Neighbors & Community - Part 3 — that's what Lisa and Maarten are talking about in this A2 lesson about neighbors & community. Key words: de buurman, de computer, de buurt. Great for inburgering prep! Alles voor je examen op inburgeringprep.com: Dutch lessons online.
This lesson teaches you relative clauses (die/dat) in context, plus you'll learn about the buurtfeest, klussen, and dutch neighborly culture — a topic that comes up on the KNM exam.
Practise this exam skill: schrijven A2 oefenen.
Vocabulary from this episode — more: the days in Dutch
Perfect practice for inburgering exam listening comprehension at A2 level. Join Lisa and Maarten every day for bite-sized Dutch lessons.
Study for your inburgering exam with the study guides. Also useful: NT2 examen oefenen.
Listen on other platforms:
🎵 Spotify
📺 YouTube
🍎 Apple Podcasts
🌐 More practice at the study guides
Lisa and Maarten are two friends who chat in simple Dutch about everyday life. Perfect for beginners learning Dutch. Short daily episodes with vocabulary, grammar tips, and cultural insights about the Netherlands. From greetings and food to Dutch traditions and daily life — learn Dutch by listening to natural conversations from A1 up to B2 level.
Hoi
Maarten!
Pfoe,
ik
ben
een
beetje
moe
vandaag.
Oh
echt?
Hoi
Lisa.
Had
je
een
druk
weekend?
Ja,
superleuk,
maar
ook
druk.
We
hadden
een
feest
in
mijn
straat.
Het
was
het
jaarlijkse
buurtfeest!
Ah,
een
buurtfeest!
Dat
klinkt
gezellig.
Vertel!
Ja,
het
was
echt
top.
De
buren
die
naast
mij
wonen,
hadden
het
georganiseerd.
Ze
hadden
een
uitnodiging
in
elke
brievenbus
gedaan.
Kijk,
dat
is
netjes.
En
wat
hebben
jullie
gedaan?
Nou,
iedereen
nam
iets
te
eten
mee.
Er
was
een
vrouw
die
de
beste
salade
ooit
maakt.
En
een
man
die
een
enorme
barbecue
in
zijn
tuin
heeft.
Die
hebben
we
gebruikt.
Ja
precies,
een
grote
barbecue
is
altijd
een
goed
idee.
Was
de
hele
buurt
er?
Bijna
iedereen,
denk
ik.
Ik
heb
nieuwe
mensen
ontmoet.
Er
woont
een
nieuwe
man
in
het
huis
dat
een
paar
maanden
leeg
was.
Hij
is
heel
aardig.
Dat
is
fijn.
Goede
buren
zijn
belangrijk.
Zeker!
Oh
wacht,
dat
is
ook
een
goed
verhaal.
Ik
had
een
klein
probleem
in
mijn
huis.
Ik
wilde
een
schilderij
ophangen.
Oké,
en?
Ik
had
geen
boormachine!
Dus
ik
dacht,
ik
vraag
het
aan
mijn
buurman.
De
buurman
die
al
heel
lang
naast
me
woont.
En
die
had
er
wel
een,
neem
ik
aan?
Jazeker.
Hij
opende
zijn
schuur...
Wauw.
Hij
heeft
echt
alles.
Het
gereedschap
dat
hij
heeft,
is
ongelofelijk.
Hij
gaf
me
meteen
de
boormachine
die
ik
nodig
had.
Haha,
zo'n
buurman
heb
ik
ook.
Hij
heeft
een
hele
grote
ladder.
Die
leen
ik
soms
als
ik
mijn
ramen
moet
wassen.
Precies!
Het
is
zo
handig.
Ik
heb
hem
geholpen
met
iets
anders.
Zijn
computer
was
traag.
Dat
is
dan
weer
iets
dat
ik
goed
kan.
Dat
is
een
goede
ruil.
Een
boormachine
voor
een
snelle
computer.
Ja,
zo
help
je
elkaar
een
beetje
in
de
buurt.
Dat
vind
ik
wel
fijn.
Dat
is
waar.
Een
goede
buur
is
beter
dan
een
verre
vriend,
zeggen
ze
toch?
Precies!
Hij
zei
ook:
'Als
je
ooit
weer
klusjes
hebt,
vraag
het
gewoon!'
Zo
lief.
Klusjes,
dat
is
een
typisch
Nederlands
woord.
Wat
bedoel
je
daar
precies
mee?
Oh,
dat
zijn
kleine
werkjes
in
huis.
Een
lamp
ophangen,
een
muur
schilderen,
dat
soort
dingen.
Ah
ja.
En
daar
heb
je
vaak
gereedschap
voor
nodig.
Zoals
een
boormachine
of
een
ladder.
Ja,
precies.
Het
gereedschap
dat
ik
dus
niet
heb,
haha.
Nou,
gelukkig
heb
je
een
buurman
die
alles
heeft.
Dus
ja,
we
hebben
het
gehad
over
mijn
buurtfeest
en
hoe
handig
goede
buren
zijn.
Zeker
als
je
klusjes
in
huis
hebt.
Eigenlijk
wel.
Het
gaat
over
elkaar
helpen
in
de
buurt.
Van
barbecues
tot
boormachines.
Precies
dat!
Het
was
een
goed
weekend.
Nou,
ik
moet
weer
verder.
Ik
spreek
je
volgende
week
weer!
Is
goed!
Tot
dan,
doei!