Hallo, fijn dat je er bent! Ik ben Rick van Dutch Fluency, klaar om samen de uitdaging van de Nederlandse taal op niveau A1 aan te gaan. Ik ben een man. Ik woon in Nederland. Nederland is een land in Europa. Er zijn veel landen in Europa. Elk land is anders. Nederland is ook anders. In veel landen zijn mensen aan het werk. Werk is belangrijk. Een man kan een auto rijden. Een vrouw kan ook een auto rijden. Een kind kan niet rijden. Een kind gaat naar school. Dat is ook werk. In Nederland is een nieuw werk. Het is een raar werk. Veel mensen in Nederland zeggen een woord. Het woord is "kanker". Dat is niet goed. Dat is een slecht woord. Het is een ziekte. Mensen zijn ziek van kanker. Ik ben een leraar. Ik geef les aan kinderen. Kinderen zijn jong. Zij zijn de toekomst. Zij moeten leren. Zij moeten goede woorden leren. Zij moeten niet "kanker" zeggen. Dat is niet goed. Dat is slecht. Ik zeg tegen de kinderen: "Wij moeten goede woorden zeggen. Wij moeten niet "kanker" zeggen. Dat is niet goed. Dat is slecht. Wij moeten respect hebben. Hebben jullie respect?" De kinderen zeggen: "Ja, wij hebben respect." Ik ben blij. De kinderen zijn slim. Zij leren snel. Zij zeggen goede woorden. Zij zeggen niet "kanker". Dat is goed. Ik ben trots. Ik kom thuis. Ik kijk televisie. Ik kijk naar het nieuws. Het nieuws is goed. Veel mensen stoppen met "kanker" zeggen. Dat is goed. Dat is heel goed. Nederland is aan het veranderen. Dat is goed. Ik ben blij. Ik ben trots. Wij zijn Nederland. Wij zijn goed. Ik ben een man. Ik woon in Nederland. Nederland is een land in Europa. Maar Nederland is anders. Nederland is goed. Ik ben trots. Super gedaan vandaag, ik waardeer je inzet enorm! Morgen gaan we samen weer een stapje verder in onze Nederlandse reis, tot dan!