Today's episode is called "Bij de huisarts" and it's all about health & doctor visits. Lisa and Maarten practice A2 Dutch through a natural conversation about real Dutch situations. Featured words: geweest, gegaan, gedaan. More on inburgeringprep.com: inburgeringsexamen oefenen.
Today's grammar point is perfect tense (vtt). Along the way, discover dutch healthcare system and huisarts — essential knowledge for the inburgering exam.
Same skill, exam format: B1 lezen oefenen.
Vocabulary from this episode — more: Dutch language grammar
Whether you're studying for the inburgering exam or just want to speak better Dutch, this A2 lesson is for you. Subscribe for daily episodes!
Everything on this topic is in the exam simulator. Next step: KNM inburgering.
Listen on other platforms:
🎵 Spotify
📺 YouTube
🍎 Apple Podcasts
🌐 Study more at the exam simulator
Lisa and Maarten are two friends who chat in simple Dutch about everyday life. Perfect for beginners learning Dutch. Short daily episodes with vocabulary, grammar tips, and cultural insights about the Netherlands. From greetings and food to Dutch traditions and daily life — learn Dutch by listening to natural conversations from A1 up to B2 level.
Hoi
Maarten!
Jeetje,
je
bent
zo
stil
vandaag.
Alles
goed?
Hey
Lisa.
Ja
hoor,
maar
ik
ben
net
bij
de
huisarts
geweest.
Dus
ik
ben
een
beetje...
moe.
Oh
nee!
Wat
is
er
gebeurd?
Ben
je
ziek?
Nou,
niet
echt
ziek.
Laten
we
hier
even
zitten.
Ik
moet
toch
wachten
op
de
apotheek.
Oké,
vertel.
Wat
heeft
de
dokter
gezegd?
Nou
ja,
ik
ben
dus
naar
de
huisarts
gegaan
omdat
ik
de
laatste
nachten
heel
slecht
heb
geslapen.
Oh,
echt?
Dat
is
vervelend.
En,
wat
heb
je
toen
gedaan?
Ik
heb
een
afspraak
gemaakt.
Vanmorgen
kon
ik
al
komen.
Dat
was
wel
snel.
Ja,
dat
is
fijn.
Soms
moet
je
echt
lang
wachten.
En,
heb
je
je
hele
verhaal
verteld?
Ja
precies.
Ik
heb
verteld
dat
ik
steeds
wakker
word.
En
dat
ik
overdag
heel
moe
ben.
Ik
heb
de
laatste
week
ook
niet
veel
gewerkt.
Logisch.
Als
je
niet
goed
slaapt,
heb
je
geen
energie.
Precies.
De
dokter
heeft
een
paar
vragen
gesteld.
Wat
ik
heb
gegeten
en
gedronken.
Of
ik
stress
heb.
De
standaard
vragen.
En?
Heb
je
stress?
Niet
echt.
Ik
denk
dat
het
gewoon
een
drukke
periode
was
op
school.
Met
de
kinderen.
Die
hebben
veel
energie.
Haha,
ja,
dat
kan
ik
me
voorstellen.
En,
wat
nu?
Heb
je
medicijnen
gekregen?
Ja,
ik
heb
een
recept
gekregen.
Geen
zware
medicijnen,
hoor.
Iets
om
beter
te
slapen.
Ik
moet
het
een
paar
dagen
proberen.
Ah,
oké.
Dus
je
hoeft
niet
naar
het
ziekenhuis
of
zo?
Nee,
gelukkig
niet.
In
Nederland
ga
je
altijd
eerst
naar
de
huisarts.
Die
helpt
je,
of
stuurt
je
naar
een
specialist
in
het
ziekenhuis.
Ja,
dat
is
waar.
De
huisarts
is
de
eerste
stap.
Ik
ben
vorig
jaar
ook
geweest
omdat
ik
was
gevallen
met
de
fiets.
Oh
ja!
Dat
had
je
verteld.
Toen
heb
je
ook
iets
gekregen
voor
de
pijn,
toch?
Klopt.
Ik
hoop
dat
je
pilletjes
helpen.
Heb
je
ze
al
genomen?
Nee,
ik
moet
ze
nog
halen
bij
de
apotheek.
Daarom
zit
ik
hier
nog.
Oh
wacht,
je
zei
net:
'ik
ben
naar
de
huisarts
geweest'
en
ook
'ik
ben
naar
de
huisarts
gegaan'.
Is
dat
hetzelfde?
Ja,
eigenlijk
wel.
'Gegaan'
is
meer
de
actie
van
het
lopen
of
fietsen.
En
'geweest'
is
het
resultaat:
je
was
daar.
Maar
we
gebruiken
het
vaak
voor
hetzelfde.
Aha.
Dus
je
bent
erheen
gegaan,
en
je
bent
er
geweest.
En
je
hebt
je
verhaal
verteld.
Dat
is
het
belangrijkste.
Ja
precies.
Ik
heb
mijn
verhaal
gedaan
en
de
dokter
heeft
geluisterd.
Oké,
dus
even
samenvatten:
je
hebt
slecht
geslapen,
dus
je
bent
naar
de
huisarts
gegaan.
Precies.
Ik
heb
mijn
verhaal
verteld,
vragen
beantwoord
en
een
recept
gekregen.
En
nu
wachten
op
de
medicijnen.
Hopelijk
heb
je
vannacht
goed
geslapen!
Dat
hoop
ik
ook.
Nou,
ik
denk
dat
ik
aan
de
beurt
ben
bij
de
apotheek.
Ik
ga
erheen.
Oké!
Beterschap,
hè!
En
tot
snel.
Dank
je!
Tot
de
volgende
keer.
Doei!
Doei!