Hallo, goed dat je er bent! Ik ben Rick van Dutch Fluency, klaar om je mee te nemen op een ontdekkingstocht door de Nederlandse taal op niveau A1. Het is een dag in Nederland. De man is Mark. Mark heeft een werk. Hij is minister. Hij werkt voor het klimaat. Het klimaat is belangrijk. De vrouw is Mieke. Mieke is een kind. Zij is tien jaar. Zij houdt van de natuur. Zij houdt van bomen en bloemen. Zij houdt van dieren. Zij houdt van de wereld. Mark en Mieke praten. Ze praten over het klimaat. Ze praten over de wereld. Ze praten over de toekomst. Mark zegt: "Wij hebben een plan voor het klimaat." Mieke vraagt: "Wat is het plan?" Mark zegt: "Wij willen minder uitstoten." Mieke vraagt: "Hoe gaan jullie dat doen?" Mark zegt: "Wij gaan minder auto's gebruiken. Wij gaan meer fietsen. Wij gaan minder vlees eten. Wij gaan meer groente eten. Wij gaan minder energie gebruiken. Wij gaan meer zonne-energie gebruiken." Mieke is blij. Zij zegt: "Dat is een goed plan. Ik vind het klimaat belangrijk. Ik wil ook helpen. Ik ga ook minder vlees eten. Ik ga ook meer fietsen. Ik ga ook minder energie gebruiken." Mark is trots op Mieke. Hij zegt: "Jij bent een goed kind. Jij helpt de wereld. Jij helpt het klimaat." Ze praten over Prinsjesdag. Mark zegt: "Op Prinsjesdag praten wij over het plan. Wij praten over de toekomst. Wij praten over de wereld." Mieke zegt: "Ik wil ook naar Prinsjesdag. Ik wil meer leren over het klimaat." Mark zegt: "Dat is een goed idee. Jij kunt veel leren." Het is een goede dag. Ze praten over belangrijke dingen. Ze praten over de wereld. Ze praten over de toekomst. Ze praten over het klimaat. Ze hebben een goed plan. Ze willen de wereld beter maken. Ze willen het klimaat helpen. Ze zijn blij. Ze zijn trots. Ze zijn hoopvol. Hartelijk dank voor je aandacht vandaag, morgen duiken we weer samen in de mooie wereld van het Nederlands. Tot dan!