Podcast over de geschiedenis van de Universiteit Twente
In deze podcastserie duiken we in de vroege geschiedenis van de Universiteit Twente, toen nog bekend als de Technische Hogeschool Twente. Je hoort persoonlijke verhalen van alumni en oud-medewerkers, rechtstreeks afkomstig uit ons Oral History-project. De interviews, afgenomen door voormalige UT-medewerkers, leveren waardevolle en vaak nieuwe inzichten op in het studentenleven op de campus in de beginjaren. Ga mee terug in de tijd en ontdek de wortels van onze universiteit.
In februari 2024 werd de eerste fase van het Oral History Project succesvol afgerond. Sinds medio 2023 zijn 21 alumni geïnterviewd die tussen 1964 en 1973 aan de Technische Hogeschool Twente studeerden. De interviews zijn gehouden door Marjan Beijering (externe projectleider), in samenwerking met een enthousiaste groep vrijwilligers – allen oud-medewerkers van de UT en lid van GEWIS – en Martin Bosker van het Videoteam. Het project staat onder supervisie van Wiljan Puttenstein, afdelingshoofd LISA-ADM.
Caitlin Bakker en Lisanne Blommers, studenten Communicatiewetenschap aan de faculteit BMS, maken op basis van deze interviews een serie podcasts.
In juni 2024 is fase twee van het project van start gegaan. Hierin worden oud-studenten geïnterviewd die in de periode 1974–1986 aan de UT studeerden.
Meer informatie over het academisch erfgoed van de Universiteit Twente is te vinden op deze pagina:
Als een oase van rust bleef het landgoed Drienerlo ongerept de noordkant van de weg Enschede-Hengelo beheersen.
Welkom bij de podcast over de geschiedenis van de Universiteit Twente.
Toen nog bekend als de TH of THT.
In deze serie hoor je verhalen van oud-studenten en medewerkers rechtstreeks uit ons oral history project.
Ga mee terug naar de beginjaren van de campus en ontdek de wortels van onze universiteit.
Hallo en welkom bij weer een nieuwe aflevering van de Oral History Podcast.
In deze aflevering gaat het over het campusleven met verhalen van Ben Bentlem, Jan Knaap en Henk van Dorp.
Met onderwerpen zoals woonplicht, damesbezoek, militaire dienst en de transformatie van Hengelo naar Enschede.
Ik ben je host Caitlin en vandaag zit ik samen met Martin Beuzenkamp die alle drie de heren geïnterviewd heeft.
In deze aflevering komen ook quotes van de heren naar voren.
Martin, zou jij je kort kunnen voorstellen?
Dag, ik ben Martin Beusenkamp.
Ik ben in 1973 komen studeren aan de toen nog technische hogeschool Twente, THT.
Elektrotechniek gedaan.
Na mijn studie even een tijdje bij Philips geweest.
Maar teruggekomen als promovendus en later als medewerker van de Universiteit Twente inmiddels.
En nu gepensioneerd sinds een aantal jaren.
Oké, en hoe zag jouw leven op de campus er toen uit?
Ik heb op de campus gewoond, twijfels mijn hele studie, een jaar of zeven bij elkaar aan de Kalslaan.
In drie verschillende wooneenheden.
Daar veel plezier gehad en ik denk er met genoegen aan terug.
Ook actief geweest, onder andere bij de voetbalvereniging en bij Sintilla, de studievereniging van elektrotechniek.
Dus ik heb het campusleven wel genoten.
Wel goed ontdekt dus.
Ja.
Oké.
Hoe ben jij betrokken geraakt bij het Oral History Project?
Er werden interviewers gezocht voor het Oral History Project.
En het idee was dat dat het beste een beetje generatiegenoten van de geïnterviewden zouden kunnen zijn.
Dat ze een beetje dezelfde achtergrond hebben, dezelfde taal spreken.
Ik ben inmiddels gepensioneerd.
Ik ben lid van Gewis, de gepensioneerde vereniging van de UT.
Dus er is een vraag uitgezet bij Gewis.
Of er geïnteresseerden waren om interviews af te nemen.
Daar heb ik op gereageerd.
Oké, en je kende de drie heren ook?
Je hebt geïnterviewd?
Ja en nee.
Ik kende Ben Betlem en Johan Knaap kende ik vrij goed.
Uit de atletiekwereld waar ik zelf ook in heb gezeten.
Henk van Dorp kende ik een klein beetje.
Oké.
En hoe kwam je dan op Henk van Dorp om die te interviewen?
Ik wilde graag drie interviews houden met studenten uit verschillende opleidingen.
En we zijn helemaal in het begin op de THT begonnen met drie opleidingen.
Werktuigbouwkunde, elektrotechniek en chemische technologie.
Johan Knaap heeft werktuigbouw gedaan.
Henk van Dorp, elektrotechniek en Ben Betlem, chemische technologie.
Dus zo kwam ik op die drie.
Nou ja, dan heb je wel het hele plaatje.
Ja.
We gaan beginnen met Ben.
Ben begon met studeren in 1970 op 18-jarige leeftijd en komt uit een niet-academisch gezin.
Hij koos voor Twente omdat hier de Algemene Propedeuse was.
En dankzij de Algemene Propedeuse kon je vakken kiezen uit allerlei studierichtingen tegelijkertijd.
En na het eerste jaar kon je dan je definitieve studie kiezen.
Omdat hij altijd brede interesses heeft gehad, was de algemene propeduizen een goede uitkomst.
Hij kreeg een volledige beurs voor het tweede jaar.
Dat kwam omdat hij alle cijfers nominaal had gehaald.
En toen de tijd financierde de Rijksoverheid mensen die hoge cijfers hadden.
Hij had geen problemen met het verplicht wonen op de campus.
Omdat hij twee jaar op een internaat heeft gezeten in Duitsland, waar hij ook woonde.
Verder deed hij aan atletiek tijdens zijn studententijd bij de atletiekvereniging genaamd Kronos.
En daar werd hij uiteindelijk ook penningmeester.
Als laatste is hij tijdens zijn studententijd getrouwd met iemand die heeft leren kennen op de badmintonvereniging op de THT.
Dan wil ik graag beginnen met de woonplicht.
Klopt het dat het de eerste twee jaar verplicht wonen op de campus was?
Ja, dat was helemaal in het begin.
Dat heb ik niet meer meegemaakt.
Ik was niet verplicht om op de campus te wonen.
Maar zeker de eerste jaren moest je twee jaar op de campus wonen.
Sterker nog, je was helemaal in het begin zelfs verplicht om minimaal 100 mensabonnen af te nemen.
Om te eten in de Mensa.
Op een jaar?
In een jaar.
In een jaar, oké.
En hoe zit dat?
Kon je daar een ontbijt, een lunch?
Of was het echt alleen het avondeten?
Het is in principe voor warm eten, de Mensa.
Maar het was zowel tussen de middag als avonds.
Kon je er warm eten.
Oké.
Dus moet je daar eigenlijk verplicht voor betalen?
Om daar te eten?
Je moet er altijd voor betalen.
Dat is overal in Nederland.
Voor alles moet je betalen.
Maar ja, in de Mensa moest je betalen voor die maaltijd.
Oké.
Wat me opveel in jullie gesprek over de woonplicht was de manier waarop je eronder uit kon komen volgens Ben.
Dus laten we even gaan luisteren naar een fragment uit jullie interview.
Nee, dat was zeker geen probleem. Twee jaar verplicht wonen en daarna kon je kiezen.
Ik ben overigens na anderhalf jaar van de campus vertrokken en dat was wel een fraaie procedure.
Je kon om een aantal redenen je onttrekken van de campusplicht.
En dat was als je voldoende studieresultaten had.
Of had gebleken goed te kunnen studeren en dan was dat geen probleem.
Of juist probleemgevallen die niet op de campus konden wonen omdat ze te veel stennis maakten.
Maar beide groepen konden ontheffing krijgen van de woonplicht.
En dat moest je dan indienen in brief bij de secretaris van de hogeschool.
En ik moet zeggen, ik heb die brief nog steeds bewaard.
Die ligt nog ergens.
Waarbij ik toestingen heb gekregen om de campus te mogen verlaten.
Ja, wat vond je daarvan?
Want jij hebt dit dus zelf niet meer meegemaakt.
Ik heb dit zelf niet meegemaakt.
Ik had het naar mijn zin om te campers.
Dus ik wilde wel gewoon blijven wonen.
Er zijn inderdaad gevallen geweest van mensen die campus ongeschikt zijn verklaard.
Dan heb ik het dus niet over Ben Bedlam.
Die studeerde gewoon zo goed.
Die had bewezen dat hij zelfstandig kon studeren.
En dan mocht je onder vaders vleugels uit, zal ik maar zeggen.
Maar er zijn ook mensen geweest die campusongeschikt zijn verklaard...
wegens asociaal gedrag op de campus, ja.
Heb je hier een voorbeeld van?
Ik ga geen namen noemen, maar er waren wel mensen...
die dealden in verdovende middelen of zo...
en dan van de campus verwijderd werden.
Ja, en terecht, dan snap ik wel.
Dan leid je alleen maar andere studenten af natuurlijk.
Oké.
Dan gaan we verder met de verhoudingen met professoren en studenten.
Ik begreep dat de verhoudingen tussen studenten en docenten toen heel soepel waren.
Dat Ben bijvoorbeeld heeft lopen biljarten in, was dat toen de Mensa?
Dat was in de Bastille.
De Mensa was in de Bastille.
En de biljarttafel stonden ook in de Bastille.
Dus ja, dat kan best dat Ben daar gebiljart heeft met een hoogleraar of met een andere docent.
Anderzijds was het wel zo, toen ik eerstejaars was in 1973,
werden studenten nog met u aangesproken.
Dus studenten?
Ja, studenten werden door docenten met u aangesproken.
Het was in die tijd nog heel normaal dat je als student,
iemand die ouder was dan jijzelf, sowieso met u aansprak.
Wij spraken alle docenten.
Ik heb tijdens mijn hele studie alle docenten met u aangesproken,
behalve tijdens mijn afstuderen.
Dan komt er zo'n gemoedelijke sfeer dat het je en jij wordt.
Maar zeker in mijn eerste twee jaar werd ik door docenten nog met u aangesproken.
Ja, dat zou ik nu niet voor me kunnen zien eigenlijk.
En toen was de flowerpower tijd toch al geweest.
Aan de eind van de zestige jaren.
Ja, oké. Dus daar merkte je dan niet per se meer iets van.
Ook in de flowerpower tijd is het hier altijd zo geweest dat docenten u zeiden tegen studenten.
Kijk ook bijvoorbeeld naar de eerste foto van studenten in 1964.
Allemaal jasje, dasje.
Het waren ook allemaal heren en een enkele dame.
Of het algemeen heren.
Dat vond ik dus ook zo grappig.
Want de doelstelling van de THT was toen de tijd om niet elitair te zijn.
Maar dan tegelijkertijd ging wel iedereen in jasje-dasje naar colleges toe.
En stond je op als hoogleraren lokale binnenstapten.
Dat zou ik best elitair vinden.
Voor die tijd, plaats het in de tijd van toen.
Tweede half zestige jaren.
Toen was dat toch gebruikelijk.
Heel normaal.
En daarom vind ik die verhoudingen dan zo gek.
Want aan één kant vind ik het dan heel soepel.
Want als je gaat biljarten met biertjes erbij, met je docenten.
Ja, ik kan me dat niet voorstellen.
Dus dat vind ik dan juist heel soepel.
Maar tegelijkertijd dan opstaan wanneer mensen binnenkomen.
Ja, dat vind ik heel wat tegenover elkaar staan.
Ja, nou maar zo ging het in die tijd.
Het was inderdaad op de campus de bedoeling dat er ook docenten op de campus wonen.
Dat was ook zo aan de Reel aan en aan de lange kampveren.
En zo staan medewerkerswoningen.
Daar woonden hoogleraren.
En het was de bedoeling ook dat je daar
als je wilde kon aanbellen
met een vraag of zo
of kunt u me dit nog een keer uitleggen.
Er waren ook hoogleraren die hadden
een buitenland bij de voordeur.
Als die aan was als je welkom
en als die uit was dan liever even
niet storen of zo.
Wat leuk. Wat dat betreft was het toen wel echt
een community dan. Dat iedereen gewoon bij elkaar langs kon komen.
Dat was ook de bedoeling van de campus.
Dat het echt een community was.
Er was hier alles. Er was een dokter en er was een supermarkt.
En van alles en nog, het was een dorpje eigenlijk.
We noemden het ook het dorpje Drinelo eigenlijk.
En ja, je wou natuurlijk best eens naar de stad om uit te gaan.
Maar je hoefde in principe de campus niet af.
In een borrelwal ging je naar de vestingbar.
Ja, die was er toen dus ook al.
Ja, de vestingbar is er.
In mijn beleving in ieder geval altijd geweest.
Oké, nou dan snap ik wel dat jullie echt alles hadden wat je nodig had.
Hoefde je niet naar de stad toe.
Wat ik verder trouwens wel grappig vond in je interview met Ben,
was dat hij in een van de testgroepen zaten.
met het colleges volgen via videobanden.
Dus dat was eigenlijk
50 jaar van tevoren de voorloper
op corona, toen je dan online colleges
ging volgen. Het vond ik eigenlijk wel grappig
dat het gewoon 50 jaar terug de tijd eigenlijk
de voorloper is. Ik heb het zelf ook gedaan.
Een spoelenrecorder met
wiskundecolleges. Je moest een band
uit de kast pakken en op de
recorder leggen en een band erin vouwen
zoals het vroeger met een bandrecorder ging.
En dan kon je dat videocollege
volgen. Opgenomen met twee
camera's, eentje
de docent recht aankijkend.
En eentje uit het plafond op tafel
waar de docent dan op een papier met een
vildstift schreef.
Vond je dat juist
fijner of juist wel de fysieke colleges?
Ik vond het fijner omdat je het kon doen
wanneer je wou. Je kon ook z'avonds.
Het was in het toenmalige TWRC
gebouw dat nu Kubikus heet.
En daar kon je gewoon
tijdens kantoortijden, maar ook z'avonds kon je naar binnen
en als er een recorde vrij
was, kon je daar colleges volgen.
Als laatste onderdeel wil ik graag de druk
studietijd aankaarten.
Waar ervaarde jij de meeste druk van
tijdens je studietijd?
Toch wel van die militaire
dingen, ja. Ik heb me
een aantal keren laten herkeuren op
een chronische Achillespace blessure,
omdat ik ook aan atletiek deed, net als Ben.
Het was iedere keer toch.
Nou, laat ik zo zeggen,
zolang je studeerde en
fatsoenlijke resultaten behaalde, bleef je
uitstelbaar houden. Alleen
zo gauw je dan afgestudeerd was, moest je in principe
in dienst. Alleen helemaal op het laatste van mijn studiecarrière ben ik definitief afgekeurd op die blessure.
Oké, dus daar zat je dan toen de tijd wel mee in je hoofd. Dat je dan niet eens van de studie de meeste druk ervaarde, maar meer van de militaire dienst.
Ja, sterker nog. Ik heb overwogen om, als ik niet afgekeurd was, om dan een baan in het buitenland te nemen en in het buitenland te blijven,
totdat ik niet meer opgeroepen zou worden, tot mijn 35ste.
Oh, oké, dat zijn dan best wel afwegingen.
Dat moet je even afwegingen. De alternatieve is anderhalf jaar in dienst gaan.
Ja zo, dan snap ik het wel.
Ik kan me daar echt niks bij voorstellen.
Moet ik zeggen.
Dat je dat tijdens je studietijd moet doormaken.
Om je daar druk over te maken.
Anders dan je studieresultaten.
Nou iedereen werd sowieso al gekeurd.
Rond je negentiende verjaardag.
Dat ben ik ook naar Deventer geweest.
Toen studeerde ik al hier.
Maar in mijn eerste jaar ben ik een dag naar Deventer geweest.
Voor de eerste militaire dienstkeuring.
Goed gekeurd.
In principe moet je dan in dienst.
Alleen je krijgt uitstel zolang je studeert.
En voldoende resultaten haalt.
Ja, en ik heb een aantal keer een herkeuring aangevraagd.
En dat hield dan in, een herkeuring?
Want dan zouden ze je oproepen.
Ja, nee, je werd niet opgeroepen.
Zolang je nog fatsoenlijk tempo studeerde.
Alleen ja, je wil de zaken een beetje voor zijn.
Als je denkt, er is iets nieuws met mijn Achillespees.
Waar je naar gekeken moet worden.
Nou, laat maar rekenen.
Het is ook een beetje tijdrekken natuurlijk.
Allemaal bij elkaar.
Ja, oké. Dan gaan we ook even luisteren naar wat Ben te zeggen had over zijn studietijd en de druk die hij ervaarde.
Ik zou dus in 78, begin 78, in februari 78 dus in militaire dienst moeten.
Maar dat is niet gebeurd omdat, nou ja goed, dat hoort helemaal niet bij het verhaal van de universiteit.
Maar het is wel typerend misschien.
Mijn broer zat op de Grote Vaart en mijn zus zat bij de LUVA.
En dat gold ineens via de hogerheid.
Gold had als broederdienst.
Maar dat was op dat moment pas net door de Hoge Raad.
Ik wist al waar ik moest opkomen en waar ik moest gaan dienen.
Met de artillerie.
En ik had al mijn oproeppapieren binnen.
Tegelijkertijd kwam de uitspraak van de Hoge Raad.
Dat de broederdienst via een zus ook mogelijk was.
En ik ben de oudste thuis van zes kinderen.
Dus toch de dans ontsprong.
Ja, dus hij hoefde niet naar het buitenland om de dans te ontspringen.
Ik heb dat ook niet gehoeven.
Want op het eind werd ik afgekeurd.
En had je anders ook broers of zussen gehad die zo'n dienst voor je kon doen?
Nee.
Nou, dan is het wat dat betreft dat je dan bent afgekeurd, zou ik zeggen.
Oké, dan gaan we door naar Johan Knaap.
De tweede man die je hebt geïnterviewd.
Jan Knaap, oorspronkelijk uit Hengelo, begon met het studeren van elektrotechniek in 1968.
Zijn ouders hebben zelf niet gestudeerd en konden hem daarom niet adviseren over studiekeuzes.
Hij knuttelde vaak met oude radio's en fietsen en daardoor was een logische keuze de THT.
Ook omdat deze dichtbij was.
Omdat hij niet wist wat hij wilde doen, kwam de algemene propoduizen uit als fijne bijkomstigheid.
Techniek bevat uiteindelijk te veel natuurkunde.
Dus koos hij in het eerste jaar om verder te gaan met de studie werktuigbouwkunde.
Verder was Johan een fanatieke sporter.
Hij was lid bij dezelfde atletiekvereniging als Ben, genaamd Kronos.
En hij woonde op een fanatiek huis waar iedereen sportief was.
Hij woonde met zes anderen.
En die stonden elke ochtend om half zeven op om samen een uur te trainen voordat ze naar colleges gingen.
Was je ook zo fanatief?
Nee, zo fanatiek was ik niet.
Ik deed graag aan sports.
Ik deed overalgemeen zelf.
Dus zelf trainen.
Voornamelijk in verenigingsverband.
Maar dan wel s'avonds.
Ja, ik heb ook echt wel fases.
Mijn vriend is wel echt een fanatieke sporter.
Die gaat dan ook om zes uur ochtends.
Staat hij dan op?
En soms krijgt hij me mee.
Maar lang niet altijd moet ik zeggen.
Maar ik heb echt fases waar ik heel veel sport.
Of ja, nu doe ik echt niks.
Dus ja, ik ben niet echt een fanatieke sporter.
Zou ik zeggen.
We gaan bij Johan gelijk even luisteren.
Na een fragment waarin jullie damesbezoek op de campus bespreken.
Als bij Sonsondergang gingen langs de bosweg de kettingen over de weg.
Er lagen de kettingen en er werden dichtgezet.
En als er na Sonsondergang nog meisjesbezoek was op de campus.
Dan moest je dat melden.
Je kon, ik weet niet meer, maar ik dacht voor een gulden of zo kon je een matrasje huren.
Bij de portier kon je dat ophalen.
Maar dat was allemaal strak geregeld.
Kan ik me dus voorstellen.
Als er een matrasje op gaat halen.
Dat dat een hele happening in je huis is.
Want dan weet iedereen dus om je heen.
Wel hoe laat het is.
Ja, ik heb het niet meer meegemaakt overigens.
Ik ben vijf jaar later gaan studeren dan Johan.
Toen gingen er geen kettingen meer over de weg.
Die gaan nu alleen nog over de weg.
Als FC Twente thuis speelt.
Hebben we de parkeeroverlast een beetje willen beperken.
En ik heb ook niet meer meegemaakt dat je een matrasje kon huren voor een loge.
Jammer, want ik was al benieuwd of jij wel eens een matrasje hebt gehuurd.
Nee, nee.
Maar niet dus.
Oké, en dan over de woonplicht over de gehuwde studenten.
Want die was er niet, begreep ik.
Er waren woningen voor gehuwde studenten hier.
Ja, en hoe zat dat dan?
Want was het dan als je student was en je was gehuwd met een niet-student?
Kon je daar dan met z'n tweeën wonen?
Ja.
Oké, dus het was niet alleen zo dat je echt allebei...
Je moest er niet allebei te studeren.
Oké, daar was ik al even benieuwd naar.
En we gaan even luisteren over een quote van Johan over gehuwde studenten.
Nou, er was dus een woonplicht wat jij aangaf.
En dat was, ik meen, tot en met je vakproperduizen dacht ik dat dat was.
Eerste twee jaar.
Eerste twee jaar, ja.
Of voor gehuwde studenten was die plicht er niet.
Er hebben toen wel wat gehuwde studenten op de campus gewoond.
Maar dat had ook te maken met dat de studentenkamers daar toen nog niet zo geschikt voor waren.
Er waren een paar.
De Souterrain en de Wensveenfles was voor gehuwde studenten.
En de bovenste verdiepingen van Kalslaan Aouds waren.
En op de patio waren er in ieder geval één of twee.
Ook de bovenop.
Ik heb de eerste paar jaar ook op de campus gewoond.
Dat ging allemaal heel prima.
Wat ik me dan afvraag.
Want er waren dus twee flats voor gehuwde studenten.
Nee, dan waren er wel meer.
Dat zegt Johan ook.
Ook bij de paatshows was het ook wel.
Ik kende ze van de Kalslaan.
Ik heb zelf op de Kalslaan gewoond.
En de lage flats in de Kalslaan hadden in het zoeterrein.
En de hoge flats op de bovenste verdieping hadden.
Gehuwde eenheden.
Dan wil ik verder over de sportende studenten.
Wat ik leuk vond aan je gesprek met Johan.
Was dat je heel erg merkt dat hij een enorme hart voor de zaak had van Kronos.
Dat hij bijvoorbeeld nog steeds lid is.
Al vijftig jaar lang.
En dat hij ook erelid is.
volgens mij is hij dan inmiddels
gok ik geen clubrecordhouder meer, want dat was hij
op de 4x1500 meter.
Dat zou best dus kunnen, ja. Ik geloof niet
dat hij nog clubrecordhouder is.
Het is zelfs nog sterker.
De status
die hij heeft binnen Kronos. Er bestaat een wedstrijd
van Kronos, die heet Johan Knaap Games.
Oh, wat leuk. Vertel. Weet je daar wat meer over?
Ja, nou moet je nagaan. Er zijn
wel meer atletiekwedstrijden die naar een
beroemde atleet zijn
vernoemd. Bijvoorbeeld in Brussel de Ivo
Van Dammen Memorial. Die is naar een overleden
atleet Ivo Van Dammen genoemd.
Maar dat was een wereldtopper.
Johan Kraap was een goede atleet, maar geen wereldtopper.
Maar hij heeft zoveel verdiensten voor
Kronos, dat er nu nog een jaarlijkse
wedstrijd is, waar Johan ook altijd naartoe
komt. Wat leuk!
Johan Knaap Games. Wat leuk!
Dan wil ik echt een keer naartoe.
Moet je zeker doen.
Iets anders over Johan Knaap.
Hij heeft zoveel voor de atletiekwereld
in Nederland, niet alleen voor Kronos, maar voor de
atletiekwereld in Nederland betekent dat
die er een koninklijke onderscheiding voor heeft gekregen.
Ja, dat las ik.
Maar ik kon me niet heel erg goed opmaken waarvoor.
Was dat omdat hij de scheidsrechter...
internationaal en nationaal scheidsrechter is?
Ja, voornamelijk.
Maar je krijgt een koninklijke onderscheiding.
Een lintje, zoals we dat noemen...
krijg je voor grote verdiensten op een of ander gebied.
En zijn totale verdiensten voor de atletiek in Nederland...
zijn zo groot dat het Hare Majesteit behaagd heeft...
om hem een lintje toe te kennen.
Wat leuk, wat goed.
Nog in de tijd van Hare Majesteit.
Dus nog in de tijd dat koningin Beatrix ons staatshoofd was.
Nou, dan verdient hij dat lintje ook wel als ik dit hoor.
En die wedstrijd ook, dat hij nou die vernoemd is.
Juist was ook lid van een sportvereniging?
Ja, ik ben lid geweest van de voetbalvereniging.
Ik heb voornamelijk aan zaadvoetbal gedaan.
En voor mezelf atletiek training gedaan.
Oké, dus je kende Ben en Johan dan ook wel?
Dat is het grote verschil tussen de drie die ik geïnteresseerd heb.
Ben en Johan kende ik behoorlijk goed.
En de laatste waar we het zo meteen over gaan hebben.
Henk van Dorp.
Die kende ik niet.
Dus ik dacht dat zal wel heel anders worden.
Ja, totaal niet.
Nee, dat was niet anders.
Gewoon twee oude kerels die een kop koffie inscheken.
En weten waar ze over gaan praten.
En het gesprek loopt gewoon voor de hele tijd.
Dat leuk.
Even kijken.
Wat ik trouwens ook heel leuk vond.
Is dat, ik weet niet meer welke van de twee het had genoemd.
Of Ben of Johan.
Maar dat Kronos toen de tijd nog heel klein was.
Volgens mij waren het aantal leden op twee handen te tellen.
En dat ze de universiteit of THT dan toen de tijd gewoon de Sintelbaan heeft aangelegd.
En daar waren ze toen heel verbaasd over dat ze daar toch wel geld tegen aansmeten voor een hele kleine vereniging.
Ja, maar dat was ook mede om te bevorderen dat studenten aan atletiek gingen doen.
Dus het was wel de bedoeling dat er meer leden zouden komen.
Atletiek is niet zo'n heel populaire sport in Nederland.
Maar ja, als je naast de deur goede accommodatie hebt liggen.
Ja, wie weet ga je dan wel over de streep om toch aan atletiek te gaan doen en lid te worden.
Wat dat betreft bevoordert de THT dan wel echt verenigingen?
Dat is overal gebeurd.
Neem het beroemde verhaal over het buitenzwembad, wat je vast al kent.
Of niet?
Ja, kan je daar wat over vertellen?
Toen de THT gebouwd werd, was er een binnenswembad in het sportcentrum.
Is er nog steeds een bad van 16 tweederde meter.
Dus zes baantjes is honderd meter.
En toen wilde de THT eigenlijk ook wel graag een buitenzwembad.
Maar de vrees was dat dat niet goed gevonden zou worden door de Rijksgebouwendienst die het toen nog overging.
Dus toen was het verhaal van, ja moet je horen, wij zitten in Enschede aan het einde van het waterleidingnet.
Er staan hier dure gebouwen, er staan dure apparaten in.
Er werken veel mensen, er studeren veel mensen.
Wij zijn niet voldoende geëquipeerd als er brand komt.
Wij hebben een voorraad bluswater nodig.
Ja, zei de Rijksgebouwendienst, dat is een goed idee.
Mogen wij dan een bassin aanleggen voor een voorraad bluswater?
Ja, doe maar.
Mogen we dan zelf weten hoe dat eruit ziet?
Ja, dat is wel goed.
En zo is het buitenswembad gekomen.
Oh, dat is heel slim.
Als je bij het buitenswembad staat.
Formeel is het geen...
Het is natuurlijk een zwembad.
Het ziet eruit als een zwembad.
Er zwemmen mensen in.
Tuurlijk.
Maar formeel is het een voorraad bluswater voor calamiteiten.
Wat goed.
Dat hebben ze heel slim aangepakt.
Dat is ook de reden dat er geen ondiep gedeelte in dat bad is.
Het is alleen maar één bak met water.
Alleen maar diep water.
Dus toen ik eerstejaars was, moest ik aan de badmeester daar laten zien dat ik kon zwemmen.
Kom maar naar het zwembad, doe je kleren maar uit.
Je zwembroek aanspring naar me in, laat maar zien dat je kan zwemmen.
En dan kreeg je een zwemzegel op je campuskaart.
Je had een campuskaart voor alle culturele en sportvoorzieningen.
Maar je mocht alleen het zwembad in als je ooit één keer aan de badmeester had laten zien dat je kon zwemmen.
Omdat er geen ondiep gedeelte is.
En daar was je zwemdiploma niet goed voor of hadden jullie dat toen de tijd niet?
En dat had je niet bij je.
Je kwam hier studeren en je zwemdiploma was waarschijnlijk nog wel thuis bij je ouders of zo.
Ja, oké.
En dan kreeg je dus een stempel op je campuskaart.
En vanaf dan mocht je gewoon zwemmen wanneer je wilde.
Dat mocht je net zo vaak.
En dan had je laten zien dat je kon zwemmen aan de badmeester.
Ja, wat leuk.
Ja, nu hebben we gewoon een campuskaart digitaal.
En dan vraag je gewoon aan dat je wil zwemmen.
En dan betaal je één keer volgens mij 30 euro.
En dan kan je gewoon zwemmen wanneer je wilt ook eigenlijk.
Ja, maar toen wou de badmeester echt zien van al zijn klantjes dat ze echt konden zwemmen.
Goed, ik kan me dat niet voorstellen.
Maar wel goed dat ze het doen natuurlijk.
Want ik kan me goed voorstellen dat heel veel buitenlandstudenten niet kunnen zwemmen.
Ja, dat zal vast wel, ja.
Ja, nou goed dat ze dat doen.
Ik was verder nog benieuwd, kan je een beeld scheppen van hoe het eten in een mens had toen de tijd eruit zag?
Want ik begreep dat je niet, nu ga je langs een buffet.
En dat was toen niet zo?
Jawel hoor.
Oh wel, oké.
Ja, nee, bij het begin, het ging toen nog maar papierenbonden natuurlijk.
Nu is het allemaal digitaal betalen met je bankpasje.
Je kocht papieren bonnen.
Je ging met een bon naar de mens aan.
Dan pakte je een dienblad.
Daarbij ging je langs de balie.
Dan kreeg je een bord eten opgeschept.
Beetje vlees, aardappels en groenten.
Als dat toevallig het menu was.
En een toetje.
En dan prikte je je bon duidelijk zichtbaar voor het personeel.
Op een pen die daar stond.
En dan had je betaald.
En dan ging je eten.
Het was in die tijd ook nog zo dat je de groenten en aardappels kon bijhalen.
Als je meer trek had dan je was opgeschept.
Je kreeg geen extra vlees.
Maar aardappels en groenten kon je net zoveel bijhalen als je wilde.
Dus uiteraard werd daar ook wel misbruik van gemaakt.
Dan kwamen de studenten met een bord en eigen bestek.
Door de uitgang kwamen ze naar binnen.
Dan schepten ze aardappels en groenten op.
Kregen ze geen vlees.
Maar aardappels en groenten, als ze daar tevreden mee was, hadden ze gratis eten.
Dat was slim.
Dat was niet de bedoeling.
Het gebeurde wel.
Ja, over dat extra vlees.
Ik begreep van Johan dat je wel extra vlees kon krijgen als je topsporter was.
Ja, topsporters konden een speciaal menu krijgen.
Ja, een speciaal menu ook zelfs.
Ja, met vaker biefstukken en zo.
Oh ja, wat goed.
Ja, dat had ik gehoord in een fragment van jullie.
En dat Johan ook zei van, je moest dan wel echt aan de sporttafel zitten.
En alleen dan kreeg je extra vlees en extra porties wat je wilde.
Nou, je kon dus wel zoveel eten als je wou.
Alleen je kreeg één keer een normale portie vlees.
En dan kon je aardappels en groenten bijhalen zowel als je wilde.
Of rijst als dat er was.
Wat grappig. Ik kan me er echt niks bij voorstellen.
Nu loop je langs je buffet, betaal je 7 euro en dan krijg je één portie.
Ik kan me toevallig nog herinneren in mijn eerste jaar wat de prijs van de Mensa was.
Als je een losse Mensabon kocht was het 2 gulden 25.
Als je een boekje van 10 kocht was het 2 gulden 15 per bon.
Dus laten we even zeggen gemiddeld 2 gulden 20.
En 2 gulden 20 is toevallig precies 1 euro.
Zo!
Dus je kon voor 1 euro eten in die tijd.
Wat een verschil!
Ja, hè?
Dan gaan we door naar de laatste persoon, Henk van Dorp.
Ja.
Voor de achtergrond van Henk.
Henk kwam uit Rotterdam en de keuze voor de THT is beïnvloed door zijn rector.
Die adviseerde hem de THT aan omdat hij een introverte jongen was.
En het verplicht te wonen op de campus zou hem goed doen om wat extraverter te worden.
En op de campus in 1964 ontdekte hij een bijzondere manier van samenleven die uniek was voor die tijd.
Wat ik interessant vond was dat er maar 200 plekken beschikbaar waren voor studenten die niet in Twent woonden.
Door de woonplicht.
En hoe moet ik dat dan voor me zien?
Dat weet ik niet precies.
Dat zou ik kei beter aan Henk vragen.
Maar het is inderdaad wel zo.
Ik zou eerder andersom redeneren.
Mensen die hier in de regio wonen, zouden eventueel thuis kunnen blijven wonen.
En Henk uit Rotterdam niet natuurlijk.
Je kan niet iedere dag vanuit Rotterdam hier naartoe komen.
Dus je zou zeggen dat mensen van ver weg voorrang krijgen boven mensen uit de regio hier.
Maar het was in die tijd net andersom.
Ja, ik zou dat ook denken.
Het was in die tijd net andersom.
Kennelijk om te stimuleren dat mensen uit deze regio gingen studeren en hier gingen studeren.
Ja, aan de ene kant snap ik het wel.
Zeg maar je eigen regio bevoordelen.
Maar aan de andere kant is het ook weer zonde dat het toen de tijd dan niet zo was.
Dat er maar 200 plekken beschikbaar waren.
Maar wel goed dat dat gebeurde.
We hebben het trouwens later wel gehad.
Zeg maar in de negentiger jaren of de jaren nul van deze eeuw.
Als er dan in het begin van het studiejaar, als er campuskamers te weinig waren, was er een wachtlijst.
En die wachtlijst werd opgeschoond op basis van het aantal uren reistijd dat je had vanaf je ouderlijk huis.
Dus de mensen die het verst woonden, kregen dan het eerst een nieuwe vrije kamer.
En hoe kwamen die kamers dan vrij als mensen stopten met hun studie?
Nou ja, ik bedoel, ieder jaar komt er in augustus of september een hele lichting eerstejaars.
Die willen allemaal een kamer.
En gedurende het jaar gaan de mensen weg.
Die gaan in de stad wonen of die studeren af of die stoppen met hun studie of wat dan ook.
Dus de uitstroom is verdeeld over het hele jaar.
Maar de instroom is altijd rond het begin van het opleidingsjaar.
Maar hoe zat het dan met de woonplicht?
Want als je verplichte woonplicht had en je woonde dan niet op de campus, kon je dus alsnog wel studeren?
Ja.
Oh, dat wel. Oké, als er gewoon geen kamers waren, dan was het oké.
Vandaar dat ze die wachtlijst hadden en die opschoonden vanaf de verstwonende studenten.
Want dichtstbijzijnde studenten konden het makkelijkste iedere dag naar de campus komen.
Ik wil het graag hebben over de inrichting van de flats.
Wat ik begreep was dat alle drie de heren konden zich ook nog goed herinneren hoe dat uitzag.
Iedereen had hetzelfde bed, bureau, lamp.
En dat er zelfs was voorzien van een lakendienst en een schoonmaker.
Wie betaalde dat dan?
De UT.
Nou, de studenten in feite natuurlijk, want je betaalde campus geld.
Je moest campus geld betalen.
Dat was je huur plus de servicekosten.
Dus het gebruik van het elementaire meubilair.
Iedereen heeft een bed nodig, iedereen heeft een kast nodig.
Iedereen heeft een bureau nodig en een stoel.
Dat was dan in een campuskamer.
En omdat het helemaal in het begin de bedoeling was om studenten maximaal te laten studeren
en zo min mogelijk lastig te vallen met andere klussen,
was er ook inderdaad een lakendienst.
Iedere week kwam er iemand om je schone lakens.
Ik heb een bovenlaken, onderlaken en een handdoek.
En dat werd iedere week verschoot door de UT.
Wat goed hoor, dat hebben we nu niet meer.
En weet je nog wat je daarvoor moest betalen voor je huur- en servicekosten?
Dat zal toen ongeveer 150 gulden, in mijn eerste jaar ongeveer 150 gulden per maand geweest zijn.
Zo, dat is geen geld?
Nee, maar we hebben het over andere tijden.
Ja, dat is waar.
En je collegegeld toen de tijd, kan je dat ook nog herinneren?
Ja, dat was 200 gulden per jaar.
Maar dat hoefde je maar vier of vijf jaar te betalen.
Daarna was het studeren gratis.
Dus als je lang over je opleiding deed...
Dat werd het goedkoper van, ja.
Oh, oké. Want nu moet je en elk jaar betalen.
En als je er lang over doet, zit nu de lang studeerboete natuurlijk.
Zo, dat is ook wel een verschil dan met vroeger, hoor.
Ik snap wel dat collegegeld omhoog gaat.
Ik betaal nu 2500 euro voor een jaar.
Maar dat je dan ook...
Ja, nu ook met de lang studeerboete...
Ik ga er zelf geen last van krijgen, hoop ik.
Maar ik snap dat nu bijvoorbeeld de Bataviren race...
die gaat nu dit jaar vervallen.
Omdat die lang studeerboete er is.
Dus mensen willen dat risico niet nemen.
Ja, klopt.
Ja, zonde.
Wel mooi dat het in die tijd dan gratis was.
Erg jammer trouwens dat de Bataviren race gesneuveld is.
Ja, ik heb de afgelopen twee jaar meegedaan.
Ik vond het fantastisch.
Ik vind het echt heel jammer.
Ja, ik heb een keer of tien meegedaan.
Zo!
Dus als student, maar ook later als medewerker nog wel.
Dan kon je ook nog wel in een studententeam terechtkomen als je dat graag wou.
Wat leuk.
Ja, ik heb denk ik alle herenetappes in de nachtploeg heb ik wel een keer gelopen.
Wat leuk. En ook lange afstanden dan?
Ja.
Ja, want je deed natuurlijk natuurlijk aan atletiek.
Dus dat snap ik wel.
En toen de tijd had je ook telefooncellen in de flats?
Nee, in de flat had je een telefoon.
Daar kon je wel mee gebeld worden van buiten.
Maar je kon er niet zelf mee bellen.
Als je je ouders wilden bellen bijvoorbeeld of iemand anders.
Dan moest je naar een telefooncel.
Dus naar een munttelefoon.
Zo'n hokje, zo'n groen hokje.
Met een telefoon erin waar je een kwartje in kon gooien.
En dan kon je daar bellen.
Je moest naar buiten om iemand anders te bellen.
Buiten de campus.
Binnen de campus kon je wel met je flattelefoon bellen.
Ik kan me ook echt niks erbij voorstellen.
Ik heb nu gewoon altijd mijn telefoon bij me.
En ik kan elk moment gewoon bellen wat ik wil.
Zo, oké.
En dan, je ouders konden jou dus wel bereiken.
En dan sprak je dat dan ook af.
Van hey, bel me zaterdag op dit tijdstip?
Dat gebeurde wel, ja.
Ja, want het is natuurlijk de flat waar ik woonde.
Er woonden 16 studenten.
Er waren twee interne telefoons, campus telefoons.
Dus als die telefoon ging, ja, voor wie is dat?
Wie moet er nou opstaan om die telefoon aan te nemen?
En iemand anders uit zijn kamer te halen als het telefoon voor die student was.
Ja, ik kan me dan wel voorstellen dat dat communitygevoel heel sterk wordt.
Nu kan ik dan heel makkelijk iemand appen of bellen als ik iets wil afspreken.
Maar ja, als je buiten de campus moet gaan...
om mensen buiten de campus te kunnen bellen om dingen af te spreken...
Nee, niet buiten de campus.
Er waren telefooncellen op de campus.
Ja, dus dan kan ik me voorstellen dat juist binnen de campus...
heel gemoedelijk met elkaar was en dat je echt heel erg veel met elkaar juist was.
Maar dat is misschien een conclusie die ik eruit trek.
Dat zou ik me nu niet kunnen voorstellen.
Nou ja, je wou wel eens uiteten in de stad.
Of je wou naar de bioscoop of zo.
De bioscoop was hier niet op de campus.
Dan fietsen die wel naar Enschede.
Ja, oké.
Zelfs de keukens waren ook volledig ingericht, toch?
Met pannen, bestek en borden?
Dat heb ik niet meer meegemaakt.
Pannen wel, heb ik wel meegemaakt.
Maar je moest wel je eigen bord en je eigen bestek verzorgen.
Dus van huis meenemen.
Of je had de uitermensa.
Dat gebeurde natuurlijk ook.
Ja, dat gebeurt nog steeds trouwens.
Ze hebben nu niet meer onlangs het bestek veranderd.
Ze hebben nu houten bestek voor.
Ja, en dat was volgens mij en omdat er dus veel gestolen werd.
En wegens milieuredenen.
Maar ik ken een student huis in het centrum.
Die heeft het hele bestek aan de mensen had te danken, zeg maar.
Dus ja, ik snap wel dat ze dat veranderd hebben.
Zou het echt milieuvriendelijker zijn om houten bestek iedere keer weg te gooien?
In plaats van metalen bestek af te wassen?
Ja, ik denk zelf eigenlijk dat het meer een beetje greenwashing is.
Zelf.
Maar ja, wie ben ik om dat te zeggen?
Maar ja, ik snap wel als er veel gestolen wordt.
Dat zal de vernaamste reden zijn.
Ja, dat denk ik ook hoor.
Maar ja, ik weet het niet.
En wie we nog helemaal niet besproken hebben...
is het fenomeen Ma-Elsburg.
Kan je wat over haar vertellen?
Ja, er was een...
Wat nu Logica is, het gebouw op de campus dat Logica heet...
was helemaal in het begin een meisjeshuisvesting.
Daar wonen de meisjestudenten.
En die hadden daar een hospita.
Ja, daar was een volwassen vrouw in dienst.
Die daar een beetje moederde over die meisjes die daar woonden.
Oké.
En wat ik dus wel grappig vond is dat tot nu toe alles wat ik over haar gehoord was, was enorm positief.
Nou, ze werd dus ook ma genoemd.
Dat zegt dan wel wat mensen over haar dachten.
En misschien voel je hem al wel aankomen, maar daar dacht Henk heel anders over.
Onze bestekken geloof ik.
de diefst op bestekken en borden.
Want toen kwamen we terug van vakantie.
Geloof ik, ik weet het niet zeker meer.
Toen was alles, bestek was weg.
En de borden, weet ik het allemaal.
Ma Elsenburg had die ingenomen.
En ik vond het dat diefstal was.
Wat ik benieuwd was, hebben ze dat bestek teruggekregen?
Dat heb ik eigenlijk niet gehoord.
Nee, dat was ook vol mijn tijd.
Dus dat weet ik niet zeker.
Dat zou je dan aan Henk moeten vragen.
Maar ik kan me wel voorstellen dat dat gebeurd is.
Er werd veel achterover gedrukt in de Mensa aan bestek.
En als er dan eens een keer een campusmedewerker op een flat was.
En die zag van dat is typisch Mensa bestek.
Dat die dat dan mee terugnam.
Dat kan ik me wel voorstellen.
Dus eigenlijk deed ze dat dan voor de Mensa?
Ja.
Want wat ik begreep was dat Henk en huisgenoten niet te please waren.
Over dat hun bestek allemaal weg was.
Nou ja, je bent opeens je bestek kwijt natuurlijk.
Hoe moet je dan eten?
Ja, ik weet ook niet of het hetzelfde bestek is als wat THT'en toen aanleverden.
Als dat hetzelfde was als de Mensa.
Nou, het zou best eens kunnen zijn, dat weet ik niet zeker meer,
dat de letters THT erin gegraveerd waren in het bestek.
Nou ja, dan zou je wel kunnen zeggen dat het of van de Mensa of van het wel echt tot de flat toe behoorde.
Ja, ja.
Oké, kan je wat vertellen over het eten in de Mensa en de tafelmanieren uit die tijd?
Nou, je ging dus langs de Bali om je mensen maaltijd te halen.
Dat deed je of alleen of soms met een groepje.
Dan ging je aan tafel en zou je even smakelijk eten natuurlijk.
En er waren misschien ook soms wel eens mensen die even stil wilden zijn voor het eten.
Nou, dat respecteer je natuurlijk.
En dan eet je je maaltijd op en je gaat even bijhalen als je nog meer aardappels of groente wil.
En je wacht even netjes tot iedereen uitgegeten is.
En dan sta je op en dan moest je wel je eigen bord en bestek naar een kar brengen en op de kar zetten.
En de tafel netjes achterlaten dat de volgende daar ook weer zo kan gaan zitten.
Ja, en zo ging dat. Heel gemoedelijk.
Verder, het werd al eerder over de verhoudingen tussen docenten en studenten.
Heb jij ook nog mondelingen tentamens gehad?
Of waren die toen de tijd al wel weg?
Ik heb in mijn eerste twee jaar eigenlijk alleen maar schriftelijke tentamens gedaan.
Die waren toen toch gangbaar.
Maar later in mijn doctoraalfase ook wel mondelingen tentamens.
En hoe merkte jij dan ook dat als je dus al een band had met docenten.
Dat het dan wat makkelijker was om een mondeling tentamen af te nemen?
Nee, dat ging toch altijd zo eerlijk mogelijk.
Stel je kent iemand goed en je gaat er vriendschappelijk mee om.
Maar ja, dit is toch echt eventjes een beoordelingsmoment.
Dus nu gaan we toch eventjes formeel docent en student spelen.
En dan gaat de docent toch echt even kijken of je voldoende weet van het vak om een voldoende te verdienen.
Ja, dat zou ik ook. Zo gaat het bij mij nu ook hoor.
Maar omdat Henk had gezegd dat, omdat toen hij studeerde, was ik een klein groepje studenten.
En die kenden dus allemaal de docent of begeleiders heel goed.
En hij zei dus dat ja, als je dan mondeling examen had, dat het dan een stuk wakkelijker was.
En dat goede cijfers ook wel vaak gegund werden.
Nou, dat is dan zijn ervaring.
Als jij niet, dan heeft dat niet lang geduurd, denk ik.
We gaan door naar het volgende onderwerp.
En dan ga ik gelijk even een quote laten horen.
Het gaat over de transformatie van Hengelo naar Enschede.
Toen is door iemand, of door mensen, studenten dan.
Oh, dat is vermisseling van die plaatsvang.
Ja, dat is tijdens onze studentenraad gebeurd.
en een van de grootste
hacks geweest, aval la lettre
dat was echt een hack
maar dat moet goed georganiseerd
zijn, je moet precies
even waarin waren allemaal bordjes hangen
dat het er op z'n minst ongeveer
evenveel zijn
ze zijn met bordjes naar
politiebron, die hebben we gevonden
en de volgende ochtend
het auto
Hennesse, nee, ik moet nog engelen
En omgekeerd.
Toen Henk in de studentenraad zat, hebben mensen in de nacht alle plaatsnaamborden van Hengelo en Eendscher op elkaar wisseld.
Kan je daar wat meer over vertellen?
Ik ben daar niet bij geweest, het was voor mijn tijd.
Maar het is wel een legendarische grap waar nu nog steeds over gesproken wordt.
En ik vind het ook wel een typische studentengrap.
Er zit een flinke hoeveelheid organisatie onder.
Je moet eerst inderdaad kijken, waar hangen al die botjes?
Hoeveel zijn het er?
Zijn het er wel ongeveer evenveel dat we Hengelo en Enschede echt met elkaar kunnen verwisselen?
Welk gereedschap hebben we nodig om het netjes te demonteren?
Hoeveel mensen hebben we daarvoor nodig?
Zijn al die mensen wel bereid om precies te doen dat we met elkaar afspreken?
Dat het echt allemaal goed gaat?
Voor zover ik weet, niks kapot gemaakt.
Wel bordjes verwisseld, maar niet bordjes kapot gemaakt of zo.
En ook later, toen de grap over was, ook weer netjes teruggehangen.
Ik vind het wel een hele leuke, nette studentengrap.
Dat is echt een organisatie.
Ja, geen schade. Goed georganiseerd.
Geen schade gedaan.
Wel een grap uitgehaald.
Mensen op het verkeerde been gezet.
Ja, prima grap.
Oké, nou top.
Nou, dan wil ik jou gewoon heel erg bedanken voor je tijd.
Graag gedaan.
Top.
Vond je dit interessant?
En wil je de gehele interviews horen die Martin heeft afgenomen...
met Ben Bentlem, Jan Knaap en Henk van Dorp?
Ga dan naar de show notes om deze te vinden.
Mogen het de pioniers, de vormgevers en hun opvolgers gegeven zijn...
Niet zo hoge school op 3-0 in de bandstad Twente.
Te zien uitgroeien tot een vast steunsel aan de onderhoud der vrijheid.
.