"Waar is de supermarkt?" (Where is the supermarket?) — in today's A1 inburgering prep lesson, Lisa and Maarten explore directions & getting around. You'll hear words like links, rechts, rechtdoor. Everything for your exam at inburgeringprep.com: een gratis oefenexamen.
This lesson teaches you prepositions, imperative in context, plus you'll learn about dutch cycling culture — a topic that comes up on the KNM exam.
Train dit examenonderdeel: lezen examen B1.
Vocabulary from this episode — more: Dutch language grammar
Whether you're studying for the inburgering exam or just want to speak better Dutch, this A1 lesson is for you. Subscribe for daily episodes!
Preparing for the inburgering exam? Start with the exam simulator. Free on inburgeringprep.com: the Dutch citizenship test.
Listen on other platforms:
🎵 Spotify
📺 YouTube
🍎 Apple Podcasts
🌐 Free inburgering practice at het inburgeringsexamen
Lisa and Maarten are two friends who chat in simple Dutch about everyday life. Perfect for beginners learning Dutch. Short daily episodes with vocabulary, grammar tips, and cultural insights about the Netherlands. From greetings and food to Dutch traditions and daily life — learn Dutch by listening to natural conversations from A1 up to B2 level.
Maarten!
Help!
Ik
bel
je
op
de
fiets.
Lisa!
Pas
op!
Hoi.
Wat
is
er?
Ik
ben
verdwaald.
Helemaal
verdwaald
in
Utrecht.
Oh
nee.
Waar
ben
je
nu?
Stop
even
met
fietsen.
Ja,
oké.
Ik
stop.
Ik
heb
een
kaart,
maar
die
is...
moeilijk.
Goed.
Blijf
maar
even
staan.
Wat
zie
je?
Ik
zie
een
hele
grote
kerk.
Heel
hoog.
Met
een
grote
toren.
Ah,
de
Domtoren.
Dan
ben
je
in
het
centrum.
Dat
is
niet
moeilijk.
Fijn!
Ik
moet
naar
de
supermarkt.
Voor
boodschappen.
Welke
supermarkt?
De
Albert
Heijn?
Ja,
die.
Is
die
dichtbij?
Of
is
het
ver
weg?
Nee
hoor,
die
is
dichtbij.
Oké,
luister
goed.
Zie
je
de
grote
straat
voor
je?
Ja,
een
hele
drukke
straat.
Met
een
bus.
En
heel
veel
fietsen.
Dat
is
normaal
in
Utrecht.
Iedereen
is
hier
op
de
fiets.
Ja,
dat
zie
ik.
Het
is
echt
een
fietsstad.
In
Rotterdam
is
het
anders.
Oké,
voor
de
richting.
Je
moet
die
straat
in.
Ga
nu
naar
rechts.
Naar
rechts.
Oké.
En
dan?
Dan
ga
je
een
heel
stuk
rechtdoor.
Rechtdoor.
Oké.
Is
dat
een
lange
weg?
Nee,
het
is
niet
lang.
Je
fietst
voorbij
een
paar
winkels.
Ik
zie
een
HEMA.
Moet
ik
daar
voorbij?
Ja
precies.
Voorbij
de
HEMA.
Dan
kom
je
bij
een
gracht
met
een
brug.
Oh
ja,
een
gracht!
Wat
mooi
hier.
Ga
over
de
brug.
En
direct
na
de
brug
ga
je
links.
Oké,
dus
na
de
brug
ga
ik
naar
links.
Klopt.
De
supermarkt
is
dan
in
die
straat.
Naast
een
bakker.
Je
kan
het
niet
missen.
Oh
wacht.
Je
zegt
veel
woorden.
Rechts,
links,
rechtdoor...
Ja,
dat
zijn
richtingen.
Wat
is
rechtdoor
ook
alweer?
Is
dat...
vooruit?
Ja,
precies.
Niet
afslaan.
Gewoon
de
weg
volgen.
Dat
is
de
goede
richting.
Oké.
En
ik
ben
nu
verdwaald,
maar
de
supermarkt
is
dichtbij.
Eigenlijk
wel.
Je
bent
niet
echt
verdwaald.
Je
bent
gewoon
een
toerist
in
je
eigen
stad.
Haha,
ja.
Lekker
belangrijk.
Dus,
je
weet
de
weg
nu?
Ja.
Ik
ga
naar
rechts
de
grote
straat
in.
En
dan?
Dan
fiets
ik
rechtdoor,
over
de
brug,
en
dan
naar
links.
Perfect.
Dan
ben
je
er.
Super!
Dank
je
wel,
Maarten.
Ik
ga
weer
op
de
fiets.
Graag
gedaan.
En
kijk
goed
uit!
Doe
ik!
Tot
snel!
Doei
Lisa!