Hoi, Rick hier. Fijn dat je luistert — bedankt voor jullie support. Nou, Nina stond met haar handen vol klimkrijt in een boulderhal in Laakhaven. Niet omdat ze ineens een sportheld was, maar omdat ze, zoals zo vaak, dacht: als ik m’n hoofd leeg wil maken, moet ik iets doen waar ik niet tegelijk kan piekeren. Aan de muur hing zo’n gele route met kleine greepjes, net zo gemeen als een natte stroopwafel in je jaszak. Ze ademde diep in, voelde de ruwe structuur onder haar vingers en luisterde naar het zachte *poef* van landende matten. Naast haar rommelde iemand met een fietssleutel en een bidon. “Je kijkt alsof je net haring met slagroom hebt gekregen,” zei Yara, met zo’n Haagse blik van: kom op zeg. “Ik ben gewoon… gespannen,” mompelde Nina. “Maar ik ga die route doen. DIT IS HET.” 💪 Ze sprong, greep mis, lachte kort om zichzelf en schudde haar handen los. Toen trilde haar telefoon in het kluisje. Eén keer. En meteen nog een keer. Joh, en toen ze het scherm zag, voelde het alsof iemand de muziek zachter had gezet. NOS-melding. Brand bij een synagoge in Rotterdam. Politie gaat uit van brandstichting. “Wat is er?” vroeg Yara, nu zonder grap. Nina las hardop, langzaam, alsof het dan minder echt werd. “Brand… synagoge… brandstichting.” Er viel een stilte waarin je ineens alles hoorde: klittenband van klimschoenen, een vallende karabiner, iemand die te hard lachte. Nina voelde een knoop in haar buik. Niet alleen schrik, maar ook boosheid, zo helder als een TL-lamp. “Da’s ook wat,” zei Yara. “Wie doet nou zoiets?” Bij de balie stond een man met een keppeltje te praten met de medewerker. Nina hoorde flarden: “m’n neef woont daar… rook… sirenes.” Ze wilde niet staren, maar het trok haar aandacht, alsof het nieuws een magneet was. Nina liep naar hem toe, aarzelend. “Sorry… ik hoorde het net ook. Gaat het een beetje?” De man knikte, maar zijn ogen waren rood. “Ze hebben het snel gezien, zei hij. Maar toch. Je voelt je ineens… niet veilig.” “Ja,” zei Nina, en dat ene woord was te klein. Ze dacht aan hoe gebouwen meer zijn dan stenen. Hoe een plek iemands verhalen draagt. “Ik vind het echt afschuwelijk.” De medewerker schoof een glas water naar voren. “Wil je zitten?” De man glimlachte zwak. “Dank je. Ik heet Lev.” Yara legde haar hand even op Nina’s arm. “We kunnen niet alles oplossen,” fluisterde ze, “maar we kunnen wel iets doen.” Nina pakte haar telefoon weer. Achteraf gezien was het eigenlijk simpel: niet wachten tot iemand anders het oppakt. “Lev, luister… er is vanavond een bijeenkomst bij het wijkgebouw in het Zeeheldenkwartier. Gewoon mensen die willen laten zien dat dit niet normaal is. Wil je mee? Ik fiets wel met je.” Lev haalde adem, alsof hij iets zwaars neerzette. “Ja. Dat kwam goed uit dat jullie hier stonden.” Later, buiten, klonk het ratelen van fietsen over klinkers. Nina rook ergens versgebakken brood van een avondwinkel en dacht: je kunt een stad niet beschermen met stoere woorden, maar wel met aanwezigheid. Bij het wijkgebouw stonden mensen met thermoskannen en kartonnen bekers. Iemand deelde simpele koekjes uit, en Nina moest even glimlachen: typisch Nederland, zelfs bij spanning is er altijd thee. Ze keek naar Lev, naar Yara, naar al die verschillende gezichten. “Weet je,” zei ze zacht, “soms voelt nieuws heel ver weg. Maar vandaag niet.” Yara knikte. “Lekker bezig dat je bent gekomen,” zei ze, en Nina voelde die knoop iets losser worden. 🌷 Nou... Het volledige transcript is gratis te lezen op dutchfluency.com. De Tulip Trainer heeft het klaarstaan voor interactief oefenen. Tot morgen.