Hallo, dit is Rick van Dutch Fluency. Samen gaan we vandaag op een warme en begripvolle manier de Nederlandse taal ontdekken op niveau A1. Ik heb geen kat. Ik vind katten niet leuk. Ze zitten in mijn tuin. Ze maken mijn tuin vies. Maar drie jaar geleden, komt er een kat. Een witte kat. Ik jaag de kat weg. Maar de kat komt terug. De kat springt op mijn schoot. Ik aai de kat. De kat komt steeds terug. De kat is nog jong. Ik vind het zielig. Ik maak een huis voor de kat. Ik zet eten neer voor de kat. Het is herfst. Het is koud. Het regent. De kat zit in mijn tuin. Ik vind het zielig. Ik ga met de kat naar de dierenarts. De kat krijgt alles. Een chip. Nu is de kat van mij. Ik heb een kat. Ik maak nu zijn kattenbak schoon. Ik stofzuig het haar van de kat op. Ik koop speciaal eten voor de kat. Het is veel werk. Maar de kat is blij. Ik ben ook blij. Katten zijn leuk. Maar ze kunnen je ook manipuleren. Je kunt eindigen als hun bediende. Maar dat is oké. Ik hou nu van mijn kat. De kat is van mij. Ik ben van de kat. Dankjewel voor je inzet vandaag, je bent een ster! Morgen wacht ons een nieuwe dag vol mogelijkheden, tot dan!