De Kaartjesautomaat Kraakt Thema: Public Transport Mastery | Dutch Fluency Emma: Oh nee, niet weer! Waarom werkt dit ding niet? Lars: Hé, gaat het? Heb je hulp nodig? Emma: Ja, graag! Deze automaat... ik snap het niet. Ik wil naar Amsterdam. Lars: Oké, geen probleem. Heb je een OV-chipkaart? Emma: Een wat? Nee, ik denk het niet. Lars: Een OV-chipkaart. Dat is de kaart voor alle openbaar vervoer hier. Emma: Oh! Nee, ik heb alleen contant geld en mijn bankpas. Lars: Hmm, deze automaat accepteert alleen pin. Contant geld werkt niet meer. Emma: Serieus? Maar ik moet over twintig minuten in Amsterdam zijn! Lars: Twintig minuten? Dat wordt lastig. De trein duurt al dertig minuten. Emma: Oh nee! Ik heb een afspraak op de universiteit. Lars: Oké, rustig. Eerst kopen we een kaartje. Wanneer is je afspraak precies? Emma: Om half twee. Hoe laat is het nu? Lars: Het is nu tien over twaalf. Je hebt nog tijd, maar we moeten opschieten. Emma: Ja, oké. Wat moet ik doen? Lars: Kijk, je drukt hier op "Enkele reis" of "Retour". Emma: Enkele reis... dat is one way, toch? Lars: Precies! En retour is heen en terug. Wat wil je? Emma: Retour, denk ik. Ik kom vanavond terug. Lars: Goed idee. Druk hier maar op. Nu selecteer je de bestemming. Emma: Amsterdam... er staan zo veel opties! Amsterdam Centraal? Lars: Ja, Centraal is het hoofdstation. Daar moet je waarschijnlijk zijn. Emma: Oké, gekozen. Nu... eerste klas of tweede klas? Lars: Tweede klas is goedkoper. Eerste klas is echt niet nodig. Emma: Hoeveel kost het? Lars: Kijk, daar staat het. Zestien euro vijftig voor retour, tweede klas. Emma: Dat valt mee. En nu pinnen? Lars: Ja, steek je pas erin en volg de instructies. Emma: Ik hoop dat het werkt... Yes! Het werkt! Lars: Mooi. Nu krijg je je kaartje. Bewaar het goed! Emma: Dankjewel! Van welk perron vertrekt de trein? Lars: Wacht, ik check even het bord. Kijk, daar hangen de schermen. Emma: Ik zie het al... Amsterdam Centraal, perron 5b om twaalf uur drieëntwintig. Lars: Klopt! Je hebt nog elf minuten. Dat moet lukken. Emma: Is perron 5b ver? Lars: Nee, het is hier dichtbij. Zie je die trap daar? Emma: Ja, die trap naar beneden? Lars: Precies. Daar is de tunnel. Loop door de tunnel naar perron 5. Emma: En de "b"? Wat betekent dat? Lars: Elk perron heeft twee kanten: a en b. Let op de bordjes. Emma: Ah, ik snap het. Moet ik nog inchecken of zoiets? Lars: Nee, met dit kaartje niet. Alleen met een OV-chipkaart moet je in- en uitchecken. Emma: Gelukkig! Dat is makkelijker. Lars: Ja, maar een OV-chipkaart is handiger voor later. Die kun je opladen. Emma: Waar kan ik die kopen? Lars: Bij de servicebalie daar, of bij een supermarkt. Albert Heijn verkoopt ze. Emma: Oké, dat doe ik morgen. Ik moet nu rennen! Lars: Wacht even! In welke richting ga je in Amsterdam? Emma: Eh... de Universiteit van Amsterdam, bij het Roeterseiland. Lars: Dan moet je de metro nemen vanaf Centraal. Lijn 51 of 53. Emma: De metro? Nog meer openbaar vervoer? Lars: Ja, Amsterdam is groot. Maar het is makkelijk, hoor. Emma: Heb ik daar een apart kaartje voor nodig? Lars: Ja, maar je kunt ook een dagkaart kopen. Dat is misschien slimmer. Emma: Waar koop ik die? Lars: In de trein is er soms een conducteur. Of bij de automaten op Centraal. Emma: Dit is zo ingewikkeld! In mijn land is alles veel simpeler. Lars: Je went er snel aan, echt waar. Volgende week gaat het vanzelf. Emma: Ik hoop het. Oh, het is al bijna half één! Lars: Ga snel! Ren naar perron 5b. Succes met je afspraak! Emma: Dankjewel voor je hulp! Je bent een held! Lars: Graag gedaan! Welkom in Nederland! Woordenlijst / Vocabulary: - de kaartjesautomaat - ticket machine - kraken - to crack/malfunction - dit ding - this thing - Gaat het? - Are you okay? - Heb je hulp nodig? - Do you need help? - de OV-chipkaart - public transport chip card - openbaar vervoer - public transport - contant geld - cash - de bankpas - debit card - pinnen - to use debit card - Dat wordt lastig - That's going to be difficult - de afspraak - appointment - opschieten - to hurry up - enkele reis - one-way ticket - retour - return ticket - heen en terug - there and back - de bestemming - destination - het hoofdstation - main station - Dat valt mee - That's not too bad - het perron - platform - het scherm - screen - de trap - stairs - de tunnel - tunnel - inchecken - to check in - uitchecken - to check out - de servicebalie - service desk - opladen - to top up/charge - de conducteur - conductor - Je went er snel aan - You'll get used to it quickly - het gaat vanzelf - it goes automatically - een held - a hero https://dutchfluency.com | https://dutchfluency.com/tools/tulip-trainer