Oral History Universiteit Twente

In deze aflevering gaat Lisanne Blommers in gesprek met Herman Koppelman over de vroege dagen van vrouwen aan de Technische Hogeschool Twente (THT), de voorloper van de Universiteit Twente. Centraal staan de herinneringen van vier pioniers: Carin Eilerts de Haan, Marja van de Braak-van Bodegom, Annemie Bongers en Ellen van Oost – de eerste vrouwelijke studenten die in de jaren ’60 en ’70 hun plek vonden binnen een overwegend mannelijke academische wereld.

Aan de hand van fragmenten uit de oral history-opnames bespreken Lisanne en Herman hoe deze vrouwen hun studietijd beleefden, welke obstakels zij tegenkwamen, en hoe ze hun weg vonden in een snel veranderende samenleving. Ook reflecteren ze op de rol van oral history in het bewaren van persoonlijke en institutionele herinneringen.

Luister de volledige gesprekken hier:

Luister naar de aflevering en ontdek:
  • Hoe het was om als vrouw te studeren aan een technische universiteit in de jaren ’60
  • De invloed van de tijdgeest op studie en emancipatie
  • Waarom oral history een krachtig middel is om vergeten verhalen zichtbaar te maken

What is Oral History Universiteit Twente?

Podcast over de geschiedenis van de Universiteit Twente

In deze podcastserie duiken we in de vroege geschiedenis van de Universiteit Twente, toen nog bekend als de Technische Hogeschool Twente. Je hoort persoonlijke verhalen van alumni en oud-medewerkers, rechtstreeks afkomstig uit ons Oral History-project. De interviews, afgenomen door voormalige UT-medewerkers, leveren waardevolle en vaak nieuwe inzichten op in het studentenleven op de campus in de beginjaren. Ga mee terug in de tijd en ontdek de wortels van onze universiteit.

In februari 2024 werd de eerste fase van het Oral History Project succesvol afgerond. Sinds medio 2023 zijn 21 alumni geïnterviewd die tussen 1964 en 1973 aan de Technische Hogeschool Twente studeerden. De interviews zijn gehouden door Marjan Beijering (externe projectleider), in samenwerking met een enthousiaste groep vrijwilligers – allen oud-medewerkers van de UT en lid van GEWIS – en Martin Bosker van het Videoteam. Het project staat onder supervisie van Wiljan Puttenstein, afdelingshoofd LISA-ADM.

Caitlin Bakker en Lisanne Blommers, studenten Communicatiewetenschap aan de faculteit BMS, maken op basis van deze interviews een serie podcasts.

In juni 2024 is fase twee van het project van start gegaan. Hierin worden oud-studenten geïnterviewd die in de periode 1974–1986 aan de UT studeerden.

Meer informatie over het academisch erfgoed van de Universiteit Twente is te vinden op deze pagina:

https://www.utwente.nl/oralhistory

Als een oase van rust bleef het landgoed Drienerlo ongerept de noordkant van de weg Enschede-Hengelo beheersen.

Welkom bij de podcast over de geschiedenis van de Universiteit Twente.

Toen nog bekend als de TH of THT.

In deze serie hoor je verhalen van oud-studenten en medewerkers rechtstreeks uit ons oral history project.

Ga mee terug naar de beginjaren van de campus en ontdek de wortels van onze universiteit.

Hallo en welkom bij weer een nieuwe aflevering van de podcast Oral History van de Universiteit Twente.

Mijn naam is Ysanne en vandaag gaan we het hebben over de allereerste vrouwen op de campus.

In 2022 was tussen een derde en de helft van de studenten ongeveer vrouw.

Maar in de beginjaren van de UT was dit heel anders.

De THT begon in 1964 met vier vrouwelijke studenten tegenover 239 mannen.

Dat is een flink verschil, maar hoe ervoerde deze vrouwen eigenlijk hun tijd op de campus?

Hoe werd er tegen hen aangekeken en hoe was hun positie tussen al die mannen?

Daar gaan we het vandaag over hebben, maar dat doe ik niet alleen.

We hebben onze vaste gast Herman Koppelman weer meegenomen.

Herman, welkom.

Dankjewel.

Jij studeerde zelf ook aan de THT, ik meen rond 1970.

Dat klopt.

Hoe was die verhouding toen tussen mannen en vrouwen tijdens jouw studietijd?

Nou ja, ik heb zelf toegepaste wiskunde gestudeerd.

Dus dat is vergeleken met de echt technische opleidingen was het daar wat gunstiger.

Maar ook daarvoor geldt dat er relatief weinig meisjes waren.

Dus ik schat zo'n 10, 20 procent.

Overigens was ik dat wel gewend, want ook de vooropleidingen, het voorgezet onderwijs,

daar zaten veel meer jongens op dan meisjes in die tijd.

Minder extreem, maar ook daar was er dus wel een duidelijk verschil.

Ja, maar 20 procent die toegepaste wiskunde dan deed, dat is dan best heel veel.

Vergelijken met elektrotechniek en werknabbelkunde zal dat heel veel zijn geweest.

We gaan het vandaag hebben over de interviews met Karin Eilerts de Haan,

Annemie Bongers, Ellen van Oost en Marja van der Braak.

Jij hebt zelf twee van deze vrouwen geïnterviewd.

Wie waren dat en hoe was dat een beetje?

Nou ja, dat waren Annemie Bongers en Marja van der Braak.

Ik vond het heel aardig om, ik heb zelf ook in die tijd gestudeerd,

we zaten er tegelijk zo ongeveer.

Dus ik vond het wel aardig om weer wat dingen te horen van vroeger.

Zijn er ook dingen die heel erg zijn opgevallen dan uit hun interviews?

Nou ja, wat ik achteraf wel heb gerealiseerd...

is dat we hier te maken hebben met vier vrouwen.

Dat geldt ook voor die andere twee.

Die de pioniers waren.

Want het was een tijd dat techniek en vrouwen...

die combinatie was erg ongelukkig.

Er zaten nauwelijks vrouwen in de techniek.

En dan komen zij hier aan op een technische hoogschool die er nog maar net is.

En die ook niet echt is voorbereid op hun komst.

Ja, ze krijgen te maken met vooroordelen.

Met ongelijke behandeling vergelijken met jongens.

Dus ik vond het heel mooi om te zien hoe zij daar dan op reageren.

Wat voor problemen ze tegenkomen.

Maar ook vooral hoe zij daar op reageren.

Ja, en je zegt de THT was niet helemaal gemaakt op hun komst.

Is dat dan door die ongelijke behandeling?

Of hoe bedoel je dat precies?

Nou ja, ze hebben er niet echt rekening mee gehouden dat hier vrouwen zouden komen.

Dan kijken we alleen maar naar de huisvesting.

En ergens een pand neergezet waar die vrouwen werden ondergebracht.

Dus er is nooit echt rekening gehouden dat hier veel meisjes zouden gaan studeren.

Dus gaandeweg moesten ze daar mee leren omgaan.

Was het echt zo'n gevoel van, oh shit, ze hebben nog een pand nodig.

Hebben nog ergens een kamer nodig?

Nou ja, dan dat maar.

Ja, ik denk dat het zo gegaan is.

Naar mijn gevoel zijn het alle vier wel echt hele andere vrouwen.

Dat zul je ook nog wel horen als je de interviews terugluistert of als we zo meteen de quotes luisteren.

Wat was volgens jou het grootste verschil tussen hen?

Nou ja, wat mij het meeste opviel is dat er toch wel een behoorlijk verschil is.

Dat er toch behoorlijk wat veranderd is in die zeven jaar.

Want Karin, de eerste vrouw, die kwam aan in 1965.

En Annemie wat later.

Maar Ellen en Marja, dat waren de laatste twee die aankwamen, dat was in 1972.

Dus er zat zeven jaar tussen.

Zeven jaar klinkt misschien weinig, maar er is heel veel veranderd in die zeven jaar.

Kijk alleen maar naar de huisvesting.

Toen Karin aankwam was het verplicht om op de campus te wonen.

Jongens en meisjes, dat waren strikt gescheiden.

Dus er was een meisjesflat.

En dat is allemaal veranderd in 1972, was die woonplicht er niet meer.

En ook het gemengd wonen op de flats, dat was ook heel gewoon geworden.

Karin was ook echt, in die tijd waren er echt heel weinig meisjes.

Die moest je met een zaklamp zoeken, bij wijze van spreken.

En in die tijd van Ellen en Maria, ja die waren toch, ze waren nog steeds weinig.

Maar er was toch wel een flink wat meer dan in het begin.

En dat zie je ook terug aan dat ze zich organiseren en samen activiteiten doen.

Dus voor mij was dat wel, naast natuurlijk individuele verschillen,

maar was dat toch wel wat me het meeste opviel aan het verschil tussen die vrouwen.

Heb jij enig idee waarom die meisjesflat dan verplicht was toen?

Of was dat gewoon in de maatschappij, dat was gewoon zo?

Nou ja, de huisvesting was verplicht.

Dat schuld ook voor de jongens.

Maar dat was typisch voor die samenleving in die tijd dat meisjes en jongens strikt gescheiden waren.

We zullen straks ook nog horen het verhaal van Annemie.

Die vertelt dat zij altijd al op meisjesscholen had gezeten in Maastricht.

Dus dat was typisch iets voor die tijd om dat nog strikt gescheiden te houden.

Dus het was niet alleen hier in Enschede het geval, maar dat was een algemeen verschijnsel.

Ja, en dat het dan in zeven jaar zo inderdaad helemaal veranderd is.

Maar goed, daar horen we inderdaad later meer over.

Laten we dan beginnen met de geïnterviewde.

We beginnen bij de geïnterviewde die als eerste op de THT rondliep.

Dat was Karin.

En Karin stelt zichzelf even aan ons voor.

U komt uit Groningen.

Ja.

Kunt u iets meer vertellen over het gezin waar u uitkwam?

Ja, ik woonde dus in Sappemeer.

Met mijn ouders en een broer.

Broer was 2,5 jaar ouder.

En daar heb ik dus gewoond tot ik 19 jaar was.

ging ik naar de lagere school en middelbare school.

Het dokter Aletza Jacobs Lyceum.

En toen ik 19 was, ben ik dus naar de DH gegaan...

om chemische technologie te studeren.

En ja, mijn ouders waren...

Dus mijn moeder was thuis, was een huismoeder.

Dat was toen zo in die tijd.

En mijn vader had een buildingbedrijf, een bouwbedrijf.

Ja, Karin kwam dus zelf uit Groningen.

en begon op haar negentiende op de THT.

Dit was in 1965, zeiden we net al even.

En toen waren er in totaal acht vrouwen op de campus.

Zij woonde de eerste drie jaar dan ook op die meisjesflat

waar we het net even over hadden.

En in 1972 was zij de eerste vrouwelijke ingenieur

die afstudeerde aan de THT.

Karin was daarnaast ook de eerste vrouw in haar familie

die ging studeren aan de universiteit.

En ze wilde eigenlijk iets anders studeren,

maar daar hebben we even een quote van haar over.

Dus daar vertelt zij eerst nog even iets over.

Werd er veel gesproken over techniek?

Of was techniek wel goed?

Nee, absoluut niet.

Ik wilde eigenlijk medicijnen studeren.

Ik wou helemaal geen chemische technologie studeren.

Maar ik had al een vriendje.

Dat was een vriend van mijn broer.

En daar ging ik mee uit.

En ik had een jaar lang extra gedaan over de middelbare school.

Dus ik was 19.

En mijn vader vond het absoluut niet nodig dat ik ging studeren.

zo lang, in ieder geval niet medicijnen

want hij zei ja, maar je gaat binnenkort

trouwen en dat is veel te lang

een studie

dus die vond het eigenlijk maar niet

en toen kwam de TH

te spraken en dat was natuurlijk het

baccalaureaat voor 4 jaar, 3,5

4 jaar, nou ja dat

mocht dan wel

en u heeft ook alleen het baccalaureaat gedaan?

nee nee, ik heb ook de ingenieurs gedaan

nee, ik was de eerste vrouw die

afstudeerde

ja

Ja, Karin heeft het hierna ook nog over dat Twente een goede optie was, omdat er een korte baccalaureaatsopleiding was.

En ik vind het wel heel opvallend trouwens dat Karins vader in eerste instantie iets tegen de lange studie medicijnen had.

Maar vervolgens wel enorm trots was op Karin en het prima leek te vinden dat zij uiteindelijk ook haar doctoraal in Twente ging doen.

Waardoor komt dat, denk je?

Nou ja, je moet goed bedenken dat deze ouders zijn opgegroeid in een samenleving die vond dat vrouwen thuis werkten, dat huishouden deden en voor de kinderen zorgden en dat de man werkte en het geld inbracht.

Dat zie je bijvoorbeeld ook terug in het feit dat vrouwen in overheidsdienst werden ontslagen als ze gingen trouwen.

Dat was bij wet geregeld, dat is niet zelf bedacht, dat was een wet voor.

Je ziet dat het langzamerhand gaat veranderen in de jaren 60.

Het langzamerhand geaccepteerd wordt dat meisjes ook gaan studeren.

Maar je ziet dat die ouders daar ook wel in meegaan.

Maar toch ook niet helemaal van het ganser harten.

Dus toch wel problemen blijven houden.

En je ziet ook dat de positie van jongens en meisjes nog steeds niet gelijk is.

Meisjes mogen dan misschien ook wel studeren.

Maar de positie is nog niet gelijk.

want die vader

van Karin die vond

van doe maar een korte studie

dat zou hij zich tegen zijn zoon zeker niet gezegd hebben

want die korte studie, de gedachte zal zijn

dan heb je er misschien nog iets aan voordat je gaat trouwen

en kinderen krijgt en thuis komt

die paar jaar daarvoor

dan kan je nog even werken

ik neem aan dat dat een overweging is

dus het gaat langzamerhand

wel veranderen

maar wat ik al zei

niet helemaal van ganser harte

en ja

En uiteindelijk is hij wel heel trots.

Maar goed, dat is gewoon een algemene wet.

Ze zijn altijd heel trots als hun kinderen iets bereiken.

Ja, dan zie je dat je kind het leuk heeft, dat ze dat fijn vindt om te doen.

En dat ze graag door wil.

En dan komt het opeens...

Ja, doe maar, ga maar door.

Want dit is wel heel fijn voor jou.

Ja, wel interessant.

Daarnaast vertelt Karin ook nog over de omgang tussen mannen en vrouwen op de campus.

En daar hebben wij ook nog even een quote over.

We gaan luisteren.

Het was een drukke tijd.

Het was genoeg te doen op de campus.

Met al die 400 mannen.

Hoe was de sfeer?

Kunt u dat schetsen?

De sfeer was zodanig.

Er was natuurlijk een geweldige belangstelling.

Van de mannelijke kant.

Voor die acht meisjes.

En er waren toch verschillende meisjes.

En daarom gingen ze ook weg.

Het was niet altijd gemakkelijk en het was moeilijk volgens mij.

En voor sommige meisjes die vonden dat toch te moeilijk.

En daarom waren ook na het eerste jaar er al twee weggegaan.

Die waren gestopt met de studie.

En in mei jaar...

En wat vonden ze moeilijk?

Ja, ik weet niet. Dat is moeilijk uit te leggen.

Ik geloof dat het was gewoon al het aandacht wat je kreeg van mannelijke gezelschap en zo.

Misschien was dat toch te bindend, te indrukwekkend.

Het was niet per se positieve aandacht?

Het was wel positieve aandacht.

Maar misschien toch dat sommige meisjes daar moeilijk tegen konden.

Het was ook nog grappig.

Toen Herrie en ik een item waren en samen uitgingen...

toen zat dat moeilijk met veel andere mannelijke studenten op de TH.

Die werd Herrie een keer gezegd, geloof ik, dat het een beetje...

De meisjes, ja, die waren toch meer algemeen bezit.

Zo van, je kon niet eentje eruit halen en ermee uitgaan.

Ja, moet je er toch nagaan als je daar nu over nadenkt.

Ja, dat werd tegen Herrie gezegd.

Karin vertelt hier dus dat de meisjes veel aandacht kregen op de THT.

En hoewel dat ook wel positieve aandacht was...

hadden sommige meisjes het daar ook moeilijk mee, zegt ze.

de dames hadden een soort uitzonderingspositie

en zeker als je hoort wat Karin over

haar eigen relatie zegt met algemeen bezit

we hadden het hier voor

de opname al even over deze quote

gehad en

ik vind hem erg grappig en ook wel interessant

om te horen, maar jij wilde toch wat

nuance aanbrengen

nou, kijk, toen ik dit

mijn partner vertelde, die heeft me

verteld over wat

Karin hier zei

die zei meteen van

Zij zijn meteen van, misschien zijn er ook al meisjes die prachtig vonden al die aandacht.

Dus ze zullen er ook geweest zijn.

Nee, maar wat ik eigenlijk iets over wilde zeggen is dat Karin heeft over dat twee van de acht vertrokken na het eerste jaar.

Ja, dat lijkt mij statistisch gezien gebruikelijke aantallen.

Ik denk dat het bij jongens nog wel hoger was dan die.

Ja, dus het hoeft helemaal niet aan die aandacht te liggen per se.

Ik kan me heel goed voorstellen dat sommige meisjes daar, wat Karin vertelt, dat die een beetje overvuldigd worden.

Dat kan ik me heel goed voorstellen.

Ik blijf dat Algemeen Bezit gewoon een hele grappige quote vinden ook.

Die zal vast in een jolige bui gemaakt zijn.

Oké, dan hebben we nog een laatste quote over Karin.

Die vond ik ook wel heel grappig.

Dat gaat over hoe ze haar naam veranderde.

We luisteren.

Want ik las net ook...

U heet ook eigenlijk...

Greetje.

Maar er was nog een Greetje.

Ja, er waren dus twee Greetjes en een Margreet.

En dat was gelijk al de eerste paar dagen.

Ja, dat was natuurlijk een probleem als je maar acht meisjes hebt en dan drie hebben bijna dezelfde naam.

Dus toen hadden we een vergadering op onze Kalslaan 13.

En zeiden we, ja, iemand moet toch een naam veranderen.

Nou ja, Margreet was natuurlijk een beetje anders dan Greetje de Wit en Greetje Wiggetjes.

Dus toen hebben we een dobbelsteen gegooid wie de naam moest veranderen.

Dus ik moest mijn naam veranderen.

En toen zei ik van nou ja, als ik dan mijn naam moet veranderen, dan wil ik iets heel anders.

Dus allerlei namen kwamen naar voren en zo weet ik nog wel.

Dan begreep het ze iemand Karin.

Toen zei ik, ja, dat vind ik een goed idee, maar ik wil het wel met een C.

Dat weet ik nog heel goed dat ik zei.

Dus ik was Karin met een C.

En sindsdien, omdat het zo in het begin was, iedereen die mij dus daartegenkant en mij nog niet eerder gezien had,

was inderdaad, ja, die kende mij als Karin en niet als Greetje.

En op een gegeven moment heb je natuurlijk nog wel je familie, maar op een gegeven moment is er nou bijna niemand meer die,

niemand noemt mij Greetje. Zelfs mijn schoonzus, die noemt mij Karin.

Van alle acht de meisjes op dat moment op de campus waren er al drie met bijna dezelfde naam.

En dat was te verwarrend, dus Karin moest haar naam maar veranderen.

Had jij hetzelfde gedaan, Herman, als er nog twee of drie andere Hermannen waren?

Het grappige is dat ik in het voorstel van het onderwijs in een klas zat waar drie jongens Herman heetten.

Maar wij hebben er niet over gedacht om onze naam te veranderen.

Dat doe je niet zo goed.

Geen moment.

Nee, ik had het zelf ook niet veranderd hoor.

We gaan naar de volgende geïnterviewde en dat is Annemie.

En Annemie stelt zichzelf ook eventjes aan ons voor.

Ik ben niet geboren, maar wel opgegroeid in Maastricht.

En dat waren allemaal meisjesscholen zoals dat in die tijd was.

Lagere school, meisjesschool, middelbare school, meisjesschool.

Er was ook maar één middelbare meisjesschool in Maastricht.

Tenminste, een katholieke.

En mijn vader was commandant van de brandweer in Maastricht.

en ik was de oudste van vier kinderen.

Even een korte introductie was dat van haar.

Het is Maastricht, op meisjesscholen gezeten

en hoewel zij in haar tijd in 1969 al wat meer dames op de THT had,

namelijk 17 op dat moment,

was het natuurlijk wel heel anders dan de meisjesschoolomgeving die zij gewend was.

Annemie voelde zich hierdoor wel helemaal thuis op de meisjesflat.

Ook Annemies ouders verwachten niet dat zij een universitaire studie gingen doen,

Maar daar vertelt ze later nog even wat meer over.

Eerst wilde ik het hebben over de omgang met de jongens op de THT.

De meisjes op de campus deden namelijk veel samen.

Tijdens de vrije tijd en tijdens de studie.

En je zag dat de jongens ook veel met de jongens deden.

En de meisjes veel met de meisjes optrokken.

En Annemie heeft hier nog een klein voorbeeld van.

Wat ik me herinner van colleges bijvoorbeeld.

Dat was zelfs nog later, langer dan het eerste jaar.

Dan was ik best vroeg en ging ik voorin zitten op de eerste rij ofzo.

En dan kwam er dus niemand naast mij zitten.

En ook niemand achter mij zat.

Dan zat je daar helemaal alleen in je eilandje.

Jongens die hadden toch een beetje meisjesvrees ofzo.

Het was natuurlijk een mannen samenleving waar je in terecht kwam.

En je gezeten hebt.

Hoe heb je dat ervaren?

Nou, in het begin was het heel prettig dat ik op een meisjeflat woonde.

Of aanwege die scholen die ik ervoor had gehad, zou ik maar zeggen.

Ik was natuurlijk wel jongens tegengekomen.

Maar af en toe was het wel heel confronterend.

Zo van, nou, je bent gewoon zo'n ander slagmensen dan die jongens.

Wat moet je nou in hemelsnaam?

Maar goed, dat ging langzamerhand wel over natuurlijk.

Wat ik eerder zei, ook dat contact met die 13-2, die flat, dat was ook wel heel prettig.

Je zegt wel heel confronterend.

Dan heb je het over hoe de jongensstudenten reageerden.

Ja, precies.

Annemie merkt dus wel een verschil tussen jongens en meisjes, maar niet per se met de docenten.

En ze schrijft een groot deel van die omgang met de jongens af op onhandigheid.

Jij studeerde ongeveer in dezelfde tijd.

Herkende jij je hier ook in?

Dat beeld herken ik heel goed. Het beeld van de onhandige jongens met meisjesvrees.

En ik vrees dat ik zelf misschien daar ook wel toe behoord heb tot die jongens.

Je moet ook bedenken dat in die tijdje had je alleen maar technische opleidingen.

Ik denk niet dat het een vooroordeel is als ik zeg dat technisch georiënteerde mensen,

dat die toch sociaal wat onhandiger zijn gemiddeld dan anderen.

Maar dat beeld herken ik dus heel goed.

Ja, ze had dus wel contact met die jongens.

Maar vooral met de jongens uit de flat van haar broer.

Dus toch weer wat persoonlijk contact en dan verder.

Net als het Karin zei met de vrienden van haar vriend.

En een van de meisjes.

Oh, sorry, met de broer van een van de meisjes.

Ik zeg het verkeerd.

En daar vertelt ze ook nog even iets kort over.

En je zegt, de jongens bleven een beetje op afstand bij de colleges?

Ja, bij de colleges, ja.

Maar ja, we hadden verder natuurlijk wel contact met jongens, want Ina's broer zat op een flat 11-2, of 13-2, 13-2.

Van de Kalslaan.

Ja, de Kalslaan, zo dicht bij de sparren die toen nog was.

En Ina's broer zat daar, en nog een bekende geloof ik.

In ieder geval met die eenheid en wij hadden veel contacten met elkaar.

En ook Ton woonde daar op 13-2.

Toen is jouw partner geworden.

Ja.

En hoe was dat met...

Je hoort wel eens, ik weet niet of het Indianeverhalen zijn,

dat gecontroleerd werd of er wel een beetje jongens bleven slapen.

Heb jij er iets van gemerkt?

Nee, nee, nee, dat was helemaal niet zo.

Als je kijkt in de reglementen die ik veel later ook heb gezien,

daar stond wel in dat jongens, geloof ik, niet na negen uur of niet na acht uur,

Ik weet niet meer, een tijd.

Jongens daar niet meer mochten zijn en zo.

Maar daar werd helemaal geen hand aan gehouden.

Nee, nee, nee.

Dus dat zijn indianen verhalen.

Ja, precies.

En ja, dat zijn inderdaad indianen verhalen.

Ja, die indianen verhalen haalt een ander interview ook nog aan.

Volgens mij met je knol.

Dat er dus inderdaad gecontroleerd werd.

Maar in de praktijk viel dat volgens mij dus best wel mee.

Het lijkt dus helemaal niet zo heel anders te gaan dan dat het nu gaat.

Er was goed contact met de jongens.

En wat ik ook nog bedacht, er zijn nu ook genoeg studentenhuisen met alleen maar jongens of alleen maar meisjes die specifiek alleen maar meisjes zoeken dan.

Dus het klinkt zo heftig, zo'n speciale meisjesflat.

Maar als je erover nadenkt, valt het eigenlijk best mee in de praktijk, denk ik.

Er was ook nog een ander interview, die had het erover.

Zo'n vrouwflat is toch ook helemaal niet zo gek.

Er wonen toch immers ook een stel kerels bij elkaar.

Zo is het.

We gaan even terug naar het begin van het interview van Annemie.

Want daar heeft het over haar studiekeuze en hoe haar ouders dachten over een mbo-opleiding zelfs.

Ik heb hbsb gedaan.

En mijn ouders die zaten wel een beetje zo te sturen.

Zo van dat het wel handig was om een beroepsopleiding te doen.

En zo van je gaat toch trouwen en dan heb je altijd wat aan.

En zelfs een mbo-opleiding.

Want we zijn toen nog meteorologische assistenten geweest in de beeld.

en

hoe heet dat, standheelkundige assistent

en heeft mondhygienisten

opleiding geweest

en eigenlijk leek me dat helemaal niks

en

toen had ik zoiets van, het laatste jaar van de

HBS heb ik niet in de scheikundeles

gezeten, want ik was kletsen te veel

en

kletsen te veel, ja

en

mocht ik het hele jaar niet in de scheikundeles

zitten

Volgens mij komt daar mijn idee van scheikunde te willen gaan studeren vandaan.

Dus ik heb op het moment tegen mijn ouders gezegd van ik wil dat niet kort over.

Ik wil gewoon scheikunde studeren.

Maar je moet wel e-examen scheikunde doen.

Ja, dat heb ik ook wel gedaan.

Maar je hebt gezegd zonder dat je les hebt gehad.

Ja, ja, ja.

Je ziet ongeveer hetzelfde gebeurde hier eigenlijk als bij Kade.

Tenminste, zo vat ik het op.

Studeren zelf was op zich niet een groot probleem.

Maar die lange studie, dat was niet nodig als je dan toch al ging trouwen.

Daar hadden we het eerder al even over gehad.

Annemie ging hier vrij duidelijk tegen haar ouders in.

Ze wilde echt haar studie gaan doen.

Hoe normaal was het nou eigenlijk voor meisjes dan specifiek om zo tegen hun ouders in te gaan?

Ik denk dat de generatiekloof in die tijd toch een stuk groter was dan tegenwoordig.

We hebben het over de jaren zestig.

Die waren vergeleken met nu toch behoorlijk conservatief.

benauwend misschien wel

weinig tolerant

en als je als jongere dan in aanraking kwam

met andere opvattingen

andere culturen

bijvoorbeeld via het onderwijs

want in het onderwijs kon je allerlei dingen te horen krijgen

die je thuis absoluut niet te horen kreeg

dan gaf dat vaak aanleiding tot discussies

en ook wel tot conflicten

ik heb daar in mijn

in mijn naastomgeving heb ik daar diverse

van gezien

dus dat ouders en kinderen

een overhoop lagen over allerlei zaken.

Met name bijvoorbeeld het ongehuurzame

wonen, maar er waren meer dingen.

Dus ik denk dat in die tijd de generatie

kloop groter was. En ik denk dus dat

het ook niet zo heel bijzonder is.

Dat Annemie echt niet de enige was die

iets anders deed dan

wat haar ouders eigenlijk wilden.

Ja, en dat kwam dan steeds meer op

denk ik in die tijd.

Nou ja, dus naarmate

de samenleving sneller verandert,

loop je natuurlijk de kans dat

er grote verschillen ontstaan tussen

de nieuwe generatie en de oude generatie.

Ik zei het net, de volgende

draaitjes Ellen. Ik stel

Ellen zelf eventjes voor. Ze kwam

uit Hengelo en is dus vrij dicht

bij huis gebleven. Ze is in

1972 als 17-jarige begonnen

aan haar studie technische wiskunde.

En Ellen wilde per se

niet in de meisjesflat wonen.

Dat was toen niet meer verplicht.

En ze heeft daarom altijd in de gemengde flats gewoond.

Ze had vooral een negatief beeld

van techniek meisjes, maar heeft zich later

Die is ook heel erg ingezet voor vrouwenstudies en het onderzoek naar gender en technologie.

Het interview van Ellen is een vrij lange.

Hij is zelfs in drie delen opgenomen.

Maar ook wel echt interessant.

Ik wilde bij Ellen ook even de studiekeuze bespreken.

Maar niet omdat dit hetzelfde probleem was als bij Karin of Annemie.

Maar luister even naar wat zij daarover te zeggen heeft.

Ik ben de oudste.

Ik heb een broertje na mij, die is een jaar jonger, maar die had syndroom van Down.

Hij is nu overleden.

En er werd me eigenlijk al de hele tijd gezegd van, nou ja, je mag van geluk spreken, want anders had jij niet kunnen studeren, maar je broertje wel.

Dat was nog wel een beetje de hele tendens.

Nou, op zich, ja goed, ik was eigenlijk ook al gedurende mijn jeugd.

Mijn vader was een echte doenerman.

Was ik een beetje de vervangende zoon die mijn broertje niet kon zijn.

En dus ik vond het ook heel leuk.

Dus ik was echt in mijn jeugd al een beetje een tomboyachtig meisje.

Wat leuk vond om in de schuur te werken, te timmeren, te knutselen.

Veel in bomen klimmen.

Nou ja, we hadden op een gegeven moment een camping met een bootje.

En dan ging ik altijd met mijn vader het bootje afsluiten.

Nou ja, kortom, dat soort dingen.

Ik was niet eens een echte paatje van mijn vader.

Ja, Ellen trok de schoon met haar vader op.

Ze was wel vroeg geïnteresseerd in technologie.

Maar ze mocht dus vooral studeren omdat haar jongere broertje dit niet zou kunnen.

En ik vond het erg opvallend, want het is een heel ander probleem dan bij Karin en Annemie.

Bij Ellen lijkt het dus zo te zijn dat meisjes in het algemeen helemaal niet gingen studeren.

Wanneer zij nog een oudere broer hadden die dat kon.

Valt ik dat zo een beetje goed samen?

Ik denk niet dat je hier een algemene regel uit kunt halen.

Ellen vertelt er niet bij wat de achtergrond was van die opmerkingen van haar vader met name.

Ik neem aan dat het een kwestie is van als je niet genoeg geld hebt om alle kinderen te laten studeren.

Dan gaan jongens voor.

We hadden het net ook al over, langzamerhand gaan meisjes die mogen ook gaan studeren.

Maar de positie is nog niet gelijkwaardig.

dus ik neem aan dat dat het is

ja, het was niet heel veel breder

dat jongens altijd maar voorgetrokken werden

dat volgens mij absoluut niet

nou ja, jongens werden

voorgetrokken, dat wel, maar dat

ouders zeiden van jij gaat wel studeren

en jij niet, dat kan ik me niet

voorstellen, ik denk

dat die dingen gewoon veel subtieler werken

dat meisjes in die tijd, ja die waren ook gewend

aan die norm van de samenleving

van meisjes gaan niet studeren, jongens wel

dat die helemaal niet op het idee kwamen om te gaan studeren.

Dat het eerder op die manier werkt

dan dat ouders exclusief zeggen van

jij mag niet studeren en jij wel.

Ellen heeft het in haar interview ook veel over de beeldvorming

rond de meisjes in de techniek.

Zij had zelf dus een vrij negatief beeld.

Maar dit veranderde al wel snel.

Op een aantal momenten heeft ze het hier over in het interview.

Dus ik heb wat koot bij elkaar geplakt.

En daar gaan we ook weer even naar luisteren.

Ik ben in Aalten dus tot en met de derde klas van de middelbare school in de school geweest.

Daar hadden we best een hechte club met vrienden in de klas, basisschool ook.

Daar trok ik best ook veel met meisjes op.

Maar toen ik naar Hengelo ging, daar heb ik de laatste twee jaar van de HBS gedaan.

Toen kwam je op de HBS B terecht.

Dat was een totaal andere sfeer, want daar waren sowieso heel erg weinig meisjes.

En de meisjes die er waren, dat beeld had ik toen echt ook, waren voor mij een gevoel een beetje truttigachtige meisjes.

Dus ik had eigenlijk in die tijd best een behoorlijk negatief beeld van techniekmeisjes.

Wat ik denk ik inderdaad ook wel gewoon, cultureel was het gewoon in die tijd niet zo.

Meisjes gingen aan de THT studeren.

Niet zozeer omdat ze dat zo leuk vonden.

Maar het werd ook gezegd dat ze aan de man wilden komen.

Dat soort verhalen waren er ook allemaal bij.

Zoals ook wel heel gebruikelijk.

Ik voelde mij natuurlijk anders.

Dat is ook een beetje als we can't, but I can't.

Je bent wel een zwaar deel van die groep, maar je ziet jezelf toch als anders.

Wat ook in zekere zin wel een ommekeer is geweest in mijn beeldvorming.

Dan zie je hoe beeldvorming kan veranderen.

Want ik was dus het eerste jaar tijdens de introductie wel op een meisjesflat gezeten.

Daar werd je gewoon neergezet.

En daar heb ik wel een paar andere meisjes, die liepen daar ook rond.

En een van die meisjes, zij studeerde natuurkunde.

Die zag ik dus, daar was ik dan wel weer.

op het opening van het academisch jaar

ik denk wel in het eerste jaar

daar ben ik toen wel heen geweest

die zag ik een

die liep dus plots in naar voren

en die gaf dus een

een pamflet

of een brief

die was echt gewoon actie aan het voeren

namens studenten

en toen heb ik echt wel zitten kijken

wat? zij?

dat was echt wel een beetje van

oh ik moet misschien toch

dus zij was wel actief geworden

Toen zat ik op die meisjesflat geweest.

Toen zat me best helemaal heel anders gelopen.

Maar ik had daar gewoon nog zo'n sterk negatief beeld over.

Dat ik gewoon pis in naar die jongensflat wou.

Dus dat is een...

In die tijd.

Dat was echt...

Toen ik daarheen ging naar de UT.

Als zevende jarige.

Kwam het gewoon echt...

Dat was het beeld voor me over die meisjes zo sterk.

Dat ik gewoon daar absoluut niet wilde zitten.

Oké.

Twente, daar wil ik dan nog wel naartoe, omdat je het dus ook daarop moest houden.

En ik kende het natuurlijk wel een beetje, die flats wel, die sfeer.

Dat ik een vriendje had gehad een tijdje.

Maar nee, dat was echt...

Dus dat was wel tegelijkertijd ook echt zo'n eye-opener.

Of misschien is dat in het tweede jaar geweest, ik weet het niet meer precies.

Toen ben ik geleidelijk wel van, toch wel een beetje aan het omkeren geweest.

Ze leerde ik aan het omdraaien geweest.

Het is wel bijzonder om te horen hoe de beeldvorming van Ellen zo'n enorme onderzwaai heeft gemaakt.

Dat ze later ook vrouwenstories en zo is gaan helpen opzetten.

En dat ze zichzelf zo als uitzondering zag.

Meisjes zijn truttig, maar zij viel allemaal mee.

Hoe was het beeld van techniek meisjes eigenlijk volgens jou of voor de jongens dan?

Nou ja, de beelden van Ellen, achteraf zegt ze zelf ook, die beelden waren verbrongen.

Maar die beelden van Ellen over techniekmeisjes, ik moet zeggen dat ik dat niet herken als ik afga op mijn herinneringen aan toegepaste wiskunde.

En de meisjes die daar rondlopen, dan herken ik absoluut niet het verbrongen beeld van Ellen.

Later werd Ellen dus meer geëngageerd en raakte ze meer geïnteresseerd in dat feminisme en de vrouwenstudies.

En dat heeft ze ook behouden tot na haar studie.

Want een groot deel van het interview gaat ook over hoe ze zich heeft ingezet voor de vrouwen.

Om die naar de UT te halen.

En om onderzoek te doen naar gendertechnologie.

Dus als je daarin geïnteresseerd bent, heel interessant interview.

Ja, en dan te bedenken dat ze dus inderdaad aan het begin van haar studies zelfs op de HBS al niets van die andere techniek meisjes moest hebben.

Ze zegt later in het interview ook naar eigen zeggen dat ze zich altijd geconfirmeerd heeft naar een jongensachtig meisje te zijn.

En dat dat een soort coping mechanism was.

Dus daar heeft zij ook nog even een korte quote over.

Dat je je zei, je begon te zeggen, ik heb het zelf eigenlijk nooit moeilijk gehad.

Of ik ben niet echt gediscrimineerd.

Afgezien dan van, nou dat was geen discriminatie.

Maar dat je soms wel heel erg in de picture werd gezet.

door zo. Nou ja, dat

vond ik dan inderdaad gewoon niet leuk.

Dat was een

door

je vaak inderdaad ook

je

benadrukt op het moment eerst

aandacht op jou gericht, maar ook

op het feit dat jij de enige bent.

Want hij was echt zo de hele tijd aan het kijken of

misschien nog meer ze had.

Dus daarmee wordt eigenlijk gewoon weer

de norm van

in de collegezaal ook voor al die jongens.

Nou oké,

Dat je elektrisch techniek is voor mannen.

Maar af en toe heb je van die gekken die er verdwaald tussen zitten.

Met dat soort dingen worden normen gecreëerd.

Maar dat heb je op dat moment nog niet in de gaten.

Het is meer dat je dan die aandacht die dan eenmaal op je hand dient.

Jezelf begrijpt zo te kijken.

En dan wordt een beetje gelachen.

Wat moet je dan doen? Meehagen.

Boos worden.

Daar had ik op z'n recht ook geen antwoord op.

Nog steeds niet, denk ik.

Dus dat...

Nee.

Nou ja, en ik denk inderdaad ook...

dat ik mij wel degelijk...

gewoon ook toch wel weer...

geconformeerd heb aan...

Ik was gewoon een jongensachtig meisje.

En denk ik ook wel als vrouw.

Dus ik gedoeg me ook niet echt...

heel vrouwelijk.

En dat heeft die behoefte niet.

En dat maakt misschien maar ook wat minder...

kwetsbaar of zo van

dus mijn gender identiteit

was voor mijn gevoel

ja wat minder sterk

omdat ik me vrouw voelde

en ja

en eigenlijk was ik wel een vrouw

maar goed tegelijkertijd heb ik mezelf

altijd als uitstondering

dat is ook een heel bekend mechanisme

dus die

dat hebben ze ook met

bijvoorbeeld meisjes en wiskunde

dat is ook zoiets van

En nou ja, meisjes doen heel zo van, we can do it.

Meisjes zijn even goed in de wiskunde.

But I can't.

Ik kan dus geen wiskunde.

Dus een beetje die, dat soort omkering van, als groep heb je een bepaald beeld.

Vrouwen zijn best moe, vrouwen zijn best even slim als mannen of zo.

Maar nou ja, ik wil toch maar het liefst gewoon bij de kinderen thuis zitten.

Vrouwen moeten een carrière maken, maar ik vind het toch wel heel erg leuk om...

Ja, en dan heeft het hier dus over haar eigen ervaring, maar ook over dat coping mechanism.

Je zei zelf net al dat het beeld van truttige meisjes niet helemaal herkend wordt door jou.

Herken je dan wel dat meisjes zich wat jongens achter gingen gedragen?

Of dat ze door de docent belicht werden, zeg maar?

Ik kan me heel goed voorstellen dat je inderdaad een uitzondering voelt in zo'n club met vooral mannen.

En ook dat je daar een kopingmechanisme voor hebt.

Dat je gaat conformeren.

Dus dat zal ongetwijfeld vaker zijn voorgekomen.

Ik heb daar zelf niet zulke acute herinneringen aan.

Maar ik kan me dat heel goed voorstellen.

Wel interessant niveau.

Dus wat ik ook al zei, interessant om dat interview terug te luisteren voor iedereen die daar heel erg geïnteresseerd in is.

En we gaan dan naar de laatste, naar het laatste geïnterviewde.

En dat is Marja.

En Marja die komt zelf uit Hoogvliet.

Ze begon ook in 1972 met studeren.

En heeft haar baccalaureaat en haar doctoraal in de technische natuurkunde gedaan.

Marja is iemand die haar hele leven eigenlijk al best wel haar best heeft moeten doen.

En het gevoel heeft gehad dat het zich moest bewijzen.

Zo komt het in ieder geval op mei over in haar interview.

En ze begon in haar interview al over het moeten halen van hoge cijfers om te kunnen studeren.

En daarmee introduceert ze zichzelf ook gelijk even.

Maria, kun je misschien beginnen met wat over je achtergrond te vertellen?

Nou, ik ben geboren als Maria van Bodegon in Hoogvliet.

Toen nog een dijkdorp.

In een arbeidersgezin.

Mijn vader was bankwerker, mijn moeder was huisvrouw.

En we woonden in een jaren twintig arbeidershuisje.

Zonder warm water, zonder padkamer.

En daar ben ik opgegroeid.

Voorbestemd om naar de huisartsschool te gaan.

Maar dankzij de meester van de zesde klas...

uiteindelijk toch naar de HBS gegaan.

Wel onder de uitdrukkelijke voorwaarden...

dat als ik bleef zitten dat ik gelijk moest gaan werken...

er is nooit een ijverigere HBS-leerling geweest dan ik ben geweest.

Wat een eindlijst tot gevolg had...

waar mijn kinderen nu nog van griezelen.

Maar ik wist ook één ding zeker.

Ik deed ook vakantiewerk.

Was dat ik ook verder wilde studeren.

Dat wist ik op de ABS al.

Ja, anders was het ook niet gebeurd.

Hoewel mijn ouders aan de ene kant super trots waren...

en het grappige was, ik was de oudste.

Dus toen ik mocht, mochten mijn zusjes ook.

Dus die zijn ook allebei de een naar de VWO, de ander naar de HAVO gegaan.

Maar studeren, dat vonden ze echt heel eng.

En zeiden ze, ja maar dan krijg je een studieschuld.

En wie trouwt er nou een vrouw met een schuld?

Nou ja, maar goed, ik wist zeker dat ik het wilde.

En met de hulp van een tante hebben we mijn ouders zover gekregen dat ik mocht gaan studeren.

En ik wilde naar Twente. Ik was op een voorlichtingsdag bij de Universiteit Delft geweest.

En toen ik daar de banken in schoof, toen schoven die jongens allemaal een stukje op.

Ik dacht, wat is dit voor raar?

En er was nog een reden om naar Twente te gaan.

Mijn neef van die tante die mijn ouders overgehaald heeft...

die ging ook naar Twente en zei mijn oud, mijn tante en mijn oom...

die neef kon dan op mij passen, die was een jaar ouder.

Dat is er niet echt van gekomen, maar het hielp wel.

En ik was zelf heel erg onzeker over mijn studiekeuze.

Ik had voor scheikunde een tien en voor natuurkunde een negen.

Maar ik wist niet zeker of ik natuurkunde wel zou halen.

Want studeren was als iets heel moeilijks afgeschilderd.

En ik wist één ding zeker.

Falen is geen optie.

Wat wel blijkt is dat Marja op de HBS al heel goed wist dat ze wilde.

En dat ze daar ook echt voor heeft gewerkt en haar best voor heeft gedaan.

Iets opvallend is natuurlijk wel het beeld dat niemand toch een vrouw met een studieschuld wilde trouwen.

Is dat een beeld wat toen dan weer breder gedragen werd?

Ik had het niet eerder gehoord, maar als Marja dat vertelt, zullen er ongetwijfeld meer van dat soort gevallen zijn geweest.

Het sluit wel aan bij waar we het net over hadden, dat zo langzamerhand meisjes mogen gaan studeren.

Dat ouders daarin meegaan, maar dat het niet betekent dat jongens en meisjes gelijkwaardig zijn als het om studeren gaat.

Want bij jongens zou je nooit dat bezwaar bedenken van die studieschuld.

Nee, inderdaad.

Ik vroeg me ook af, heb jij je dan ooit druk gemaakt over die studieschuld?

Ik heb er nooit druk over gemaakt.

Dat doet mij ook wel een beetje denken aan.

Vroeger had je een bruidschat.

Dat was gebruikelijk in onze cultuur.

Dat meisjes een bruidschat meekregen.

Als ze gingen trouwen betaald door de ouders van de bruid.

En die ouders.

Je ziet die ouders al denken.

Vroeger had je een bruidschat.

Maar nu neem je niet een schat mee, maar een schuld mee het huwelijk.

Dat soort overwegingen misschien wel een rol gespeeld hebben.

Ja, dus die ouders zitten nog gedeeltelijk nog in dat patroon van meisjes.

Ja, mogen wel studeren, maar, maar, maar.

Er is weer een nieuw probleem.

Je kunt allerlei problemen en leeuwen en beren op die weg zien.

Ja.

Iets anders waar ik het ook nog over wilde hebben is hoe Marja best wat moeite heeft ervaren.

En zich ook wel vaker benadeeld voelde door mannelijke docenten.

Dus dat is heel anders dan hoe de andere vrouwen die we hebben gehoord hun tijd herinneren.

Eigenlijk alleen Ellen haalt aan dat een hoogleraar soms benadrukte dat er een vrouw in de techniek bijzonder was.

Maar negatief was het niet echt.

Of niet zo negatief als dat Marja het soms schekt.

Want Marja heeft een paar vrijstellige uitspraken gedaan in haar interview.

En daarvan wil ik er eentje uitlichten.

Dat is de volgende.

Heb je het overhoog gewogen om op te houden met je maakleraat?

Nee, dat is misschien wel aardig.

Het zegt ook iets heel erg over hoe de studiesfeer toen was.

Ik heb mijn baccalaureaat gedaan bij vaste stoffysica.

En toen ik mijn praatje had gehouden en het allemaal goed was gegaan...

en ik had dus mijn baccalaureaat gehaald.

Toen vroeg mijn begeleider dus wat ik na mijn baccalaureaat ging doen.

Ik zei, hoezo gewoon doorstuderen natuurlijk?

Ja, maar ging ik geen bedrijfskunde doen?

Ik zeg nee, gewoon natuurkunde.

Maar dat was zo'n...

In die zin was het nog wel...

Er waren heel veel medewerkers...

die er niet heel erg van overtuigd waren...

dat vrouwen op een technische studie thuis hoorden.

Maar ik had wel één positief ding.

Ik heb stage gelopen bij Hazemeijer in Hengelo.

En toen ik mijn stage klaar had...

Er was van alles misgegaan in de zin van de apparatuur die niet binnenkwam.

Maar goed, ik ben gewoon vrolijk doorgegaan met wat ik voor nuttigst bij kon dragen daar.

En aan het eind zei mijn begeleider, hij zegt je moet me één ding beloven.

Dat je je studie afmaakt.

Want je bent gewoon een goede ingenieur.

Want je hebt je nergens door uit het veld laten slaan.

Je bent gewoon doorgegaan.

Dus die had ik alvast in mijn achterzak zitten.

En ik dacht, nou jullie kunnen me wat krijgen.

Ik ga gewoon maar door.

En heb je nog meer dan een soort op zaken dat we best al ondervonden?

Ja, bijvoorbeeld diezelfde stage.

Toen ik me inschreef voor mijn bacalaardiaatsexamen,

dat was nog steeds, en het was ondertussen al meer dan een half jaar geleden.

Bijna een jaar.

Toen had ik nog steeds het cijfer van mijn stage niet binnen.

En mijn begeleider was ook nooit wees te kijken op mijn stageplek.

Dat hoorde ik niet, maar het was gewoon niet gebeurd.

en uiteindelijk lag er dus

uiteindelijk op mijn cijferlijst stond een 6

nou dat was een beetje raar

gegeven de beoordeling van mijn begeleider

dus ik ben dat nog na gaan vragen

ja ik had een verslag

dat was een kletsverhaal

dus hij kon zo wel zien

dat ik daar niet zoveel soep zat gedaan

daar kwam het er eigenlijk op neer

ja in deze tijd kwamen er dus

vrij nieuwe opleidingen

die meer aansloten

of minder technisch waren

en dus misschien meer aansloten

bij de vrouwen

en wat zij wilden gaan studeren.

En Marja vertelt dus dat een medewerker van de THT een soort verwachtte

dat Marja dan wel een van die minder technische studies zou gaan doen voor haar doctoraal.

Marja vatte het op als dat medewerkers vonden dat die meisjes niet echt in de techniek thuis hoorden.

Maar hoe vat jij dat op? Zou er een andere reden kunnen zijn?

Nou, met wat goede wil, met heel veel goede wil, zou je nog kunnen denken dat het paternalistisch is

van die medewerker zo van, doe dat nou maar niet, want daar word je niet gelukkig.

Maar ik zou mijn geld daar niet op zetten.

Ik denk gewoon dat wat Marja zegt het geval is,

meisjes horen niet in de techniek, dat dat het beeld is van die medewerker.

Marja haalde ook nog een ander voorbeeld aan, wat ik zelf al heel grappig vond.

Een grappige oplossing.

Wanneer ze vertelt hoe de meisjes op de THT soms heel subtiel lieten zien

dat zij er ook nog waren.

En daar gaan we ook even naar luisteren.

Of bijvoorbeeld zoals bij ons in het eerste jaar is gebeurd.

We kregen in 701 altijd een college met alle eerstejaars.

En dat begon altijd met Mijne Heren.

En toen zijn we een keer met z'n veertienen op de voorste rij gaan zitten.

Mijne Heren.

Ja, dit was dus een vrij grappige oplossing voor een wat dieperliggend probleem wat zij eigenlijk aankaart.

jij studeerde ook in die tijd, maar zat niet in het eerste jaar toen zij het in het eerste jaar zat.

Ik heb er niet zelf meegemaakt.

Nee, heb je er wel van gehoord toen?

Nee.

Nee, ook niet.

Denk je dat dit impact heeft gehad op de anderen?

Of op de docenten?

Nou ja, het is jammer wat Maria ook zelf zegt.

Dat hier niet door de straf over werd nagedacht.

Als ik bijvoorbeeld vergelijk met een jaar of tien geleden,

is het de Engelstaligheid ingevoerd in de opleidingen.

En in de opleiding waar ik toen werkte is wel nagedacht over...

tegenwoordig heb je het over inclusie.

Wat betekent dat nu precies?

Ja, die colleges zijn in het Engels.

Maar moeten we ons ook op andere manieren, op andere plekken anders gaan gedragen?

Dus daar is er best wel over nagedacht.

Hoe voorkomen we dat studenten, niet-Nederlandstalige studenten...

zich buitengesloten voelen en eventueel een richtlijn opgeleverd?

Nou, we hebben wel kunnen zien dat de vrouwen aan het begin van de THT...

toch wel een heel ander leven hadden dan wat ik bijvoorbeeld nu op de campus heb.

of de verhoudingen dat hij heel anders was.

En dat ze stuk voor stuk ook heel anders tegen hun eigen positie aankeken.

En er is dus heel veel veranderd.

Maar ik wil als afsluiting toch nog even vragen.

Wat zie jij nou als grootste verandering van in jouw tijd en nu?

Nou ja, de toegankelijkheid van het hoger onderwijs voor vrouwen.

Niet alleen technisch onderwijs, maar het algemeen.

Het hoger onderwijs is natuurlijk heel veel verbeterd.

Want tegenwoordig studeren er geloof ik zelfs meer meisjes dan Jons.

En dat was in die tijd heel anders.

Dus dat is sterk verbeterd.

Als je kijkt naar de specifieke opleidingen.

Dan is toch ook nog niet alles heel erg veranderd.

De combinatie techniek en meisjes.

We hebben het al even over gehad.

Vroeger was dat zeer ongebruikelijk.

Dat is wel ietsje verbeterd.

Maar dat is nog lang niet zoals het zou kunnen zijn en zou moeten zijn.

Zeker als je naar de typisch technische opleidingen als informatica en elektrotechniek kijkt.

Want die worden nog voornamelijk bevolkt door mannen.

Dus op dit punt is nog wel verbetering mogelijk.

Het gaat steeds beter de goede kant op, maar we zijn er nog niet.

Nou ja, het gaat ook niet heel erg hard hoor.

Meisjes in de techniek, dat gaat niet zo hard, die veranderingen.

Maar voor nu wil ik in ieder geval jou, mijn gast Herman, heel erg bedanken.

Dankjewel, het was mij genoegen.

Ja, en voor al je inzichten en al je verhalen bedankt weer.

Alle besproken interviews zijn terug te vinden op de website van het Oral History Project van de Universiteit Twente.

En ook staan de linkjes in de show notes onder deze aflevering.

En hopelijk zien we jullie allemaal weer terug bij een nieuwe aflevering van de Oral History Podcast.

.