Hallo daar, ik ben Rick van Dutch Fluency. Samen gaan we vandaag een warme en gezellige reis maken door de Nederlandse taal op A1 niveau. Ik ben een man. Ik houd van drinken. Maar het drinken is duur. Ik heb geen geld voor drinken. Ik heb een plan. Ik heb een tas. De tas is voor drinken. Ik stop de tas onder mijn trui. De tas ziet eruit alsof ik een dikke buik heb. Niemand ziet de tas. Ik heb een slang. De slang is voor de tas. Ik stop de slang in mijn mouw. De slang komt uit bij mijn hand. Ik vul de tas met een drankje. Het drankje is sterk. Ik hoef de tas niet vaak te vullen. Ik ga naar de kroeg. De man bij de deur kijkt naar mij. Maar hij ziet de tas niet. Hij ziet de flessen niet. Ik mag naar binnen. Ik drink de hele avond. Ik hoef niet te betalen. Maar ik moet uit mijn hand drinken. De mensen denken dat ik iets raars doe. Ik ga naar het toilet om te drinken. Het drankje wordt warm. Het drankje smaakt niet goed. Maar het is gratis. Als de tas lekt, heb ik een probleem. Ik ga volgend weekend naar carnaval. Ik neem de tas weer mee. Ik ben blij met mijn plan. Drinken is leuk. Maar gratis drinken is beter. Het was een plezier om vandaag met jullie te delen. Morgen gaan we samen nieuwe Nederlandse uitdagingen aan, tot dan!