Hoi, ik ben Rick van Dutch Fluency. Fijn dat je er bent om samen op A1 niveau Nederlands te leren. Er is een man. De man is op mijn telefoon. Hij komt veel op mijn telefoon. Ik kijk naar een video. De man is in de video. Ik vind de video niet leuk. Ik klik op 'niet leuk'. Dat doe ik vaak. Twintig keer, denk ik. De man is niet goed. Hij is slecht. Hij heeft veel video's. De video's zijn overal. Ze zijn op mijn telefoon. Ze zijn op mijn computer. De man is overal. Ik kan hem niet stoppen. Ik kan de video's niet stoppen. Ik wil de video's stoppen. Ik wil de man stoppen. Maar ik kan het niet. Ik kan de video's niet rapporteren. Ik kan de man niet rapporteren. Dat is niet goed. Dat is slecht. Ik eet mijn eten. De man is op mijn telefoon. Ik drink mijn koffie. De man is op mijn computer. Ik ga naar mijn werk. De man is op mijn telefoon. De man is overal. Hij is altijd daar. Ik vraag aan mijn vrienden. Hebben zij dit ook? Zien zij de man ook? Ik krijg antwoorden. Ja, zij hebben dit ook. Zij zien de man ook. Zij vinden de man ook niet leuk. Het is een probleem. Het is een groot probleem. De man is overal. De video's zijn overal. Wij willen het stoppen. Maar wij kunnen het niet. Wij zijn boos. Wij zijn heel boos. De man komt weer op mijn telefoon. Ik klik weer op 'niet leuk'. Het is de eenentwintigste keer. Ik ben boos. Ik ben heel boos. Maar ik kan niets doen. De man komt weer. En weer. En weer. Het is niet goed. Het is slecht. Maar wat kan ik doen? Wat kunnen wij doen? Wij weten het niet. Wij willen het weten. Maar wij weten het niet. Dus de man komt weer. En weer. En weer. En wij klikken op 'niet leuk'. Weer. En weer. En weer. Dank je wel voor je aandacht en inzet vandaag. Morgen hebben we weer een inspirerende Nederlandse les voor je, tot dan!