In Cultuurshift hoor je elke aflevering een internationale case. Denk aan innovaties rondom AI, immersieve ervaringen, gamification en datagedreven werken. Hoe pakken andere organisaties dit aan? En vooral: wat levert het ze op?
Host Anic van Damme en sidekick Splinter Chabot gaan daarover in gesprek met een buitenlandse pionier én een Nederlandse maker of professional. Samen trekken ze het voorbeeld naar de Nederlandse praktijk.
Dat levert niet alleen inspiratie op, maar ook concrete handvatten. Want naast het verhaal hoor je ook:
• waar je kunt beginnen
• wat je beter (nog) niet kunt doen
• en hoe je kleine eerste stappen zet richting een eigen project
Dringen voor een topstuk. Gemopper in de rij en een zaal die leeg blijft, terwijl het ergens anders hutje mutje is. Publieksbeheersing is een kunst op zich, want pas als je weet wat je publiek doet, maar vooral ook wat het niet doet, kun je sturen op een ultieme ervaring. We kijken binnen bij het Design Museum in Londen, waar elke dag duizenden bezoekers komen. Hoe pakken zij het aan? Hoe zetten ze data in voor een ultieme publieksbeleving? En hoe past dat binnen hun digitale strategie? Dat moeten we bespreken in Cultuurshift.
Dit is Cultuurshift. Met Anic van Damme en Splinter Chabot.
Leuk dat je erbij bent bij deze podcast van DEN, dé aanjager van digitale transformatie in de cultuursector. En deze keer dus over het Design Museum in Londen. Splinter Chabot, jij bent ook weer van de partij. Hartelijk welkom. Splinter, heb jij wel eens gehad dat je een museum bezocht en dat het gewoon kneiterdruk was? Ja natuurlijk. In Nederland heb je dat ook vaak. Ik bedoel, nou het Rijks is… Ik vind het Rijks fantastisch, maar ik durf nu ook wat kritisch te zijn. Bijvoorbeeld omdat ’t Rijks, in jou dan, tegenover mij zit.
Soms heb je natuurlijk, als je naar de Nachtwacht gaat, dan is het soms zo druk dat het bijna drukker is dan al die mannen op dat schilderij. Weet je wel, dat je dan denkt… Dan loop ik, ik loop dan door, want ik heb een Museumkaart. Dus dan kan ik bijvoorbeeld de volgende dag een half uurtje voor sluitingstijd langs gaan. En dan sta je soms echt in je eentje voor het schilderij. En dan heb je die luxe, omdat je er vlak voor sluitingstijd heen kan gaan.
Maar bijvoorbeeld iedereen kent het voorbeeld van de Mona Lisa in het Louvre in Parijs. Als je daarheen loopt, ja, dat is gewoon alsof iedereen op koopjesjacht is, weet je wel. Het is echt dringen en ellebogenwerk. Ja, ik loop er dan ook aan voorbij en dan ga ik naar een ander schilderij. En dan zit het je beleving in de weg. Totaal andere ervaring denk ik. Als je er zo aan voorbij loopt. Ja, dat je denkt, ik, ik… Dat is even makkelijk. Ik loop even door. Terwijl je wilt natuurlijk het liefst — en dat kan ook in de Eregalerij van het Rijks, ook zeker — als je naar een museum toegaat en je gaat een kunstwerk bekijken, je wilt het kunstwerk eigenlijk ontmoeten. Je wilt het even aan kunnen kijken. Je wil ook via het kunstwerk de kunstenaar ontmoeten. Je wil zien wat er allemaal gebeurt.
Je ziet natuurlijk vaak in een schilderij één groot iets in het midden. En dan zijn er allemaal kleine details omheen en gebeurtenissen. En misschien strijd of liefde of hebzucht. Of weet je wel… Dus de emotie, dat moet je tot je laten nemen en dan ook kijken hoe is het gemaakt? En daar heb je gewoon niet een paar seconden voor nodig. Maar eigenlijk een paar minuten. Liefst ook een paar uur, maar een paar minuten nog. En ik denk dat het dus heel interessant is: hoe ga je de kudde die wij als mensen en bezoekers toch zijn een beetje als schaapjes een bepaalde kant op duwen en sturen?
Zeker. Tegenover jou, Evita Goettsch. Welkom vanuit het Innovatielab van het Rijksmuseum. Je hebt ook wel wat met vormgeving hè? Ja, zo ben ik een beetje geprogrammeerd. Ik heb dat gestudeerd, dus dat zit wel in alles wat ik doe eigenlijk. Je had ook een eigen designbedrijf, klopt dat? Ja, naast mijn studie heb ik allerlei ontwerpklusjes gedaan, dingen ontworpen, grafische vormgeving en dat soort dingen. Ja. Cool. Ja.
En dat doen ze dus ook in Engeland, daar houden ze zich ook ontzettend bezig met design. Natuurlijk. Komt die, het Design Museum.
Alles in het Design Museum in Londen gaat over impact. Elk ontwerp gaat daar over gebruik. Een broodrooster, een camera, een schoen. Het start met de vraag: wat kunnen we ermee? En dat geldt ook voor data. We kunnen van alles meten, maar wat willen we weten? En hoe kun je de ervaring van je bezoeker nóg beter maken met behulp van datatechnologie? En dan is de cirkel weer rond. Want een betere museumervaring betekent meer impact.
Een betere museumervaring betekent meer impact. Ben je het daarmee eens? Ja, ik denk het wel. Ja, ik denk dat dat het doel is van een museum, toch? Dat die kunst echt iedereen raakt. Dus ja, ik denk dat het wel belangrijk is. En op wat voor manier werk je daar aan mee? Vanuit het Innovatielab bij het Rijks.
Nou, wij experimenteren heel veel in het Innovatielab. En wij pakken allerlei uitdagingen aan die in het museum spelen, zoals drukte ook, onder andere. Wat de bezoekersbeleving heel erg kan raken. Dus als het te druk is, weten we dat mensen zich… ja, dan is het gewoon minder leuk om het museum te bezoeken. Je kan het niet goed zien of je kan niet goed lezen of niet goed tot je laten doordringen. Dus dat is een heel groot thema waar we binnen het lab mee experimenteren.
Ja. En dat is onderdeel dus — ik zeg het — het is onderdeel van het Rijksmuseum, maar het is echt een aparte afdeling dus, hè? Ja, ik noem het geen afdeling, maar meer een soort plek, want we willen juist een beetje snelheid langs alle bestaande processen. Een beetje vrijheid en experimenteerruimte hebben. Dus daarom noem ik het meer een soort plek. Ja. Ja. Oké. Oké. Afdeling, afdeling is geschrapt. Deze afdeling is wegbezuinigd. Het is geen departement. Nee. Nog erger. Een plek waar van alles gebeurt.
En je noemt drukte inderdaad. Maar drukte in je museum of welke plek je dan ook hebt — erfgoedinstellingen of whatever — drukte is niet altijd vanzelfsprekend. Je moet natuurlijk wel mensen hebben die naar je toe komen.
Ik sprak met de adjunct-directeur van het Design Museum. Dat is Josephine Chanter en zij vertelt waarom het in deze tijd zo moeilijk is om überhaupt mensen naar het museum te krijgen.
Het is een boeiende tijd om in de cultuursector te werken. Ik denk dat we grote verschuivingen zien in gedrag, consumptie en aandacht. En het is een concurrerende strijd om de tijd van mensen en voor hun aandacht eigenlijk. Het is zo makkelijk om nergens heen te gaan en niets te doen. Alles is met één druk op de knop beschikbaar, geheel vanuit je huis of waar je ook bent. Dus podia en culturele instellingen moeten heel hard werken om mensen naar hun instellingen te trekken, om hen te betrekken met wat voor hen belangrijk is.
En we hebben er in het Design Museum veel over nagedacht. Daarom: waar we mensen kunnen ontmoeten en hoe we kunnen inspelen op trends en gedragspatronen in plaats van ertegen, omdat we enorme verschuivingen zien en we willen een deel uitmaken van die verandering in plaats van erbuiten te blijven staan.
Zij wil dus heel graag weten hoe mensen zich gedragen in een museum, om te zorgen dat ze het zo fijn mogelijk hebben. Bij het Design Museum — dit is ook een megagrote locatie — hebben ze heel veel mooie tentoonstellingen, over Tim Burton bijvoorbeeld, Wes Anderson. Heel populaire dingen waar veel mensen op af komen.
En wat zij doen om te weten hoe mensen zich door het museum heen bewegen, is dat zij mensen het ticket dat ze hebben gekocht laten scannen. Dus voordat je een bepaalde vleugel ingaat, een ticket scannen. En dat kan met een los ticket, maar ook met je lidmaatschapskaart. Zodat ze weten: oké, zoveel personen zijn daar ongeveer aanwezig. Op die manier doen ze het daar.
Evita, op wat voor manieren weten jullie waar mensen zijn in het museum?
Nou, wij weten wanneer mensen binnenkomen en vanaf dan weten we eigenlijk niet precies waar iedereen is in het gebouw. We kunnen wel zien als mensen bijvoorbeeld een audiotour doen via de app of via een device in het museum, dan kun je herleiden waar mensen zijn.
Maar we hebben vorig jaar een leuk experiment gedaan in de Nachtwachtzaal, de drukste zaal van het museum. Wel een prachtige zaal trouwens. Een hele mooie zaal. En daar heb je ook een bijzondere situatie, omdat je drie in- en uitgangen hebt naar de Eregalerij en naar de zijzalen. En daar hebben we gemeten met sensoren hoeveel mensen daar in en uit gaan. En dat vergeleken met de bezoekersaantallen. En dan zie je dat heel veel mensen die zaal gebruiken als een verkeersruimte. Dus dat het extra druk is door mensen die daar dan twee keer langs komen. Het is ook een soort rotonde, terwijl je topstuk daar hangt.
Ja ja, dus het kan ook zijn… We weten natuurlijk niet waarom mensen daar twee keer komen. Dat vul je dan een beetje in natuurlijk. Dus het kan zijn dat mensen het te druk vinden, wat jij net zei. Dat je dan eerst even ergens anders heen gaat en weer terugkomt. Maar het kan ook zijn dat mensen ergens weer teruglopen en dan weer terechtkomen in de Nachtwachtzaal.
Wat was je vraagstelling bij dat onderzoek of experiment? Wat wilde je, waarom wilde je dit weten?
Nou, we weten dat als het heel druk is, dat de bezoekersbeleving naar beneden daalt. Dus we meten dat dan achteraf in bezoekersenquêtes. Is het een heel groot verschil eigenlijk? Gaat het van een 9 naar een 6? Of is het iets kleiner? Er zit wel iets kleiner, maar het is wel significant. En dat wilden we eigenlijk heel erg plaatselijk meten in die Nachtwachtzaal. Om te zien: als het te druk is, wat is dan het kantelpunt dat de bezoekersbeleving naar beneden daalt in die zaal? Dus dat hebben we geprobeerd. Dat was de vraag eigenlijk. En dan het vervolg is natuurlijk: hoe kun je dat sturen? Kun je mensen een andere weg laten nemen? Of later naar de Nachtwacht laten gaan bijvoorbeeld?
Wat ik ook mooi vind, is dat soms een tentoonstelling aan zijn eigen succes ten onder dreigt te gaan. Ik weet nog de Vermeer-tentoonstelling. Ook waanzinnig. Uberdruk ook. En wat mooi is aan deze techniek is dat je eigenlijk voorkomt dat een tentoonstelling aan zijn eigen succes ten onder gaat. Door die technieken kun je de mensenstroom aanpassen, waardoor het meer gespreid wordt. Waardoor iedereen die optimale beleving kan hebben eigenlijk toch? Dat is er zo mooi aan.
Nou, dan kan je zeggen: we werken met tijdsloten. Maar volgens Josephine houden mensen zich ontzettend slecht aan die tijdsloten. Ja dat is waar, ik doe het ook nooit. Om de spreiding binnen het museum qua drukte te hebben.
Maar die sensoren, die hingen er niet standaard. Dat moest echt apart hiervoor opgehangen worden. Ja, ja. Het Rijksmuseum wil niet heel graag zichtbare technologie ophangen, omdat dat de bezoekersbeleving van het werk verstoort. En nu is de Nachtwacht in restauratie en is er een hele glazen wand geplaatst met een verlaagd zwart plafond. Dus dat was een mooi moment om extra sensoren op te hangen. Dus die hebben ze speciaal voor het experiment opgehangen.
We zien dat ook. Als je deze podcast luistert zie je het niet, maar je kan hem ook zien op video. En dan zie je op de schermen jou staan, helemaal links. Wat gebeurt hier? Nou, hier worden die sensoren opgehangen. Het is een vrij hoog plafond, dus dat moest met een hoogwerker naar boven. Hoe komt zo’n hoogwerker überhaupt de Eregalerij van het Rijks in? Maar oké.
Weten we nu hoe druk het is op de drukste momenten?
Nou, je ziet aan de cijfers dat het aantal bezoekers per dag — dat dat zeg maar een dubbele daarvan komt in de Nachtwachtzaal die dag. Dus mensen komen gemiddeld twee keer in de Nachtwachtzaal. Hoeveel zijn dat er? Ja, dat verschilt heel erg. Het kan tot tienduizend bezoekers per dag zijn. Dat is heel veel. Tienduizend bezoekers per dag. Wow. Ja. Ja dus.
Ja, maar dan weet je hoeveel mensen er zijn. Maar je weet nog niet hoe ze het beleven. Nee, dat weet je niet. En dat hebben we in dit experiment geprobeerd te meten. Hoe voelen mensen zich op zo’n druk moment? En dat bleek toch wel lastig te zijn om te doen. Dus dat hebben we achteraf in de bezoekersenquête gemeten. En die wordt best wel goed ingevuld.
Je hebt toch ook wel van die dingen op Schiphol, van die luchthavens, dat je zo’n paal hebt met een groen gezichtje en een boze rode knop. Zou je zoiets niet daar neer kunnen zetten? Dat kan, maar dat vonden we niet zo’n mooie esthetische oplossing. Ze staan er wel bij een aantal plekken. Maar ja, dat was toch niet helemaal… En omdat je een vervolgvraag wil stellen — wat vind je dan van de drukte specifiek — was dat ingewikkeld.
Hoe heb je het opgelost dan eigenlijk, of heb je het niet opgelost? We hebben het niet opgelost. We hebben gemeten met de bezoekerservaringen in de enquêtes.
Ja. Ook wel een mooi voorbeeld van hoe je afwegingen moet maken soms. Je wil bepaalde dingen weten, maar sommige dingen lukken dan niet of kunnen niet mee. En wat je zei: die technologie wil ik graag onzichtbaar houden, omdat ik niet wil dat het de ervaring verstoort.
En bij het Design Museum kwam Josephine erachter: we hadden het over het scannen van die tickets en ze had het erover dat dat voor problemen zorgt. Nou, niet het scannen an sich, dat werkt prima. Maar juist dat die datasets, dat die systemen niet met elkaar praten.
We vinden het lastig om onze verschillende systemen met elkaar te laten communiceren. Dus onze leden, ons ledenbestand, krijgen een eigen identiteit. Zo’n identificatiecode in het CRM. Dat is niet dezelfde identificatiecode die in het ticketsysteem staat wanneer ze een ticket kopen. Dus moesten we ervoor zorgen dat we een nieuw ticketingsysteem zouden invoeren dat in staat was om die twee bij elkaar te zetten, zodat ze bij elkaar passen.
Dus ja, er is altijd wel iets in de dataset of het systeem dat niet met andere systemen wil communiceren. Soms kun je een API invoeren en dan kun je het oplossen. En dan besef je soms dat je het systeem dat je gebruikt opnieuw moet bekijken.
Dus ja, we hebben onlangs een nieuw ticketsysteem aangeschaft en veel van de opdracht voor dat nieuwe systeem was dat we deze gegevens eruit moesten kunnen halen. Dat is de drijvende kracht van de selectie. Het lijkt wel een behoorlijke extra uitgave die erbij kwam. Ja, helemaal. Maar als je dat niet kunt, als je niet weet wat je leden in het gebouw doen, kun je ze niet vasthouden. Dus wordt het eigenlijk best wel van cruciaal belang voor het bedrijf.
En ik denk dat je er vaak aan went dat je workarounds invoert of dat het niet lukt. Je accepteert dan hoe het nu gaat, zo van: ach ja, we komen er niet uit. We weten niet hoe dat gaat uitpakken. En dan komt het moment dat we het gewoon moeten doen. We moeten dit gewoon oplossen, dus dat hebben we gedaan.
Ze zegt: inzicht is noodzakelijk, anders wordt het business critical. Ja, dat kan natuurlijk. Herken je ook die noodzaak van: we moeten inzicht hebben in die data? We moeten data gebruiken om betere inzichten te krijgen, want dit gaat over het voortbestaan van onze venue. Nou is het Rijks natuurlijk een gesubsidieerde instelling, maar de behoefte om dingen te meten is wel groot. Want we willen weten wat mensen beweegt om naar het Rijksmuseum te komen en om de bezoekersbeleving zo goed mogelijk te maken.
En ik denk: een te vol museum is niet fijn en een te leeg museum is ook niet fijn. Dus je wilt grip krijgen op hoe dat gaat.
Over digitale ambities of ambities met digitaal: dat kan soms best wel groot zijn. Zij vertelt eigenlijk: we wilden van alles meten, maar ons systeem ging niet mee, dus dat moesten we ook nog vervangen. Dat kwam er nog bij.
Waar zie jij dat het soms misgaat tussen groots denken en dingen willen en daadwerkelijk voor elkaar krijgen? Nou ja, zij had het over dat die systemen moeten samenwerken en zij zijn overgestapt op een nieuw ticketsysteem. Dat is een enorme opgave om nieuwe infrastructuur te kiezen. Een enorme investering lijkt me. Enorme investering. Dus wat wel leuk is aan het lab, is dat wij juist proberen iets kleins te experimenteren en dat te testen voor bijvoorbeeld het hele museum.
Dus we gaan nu een experiment doen in de winkel. Zelfde soort vraagstuk. Drukte, indeling van de winkel. Hoe kunnen we de bezoekersbeleving verbeteren in de winkel zelf? Ook dus meerdere opties, meerdere dingen testen, opstellingen van de winkel. Oh, wat interessant. Ja, ja. Dus eerst wil je weten: wat gebeurt er dan? Dus een nulmeting doen en dan ga je wat verschuiven. Misschien ook de inhoud een beetje veranderen en dan kijken wat er gebeurt.
Kan je zo één ding noemen waar je heel benieuwd naar bent? Nou, we hebben bijvoorbeeld twee lagen in de winkel. Dus we hebben de boekenwinkel en de andere winkel. En sommige bezoekers vinden de boekenwinkel niet. Dus dat vind ik al een interessante: hoe kun je mensen daar wel naartoe laten gaan? Dus dat zijn vraagstukken die aan bod komen. En we kijken dan ook welke technologie goed zou kunnen passen, ook voor de rest van het museum. Zodat je een gewogen keuze kan maken als je zo’n grote verandering aangaat.
En dit geldt in een museumsetting, maar dit zou natuurlijk ook kunnen gelden voor andere organisaties. Wat voor elementen kunnen zij uit jouw werk meenemen? Nou, we werken ook veel samen met partners. We hebben heel veel partners bij het Rijksmuseum waar we over dit soort vraagstukken mee praten. Bijvoorbeeld de Efteling heeft een heel mooi systeem qua druktespreiding. Dus dat zijn partners waar we gesprekken mee aangaan: wat doen jullie en hoe werkt dat? En werkt dat goed? Dus op die manier kijken we ook naar anderen buiten het museum.
Welke Efteling‑tip heb je gekregen? Over de Python? Ja, Holle Bolle Gijs. Ik hoop dat er nu een achtbaan door het Rijksmuseum komt. Dat hoop ik, ja. I love it. In plaats van die fietstunnel, ja.
We hebben nog niet met de Efteling gesproken over de drukte. Maar ik ben wel heel erg benieuwd hoe zij… zij hebben natuurlijk ook winkels en ze hebben drukte met rijen en attracties en spreiding en dat gaat allemaal heel seamless. Ik vind het ook wel mooi, want het is natuurlijk… Ik denk als culturele instelling wil je graag je bezoekers wat vertellen. Of het nou theater is of een concertzaal of een museum. Je wil een verhaal uitdragen.
En ik vind dit nou bij uitstek… Als je in een restaurant zit is er vaak iemand, een ober of zo, die iets uitserveert aan je. Ik vind het ook echt een vorm van service. Dat je nadenkt: oké, we hebben dit verhaal in huis. Of het nou een voorstelling is of inderdaad een museumstuk. En we gaan nu kijken: hoe kunnen we dat verhaal op de best mogelijke manier, die beleving op de best mogelijke manier, aan je uitserveren?
Ik vind dat wel een enorme vorm van service, waar je als bezoeker misschien niet altijd zichtbaar meteen iets van doorhebt, maar onzichtbaar dus wel in je beleving echt iets verandert. Vind ik iets heel erg moois eigenlijk.
En je zegt eigenlijk: wij zoeken ook partners die misschien niet hetzelfde doen als wij, maar juist vanuit een andere hoek. Wel vergelijkbare raakvlakken natuurlijk, maar dat je samen gaat kijken: hoe werkt dit voor jullie en wat kunnen we van elkaar leren? Ja, in die zin. Ja zeker. Mooi.
En dat werken met die datapunten krijgt natuurlijk pas echt betekenis als het onderdeel is van je bredere visie en de missie van je organisatie. Als het volledig in lijn is en daarin verweven is, dan is de kans natuurlijk ook groter dat je daar de vruchten van plukt. En Josephine vertelt hoe dat eruitziet bij het Design Museum.
We hebben geprobeerd ons echt te concentreren op: wat willen we precies weten en waarom? Want eigenlijk zijn we allemaal bezig met het genereren van een enorme hoeveelheid gegevens. Dus een van de dingen die we echt hebben gedaan in het museum de afgelopen jaren is een soort strategische evaluatie van het museum. En als onderdeel daarvan hebben we onze visie herzien en missie, en daaronder hebben we eigenlijk strategische doelstellingen en daarin hebben we zes soorten KPI’s die ten grondslag liggen aan de strategie.
Dat zijn dus zes gegevenspunten die we het belangrijkst vinden. En we willen dat iedereen in de hele organisatie zich erop richt. En ze kunnen op verschillende manieren een bijdrage leveren. Dus we hebben eigenlijk zo’n beetje die zes belangrijkste indicatoren en daarbinnen zijn er dan commerciële plannen, plannen voor publieksontwikkeling, digitale plannen — eigenlijk alles wat eronder valt. Maar het idee is dat ze allemaal die zes indicatoren ondersteunen zodat de organisatie gericht blijft op het leveren van resultaten en wat we proberen te bereiken.
Ik sprak met haar over die zes KPI’s. En ja, dat gaat een beetje ver om in deze uitzending allemaal uiteen te zetten, maar zij kan daar wel goed over vertellen en ik zal dat in het artikel ook schrijven op de site bij DEN, die bij deze aflevering hoort. Als je nieuwsgierig bent: goh, wat zijn die zes focuspunten dan in ieder geval.
Maar benieuwd? Evita, jij werkt… jij zit ook bij de Digitale Commissie bij het Rijks. Wat doen jullie precies? Wat is dat voor club?
Nou, een hele verschillende club dus… Geen afdeling. Ja, ik hoorde jou nadenken. Ik wilde geen “afdeling” zeggen. En ook geen “departement”, ja. Het is een commissie van allerlei mensen eigenlijk uit het museum die met een digitaal component werken. Vanuit collectie‑IT‑kant, vanaf de algemene IT, en natuurlijk marketing‑IT — de website etcetera, naar buiten toe.
En wat we met die commissie doen is eigenlijk alle projecten waar een digitaal component in zit. En dat is eigenlijk heel veel natuurlijk. Kun je bedenken. Zo bijna elk project, toch? Ik denk dat de meeste dingen allemaal wel iets van een digitaal component in zich hebben.
En wat we eigenlijk doen is zorgen dat we weten wat er allemaal speelt, welke plannen er allemaal zijn rondom digitale… innovatie kan het zijn, maar het kan ook een vernieuwing zijn van een app of een applicatie die wordt gebruikt. Om ook te kunnen zien: wat speelt er in het museum, en waar gaan we prioriteit aan geven? En welke thema’s lijken op elkaar en kunnen we misschien gezamenlijk aanpakken? Dat je dus niet hebt dat er verschillende systemen ontstaan die niet met elkaar kunnen communiceren. Dat wil je natuurlijk voorkomen.
En hoe zorg je er nou voor dat die geleerde lessen bij het ene project doorvloeien bij de rest van de dingen, of in ieder geval doorgegeven worden? Hoe organiseer je dat?
Ehm, nou, ik denk dat zo’n commissie digitale strategie daar ook voor kan zorgen. Natuurlijk omdat wij ook bijhouden wat de plannen zijn, wat er gebeurt, de inzichten als iets afgerond is. En wat ik zelf — dus wat het Innovatielab doet — is dat we heel veel kennis die we opdoen in zo’n experiment als de Nachtwachtzaal weer terugbrengen in de organisatie door middel van vertellen, of een lezing, of een workshop, of op een andere manier.
Dat ligt best wel in lijn met wat Josephine belangrijk vindt. Want zij vindt ook dat dat hele digitale‑strategie‑stuk niet in één afdeling hoort — daar is hij weer, het woord — in één afdeling hoort te liggen. Het woord dat niet genoemd mag worden. Maar door alle “afdelingen” heen moet lopen. Zodat je daar allemaal eigenaarschap bij voelt.
En ik vraag haar hoe mensen die niet veel hebben met data dat dan toch mee kunnen krijgen en hoe je die dan toch verantwoordelijk kunt maken.
Er zijn verschillende niveaus van datageletterdheid in het hele museum. Er zijn zeker een paar gegevens waar ik me meer op mijn gemak voel dan met andere gegevens. Maar ik denk dat het een soort hulpmiddel wordt dat iedereen kan gebruiken om na te denken over zijn of haar eigen werkwijze. En we praten ook veel over bewijsmateriaal in het Design Museum, in een soort onderzoekscultuur. En ik denk dat als je gegevens kunt integreren in de onderzoekscultuur, dat helpt mensen in een museum of in de culturele sector begrijpen het belang ervan te zien en hoe het hen kan helpen bij hun praktijken, werk en de ontwikkeling, en om hun activiteiten verder uit te bouwen.
Ze verschuift eigenlijk de focus naar: dus niet zozeer “je moet iets met data”, maar meer dat iedereen toch wel inzicht en bewijsvoering wil hebben van zijn of haar werk — wat werkt. En dat dan mensen veel meer aangesproken voelen.
Zou dat voor jou werken, Splinter? Als je het anders brengt? Anders framet eigenlijk? Ik denk het wel. Ik denk dat de communicatie… Het gaat eigenlijk over communicatie. Hoe breng je iets? Hoe krijg je mensen mee? In de politiek draait het zo’n beetje op alleen maar framing en het verhaal vertellen. Als politicoloog zit je daar natuurlijk helemaal in. Ja, snap ik.
Het gaat niet over gelijk hebben, maar gelijk krijgen eigenlijk. En ik denk dat als je de mensen mee kunt krijgen… Data is natuurlijk ook een breed begrip. Maar als jij kunt zeggen: joh, dit komt uit jouw gegevens en dan kun jij op deze manier dat doen… Ik kan me voorstellen dat je dan eigenaarschap voelt en dat je ook zin krijgt van: hé, ik kan een verschil maken. Als je ook zegt: dit gaat fout — nee, je kunt hier en hier een verschil maken en het kan daardoor beter of mooier worden, als jullie met deze “afdeling” dit of dat doen. Dat je daar zin in krijgt. Dat je een teamwork‑gevoel krijgt. En dat zal je altijd ook moeten proberen, denk ik.
En bij het Innovatielab ben je natuurlijk constant bezig met experimenten en van: dit kan en dat kan. Ik kan me voorstellen dat er een soort positieve energie bruist. Ja. Maar dat misschien niet altijd… wervelwind… maar dat misschien niet altijd resoneert bij ieders manier van werken of binnen andere afdelingen.
Nou, wat ik wel altijd probeer is… Kijk, je kan de meest fantastische dingen bedenken — of dat kan ik dan bedenken — maar dat landt niet altijd. Soms moet je gewoon iemand helemaal meenemen aan het begin. Stel bijvoorbeeld AI: hoe werk je daarmee? Hoe kan ik mijn eigen proces optimaliseren? Je moet gewoon eerst beginnen met diegene: wat doe je dan allemaal? En dan probeer je iemand helemaal mee te nemen, te enthousiasmeren, skills op te bouwen. En daar ben je eigenlijk 80% van de tijd mee bezig en 20% is dat echt innovatieve stukje.
Dus ik denk: ja, met veel enthousiasme mensen meenemen en ze het zelf laten doen. Dat dat heel belangrijk is om het in gang te krijgen.
Dus als ik hem terug zou brengen naar één zin: wat zou jouw advies zijn om mensen mee te nemen? Eén zin. Ik denk: je moet eigenlijk mensen zoeken die al een beetje enthousiast zijn. Een soort ambassadeurs. En die moet je gewoon helemaal enthousiast maken en meenemen.
Ik denk ook: wat jij tussen neus en lippen door even zei van “ja, de processen optimaliseren”… Ik denk: als je een mailtje stuurt met “wij willen graag jouw processen optimaliseren”, dat iedereen meteen achterover valt en denkt “bemoei je er niet mee”. Terwijl als je zegt: we willen samen kijken hoe we het mooier en beter kunnen maken, en ik heb zin om met je aan de slag te gaan, want ik zie wat voor fantastische dingen je hier doet — complimenten geven — en daar tussendoor dan eigenlijk de boodschap “we gaan het toch even helemaal anders doen”. Dan krijg je mensen mee. Maar inderdaad: processen optimaliseren… ik zal het nooit meer zeggen. Dat mag je niet. En vermijd het woord “afdelingen”. Er zijn mensen die daar heel blij van worden. Maar niet heel veel. Ja.
Stel je bent nog helemaal niet zo ver met je digitale strategie en hoe je daar mensen in meeneemt. Waar start je dan?
Ik zou organisaties die bezig zijn met het opzetten van hun digitale strategie adviseren om te beginnen met een inventarisatie van hun huidige situatie, om inzicht te krijgen in wat ze wel en niet hebben. En dan de dingen te zoeken waarvan je denkt dat de moeilijkste stap is: ga ze aan, leer ze begrijpen, en doe alles met een netwerk dat je steunt en adviseert. Want ik denk dat mensen echt bereid zijn om te helpen.
Ze zegt eigenlijk iets super interessants: pak aan waar je het meest mee worstelt, wat net buiten je comfortzone zit. Maar dan moet je het eigenlijk ook zo vertellen: waarmee je worstelt, wat buiten je comfortzone zit. En dan denken mensen: oké, ik worstel hier en hier en hier mee — want iedereen worstelt met dingen. En “buiten de comfortzone” klinkt natuurlijk ook lekker, want dan ga je een uitdaging aan. En dan duik je erin.
We gaan hem aan de overkant van de tafel neerleggen. Wat zit er buiten jouw comfortzone? Waar worstel jij nog mee, Evita? Waar ik nog mee worstel? Nou, ik denk: wat belangrijk is, is eigenlijk ook gewoon proberen klein te beginnen en gewoon te gaan en te experimenteren. En niet zo bang te zijn om een beetje te verkennen. En dat zijn soms wel dingen waar ik tegenaan loop in zo’n grote organisatie: dat mensen toch ook wel een beetje bang zijn om net even iets te proberen wat misschien van tevoren een beetje gek klinkt of raar is.
En innoveren is ook fouten maken, toch? Ja zeker. Ja. Ja.
En wat… wat staat er nog? Ja, je hebt het al gehad over experimenten die je al doet en wat er nog aankomt. Wat staat er nog op je wishlist? Heel veel. Ja.
Nou, het lijkt mij wel fantastisch als we in dit experiment dat we nu gaan doen met de winkel, om dat ook echt in de zalen te gaan doen en ook mensen echt… en te experimenteren met sturen en bezoekers sturen. Maar goed, dat voelt natuurlijk allemaal een beetje…
Als ik het heel plat vraag: betekent dat dan dat jij bij wijze van spreken de Nachtwacht of een ander beroemd schilderij even gaat verplaatsen om te kijken wat het met de stroom doet? Nou, dat is wel voorgesteld, maar dan merk je… ja, dan zie je dat mensen natuurlijk steigeren van: nou, we gaan echt niet mensen niet naar de Nachtwachtzaal leiden. Dat kan niet. Mensen moeten de Nachtwacht zien. Tuurlijk, begrijp ik ook. Het voelt een beetje oncomfortabel. Dat is een oncomfortabel gesprek dat je dan gaat voeren. Wie weet waar we hem nog eens op een andere plek tegenkomen?
We gaan naar de kettingvraag voor jou, Evita, want in een andere aflevering hadden we het over immersieve ervaringen. We bespraken een heel tof vernieuwend concept: Immersive Arcane. Een soort musical waar Punch Drunk aan meewerkt uit Londen. En in de studio zat regisseur Chafik Benhmidouch en hij heeft een vraag aan jou.
Hoi Evita, mijn vraag aan jou is: hoe kun je mij als bezoeker en als Amsterdammer vaker naar het museum krijgen? Want ik zou heel graag vaker willen gaan, maar ik weet niet hoe ik het moet doen in mijn tijd. Ik zou eigenlijk heel graag ’s avonds willen gaan of op andere tijden. Nou, hoe denken jullie daarover?
Ja, het is natuurlijk herkenbaar dat je overdag… we sluiten om 17:30. Dat dat niet lukt als je werkt. En in het weekend is het supervol en druk, dus dat begrijp ik heel erg. Wat wel leuk is, is dat wij een aantal vriendschappen hebben bij het Rijksmuseum, waar ook best wel wat coole events aan hangen als je daar dus lid van bent. Vriendschappen zijn een soort lidmaatschap. Soort lidmaatschappen voor verschillende vrienden. En we hebben NEXT. Dat is echt voor jonge mensen. En daar hangen best wel toffe events aan vast. Bijvoorbeeld praten met conservatoren, avondopenstellingen — dus dat is in de avond — maar ook met leuke activiteiten, workshops etcetera. Dus dat zou ik dan aanraden. Dat is wel mooi, dat bestaat al en dat is super, super leuk. Word vriend, Chafik.
En dan komt de eerste stap in ieder geval alvast goed, want ook dit keer heeft ze weer meegeluisterd: adviseur bij DEN, Su Yin Timp‑Gan. Zij is specialist op het gebied van data en AI en zij spreekt hier ook veel organisaties over. En zij heeft nog een goede tip voor je.
Wat opvalt in dit gesprek is de nuchterheid. Bij zowel het Design Museum als het Rijksmuseum klinkt dezelfde boodschap over datagedreven werken. Begin niet met een tool, maar begin met zelfinzicht. Josephine Chanter zegt het echt heel helder: wil je beleid maken voor datagedreven werken, dan moet je eerst weten waar je staat. Hoe digitaal volwassen is je organisatie? Heb je de juiste vaardigheden? Is er draagvlak en zijn je processen goed ingericht?
We zien dat organisaties vaak juist deze stap overslaan. Ze willen dashboards bouwen, ze willen experimenteren. Maar de basis is nog niet eens scherp. En juist die basis bepaalt of data echt iets toevoegt aan je missie, of dat het bij een los project blijft.
Daarom is de digitale transformatiescan van DEN zo waardevol. Deze zelfscan geeft inzicht in je digitale volwassenheid. Niet als oordeel, maar als startpunt voor een goed gesprek. Het werkt het beste als meerdere mensen in de organisatie de scan invullen. Juist het gesprek daarna is namelijk interessant. Want waar zitten de overeenkomsten en waar zitten de verschillen in de scores? In ongeveer tien minuten heb je al inzicht in je vertrekpunt en kun je gerichter verder met je digitale transformatie.
We zorgen dat de link naar die zelfscan natuurlijk op de website van DEN staat. Dank je wel, Splinter Chabot en Evita Goettsch. Mijn naam is Anic van Damme. Dit was Cultuurshift. Abonneer je op dit kanaal zodat je geen enkele aflevering mist. Heel leuk dat je erbij was. Doei!
Dit is Cultuurshift. Met Anic van Damme en Splinter Chabot.