Today's episode is called "Hoe laat is het?" and it's all about numbers, time & days. Lisa and Maarten practice A1 Dutch through a natural conversation about real Dutch situations. Featured words: hoe laat, het uur, de minuut. More on inburgeringprep.com: inburgering examen vragen.
Grammar: cardinal and ordinal numbers, clock times using hoe laat is het
Culture: the 24-hour clock and dutch punctuality
Same skill, exam format: B1 lezen oefenen.
Vocabulary from this episode — more: months in Dutch
Whether you're studying for the inburgering exam or just want to speak better Dutch, this A1 lesson is for you. Subscribe for daily episodes!
Everything on this topic is in the exam simulator. Next step: KNM oefenexamen.
Listen on other platforms:
🎵 Spotify
📺 YouTube
🍎 Apple Podcasts
🌐 Study more at the exam simulator
Lisa and Maarten are two friends who chat in simple Dutch about everyday life. Perfect for beginners learning Dutch. Short daily episodes with vocabulary, grammar tips, and cultural insights about the Netherlands. From greetings and food to Dutch traditions and daily life — learn Dutch by listening to natural conversations from A1 up to B2 level.
Hoi
Maarten!
Sorry,
sorry!
Ik
ben
te
laat.
Hoi
Lisa.
Ik
zie
het.
Geen
probleem.
Echt?
Hoe
laat
is
het
nu?
Het
is
tien
over
twee.
De
trein
gaat
over
twintig
minuten.
Oh,
gelukkig.
Ik
dacht:
ik
ben
een
half
uur
te
laat.
Nee,
tien
minuten.
Dat
gaat
wel.
Hoe
ging
het?
Waarom
was
je
laat?
Mijn
klok
thuis...
die
was
niet
goed.
Oh?
Stond
de
klok
verkeerd?
Ja.
Ik
dacht,
het
is
pas
één
uur.
Haha,
oeps.
Het
is
al
twee
uur.
Ja,
precies.
Een
heel
uur
later.
Nou
ja.
We
gaan
naar
de
film,
toch?
Ja,
vandaag.
Het
is
woensdag.
Filmdag!
De
film
begint
om
drie
uur.
Oké.
En
hoe
laat
gaat
de
trein?
De
trein
gaat
om
half
drie.
Dat
is
14:30.
Half
drie.
Oké.
Dat
is
over...
uhm...
twintig
minuten?
Bijna.
Het
is
nu
kwart
over
twee.
Dus
over
vijftien
minuten.
Kwart
over
twee!
Oh,
mijn
hoofd.
Rekenen
is
moeilijk.
Haha.
Jij
bent
niet
zo
van
de
getallen.
Nee.
En
ik
ben
ook
niet
zo
van
vroeg
opstaan.
Was
je
laat
wakker?
Nee,
juist
heel
vroeg!
Om
zes
uur
al.
Zes
uur?
Dat
is
wel
erg
vroeg.
Dan
ben
je
toch
op
tijd?
Ja,
maar
dan
ben
ik
de
hele
dag
moe.
En
chaotisch.
Ik
zie
het.
Ik
ben
altijd
op
tijd.
Dat
is
makkelijker.
Ja,
ja,
jij
bent
altijd
perfect
op
tijd.
De
volgende
trein
gaat
pas
om
drie
uur.
Oh
nee.
Dan
zijn
we
te
laat
voor
de
film.
Precies.
Dus
deze
trein
is
belangrijk.
Ja,
heel
belangrijk.
Op
welk
perron?
Nummer
vier?
Nee,
perron
zeven.
Spoor
zeven
A.
Zeven
A.
Goed.
Ik
kijk
even
op
het
bord.
Ja,
kijk.
Utrecht
Centraal,
veertien
uur
dertig.
Spoor
zeven.
14:30.
Ik
vind
dat
raar,
die
24-uurs
klok.
Dat
is
normaal
in
Nederland.
Op
stations,
op
je
telefoon...
Ik
zeg
liever
'half
drie'.
Dat
is
gezelliger.
Ja,
dat
snap
ik.
Maar
is
wel
duidelijk.
Ik
vind
die
tijden
soms
moeilijk.
'Kwart
over',
'kwart
voor'.
'Kwart'
is
gewoon
vijftien
minuten.
Oh
ja.
En
'half'
is
dertig
minuten.
Ja,
precies.
Een
half
uur.
Dus
half
drie
is
twee
uur
en
dertig
minuten.
Ik
snap
het.
'Kwart',
'half'
en
een
heel
'uur'.
Precies.
Het
is
niet
zo
moeilijk.
Oké,
dus...
ik
was
te
laat.
Mijn
klok
was
niet
goed.
En
we
praten
over
de
tijd.
Over
'op
tijd'
zijn
en
'te
laat'
zijn.
Ja,
en
over
de
24-uurs
klok.
En
kwart
en
half.
Inderdaad.
Een
goede
les
over
de
klok.
Oh
kijk,
daar
is
de
trein!
Perfect
op
tijd.
Kom,
we
gaan.
Ja,
leuk!
Tot
de
volgende
keer!
Doei!