Hoi, welkom bij Dutch Fluency! Rick hier, en ik heb vandaag iets leuks voor je klaar staan. # De Fiets van Jan Jan heeft een fiets. De fiets is oranje. Jan houdt van zijn fiets. Elke dag gaat Jan op de fiets. Hij gaat naar zijn werk. Het werk is ver. Maar Jan fietst graag. Het is ochtend. Jan staat op. Hij drinkt koffie. De koffie is warm en goed. Jan eet een boterham. De boterham is lekker. Nu gaat Jan naar buiten. Hij pakt zijn fiets. De fiets staat bij het huis. Jan fietst door de straat. De straat is druk. Er zijn veel fietsen. Jan ziet een vrouw op een fiets. Hij ziet een man op een fiets. Hij ziet een kind op een fiets. Iedereen fietst in Nederland! Jan stopt bij een rood licht. Hij wacht. Een man naast hem zegt: "Goedemorgen!" Jan zegt: "Goedemorgen!" De man heeft een grote fiets. Jan heeft ook een grote fiets. Zij lachen samen. Het licht is groen. Jan fietst weer. Het regent een beetje. Jan heeft een regenjas. De regenjas is geel. Jan is niet nat. Hij is blij. Jan komt bij zijn werk. Hij zet zijn fiets neer. Er zijn veel fietsen bij het werk. Jan telt de fietsen. Een, twee, drie... twintig fietsen! Iedereen fietst naar het werk. Een collega zegt: "Hé Jan! Jij fietst altijd!" Jan lacht. "Ja," zegt Jan. "Ik hou van fietsen. De fiets is goed. De auto is slecht." De collega knikt. "Ja, de fiets is typisch Nederlands!" Na het werk fietst Jan naar huis. Hij is moe. Maar hij is ook blij. Fietsen is goed voor Jan. Fietsen is gezond. Thuis eet Jan. Hij eet aardappelen. Hij eet groente. Hij drinkt water. Het eten is lekker. Jan kijkt naar zijn oranje fiets. De fiets staat bij het huis. Jan zegt: "Tot morgen, fiets!" De fiets zegt niets. Maar Jan lacht. Hij is een echte Nederlander. Een Nederlander met een oranje fiets. 🚲 Bedankt dat je naar deze aflevering hebt geluisterd! Op dutchfluency.com kun je de transcript en oefeningen vinden, en je kunt daar ook je eigen gepersonaliseerde podcast samenstellen. Volg ons graag als je meer wilt horen. Tot snel!