Learn Dutch Everyday

Where do you come from? — that's what Lisa and Maarten are talking about in this A1 lesson about greetings & introductions. Key words: komen uit, de stad, wonen. Great for inburgering prep! Alles voor je examen op inburgeringprep.com: a practice exam for inburgering.

This lesson teaches you present tense, svo word order in context, plus you'll learn about dutch directness and the three-kiss greeting — a topic that comes up on the KNM exam.
Practise this exam skill: schrijven A2 oefenen.

Vocabulary from this episode — more: Dutch vocabulary

  • komen uit — to come from
  • de stad — the city
  • wonen — to live
  • in Nederland — in the Netherlands
  • geboren — born
  • verhuizen — to move

Perfect practice for inburgering exam listening comprehension at A1 level. Join Lisa and Maarten every day for bite-sized Dutch lessons.



Study for your inburgering exam with the study guides. Also useful: study Dutch.



Listen on other platforms:
🎵 Spotify
📺 YouTube
🍎 Apple Podcasts
🌐 More practice at the study guides



What is Learn Dutch Everyday?

Lisa and Maarten are two friends who chat in simple Dutch about everyday life. Perfect for beginners learning Dutch. Short daily episodes with vocabulary, grammar tips, and cultural insights about the Netherlands. From greetings and food to Dutch traditions and daily life — learn Dutch by listening to natural conversations from A1 up to B2 level.

Hoi

Maarten!

Welkom

in

Rotterdam.

Leuk

dat

je

er

bent.

Hoi

Lisa.

Ja,

dank

je.

Het

is

druk

hier

op

straat.

Haha,

ja,

dat

is

normaal

hier.

Dit

is

mijn

stad!

Oh

ja,

dat

is

waar.

Jij

komt

uit

Rotterdam,

hè?

Jazeker!

Ik

ben

hier

geboren.

De

beste

stad

van

Nederland!

Nou,

nou...

Utrecht

is

ook

leuk,

hoor.

Ja,

Utrecht

is

ook

heel

leuk.

Daar

woon

ik

nu.

Echt?

Jij

woont

in

Utrecht?

Dat

wist

ik

niet!

Ik

woon

ook

in

Utrecht.

Ja!

Ik

ben

vorig

jaar

verhuisd

voor

mijn

werk.

Ik

ben

grafisch

ontwerper.

Oh,

wat

leuk.

Dus

je

bent

van

de

grote

stad

naar

de...

iets

minder

grote

stad

gegaan.

Haha,

ja

precies.

Rotterdam

is

heel

modern.

Utrecht

is

oud

en

gezellig.

Ik

vind

het

een

leuke

stad.

Dat

is

waar.

En

wat

vind

je

nu

leuker?

Oh

wacht,

wat

een

directe

vraag!

Heel

typisch

Nederlands.

Haha,

ja,

dat

zijn

we

wel.

Gewoon

vragen

wat

je

wilt

weten.

Nou,

ik

vind

Rotterdam

nog

steeds

mijn

stad.

Ik

ben

hier

geboren.

Maar

ik

woon

heel

fijn

in

Utrecht.

Ja,

ik

begrijp

het.

En

het

is

makkelijk

om

nieuwe

mensen

te

ontmoeten?

Ja,

dat

gaat

wel

goed.

En

dan

geef

je

dus

drie

kussen.

Dat

is

altijd

even

wennen

voor

mensen

die

niet

uit

Nederland

komen.

Ja,

precies.

De

drie

kussen.

Dat

is

heel

normaal

hier.

Op

mijn

werk

is

het

ook

internationaal.

Sommige

collega's

spreken

nog

niet

zo

goed

Nederlands.

Ah,

dus

die

zijn

de

taal

aan

het

leren.

Ja,

ze

leren

de

Nederlandse

taal.

Ze

spreken

nu

een

beetje.

Dat

is

goed.

Veel

spreken

is

belangrijk.

Zeker.

En

ga

je

vaak

terug

naar

Rotterdam?

Ja,

best

vaak.

Mijn

familie

woont

hier.

En

mijn

vrienden.

Dus

je

reist

veel

tussen

de

twee

steden.

Ja,

met

de

trein.

Dat

is

heel

makkelijk

in

Nederland.

Dus

jij

komt

uit

Utrecht

en

je

woont

in

Utrecht.

Ja.

Ik

ben

daar

geboren

en

ik

woon

daar

nog

steeds.

En

jij

komt

uit

Rotterdam,

maar

je

woont

in

Utrecht.

Precies.

Dus

'komen

uit'

is

waar

je

vandaan

komt,

en

'wonen'

is

waar

je

huis

nu

is.

Ja,

dat

klopt

helemaal.

'Wonen'

en

'verhuizen'

horen

een

beetje

bij

elkaar.

Oh

ja!

Ik

verhuis

naar

Utrecht.

Ik

woon

in

Utrecht.

Logisch!

Dus,

we

praten

vandaag

over

waar

we

vandaan

komen.

Over

steden

als

Rotterdam

en

Utrecht.

Ja,

en

over

verhuizen.

En

dat

Nederlanders

best

direct

zijn.

Haha,

ja.

En

over

de

taal

leren

en...

drie

kussen

geven.

Nou,

ik

heb

zin

in

koffie.

Gaan

we

wat

drinken?

Ja,

lekker.

Goed

plan.

Oké,

doei!

Tot

de

volgende

keer,

doei!