Bert Kisjes is 85 jaar oud geworden en in deze podcastreeks vertelt hij hoe werkwoorden zijn leven weerspiegelen. Dankzij een kleurrijke herfstboom, getekend door een jongen uit Oekraïne, ontstaat een verrassende denkoefening: welke werkwoorden geven écht betekenis?
Het werkwoord 'groeien'. Het belangrijkste woord, het belangrijkste werkwoord wat een beetje in de buurt van het werkwoord 'leven' komt, is het woord 'groeien'. Dat is wat je dagelijks doet. Of dit is wat je in je hele leven lang door doet. In de beginperiode is dat heel duidelijk.
Bert Kisjes:Je bent 5 pond of 8 pond of sommige zelfs 10 pond als je op de wereld komt. En dat groeit naar 70, 80, 90, 100, 130 kilo. Dat is een groeiproces. Ook mentaal groeien. Alles wat je doet is groeit.
Bert Kisjes:Je maakt dingen mee. Het meemaken van dingen, dat is later als je fysiek uitgegroeid bent, dat houdt nooit op en dat blijft je bezighouden. En daarom verdient dat ook het woord 'groeien'. Ik vind het heel lastig dat de economie het woord groei heeft gepakt, als ster om aan te duiden wat zij doen. In mijn ogen groeit geld niet.
Bert Kisjes:Geld vermeert en vermeerderen dat is een heel ander begrip. Dat is steeds meer van hetzelfde. Dat is niets iets nieuws brengen. Als je een plant naar een plant kijkt, of een zaadje, dan ben je toch verbaasd over het feit wat eruit komt. En hoe dat zaadje en wat eruit komt, omgaat met zijn wereld om zich heen.
Bert Kisjes:Want groeien, je bent nooit alleen in dat groeien. Dat is altijd een omgeving die daar invloed op heeft. Dat is 1. Dat heeft voor mij ook de consequentie dat ik met heel veel wat er in de wereld over de natuur wordt gezegd niet zoveel kan, want mensen stellen altijd voor dat wij de natuur ingaan, maar hoe kan je nou jezelf ingaan? Dat gaat helemaal niet.
Bert Kisjes:Je bent gewoon een deel daarvan. En als je dat niet meeneemt, dan kan je oordeel ook niet kloppen. Dus daar blijf ik een beetje buiten, buiten dat gesprek. Het besef dat je een stuk natuur bent, dat kan je wel enorm helpen. En dat geeft ook het beeld van wat je met elkaar hebt.
Bert Kisjes:Want als je, Iedereen kent het van plantjes, als daar steen in de buurt ligt, dan gaat dat plantje eromheen groeien. Want dat plantje weet ook al dat je niet door die steen heen kunt. Een mens doet het ook. In wees precies hetzelfde. En Je groeiproces is bezig met wat je tegenkomt.
Bert Kisjes:Je maakt iets mee en dat heeft invloed op dat groeiproces. Dat kan een ongeluk zijn in de auto. Dat kan een overval zijn en dat kan ook een verschrikkelijk mooi mens die je tegenkomt zijn. Er gebeuren altijd dingen en dat is niet beperkt tot je jeugd. In je jeugd ben je nog heel sterk bezig met je ontwikkeling om bij te raken bij al die andere mensen en om te kunnen wat die anderen ook kunnen.
Bert Kisjes:Later is je ontwikkeling afhankelijker van datgene wat je tegenkomt. Het is dus ook wel degelijk belangrijk wat je tegenkomt en dat je dingen tegenkomt. Als je dat uitband, dan beperk je je leven behoorlijk. In dat leven, in dat groeiproces, zoeken mensen ontzettend veel houvast, omdat ze niet zo erg geloven in dat groeiproces. En ook niet in die anderen om hen heen.
Bert Kisjes:Als je daar nou een beetje op leert te vertrouwen, als je een beetje op andere mensen durft te vertrouwen, en ook op dat groeiproces, heb je wat minder ballast nodig of houvast. Dingen die je dan stevigheid moeten geven. Je groeit vanuit de omgeving waar je geboren bent. Ik kom uit een boerenfamilie. Mijn vader was hoofd van een school.
Bert Kisjes:Die moest het boerenbedrijf laten gaan, want er waren al te veel broers en zoveel boerderijen had mijn opa niet. En daarin worden je allerlei dingen meegegeven. Je kan bij wijze van spreken daaruit al, dat is al een soort van beroepsopleiding ook. En heel veel mensen, toen ze nog niet naar school gingen, leren zo hun beroep. Dat leren ze van hun ouders.
Bert Kisjes:Ik kende bijvoorbeeld niet het fenomeen arbeider. Wij hadden geen, in mijn dorp was geen fabriek. Wat een arbeider was die naar een bedrijf ging en daar van zo laat tot zo laat ging werken, dat kende ik absoluut niet. Ik vond het ook een beetje raar. Ik kende een boerenbedrijf, maar dat was geen bedrijf.
Bert Kisjes:Daar was je altijd mee bezig. Of niet, want je kon ook daar wel vlieren fluiten zo nu en dan. Pas later via iemand in café die ik bijzonder mocht, heb ik geleerd wat een arbeider is. Die heeft me dat uitgelegd. Ik heb ook gemerkt hoe lastig zo'n proces is.
Bert Kisjes:Ik kwam hier in het westen, in de buurt van Hoogovens en ik wist niet wat een arbeider was. Gelukkig heb ik het geleerd, maar ik heb het nooit 100 procent geleerd. Dat zijn hele moeilijke leerprocessen, maar ze zijn erg boeiend en je bent er heel trots op wanneer je er iets van gaat snappen.