In deze podcast presenteert de Efteling je 'De Laafloop', een nostalgische audiotour uit het Efteling-archief. Zet je koptelefoon op of doe je oortjes in en wandel samen met Grootmeester Lavi door het Lavenlaar van 1990. In veertien afleveringen vertelt hij je alles over het olijke Volk van Laaf. In de bonusaflevering hoor je het verhaal van de Laafse geschiedenis, zoals verteld wordt in het Loerhuys.
Dit is het dus, terwijl u om u heen kijkt vertel ik u iets over onze geschiedenis. Miljoenen jaren geleden woonden wij hier heel ver vandaan in het hoge noorden nog een heel eind boven de noordpool. Het was daar toen helemaal niet koud. Integendeel de natuur overstelpte ons met al het lekkers dat de warme zon en gulle aarde ons schonk. Het was een paradijselijk bestaan.
Grootmeester Lavi:Dat duurde zo tot op een dag een natuurramp ons overviel. IJskoude sneeuwregens en stormwinden joegen wekenlang over het land. Zelfs de zon hing erbij als een hoopje ellende en treurde om onze wanhoop. Wij Laven kunnen namelijk niet tegen de koude, dan gaan wij dood of zoals wij zeggen wij leggen het grote lood. Wat moesten wij doen?
Grootmeester Lavi:De hele aardbodem leek op een reusachtige klomp ijs. Toen er geen redding meer mogelijk leek, kreeg grote Laaf ons aller aartsvader. Een lumineus idee. Hij riep ons tezamen en stelde voor een diep gat te graven in de aarde. Dat was de enige uitweg om aan de koude te ontsnappen.
Grootmeester Lavi:En het is ons gelukt, wij groeven en kapten onze weg tot diep in de buik van de aarde. Het was een weg naar een nieuw land maar tegelijk een onbekende weg naar een nog onzekerdere toekomst. Dit alles gebeurde lang heel lang geleden en sindsdien zijn wij onderweg geweest hebben we rondgezworven. We bleven dolen want nergens troffen we gedurende onze tocht levensvoorwaarden aan die ons bevielen. Integendeel, hoe meer we de aarde doorkruisten, hoe meer we vaststelden dat de mensen er een puinhoop van hebben gemaakt.
Grootmeester Lavi:Tot we hier diep onder de grond oppervlakte warme menselijke signalen opvingen en naarmate wij de aardoppervlakte naderde vervulde zich dat zijn van vriendschap en liefde tot een ware stroom die ons verdriet verdrong en onze harten verwarmde. Toen wisten wij met zekerheid dat we eindelijk een nieuwe thuiskomst konden vieren. Eindelijk en gedreven door een ontembaar geluk hebben we onze weg naar boven gegraven en het is hier een groot feest geworden dat begrijpt u wel. Straks zal ik u de put laten zien en ook het laddertje waarmee we hier zijn boven gekomen. Deze bevinden zich nog in het Loof- en Erehuys.
Grootmeester Lavi:Als we nu even achterom kijken naar de hoofdingang zien we links ervan het Slakkenfietsstation en rechts als het ware aanleunend tegen de ingang het Vleugelhelmhuys. Het lijkt wel een uitkijktoren van een middeleeuwse vesting en wonderlijke dakconstructie doet denken aan een Chinese soldatenhelm. Maar deze indruk is bedrieglijk. Er is niets militaristisch aan. Nergens maar dan ook absoluut nergens in ons Lavenlaar treft men dergelijke invloeden aan.
Grootmeester Lavi:Daarover mogen geen misverstanden bestaan. Wij houden van goede luim en lekker eten en drinken. Onze gebouwen getuigen allemaal van spontane uitbundige fantasie en levensvreugde zo zijn we zelf ook maar laat ik aanvangen met het begin. Het leven begint in het Kraamhuys waar de Laven baby's door de Liervogel aan de goede zorgen van Oermoeder Lot worden toevertrouwd. De Liervogel heeft voor ons Laven dezelfde betekenis als de ooievaar bij de mensen, maar ook hem komen we straks op onze tocht nog tegen.
Grootmeester Lavi:Nu als onderwijzer reken ik het tot mijn verantwoordelijkheid u erop te wijzen dat wij Laven wel eens andere woorden gebruiken dan jullie. Zo noemen wij onze baby's Larfkes en een naveltje is het laveltje. Deze kleine taalverschuivingen willen wij in stand houden, omdat we daarmee ons eigen karakter behouden. Terwijl we in de richting van Lots Kraamhuis wandelen passeren we het vleugelhelmhuis en gaan via het bruggetje over het Laven Laad.