewoon luisteren.” Noa keek naar haar thee, naar het water. “Ik had eigenlijk gepland om een terrasje te pakken en niks te moeten,” zei ze, “maar… dit klinkt belangrijk.” “Dat kwam goed uit,” zei hij. “Er is nog plek.” Onderweg hoorde Noa het knisperen van grind onder hun schoenen. In het gebouw hing de geur van stof, papier en metaal. Er zaten misschien twaalf mensen. De man—hij stelde zich voor als Ruben—liet een foto zien van een meisje met een koffertje. “Mijn moeder,” zei hij zacht. “En dan lees je dat een oud-premier ooit om excuses vroeg… en je denkt: waarom duurde het zo lang?” Achteraf gezien vond Noa het bijzonder dat niemand hard praatte. Niet omdat het verboden was, maar omdat iedereen voelde dat stilte soms meer zegt dan woorden. Toen het klaar was, bleef Noa nog even staan. “Ruben,” zei ze, “ik ben blij dat ik gekomen ben.” Hij knikte. “Dank je. Vertel het door. Niet als ruzie, maar als waarheid.” Buiten liep Noa weer langs de IJssel. Ze voelde zich niet licht, maar wel helder, alsof iemand een raam had opengezet. Ze vouwde de krant dicht, stopte ’m zorgvuldig weg en dacht: sommige excuses zijn woorden, maar soms begint het al met luisteren. Lekker bezig, Noa, dacht ze ineens—en ze moest er zelf om glimlachen 🌷. Nou... Het volledige transcript is gratis te lezen op dutchfluency.com. De Tulip Trainer staat klaar om interactief oefenen te doen. Tot morgen.