Every day a new episode, every week a new theme. Dutch Fluency Daily gives you bite-sized Dutch learning built around real topics, so your vocabulary actually sticks. Just daily practice that builds on itself all week long.
Go to https://www.dutchfluency.com for transcripts and more.
At the Train Station
Thema: Cycling & Getting Around | Dutch Fluency
Lars: Emma! Hé, welkom in Amsterdam! Hoe was de reis?
Emma: Hoi Lars! De reis was goed, maar wel lang. Drie uur in de trein!
Lars: Ja, dat is een lange reis. Kom, we gaan naar buiten. Heb je een fiets?
Emma: Nee, ik heb geen fiets. Mijn huisgenoot heeft een fiets, maar die is op slot bij het station in Utrecht.
Lars: Oké, geen probleem. We kunnen de tram nemen naar mijn huis.
Emma: De tram? Ik heb geen OV-chipkaart. Waar kan ik die kopen?
Lars: Daar, bij de kassa. Je kunt een nieuwe kaart kopen en geld opladen.
Emma: Hoeveel moet ik opladen?
Lars: Twintig euro is genoeg voor het weekend. Dan kun je makkelijk rond komen in de stad.
Emma: Goed idee. En morgen kunnen we fietsen, toch?
Lars: Ja! Ik heb een extra fiets voor jou. Maar... wacht even. Waar is mijn fiets?
Emma: Is hij niet op slot hier bij het station?
Lars: Jawel, maar... oh nee. Het slot is kapot. Mijn fiets is gestolen!
Emma: Wat? Gestolen? Maak je geen zorgen, we vinden een oplossing.
Lars: Dit gebeurt te vaak in Amsterdam. Ik moet naar de politie gaan en het framenummer geven.
Emma: Het framenummer? Wat is dat?
Lars: Dat is het identificatienummer van de fiets. Elke fiets heeft een uniek nummer op het frame.
Emma: Ah, zoals een kenteken voor een auto?
Lars: Precies! Maar nu moeten we allebei de tram nemen. Kom, de tramhalte is daar.
Emma: Oké. Welke tram gaat naar jouw huis?
Lars: Tram 13. Maar het is nu spitsuur, dus de tram is waarschijnlijk vol.
Emma: Spitsuur? Hoe laat is het dan?
Lars: Het is half zes. Tussen vijf en zeven uur is het altijd druk.
Emma: Misschien moeten we een abonnement kopen voor de tram?
Lars: Nee, dat is niet nodig voor een weekend. Je OV-chipkaart is genoeg.
Emma: Oké, dan ga ik nu naar de kassa. Wacht hier op mij?
Lars: Ja, ik wacht hier. En dan bel ik de politie over mijn gestolen fiets. USED_WORDS: Hoe was de reis? huisgenoot op slot tram kassa opladen rond komen gestolen Maak je geen zorgen framenummer
Woordenlijst / Vocabulary:
- Hoe was de reis? - How was the journey?
- huisgenoot - housemate/roommate
- op slot - locked
- tramhalte - tram stop
- kassa - checkout/register
- opladen - to top up/charge (card balance)
- rond komen - to get around
- gestolen - stolen (past participle of stelen)
- Maak je geen zorgen - Don't worry
- framenummer - frame number (bike ID)
https://dutchfluency.com | https://dutchfluency.com/tools/tulip-trainer