Hallo daar! Ik ben Rick van Dutch Fluency, klaar om samen de schoonheid van de Nederlandse taal te ontdekken, op niveau A1. Er is een man. Hij heet Ali Berend Casper. Maar iedereen noemt hem Berend. Hij werkt bij een bedrijf. Hij is nieuw bij het bedrijf. Het bedrijf heeft een computer. Op de computer is zijn naam Ali. Zijn email is ook ali@bedrijf.nl. Berend is niet blij. Hij wil niet Ali heten. Hij wil Berend heten. Dat is zijn naam. Hij zegt: "Ik ben Berend, niet Ali." Maar de computer zegt: "Nee, jij bent Ali." Berend is verdrietig. Hij wil zijn naam terug. Hij gaat naar de baas. De baas heet Jan. Jan is een goede man. Berend zegt tegen Jan: "Ik ben Berend, niet Ali." Jan kijkt naar de computer. De computer zegt: "Nee, jij bent Ali." Jan is verbaasd. Hij zegt: "Dit is raar. Jij bent Berend." Jan belt de computerman. De computerman heet Kees. Kees is slim. Hij weet veel over computers. Jan zegt tegen Kees: "Berend heet Ali op de computer. Dat is raar. Kan jij dat veranderen?" Kees zegt: "Ja, ik kan dat veranderen. Ik ga dat nu doen." Kees werkt aan de computer. Hij typt. Hij klikt. Hij wacht. Dan zegt hij: "Het is klaar. Berend heet nu Berend op de computer. Zijn email is nu berend@bedrijf.nl." Berend is blij. Hij zegt: "Dank je wel, Kees. Dank je wel, Jan. Ik ben blij dat ik Berend ben." Iedereen lacht. Het is een goede dag op het werk. Dit is het einde van het verhaal. Het verhaal van Berend. De man die Berend wilde heten. En nu heet hij Berend. Dank je wel voor je inzet en aandacht vandaag. Morgen zien we elkaar weer voor meer Nederlandse ontdekkingen!