Hallo daar! Ik ben Rick van Dutch Fluency, klaar om samen met jou de Nederlandse taal te verkennen op niveau A1. De man is politicus. De politicus werkt in een groot huis. Het grote huis is de tweede kamer. In de tweede kamer zijn er veel stoelen. De stoelen zijn zetels. Er zijn veel partijen in de tweede kamer. Er is een partij die heet VVD. Er is ook een partij die heet GL-PvdA. Andere partijen zijn SP, PvdD, DENK en VOLT. Ze hebben zetels in de tweede kamer. De partijen zijn rechts of links. VVD is een rechtse partij. GL-PvdA, SP, PvdD, DENK en VOLT zijn linkse partijen. Vroeger hadden de linkse partijen meer zetels. GL-PvdA had 25 zetels. SP had 5 zetels. PvdD en DENK hadden elk 3 zetels. VOLT had 2 zetels. Samen hadden ze 38 zetels. Nu hebben de linkse partijen minder zetels. Ze hebben samen maar 30 zetels. Dat is minder dan een kwart van alle zetels. De VVD heeft veel zetels. VVD heeft samen met andere rechtse partijen 71 zetels. Dat is meer dan twee keer zoveel als de linkse partijen. De man vraagt zich af hoe dit kan. Hij vraagt: "Hoe is dit gebeurd?" De man is verbaasd. Hij is een SP rakker. Hij vindt dit niet goed. De man stelt een vraag op de computer. Hij wil antwoorden. Hij wil weten waarom de linkse partijen minder zetels hebben. De man krijgt veel reacties. Hij leest de reacties op de computer. Hij hoopt op een goed antwoord. Hij hoopt dat de linkse partijen in de toekomst meer zetels krijgen. Dankjewel voor je tijd en toewijding vandaag. Ik kan niet wachten om morgen weer samen met jou de pracht van de Nederlandse taal te verkennen, tot dan!