Hallo en welkom, ik ben Rick van Dutch Fluency, klaar om samen op een Nederlandse taalavontuur te gaan op niveau A1. Ik ben een man. Ik werk. Ik werk in een tuin. De tuin is mooi. Maar er is een probleem. Er is een mol in de tuin. De mol leeft in de grond. De mol maakt de grond bruin. De man in het huis is boos. Hij wil geen bruine grond. Hij wil groene grond. Hij wil geen mol in de tuin. Wat doen wij nu? Wij doen een net in de grond. Het net is van plastic. Het plastic is onder het gras. De mol kan niet meer in de grond. De man in het huis is blij. De grond is weer groen. Maar is dit goed? Nee, dit is niet goed. De mol is een dier. Een dier leeft in de natuur. De natuur is belangrijk. Wij moeten goed zijn voor de natuur. Wij moeten niet alleen denken aan onszelf. Wij moeten ook denken aan de natuur. Het gras is groen. Maar het gras heeft veel water nodig. Het gras heeft ook veel eten nodig. Dit kost veel tijd. Dit kost veel geld. Dit kost veel energie. Is dit goed? Nee, dit is niet goed. Wij moeten niet tegen de natuur werken. Wij moeten met de natuur werken. Ik ben een man. Ik werk. Ik werk in een tuin. Maar ik werk niet alleen voor de man in het huis. Ik werk ook voor de natuur. Ik wil goed zijn voor de natuur. Ik wil goed zijn voor de mol. Ik wil goed zijn voor de grond. Ik wil goed zijn voor het gras. Wij moeten denken. Wij moeten vragen stellen. Is dit goed? Is dit slecht? Wij moeten antwoorden zoeken. Wij moeten goed zijn. Wij moeten niet alleen zijn. Wij moeten samen zijn. Wij moeten samen zijn met de natuur. Hartelijk dank voor het meedoen vandaag. Zet die positieve energie voort tot morgen, tot dan!