"Naar de huisarts - deel 3" (Going to the Doctor - Part 3) — in today's A2 inburgering prep lesson, Lisa and Maarten explore going to the doctor. You'll hear words like de huisarts, het recept, het ziekenhuis. Everything for your exam at inburgeringprep.com: A2 examen oefenen.
This lesson teaches you prepositions of time and place in context, plus you'll learn about the huisarts system and why dutch doctors say 'take paracetamol' — a topic that comes up on the KNM exam.
Train dit examenonderdeel: lezen examen B1.
Vocabulary from this episode — more: Dutch language grammar
Whether you're studying for the inburgering exam or just want to speak better Dutch, this A2 lesson is for you. Subscribe for daily episodes!
Preparing for the inburgering exam? Start with the exam simulator. Free on inburgeringprep.com: KNM inburgering.
Listen on other platforms:
🎵 Spotify
📺 YouTube
🍎 Apple Podcasts
🌐 Free inburgering practice at het inburgeringsexamen
Lisa and Maarten are two friends who chat in simple Dutch about everyday life. Perfect for beginners learning Dutch. Short daily episodes with vocabulary, grammar tips, and cultural insights about the Netherlands. From greetings and food to Dutch traditions and daily life — learn Dutch by listening to natural conversations from A1 up to B2 level.
Hoi
Maarten!
Hey
Lisa!
Hoe
gaat
het?
Gaat
lekker,
maar
ik
moest
vanochtend
bellen
naar
de
praktijk
van
de
huisarts.
Niks
ergs
hoor!
Oh,
gelukkig.
Maar
dat
is
altijd
wel
een
dingetje,
een
afspraak
maken.
Ja
precies!
Vandaag
praten
we
dus
verder
over
de
dokter.
Ja,
over
de
huisarts
in
Nederland.
Dat
is
toch
wel
een
speciaal
systeem.
Zeker.
Je
kan
niet
zomaar
naar
het
ziekenhuis
lopen.
Je
moet
altijd
eerst
langs
de
huisarts.
Nou
ja,
eerst
bel
je
met
de
assistente.
Die
zit
aan
de
telefoon
bij
de
ingang
van
de
praktijk.
Oh
wacht,
ja,
de
assistente!
Die
vraagt
echt
alles.
Wat
zijn
je
klachten?
Waar
heb
je
pijn?
Sinds
wanneer?
Haha,
ja,
dat
is
haar
werk.
Ze
moet
inschatten
hoe
serieus
het
is.
Dat
is
waar.
En
negen
van
de
tien
keer
is
het
advies…
Neem
maar
een
paracetamol
en
kijk
het
een
paar
dagen
aan.
Echt
hè!
Ik
had
vorige
maand
last
van
mijn
schouder,
na
het
sporten.
Ik
bel
op
maandag.
Advies:
paracetamol.
Bel
over
drie
dagen
terug
als
het
niet
beter
is.
En?
Was
het
beter
na
drie
dagen?
Nou...
eigenlijk
wel.
Dus
ze
hadden
gelijk.
Lekker
belangrijk
weer,
mijn
geklaag.
Haha,
ja
precies.
Ze
geven
niet
zo
snel
zware
medicijnen.
Het
lichaam
moet
het
vaak
zelf
oplossen.
Oké,
maar
wat
als
het
écht
niet
overgaat?
Dan
mag
je
eindelijk
een
afspraak
maken.
Inderdaad.
Dan
ga
je
naar
de
praktijk.
Die
van
mij
zit
bij
mij
om
de
hoek,
dat
is
wel
handig.
En
als
de
huisarts
het
ook
niet
weet?
Wat
dan?
Dan
krijg
je
een
verwijzing
voor
een
specialist
in
het
ziekenhuis.
Ik
was
een
keer
op
vakantie
in
Spanje,
en
toen
werd
ik
ziek.
Nou,
ik
wist
echt
niet
waar
ik
naartoe
moest.
Toen
miste
ik
mijn
eigen
huisarts
wel.
Dat
snap
ik.
In
Nederland
is
het
heel
duidelijk:
je
start
altijd
bij
de
huisarts.
Dat
is
de
poort
naar
alle
andere
zorg.
Ja,
dat
is
waar.
En
als
je
medicijnen
nodig
hebt,
krijg
je
een
recept.
En
met
dat
recept
ga
je
naar
de
apotheek.
Gelukkig
betaalt
de
verzekering
de
meeste
kosten.
Oh
ja,
de
verzekering.
Die
is
verplicht
hier.
Maar
wel
fijn
dat
het
zo
geregeld
is.
Wacht,
je
zei
net
'een
verwijzing'.
Dat
is
wel
een
belangrijk
woord,
denk
ik.
Ja,
een
verwijzing.
Dat
is
een
soort
brief
of
bericht
van
de
huisarts.
Daarmee
kan
je
een
afspraak
maken
bij
een
specialist.
Ah,
dus
zonder
verwijzing
kom
je
niet
in
het
ziekenhuis
bij
een
specialist?
Meestal
niet,
nee.
En
dan
heb
je
ook
nog
het
woord
'recept'.
Dat
is
het
briefje
van
de
dokter
voor
medicijnen
van
de
apotheek.
Precies,
een
recept
voor
de
apotheek.
En
de
klachten,
dat
zijn
de
problemen
die
je
hebt.
Zoals
hoofdpijn
of
buikpijn.
Helemaal
juist.
Dus,
we
hebben
het
gehad
over
het
Nederlandse
systeem.
Je
belt
eerst
de
assistente
met
je
klachten.
Ja,
dan
krijg
je
vaak
het
advies
om
paracetamol
te
nemen.
En
als
het
nodig
is,
maak
je
een
afspraak
bij
de
huisarts.
En
voor
serieuze
dingen
krijg
je
een
verwijzing
naar
een
specialist.
Eigenlijk
best
logisch.
Eigenlijk
wel.
Nou,
ik
ga
weer.
Ik
moet
voor
vanavond
nog
wat
boodschappen
doen.
Is
goed.
Tot
de
volgende
keer
maar
weer!
Ja,
doei!