Hey, Rick here. Thanks for listening. Nou, Mark loopt naar het buurthuis. Het is in Deventer. Het is in de avond. Mark heeft een tas. In de tas zit een pen. En een stroopwafel. Hij wil naar een avond. Het is een avond met mensen. Mensen zitten aan tafels. Er is koffie en thee. Mark ziet een bord. Op het bord staat: raad. Mark voelt zich klein. Maar hij wil wel komen. Hij zegt zacht: “Hoi.” Een man zegt: “Kom maar.” Mark gaat zitten. Hij kijkt naar een klok. De klok tikt tik tik. Joh, er komt een vrouw. Zij heeft een map. Zij zegt: “Wij beginnen.” Mark hoort veel stemmen. Sommige stemmen zijn hard. Sommige stemmen zijn zacht. Mark pakt zijn pen. Hij doet alsof hij schrijft. Maar hij kijkt vooral rond. Hij ziet water in glazen. Hij ziet koek op een bord. Zijn buik zegt: stroopwafel. Maar hij wacht even. Nou, een man staat op. Hij zegt: “Ik ga weg.” De vrouw zegt: “Waarom ga jij weg?” De man zegt: “Ik wil een ander plan.” Een andere man zegt: “Dat is niet goed.” De eerste man zegt: “Ik doe het toch.” Mark kijkt naar zijn handen. Hij voelt zijn hart snel gaan. Hij denkt: wat is dit? De vrouw zegt: “Dit is een groep.” Zij zegt: “Wij zijn samen.” De man zegt: “Nu niet meer.” Joh, Mark hoort een telefoon. Iemand zegt: “NOS zegt iets.” De vrouw pakt haar telefoon. Zij leest hardop. Zij zegt: “Zes honderd mensen gaan.” Zij zegt: “Zij gaan naar een ander.” Mark zegt: “Zes honderd?” Een man lacht kort. Hij zegt: “Ja, zes honderd.” Een vrouw zucht. Zij zegt: “Dat is veel.” Mark zegt: “Maar waarom?” De vrouw zegt: “Soms is er ruzie.” Een man zegt: “Soms wil ik meer.” Een andere man zegt: “Soms wil ik minder.” Mark zegt: “Ik wil gewoon praten.” De vrouw zegt: “Ja, praten is goed.” De man die weg wil zegt: “Ik hoor niet bij jullie.” Een man aan tafel zegt: “Maar jij zit hier elke week.” De eerste man zegt: “Ja.” Hij zegt: “En nu ga ik.” Nou, Mark ziet iets geks. De man heeft een jas aan. Op de jas staat heel groot: TEAM. Mark denkt: team? De man loopt naar de deur. De deur piept heel hard. Iedereen kijkt naar de deur. De vrouw zegt: “Oké.” Zij zegt: “Wij gaan door.” Mark pakt zijn stroopwafel. Hij breekt hem in twee. Hij geeft een stuk aan een vrouw. Zij zegt: “Dank je.” Joh, na de avond loopt Mark buiten. Hij denkt aan dat nieuws. Zes honderd mensen gaan weg. Hij denkt ook aan die jas. TEAM, maar toch alleen. Mark zegt zacht tegen zichzelf: “Dat is raar, zeg.” Hij pakt zijn telefoon. Hij stuurt een bericht. Hij stuurt het naar de vrouw. Hij zegt: “Ik kom weer.” Hij zegt: “Ik wil helpen.” Hij stopt zijn pen weg. Hij loopt naar huis. Hij voelt zich warm van binnen. En hij denkt: DIT IS HET! 💪 Nou... The full transcript is free at dutchfluency.com. Tulip Trainer has it ready for interactive practice. See you tomorrow.