Dutch Dialogues (A1) - DD052: 16 jan — Man in België drinkt alleen water (Rick, Emma & Sophie) Rick: Kijk, hier staat iets over een man. Emma: Oh ja? Wat dan? Rick: Hij eet niet. Hij drinkt alleen water. Sophie: Wat? Geen eten? Rick: Nee, geen eten. Emma: Maar... waarom niet? Rick: Hij wil niet eten. Sophie: Dat is gek. Rick: Ja, heel gek. Emma: Waar is die man? Rick: In België. Sophie: En wat doet hij dan? Rick: Hij zit thuis. Hij drinkt water. Emma: Alleen water? Rick: Ja, alleen water. Sophie: Dat is niet goed, toch? Rick: Nee, dat is niet gezond. Emma: Hoelang doet hij dat al? Rick: Eh... dat staat hier niet. Sophie: Is hij ziek? Rick: Ik denk het wel. Emma: Arme man. Rick: Ja, dat vind ik ook. Sophie: Maar waarom eet hij niet? Rick: Hij wil niet. Hij is depressief. Emma: Oh, depressief? Rick: Ja. Sophie: Dat is erg. Emma: Helpt iemand hem? Rick: Ja, artsen helpen hem. Sophie: Goed zo. Rick: Maar het is moeilijk. Emma: Ja, dat snap ik. Sophie: Eet jij altijd goed, Rick? Rick: Eh... niet altijd. Emma: Haha, echt niet! Rick: Hé! Soms wel! Sophie: Wat eet je vandaag? Rick: Uhm... brood. En koffie. Emma: Dat is niet veel. Rick: Nee, dat klopt. Sophie: Ik eet altijd goed. Emma: Ja, dat is waar. Rick: Sophie kookt veel. Sophie: Ja, ik hou van koken. Emma: Ik niet zo. Rick: Nee, jij kookt niet graag. Emma: Nee, ik bestel vaak eten. Sophie: Dat is duur. Emma: Ja, maar makkelijk. Rick: Dat is waar. Sophie: Maar goed, die man in België... Emma: Ja, erg hè? Rick: Hij heeft hulp nodig. Sophie: Ja, veel hulp. Emma: Eten is belangrijk. Rick: Ja, heel belangrijk. Sophie: En water ook. Emma: Ja, maar niet alleen water. Rick: Nee, dat is niet genoeg. Sophie: Je hebt ook eten nodig. Emma: Ja, voor energie. Rick: Precies. Sophie: Drink je genoeg water, Emma? Emma: Eh... soms niet. Rick: Ik ook niet altijd. Sophie: Jullie zijn niet gezond! Emma: Haha, misschien niet. Rick: Tja, we proberen het. Sophie: Proberen is goed. Emma: Ja, dat klopt. Rick: Maar die man... dat is anders. Sophie: Ja, heel anders. Emma: Hij is echt ziek. Rick: Ja, heel ziek. Sophie: Ik hoop dat het beter gaat. Emma: Ja, ik ook. Rick: De artsen helpen hem. Sophie: Dat is goed. Emma: Ja, gelukkig wel.