Het Geheim van de Efteling

S01E02 Hoe belangrijk is natuur voor de Efteling? Welke dieren leven er en hoe blijft het bos gezond met miljoenen bezoekers per jaar? In de tweede aflevering van  ‘Het Geheim van de Efteling’ ontdekken Paul de Leeuw, groenbeheerder Mario Dieltjes en boswachter Arjan Postma het geheim achter de natuur in het Sprookjesbos. Je hoort hoe natuur en beleving samenkomen en waarom groen zo’n belangrijk onderdeel is van de Efteling. Ook bespreken we hoe het Sprookjesbos zich blijft ontwikkelen en wordt voorbereid op de toekomst. 

What is Het Geheim van de Efteling?

In de allereerste Efteling-podcast gaat presentator Paul de Leeuw op zoek naar Het Geheim van de Efteling. In zeven afleveringen gaat hij dieper het Sprookjesbos in, het kloppende hart van de Efteling. Tussen fantasie en vakmanschap ontmoet Paul ontwerpers, makers en andere creatieve breinen van binnen én buiten het park. Vanuit een sprookjesachtige locatie in de Efteling ontrafelen zij samen bijzondere verhalen, verborgen geheimen en de magie die de Efteling al generaties lang tot leven brengt. Veel luisterplezier!

Hallo allemaal, mijn naam is Paul de Leeuw, en we gaan weer een aflevering maken van de podcast...

Het Geheim van de Efteling. Elke week gaan
we met onze gasten dieper het Sprookjesbos in.

Om erachter te komen hoe het bekendste
Sprookjesbos van Nederland is ontstaan.

En wat er nodig is om het zo mooi te houden?
In deze aflevering hebben we het over de natuur.

En dan de natuur in het bijzonder.
Welke dieren wonen hier in het Sprookjesbos?

Hoeveel bomen staan er?
En wat doet de boswachter van het Sprookjesbos?

We hebben vandaag twee boswachters.
We hebben de echte Efteling-boswachter.

Mag ik je zo noemen, Mario Dieltjes?
-Ik ben officieel Groenbeheerder.

Maar voor deze podcast wil
ik best de boswachter spelen.
-En je bent expert?

-En je bent expert?

Ik zie mezelf meer als éénoog in het land der blinden.

Je blijft in de Efteling-termen, éénoog in
het land der blinden. Maar dat kunnen we nog niet..

gaan bezichtigen toch? Dat je ergens
staat bij een beuk met één oog dicht.
-Dat kunnen we wel regelen.

-Dat kunnen we wel regelen.

Maar je bent wel bepalend
over het bos en het onderhoud...

van het groen hier in de Efteling. En een professionele boswachter, we kennen hem van...

televisie en van boeken en van uitlatingen,
dat is natuurlijk Arjan Postma.

Als je thuis denkt, Arjan Postma? Help me even Paul.

Hij heeft altijd zo'n boswachtershoed op,
die heeft hij nu niet op.

En hij is vrijwel altijd gekleed in bruin.
-Ja, eigenlijk wel ja. Oké, nou dan hebben we eigenlijk...

de introductie gehad. Kunnen we nog iets meer zeggen? Laten we dan beginnen over de Efteling zelf.

Wat is jouw eerste Efteling-ervaring, Arjan?

Ik kom denk ik al 54 jaar in de Efteling.
De eerste keer was ik drie. Dus dat is al een...

hele tijd geleden. En in één van mijn
eerste herinneringen aan de Efteling...

zit ik op mijn hurken om door een
raampje van een paddenstoel te kijken.

-Ja, om een kaboutertje te zien.
Om een kaboutertje te zien, ja.

Dus dat was allemaal heel erg spannend.

Voordat we begonnen aan deze
podcast ben je met je vrouw nog even...

door de Efteling gelopen?
-Ja, mijn familie is erg gek op de Efteling, dus we komen...

hier regelmatig. Maar nu zijn we met z'n tweeën.

Ik zag je lopen, toen ik met een karretje ook even snel op zoek ging naar wat versnaperingen.

Toen ik hier naar binnen mocht, is zij in het treintje gesprongen. Ze gaat een ritje in een achtbaan maken.

Dus ik ben benieuwd waar ik haar terug ga vinden.

En als je nu door de Efteling loopt, zijn er dan attracties die je echt nog graag zou willen zien?

Ik ken ze allemaal en ben echt al vaker overal geweest. Ik vind de Efteling altijd een feestje om te komen.

Ik ben net ook weer even naar de Indische Waterlelies in het Sprookjesbos gegaan.

Dat soort oude dingen blijven er staan,
dat vind ik hartstikke leuk.

Ik vind zelf het Diorama ook altijd erg grappig.

Wat is het Diorama ook alweer?
-Dat ligt vlakbij de Stoomcarrousel...

Daar rijden treintjes door het alpenlandschap.

Het is gewoon een modeltrein.

Oké, oké. Kan je er ook in?
-Nee, je kan er alleen naar kijken.

Is dat orgel er nog, dat waterorgel?

Nee, door alle regelingen rondom
legionella hebben we daar afscheid van genomen.

Oké, hoe lang is dat geleden?

Dat kan goed al tien, vijftien jaar geleden zijn.

Ben jij medeverantwoordelijk voor al het groen in de Efteling? Of ben je de baas?

Ja, ik ben er sec voor het groen.
Collega's verzinnen attracties en groengebieden...

en ik moet ervoor zorgen dat
die gebieden in stand gehouden worden.

Buiten dat ik veel rondloop om te kijken wat de status is, moet ik ook zorgen dat er middelen komen,

zowel financieel als op een andere manier,
om dat in stand te houden.

Dus ik maak begrotingen voor meerjarenplanningen.

Hoe vaak loop je dan door het park met een groen oog?

Op het moment dat ik erdoorheen loop,
heb ik mijn groene pet al op.

Dus ik zie altijd dingen en die
meld ik aan onze onderhoudsdienst.

Ik heb iets geconstateerd en dan moet ik
even ingrijpen, want dan gaat er iets niet goed.

En ik maak natuurlijk ook rondjes met leveranciers
om te kijken wat ze geleverd hebben.

Met plantenleveranciers?

Ja.

Maar wat was jouw eerste Efteling-ervaring?

Wat ik me nog kan herinneren, ik ben ondertussen bijna 64, is dat ik in 1966 met mijn ouders in de rij stond.

In 1966?

Ja, met de opening van Fabiola.

Bij De Indische Waterlelies?

Ja.

En toen waren er geloof ik nog drie verschillende scènes voordat je uiteindelijk naar binnen kon.

En dat kan ik me nog herinneren, dat was heel spannend.

Want je stond eerst bij de eerste deur
en dan mocht je het pleintje op.

En dan stond je daar te wachten tussen
die wachters, die waren heel imposant.

En dan mocht je pas de deur door naar de show zelf.

Dat was toendertijd heel spannend.

Maar als je er weer bent, komt
dat gevoel van vroeger naar voren.

Ook al weet je dat de techniek
natuurlijk al lang veel beter is geworden.

Ja, die is veranderd.

Maar nog steeds als ik er doorheen loop,
vind ik het leuk om te kijken.

De heks zingt wat minder goed.

Er moet iets meer volume in die heks.

Of we moeten Francis van Broekhuizen
vragen om er doorheen te gillen.

Dat is het enige waarvan ik denk
dat er wel iets mee mag gebeuren.

Maar voor de rest blijft het allemaal zo ontzettend romantisch en leuk.

Maar als je bij de Indische
Waterlelies binnenkomt, is er weinig groen.

Nee, in verhouding niet.

We zijn wel dingen aan het aanpassen,
zodat het groen beter past bij de beleving.

Dat doen we wel.

Dat is een hele rare zin, die ga ik even onthouden.

Groen wordt betrokken bij de beleving.

Wil je er dan niet wat leuke, andere plantjes tussen zetten?

Want je komt eigenlijk op een plein terecht,
met een soort vierkante vijver.

En dan loop je zo richting De Indische Waterlelies.

Aan de zijkant heb je wat groen.

En daar zijn we wel aan het kijken om die beplanting dusdanig aan te passen, zodat het beter bij de sfeer past.

Want je kunt met je beplanting wel het verhaal versterken.

Ja, zeker.

En dan heb je nog steeds mogelijkheden om planten te zoeken die in het Nederlandse klimaat passen.

Maar die ook een beetje de
tropische sfeer kunnen uitdragen.

Als we net als afgelopen winter echt een winterperiode hebben met vorst en sneeuw...

- Ja, dan moet je weer opnieuw beginnen.

Of je moet het goed afdekken.

Maar je hebt ook heel veel soorten
planten die exotisch lijken...

Maar eigenlijk uit de gematigde
gebieden uit de tropen komen.

En die kunnen gewoon prima in Nederland groeien.

Noem dan eens een voorbeeld van zo'n
tropische plant die ook in Nederland goed bloeit.

Je hebt bijvoorbeeld Agave.

Maar ook distelsoorten zien er exotisch uit.

Erigeron lijkt op een Agave, maar hij komt gewoon uit de gematigde gebieden in Zuid- en Midden-Amerika.

Die kun je hier gewoon planten,
want die overleeft ook onze winters.

Maar die oogt wel anders, want hij ziet er
heel anders uit dan onze eigen kogeldistel.

Maar jij bent niet verantwoordelijk
voor de pratende bomen?

Of bomen waar iets uit komt?

Dus alleen maar de natuur en wat groen is?

Ja.

Maar is het Sprookjesbos ooit
begonnen als een bos, Mario?

Vanuit het verre verleden is in
deze regio veel meer bosbouw.

Maar dan gaan we echt heel ver terug in de tijd.

Het was voorheen een overstroomgebied.

Wat is een overstroomgebied?

Een overstroomgebied van rivieren,
dus het was hier heel nat en drassig.

Dan kreeg je moerasvorming.

Toen kreeg je uiteindelijk turf.

Daarom heb je hier in de regio heel
vaak benamingen als turfvaart en turfstekers.

En na die ontginning van die turf dacht men
dat je daar akkerbouw op kon doen.

Maar die onderlaag was gewoon dusdanig arm...

dat eigenlijk alleen maar
bosbouw en weidevelden overbleven.

En je ziet gewoon dat heel veel eiken- en dennenbomen met name hier geplant zijn...

voor de leerindustrie in Waalwijk en omgeving.

En de dennen gingen naar de mijnbouw in Limburg.

Maar was dit dan wel een ideale plek voor zo'n sprookjesland als de Efteling?

Of het Sprookjesbos?

Ik denk dat het vanuit de opbouw
van sprookjes niet zoveel uit maakt.

Alleen je ziet als het langer niet
beheerd wordt als een bos en monotoon blijft...

dan loop je uiteindelijk tegen bepaalde beperkingen aan.

En je ziet nu dat we steeds meer gaan kijken naar die diversiteit van de opbouw van de bomen.

Dat gaat veranderen?

Ja, daar zijn we al volop mee bezig.

Maar in het programmaboekje van de Efteling uit 1952 staat dat rondom het Sprookjesbos liggen...

een speeltuin, vijvers, een theehuis,
een souvenirhuisje, vier tennisbanen,

een kinderbad en hectaren vol natuurschoon.

Hoe is dat nu anno 2026?

Ik denk dat het natuurschoon nog steeds is,
maar je moet het in het tijdbeeld zien.

Ik denk dat we in de jaren 50 anders naar bossen keken.

Hoeveel hectare was de Efteling toen?

Dat durf ik niet te zeggen. We hebben
nu een park van ongeveer 65 hectare.

Ja, 276 hectare inclusief de vakantieparken.

Ja, die liggen ten zuiden van het park.

En daar ga je ook heel anders om met je groen.

In het park kunnen we iets exotisch doen,

want we hebben Verhalen van 1001 Nacht te vertellen.

Maar als je naar de resorts gaat, zoals Bosrijk...

dat heeft niks met die exotische dingen te maken.

Dus daar zitten we meer op natuurlijk
bosbeheer zoals we elders in Nederland doen.

Dus het is afhankelijk van het gebied
hoe we met het groen omgaan.

Hoe zie jij dat dan als boswachter?

Hoe versterkt in jouw ogen
de natuur de Efteling-beleving?

Juist als er echt dingen leven.

Als je door een gebied loopt waar alles nep en plastic is...

dan haalt dat elkaar naar beneden.

Dan wordt het allemaal steeds minder spannend.

-Dan wordt het meer gemaakt,
dan is het niet echt natuurlijk.

Ja, maar als er opeens een echt vogeltje langs loopt,

of je ziet een keer een eekhoorn lopen,
of je ziet een keer wat anders gaan...

dan wordt het veel spannender.

Je ziet opeens een vis langs zwemmen,
dan wordt het allemaal steeds spannender.

En door een klein beetje te sturen...

gaan die dieren zich ook gedragen op
plekken waar je er ook echt wat aan hebt.

Dus ik denk dat echt...

-De dieren passen zich aan aan
de beleving van de Efteling?

Als je dat op de juiste manier doet...

Maar er gaat geen vlinder zijn
die opeens 'papier hier' zegt?

Nou, ze hebben in Zweden...

Je bent echt éénoog in het land der blinden.

In Zweden hebben wetenschappers
een vuilnisbak gemaakt.

En die is voor kraaien.

En als die kraaien dan straatvuil
opruimen en dat in die vuilnisbak gooien...

dan krijgen ze een pinda.

Dus dat is letterlijk 'papier hier'.

Dus dat kun je doen.

En volgens mij moet je dat
met eekhoorns ook kunnen doen.

Ja, die eekhoorns is weer een ander...

daar gaan we het zo nog even over hebben.

Maar jij zei net...

ik ben het vergeten.

Jij wil de natuurbeleving...

Nee, de natuur moet de beleving versterken?

Ja, ja.

Noem nog één keer die zin.

Kun je hem nog een keer herhalen?

Ja, je gaat met de beplanting die je toepast bij een attractie,

ga je eigenlijk het verhaal versterken.

Maar wat Arjan zegt, je moet proberen om
natuur rondom de attractie aan te leggen...

waardoor je echt een soort eenheid krijgt.

Dat is dus ook echt een groot deel van jouw baan.

Ja.

Hoe gaat dat dan?

Kun je een voorbeeld noemen?

Een duidelijk voorbeeld is het eiland bij de Piraña.

Daar stonden voorheen gewoon...

daar stonden bomen en bramen.

Het eiland bij de Piraña, dat is het Pirañabad.

Ja, dan heb je het eiland in het midden.

Voorheen keek je daar naar.

Daar gaan die bootjes omheen.

Voorheen bekeek je dat en nu kun je er naartoe lopen.

Dus hebben we de beplanting
aangepast die doet denken aan een...

Inca-omgeving.

Dan versterk je de beleving van de gast die er rondloopt.

De beplanting past bij het verhaal.

Bij Fata Morgana gebruiken we ook heel andere planten.

En bijvoorbeeld bij Sindbad de Zeeman...

- Fata Morgana bedoel je, hè?

Ja, Fata Morgana.

Sorry, intern zeggen we 'Fata'...

Nee, maar die link met Fata Morgana heb ik gelegd.

Dat denk je 'Fata'?

Fata Morgana.

Fata Morgana, ja.

Dus je versterkt je gastbeleving met je beplanting .

En dat zie je dan ook terug.

Ja.

Je gaat niet bij Fata Morgana een heel bos met kerstbomen wegzetten, want dat slaat...

als een tang op een varken.

Nee.

Maar ik moet zeggen...

In het Sprookjesbos hebben
jullie van die voerstationnetjes.

Dus dan worden er vogels gevoerd.

Dan hangt er een zaadsilo of wat dan ook.

En op die plekken, daar is het ook verschrikkelijk druk.

En dat ligt allemaal vlak langs het pad.

Dus daar gaan mensen ook graag even bij zitten.

Want opeens is daar dan een
soort levend spektakel aan de gang.

Ja.

Al die kauwtjes die hier rondvliegen.

Als je die kauwtjes in hun blauwe ogen kijkt,
dan spat de intelligentie ervan af.

Die kan je ook een beetje sturen.

Over intelligentie en afspatten gesproken...

Zullen we het hier later even over
hebben als we het over de dieren praten?

Want ik was nu nog met de bosbebouwing bezig.

Dan hebben we het in het
tweede deel echt over de dieren.

Want dat zijn er namelijk heel veel.

Dan komt mij iets beter uit.

Mag dat?

Wat je wil, Paul.

Dan ga ik even terug naar de bossen.

Want ik begreep...

Kijk, de tijden veranderen natuurlijk.

Want als ik nu door het Sprookjesbos loop,
dan zijn het dezelfde groene planten...

die ons eigenlijk begeleiden.

Het is best wel eentonig.

Toen zei jouw collega dat het aangepast wordt.

Nou, we zijn al aan het aanpassen.

Maar voorheen was het nog veel eentoniger.

Want toen hadden we een verzameling stammen.

En toen stond er langs de paden en wegen
gewoon een hele haag van rododendrons.

En dat was de beleving in het Sprookjesbos.

Eind jaren negentig hebben we het al een keer geprobeerd te renoveren.

Daar zijn we ook een hele tijd mee bezig geweest.

Nu ben je weer 25 jaar verder.

En dan moet je eigenlijk opnieuw
ingrijpen om licht en ruimte te creëren.

Om die beplanting ook diverser
te maken onder die bomen.

Ja. Maar hoe kom je daar dan?

Is het dan echt...

dat je naar verloop van tijd gaat
nadenken over veranderen.

Moeten we dan ook het beeld van de planten veranderen?

Op een gegeven moment...

kun je wel bomen weg halen.

En als je dan ook weer bomen terugzet,
dan ga je eigenlijk hetzelfde weer creëren.

Die bomen gaan op een gegeven
moment de hoogte in groeien...

en dekken heel het licht af.

Dus op een gegeven moment wordt het voor planten te donker om onder die bomen te groeien.

Ook schaduwplanten hebben nog
een bepaalde mate van licht nodig.

Als het echt extreem donker wordt door die bomen, dan doen die planten het ook niet meer.

En dan krijg je dat je eigenlijk in een stammenwand kijkt...

waar voor de rest niks te beleven valt.

Nee, nee.

Arjan, jij hebt het boek 'Buiten gebeurt het' geschreven?

Ja.

Wat is daarin eigenlijk de voornaamste boodschap?

Dat overal waar je loopt,
het avontuur op je ligt te wachten.

Overal liggen de verhalen op je te wachten.

En daar hoef je niet voor naar het natuurgebied.

Als je je ogen open houdt,
krijg je iedere dag een cadeautje.

En wat gebeurt er met een persoon
als die door een bos of park loopt?

Wat hoop je dan dat er gebeurt?

Wij hebben veel meer dan vijf zintuigen,
wat we altijd zeggen.

We hebben er veel meer.

Alleen als we binnen zitten,
dan gebruik je er maar een paar.

Je kijkt met je ogen maar tot zo ver, met je oren.

Maar als je veel meer buiten komt,
dan gaan opeens al je zintuigen...

die gaan synchroon met elkaar de wereld waarnemen.

Hoe komt dat?

Dat is goed om te overleven, als je goed kunt waarnemen.

Hoe meer je naar buiten gaat, hoe meer je dat traint.

Dat is voor kinderen heel belangrijk.

Dus buitenspelen is je zintuigen trainen.

Maar dat is voor mensen zelf ook.

Dus als jij buiten loopt, dan ga je opeens
je zintuigen op een manier gebruiken...

die je binnen niet doet.

En dat geeft ons voldoening.

En dat geeft rust.

Daar gaat je lichaam ook beter van functioneren.

Dus dat bos, dat geeft door de mate van lichtwerking, door de geuren die je krijgt...

het is gewoon veel prettiger om hier rond te lopen.

Gaan wij als Nederlanders voldoende naar buiten?

Nee.

Als je gaat...

De gemiddelde werkende Nederlander
komt van maandag tot en met vrijdag...

Dus vijf werkdagen...

Komt hij gemiddeld 15 minuten buiten.

Over vijf werkdagen verdeeld.

En daar zit alles in.

Lopen naar de auto, lopen naar de supermarkt.

Alles bij elkaar...

15 minuten over vijf dagen.

Dat is natuurlijk veel te kort.

En dan gaat je lichaam...

minder goed functioneren, als je niet goed buiten loopt.

We hebben allemaal een thermostaat in ons lijf.

Als je naar buiten gaat en het is koud,
dan gaat na een tijdje de thermostaat aan.

Ja.

Als het van de winter gaat vriezen, gaan we naar buiten.

We gaan dan naar buiten als Michelin-mannetjes.

Muts op, sjaal om, handschoenen aan.

Je komt zo naar buiten.

Na 15 minuten gaat alles uit.

Want dan is de thermostaat
aangegaan en dan krijg je het warm.

Dus dan gaat alles weer uit.

Als iemand die niet veel buiten is weer binnenkomt, blijft die thermostaat hangen.

Dus wat krijg je dan 's avonds op de bank?

Dan krijg je van die rode konen.

Word je rozig.

En dan blijf je eigenlijk veel te warm.

-Maar met skiën heb je dat ook.

Ja.

Maar bij mensen die heel veel buiten komen,
gaat die thermostaat super soepel.

Mensen zoals Mario en ik lopen altijd buiten.

Wij lopen eigenlijk het hele jaar door...

in hetzelfde bloesje, lopen we in de rondte.

En dan hoef je je eigenlijk veel
minder aan te passen aan de warmte.

Want dat doet je lichaam zelf.

Ja.

Kost ook minder geld als je
hetzelfde bloesje constant aan hebt.

Ja.

Het hangt er vanaf hoe snel je ze slijt.

Dat is waar, dat is waar.

Herken je dat verhaal, Mario?

Ja.

Je merkt gewoon als je buiten beweegt en werkt,
dan ben je gewend aan de lagere temperatuur.

Dus dan hoeft het niet perse 25 graden te worden.

Dan kun je met lagere temperaturen...

Vroeger stonden wij ook gewoon in een t-shirt te werken.

En dan kwamen mensen van het kantoor langs en die waren inderdaad volledig ingepakt.

Want die hadden het koud.
En wij waren gewoon actief buiten.

En je merkt gewoon als je veel buiten komt...

Ik fiets ook altijd naar m'n werk.
Dus 12 kilometer heen en 12 terug.

Elektrisch? Nee, niks elektrisch. Ik ben geen tachtig.

Nee.

Oké, dat is een goed statement.

Dus je gaat 12 kilometer heen en weer.
-Ja.

Dat is lekker. Maar het heeft z'n voordeel. Je bent buiten, je komt wakker aan.

En 's avonds kun je terug naar
huis fietsen en je hoofd leeg maken.

-Ja, je muizenissen kwijt.

Die zes Zwanen, daar staan ook hele rare
planten bij die je nergens anders ziet.

Dat zijn toch asters?
-Ja.

Is daar ook bewust voor gekozen?
- Ja.

Want het verhaal is dat de zus van die jongens truien maakt van asters...

zodat ze weer in mensen veranderen.

Dus ga je naar een astersoort die je daar tussen de vaste planten kunt zetten.

Met verschillende bloeiperiodes...

zodat die asters wel altijd aanwezig zijn.

Want waar moet ze anders die truien van breien?

En die asters kunnen ook echt goed groeien in Nederland?

Ja. Ook in de winter.

Ja.
-Oké.

Je ziet wel dat sommige zullen terugvallen.

Je hebt natuurlijk vaste planten die overeind blijven in de winter.

Maar je hebt er ook bij die
terugvallen naar een soort rozetvorm.

En daarop lopen ze dan het jaar erop weer uit.

Ik reed net langs een soort gazon...

Echt een groot gazon. Dat zag er heel mooi uit.

Is dat jaarlijks hetzelfde of
vernieuw je dat gedurende het jaar?

In principe hoef je een gazon niet te vernieuwen...

zolang je er normaal mee omgaat.

Het grootste probleem is wat wij mensen doen met een gazon in het gebruik.

Maar als je normaal doet en er
niet overheen rijdt, loopt en fietst...

dan beschadig je het gazon niet.

Dan kan het gewoon honderden jaren mee.

Ik bedoel niet het gazon, maar
de beplanting bij de bomen.

En dat ziet er prachtig uit.

Maar dat zag er voor mij heel erg lenteachtig uit.

Maar wissel je dat soms?

We hebben zeg maar vaste planten borders.

Borders zijn het, borders noem ik het.

En die...
-Dat geeft niks.

Nee ja goed.

Dat heb ik heel vaak met snacks ook.

Dan bestel ik een frikandel
speciaal terwijl ik een loempia wil.

-Dat is heel vervelend.

Dat is heel raar hè.

Dan ga ik weer twaalf kilometer
fietsen en is het weer goed.

Maar even over die borders,
want dat vond ik echt opvallend.

Die zagen er zo prachtig uit.

Een deel van het park bestaat uit wisselperken.

Dat zijn die borders die jij waarschijnlijk gezien hebt.

En daar doen we ongeveer twee wisselingen per jaar.

In het najaar zetten we er wintergoed
in wat tot ongeveer mei meegaat.

En op sommige plekken zetten we in het
voorjaar nog violen en dat soort spul.

En in mei zijn we zes weken bezig om heel het zomergoed aan te planten.

Is het bijna hetzelfde wat je dan plant
of verander je dat elk jaar?

Wat we doen, is een rondje lopen met degene die het helemaal op maat voor ons teelt.

En dan passen we kleine dingen aan.

Want alles ieder jaar volledig vernieuwen,
dat is gewoon niet zinvol.

Dus je gaat dan gewoon bijsturen
waar je ziet dat het anders moet.

De ene soort overwoekert, dan moeten we minder.

Dus dan ga je gewoon het assortiment aanpassen.
Van het een moeten we meer, van het ander minder.

En dan doe je dat voor het jaar erop.

Want zo'n plan maken we voor het jaar erop.
Dat wordt dus in dit jaar afgerond...

wat we volgend jaar willen gaan doen.

Er zit echt wel een half jaar tussen.

En ik merk dat met de uitvoering. Dan zijn onze jongens aan het planten in een bepaald seizoen.

Maar dan zit ik met mijn gedachten
al eigenlijk een half jaar later.

Dus dan komen ze iets vragen
en dan moet ik echt schakelen.

O ja, ze zijn dit aan het planten. Ik ben
eigenlijk al bezig met een ander seizoen.

Dus er zit heel veel planning en gedachte achter die niet van maandag op dinsdag is.

Die planten worden ook helemaal op maat geteeld.

We hebben een beheerspakket:
ieder vak heeft een nummer.

En dat wordt ook per nummer gewoon aangeleverd.

Deze planten moeten in dat vak.

Is het een jaloersmakende baan, Arjan?

Ik zou liever...ik vind het hier heel erg mooi.

Ik loop hier altijd met plezier in de rondte.

Maar ik zou toch liever een wat wilder bos hebben waar niet zoveel mensen in rondlopen.

Nee, dus echt meer natuur.

Voor mij zou het iets rustiger mogen.

Maar ik vind het hier wel altijd leuk.

Maar besefte jij dat 89% van het park echt groen is als je hier rondloopt?

Ja, als je gewoon rondloopt dan zie je ook waar al die grote plekken liggen.

Als je op de plattegrond kijkt, zie je hele stukken liggen...

die er nog tussen zitten. Dus nee, daar ben ik me altijd van bewust.

En dat sturen met die planten, om dat verhaal te vertellen...

dat is iets wat we van oudsher ook altijd deden.

Planten waren al die sprookjes. Daar werden planten ook gebruikt als bepaalde symbolen.

En mensen in Nederland gebruikten planten ook om bepaalde boodschappen over te brengen.

Zoals?

Als je door een polder heen rijdt, zie je weleens een boerderij staan met twee van die grote rode beuken ervoor.

Dat was een manier om aan de hele omgeving te vertellen dat je schuldenvrij was.

Oh ja?

Dan was je vanaf dat moment een herenboer.

Ook al was het drie jaar later allemaal weer onder de hypotheek gezet.

Maar op dat moment was je schuldenvrij,
dus ging je status omhoog.

Mijn karakter kennende, denk ik dat ik vier beuken plant.

Maar dat is fout.

Er zijn nogal wat rijke heren met landgoederen geweest.

Die zagen dat deze boodschap bij die boerderijen vandaan kwam.

Die gingen dus allemaal rode
beuken rond hun landgoed planten.

Omdat zij dat ook wilden uitstralen.

Prestige.

En die rododendrons die hier allemaal staan...

die werden uit de Himalaya gehaald om
te laten zien dat je heel werelds was.

In Engeland, want zij zaten natuurlijk in India...

Zo'n landgoed heeft soms wel honderd verschillende soorten rododendrons staan.

In Nederland zijn het er maar twee, drie hooguit.

Wat is voor jou nou prestige hier?

Wat ben je nou het meest trots op in jouw vak?

Dat vind ik zo bijzonder.

Ik ben wel het meeste met die wisselperken bezig.

Waar ik het net over had, die ik zo bijzonder vond.

Die vallen echt op.

Ja, en daar staan ook planten in...

Dat is niet het plantenmateriaal dat
je bij het doorsnee tuincentrum koopt.

We gaan dan echt met die leverancier op zoek naar planten die niemand kent.

Zodat je ook in zo'n wisselperk een stukje verwondering aan de gasten toont.

Dus er staan ook soorten in die
de meeste mensen niet kennen.

Dat gaat zo ver dat we vorig jaar zelfs onze eigen groenmedewerkers hebben bijgeschoold.

Dit is het assortiment dat wij gebruiken.

Want het is zo bijzonder dat het
ook op scholen niet terugkomt in de lessen.

Wel?

Nee, net niet.

Voor opleiding bedoel je?

Ja, er wordt bijna niks meer
aan levende materiaalkennis gedaan.

En dat merk je als er jongeren komen, stagiaires enzo...

Dan merk je dat heel die brede basis die wij vroeger hebben moeten leren...

die is bijna helemaal vervaagd.

En dat is een beetje jammer, want het vak bestaat uit levend materiaal.

Dus dan kan het niet zo zijn dat je daar geen les in krijgt.

En hoeveel groenmedewerkers zijn er?

We zijn met 14 medewerkers.

En we hebben drie ploegen verdeeld over het park.

En iedere ploeg is dan verantwoordelijk
voor een deel van het park.

Dus dan is er ook een stukje mede-eigenaarschap...

en voelt die persoon zich ook verantwoordelijk.

Die komt dan ook met opmerkingen
en ziet en signaleert ook dingen.

En dat versterkt elkaar helemaal.

Dan komen ze bij mij van, ik heb dit en dit gezien.

Kunnen we daar iets mee? Zijn er
middelen om het aan te pakken?

En op die manier help je elkaar.

Want ik doe het niet alleen.

Iedereen die er op groengebied
bij betrokken is, is net zo belangrijk.

Maar als de fakir van links naar rechts gaat
en er gaan te weinig gele tulpen omhoog...

dan ben jij niet verantwoordelijk?

Nee, want die worden gewoon op een andere manier omhoog geduwd.

Dat valt me weer tegen. Zelfs als een
van de Indische Waterlelies niet opent...

Daar moet wat aan gedaan worden.

Maar daar ben jij niet verantwoordelijk voor, Mario?

We gaan naar de dieren.

Het is belangrijk dat je hier ook dieren hebt.

Want dan wordt de beleving van
natuur en sprookje alleen maar groter.

We dachten, we doen een klein quizje.

Dat leek ons een heel leuk idee.

Met geluiden.

En dan moet jullie raden welk geluid het is.

En ik ben daar heel erg slecht in.

Nee, niet in raden. Maar in
de techniek om het te laten horen.

Maar ik ga het proberen.

Dat klinkt als een mees.

Oké, dat is fout.

Volgens mij is het een boomklever.

Ja, die klopt. Dat is goed.

Mario, je hebt het eerste punt binnen.

Dan komt de volgende.

Dat is een specht.

Ja, maar welke specht?

Een grote bonte specht.
- Ja, dat klopt. Dat is goed gedaan.

Vond je dat ik hem wel goed nadeed?

Ja, prachtig. Echt.

Je hebt ook goed je neus gebruikt.

Ja, die vond ik echt moeilijk.

Mijn man zei dat is helemaal niet wat ik hoor.

Dan komt de derde.

Dit is een makkelijke vind ik zelf.

Die vond ik niet moeilijk.

Het is ten eerste al een alarmroep van een vogeltje.

Dus het is niet de gewone roep die ze geeft.

O, dat was niet mijn bedoeling.

Dan maken ze altijd een ander geluid.

Wat is dit?

Is het wel een vogel?

Mario, wat denk je dat het dan is?

Een klein zoogdiertje.

Of een muis.

Zal ik één keer doen?

Is het geen egel?

Precies.

Het is 2-1. De grote bonte specht was van Arjan.

De boomklever en de egel zijn allebei voor Mario.

Dan de laatste.

Dan houd ik ermee op.

Mario weet het al volgens mij.

Het is rood.

Het is rood.

Het is rood?

Ja, een eekhoorn toch?

Een eekhoorn. We hebben toch rode eekhoorns?

O ja, rode eekhoorns.

Dan heeft Mario gewonnen met 3-1.

Gefeliciteerd.

Een week naar Ibiza. Met de trein.

Met de trein?

We moeten de stikstof naar beneden brengen.

We sturen je de tickets op, Mario.

Je mag ook met de fiets.

Met de waterfiets.

Over die eekhoorns. Dat is een goed verhaal.

Want die eekhoorns zijn eigenlijk losgelaten in 2006.

Ja, klopt.

Toen hebben we weer nieuwe eekhoorns uitgezet.

Hoeveel?

Volgens mij vier.

Uit mijn blote hoofd.

Het kunnen er ook zes zijn,
maar dat maakt niet zoveel uit.

Ik dacht dat het veel meer was. Maar vier?

Er zaten al eekhoorns.

Het probleem met eekhoorns is dat
ze allemaal in relictgebieden zitten...

die geen verbinding hebben met elkaar.

En dan heb je de eekhoornopvang in Amersfoort...

als ik het goed heb.

En alle eekhoorns die gevonden worden,

de burgers die uit het nest zijn gevallen...

worden daar opgevangen.

Maar dan wordt er ook genoteerd, die komt uit Friesland, die komt uit Amsterdam.

Echt waar?

Ja, dat is echt waar.

Ik zit hier niet te liegen, Paul.

Om inteelt te voorkomen.

Dus dan krijgen wij Friese eekhoorns...

Of Amsterdamse eekhoorns...

Om het genenpakket te verbeteren.

Wat bedoel je met genen?
Het zijn toch dezelfde eekhoorns?

Nee, want het is inteelt.

Als er een klein groepje eekhoorns
zit dat zich niet kan verversen…

dan gaan de broertjes, de zusjes,
de neefjes en de nichtjes er met elkaar vandoor.

Maar het maakt toch niet uit, uit welke provincie je komt?

Jawel, want dan hebben ze al
heel lang geen contact met elkaar gehad…

en hebben ze dus een wat ander genenpakket.

Net zoals wij buiten onze familie moeten trouwen…

dat moeten die eekhoorns ook.

Maar als er hier geen familie zit…

dan brengt Mario die familie hier naartoe.

Oh, maar hé?

Dit is wel echt spectaculair nieuws.

Dus alle provincies worden
vertegenwoordigd door de eekhoorns?

Ja, maar dat is bij heel veel uitzet dingen.

Als dieren afgezonderd zitten in
een gebied waar ze niet uit kunnen…

en daar een paar dieren
uit de dierentuin uitzet…

Als dat maar een heel klein groepje is...

dan is dat genenpakket niet gevarieerd genoeg.

Je hebt het over de variatie aan dieren…

niet aan één diersoort.

Maar stel je voor dat je opeens twee eekhoorns uit Amsterdam hebt.

Dan zegt Mario, een komt er niet in.

Nee, dat kan wel. Stel dat je in Afrika
ergens twee zwarte neushoorns neerzet.

Je hoopt dan dat er daar op een gegeven moment honderd neushoorns vandaan komen.

Maar die neushoorns zijn allemaal
genetisch precies hetzelfde want…

het is allemaal uit die twee
neushoorns vandaan gekomen.

Maar is het verschil bij een eekhoorn
uit Amsterdam of uit Gelderland zo miniem?

Zeker. Als daar een paar jaar niemand bij geweest is.

Of geen contact is geweest tussen die stammen van eekhoorns...

dan maakt dat enorm verschil.

Dan zie je dat ze kleiner worden.

Ze zijn bevattelijker voor ziektes.

Uit Den Haag?

Nee, als ze teveel inteelt hebben.

Dan krijgen ze allemaal ziektes.

Met honden is dat ook zo.

Als je fokt.

De zes eekhoorns hebben jullie in 2006 uitgezet.

Uit Amsterdam, Den Haag...

Net waar ze op dat moment vandaan kwamen.

Zoetermeer.

Maar nu hebben we eekhoorns...

die zijn nog slimmer dan wij.

Die doen gewoon mee met het hele gedoe.

Wat Arjan ook bedoelt...

de beleving van natuur en attractie.

Je ziet gewoon dat de dieren die hier zitten...

zo gewend zijn aan die bezoekers...

dat ze heel hun schuwheid verloren hebben.

-Ik had een eekhoorntje net...

die tikte op mijn schouder en zei...

Ik kom uit Rotterdam.

Ja, die herkende jou natuurlijk.

Nee, want het is voor mij heel gek.

Maar uiteindelijk zijn er dan ook meer eekhoorns...

Hoeveel eekhoorns hebben we nu?

Ja, dan zouden we weer een keer
een telling moeten laten uitvoeren.

Maar je moet je ook realiseren...
-Schat eens?

Ja, ik denk dat we nu zeker...

het dubbele hebben als het niet meer is.

Want je moet je eigenlijk ook realiseren...

Die eekhoorn leeft normaal in een natuurlijke omgeving.

Het mannetje heeft een territorium...

van rond de negen hectare.

En binnen die negen hectare hebben vaak...

twee dames ook een deel van dat territorium.

Maar dat heeft te maken met het voedselaanbod.

Ja, jij ligt helemaal blauw van het lachen.

Ja, naast provincies en steden
hebben nu ook nog mannetjes....

en vrouwtjes een territorium.

Anders kun je niet...

Dan kun je niet voortplanten.

Nee, maar wat je ziet...

als de voedseloverdaad veel groter is,

dan worden die territoria al kleiner.

Dus je ziet er hier veel meer
op dezelfde hoeveelheid hectare.

Omdat ze minder...

hoeven te concurreren voor eten.

Want er is zo'n voedselaanbod, ook door die gasten...

die allerlei dingen achterlaten...

in de vuilnisbakken.

Dus je ziet gewoon dat daardoor
die territoria veel kleiner zijn...

dan de natuurlijke omgeving.

Is het erg dat die eekhoorns dan heel mak worden...

en meedoen met ons?

Nee, voor alle wilde dieren is het van levensbelang...

dat ze heel goed kunnen inschatten...

wat echt gevaar is en wat geen gevaar is.

Als je de hele tijd bang bent van alles...

waar je niet bang voor hoeft te zijn...

Als er echt wat gebeurt, dan ben je al doodop.

Dan heb je al je kruid verschoten.

Dieren zijn er een beetje blasé in...

dus als ze doorhebben dat er altijd mensen lopen...

blijven ze daar vlak op het randje.

Als je kijkt langs de snelweg, dan zie je dat kraaien...

vaak precies langs de doorgetrokken witte streep lopen.

Want daar gaan de auto's eigenlijk niet overheen.

Dus voor alle dieren is het van levensbelang...

dat ze precies kunnen inschatten...

wat gevaar is en wat niet.

Ja, over die kraaien moet je tegen de konijnen zeggen

dat ze langs het randje van
de rijksweg moeten blijven lopen.

Die steken allemaal over.

We gaan Sprookjespost doen!

En Sprookjespost is ook een hoogtepunt van de podcast.

Sprookjespost!

En wat is Sprookjespost?

Nou, we krijgen heel veel vragen per mail...

voor onze gasten.

En die vragen ga ik aan jullie stellen.

Het zijn de luisteraars die dus die brandende
vragen hebben over het Sprookjesbos.

En het gaat natuurlijk over de natuur...

en over dieren en alles.

De vraag was van...

ene mevrouw Blauw uit Eenhoorn.

Hoeveel eekhoorns wonen er
ongeveer in het Sprookjesbos.

Maar dat heb je net gezegd, dan
moeten we een eekhoorntelling houden.

Maar je kan het niet schatten hè?

Zijn er meer dan dertig?

Of veertien of zo? Zestien?

Ik denk eerder tussen de tien en de vijftien.

Want je hebt toch rekening te houden met die gebieden.

En waar ze elkaar raken, hebben ze
toch ook af en toe een beetje knokpartijen.

Want het gaat echt om voedselaanbod.

Ja.

Dat is echt wel heel veel wat je
daar zegt binnen dit gebied.

Dat is echt wel heel veel.

Karel de Beuk uit 's-Gravenzande vraagt...

hoeveel bomen er in het Sprookjesbos staan?

Ongeveer tweehonderd.

Tweehonderd?

In het totale park zijn het er ongeveer 5000.

En in het Sprookjesbos, ik heb het
vanmorgen nog nagekeken...

zit je op ongeveer tweehonderd bomen.

Op vijf hectare, dat is best nog hoog.

Dat is best veel.

En hoeveel verschillende soorten bomen staan er?

Ik denk dat er misschien...

tien, vijftien verschillende soorten staan.

Want het is hoofdzakelijk toch eik, den, en beuk.

En daartussen staan de...

minder aanwezige soorten.

Zoals een wilde kers...

en dat soort zaken.

Pascal van Vliet uit Helmond vraagt...

wanneer er weer bomen worden geplant.

We zijn er constant mee bezig.

We kappen bomen, we planten ook bomen.

Maar die hoeven niet altijd perse...

...op exact dezelfde locatie terug te komen.

Je kunt ze uit het ene gebied weghalen, maar binnen een ander gebied weer terug planten.

Dus we zijn wel altijd bezig om bomen bij te planten.

Maar het is niet zo dat we
bomen een op een terug plaatsen.

En bovendien, als er een boom gerooid
wordt vanuit een bepaald ziektebeeld...

...dan moet je al een boom kiezen die niet verwant is. Anders heeft die binnen no-time dezelfde ziekte.

Ook daar heb je te maken met genen.

Ook bij bomen? Maar ook niet dat er een boom uit Amsterdam of een boom uit...

Nee, zo ver gaan we niet.

Zo ver is het niet, maar je moet wel...

...je hebt bijvoorbeeld de iepenziekte gehad en je hebt nu essentaksterfte...

...als je dan wilt herplanten, omdat de boom ziek is...

...dan moet je wel kijken dat het een boomsoort
is die niet vatbaar is voor die ziekte.

Echt een studie, dat meen ik serieus.
Dat is echt niet makkelijk.

En zie je gelijk wanneer een boom ziek is?

Nou, vaak zie je de achteruitgang door
het vele dode hout in de kroon.

Of als de schors van kleur verandert. Als essentak sterft, wordt hij lichter van kleur.

Soms zie je dat bomen gedeelten van zichzelf afdichten...

als er een schimmel in zit, zoals de
watermerkziekte bij wilgen.

Soms breekt de bast open, zoals bij de kastanjebloedingsziekte.

Dus net zoals bij mensen hebben ze heel veel verschillende symptomen als ze ziek zijn.

Dus je bent ook een soort bomendokter?

Je voelt het gewoon? Je ziet het gewoon?

Als je rondloopt, zie je het wel. Vooral in de zomermaanden zie je gauw genoeg of een boom slecht is.

Of dat hij slecht in z'n tak staat en bijna geen blad heeft.

Of het blad heeft een bepaalde verkleuring, waardoor je denkt dat hij gewoon eten tekort komt.

En hoe is het hier met die processierups?

In jullie provincie is het toch ook die rupsenplaag?

Hebben jullie veel eiken?

Ja, we zitten vol met eiken.

Waar zit die processierups in?
-In de eikenboom.

Heb je er geen last van?

Jawel, maar wij zijn er geleidelijk aan
op een andere manier mee omgegaan.

Op een biologische manier proberen wij die te bestrijden.

Wij halen de belagers van de rupsen hier naartoe.

-Dat werkt het allerbeste.

En wie zijn de belagers van de rupsen dan?

Je hebt allerlei roofinsecten,
zoals roofvliegen en roofwespen.

En die predateren op die rupsen
door er eieren in te leggen.

En dan wordt zo'n rups verlamd,
want hij moet wel vers blijven.

Uiteindelijk komen die eieren uit en
die eten dan die rupsen op.

Danse Macabre voor eikenprocessierupsen.

Dus door het ecosysteem te
versterken los je dat het beste op.

Daar heb ik nog wel een tip voor.

Als je last hebt van de jeuk van die eikenprocessierups...

Die haartjes bestaan uit eiwitten...

en die zitten een heel klein stukje in je huid.

Dat jeukt als de ziekte.

Dat eiwit valt uit elkaar boven de veertig graden.

Dus je moet gewoon even lekker naar de sauna gaan.

En dan het nuttige met het aangename verenigen.

Dan ben je van de jeuk af.

Nou, dat is een heel goed idee.

Nog een vraag.

Van Faria van Denken, uit Hengelo.

Hoe oud is het bos waaruit het Sprookjesbos is ontstaan?

Mooie vraag, Faria.

Ik denk dat het zeker vanuit de jaren 50.

Dus het is al zeker 75 jaar oud.

75 jaar oud?

Ja.

Ongelooflijk.

En ik denk dat hier ook wel gewoon
meerdere keren in de geschiedenis...

In de afgelopen honderden jaren is dat bos ontstaan...

Is het bos weer gekapt.

Zoals voor de productie van eikenschors...

om de leerlooierij te kunnen bedienen.

Dus het zal meerdere malen gegroeid
en gekapt zijn in de geschiedenis.

Een andere vraag.

Van meneer van Dijken.

Hoeveel vogelhuisjes telt de Efteling?

200.

Dat weet je zeker?

Ja.

Dat weet je zeker?

200.

Ik denk 20 jaar geleden...

zijn we onderzoek gaan doen naar de vogelstand.

De vogels zijn wel minder schuw hier...

dus je ziet ze makkelijker.

En toen kwamen we er eigenlijk achter...

dat de pimpelmees het het slechtste heeft.

En dat zat hem in zijn grote broer de koolmees.

Die slaat hem dan eigenlijk uit het nestkastje.

En de oplossing was...

een nestkast ophangen met een gat...

van 28 millimeter in plaats van 32.

Want dan kan die pimpelmees er
wel in maar die koolmees niet.

De grootte van het gat moest
je aanpassen aan het beestje.

Het probleem is dat de meeste
standaardkastjes die je koopt.

Die hebben allemaal een 32 millimeter opening.

Jij zegt het alsof wij dat allemaal weten...

maar het is echt een vraag uit ‘De Slimste Mens’

Volgend seizoen doe ik mee.

Ik heb ook nog wel een leuke tip.

Wacht even. Ik maak deze even af.

Want anders kom ik met enorm veel open vragen thuis.

De normale afmerking is 32 millimeter.

Als je een vogelkastje koopt.

Daar kan de koolmees in.

De pimpelmees kan erin maar die wordt eruit geslagen.

Omdat die koolmees denkt ik
ben de koekoek van dit festijn.

Ik flikker je eruit.

Daar hebben we geen zin in.

Dus toen heb jij speciaal, dat kun je niet kopen...

Heb je dus een kleiner gaatje gemaakt.

Je kunt ze kopen.

Je hebt speciale bedrijven die die nestkasten maken.

-28 millimeter voor de pimpelmees.

Toen we daarmee bezig waren 20 jaar geleden...

Terwijl we ze aan het ophangen waren...

Zag je de pimpelmees gelijk...

Die kwamen er gelijk op af...

Die maakten gelijk gebruik van die nestkasten.

Dan doen we onderzoek.

Ieder jaar controleren we de nestkasten.

Dus we hebben ook de opbrengst
van afgelopen twintig jaar...

Wat er allemaal in die kasten gebroed heeft.

En dan kun je ook zien...

Dat de populatie pimpelmezen aan het stijgen is.

Heeft de pimpelmees dan ook door, vraag ik aan Arjan...

Dat die bouw moet zijn voor de koolmees?

Koolmezen zijn best agressief.

En pimpelmezen zijn kleiner...

dus daar zijn ze wel voorzichtig in.

Het helpt bij sommige kleine vogelsoorten...

om een kastje te maken wat specifiek is voor die soort.

Het kan ook heel veel opleveren...

om een kastje te maken...

wat voor veel soorten heel handig is.

Een collega van mij gebruikte altijd een wijnkistje.

Met zo'n schuifdeksel erop.

Kwartslag draaien.

Hij schroefde deze tegen de muur van de schuur aan.

Hij had er wel zeventien hangen.

Ze zaten allemaal vol.

Hoe komen ze dan binnen?

Dat luikje zit dan aan de zijkant.

Dat schuif je open en dan kan
hij hier landen. En dan loopt hij er in.

Daar gaan mussen, spreeuwen...

maar ook mezen gaan erin...

zelfs vliegenvangers, maar ook gierzwaluwen.

Het is zo voor tien soorten vogels geschikt.

Wat blijkt?

Normaal moet je een nestkastje...

Ieder jaar moet je erlangs met een ladder...

om hem schoon te maken.

Die wijnkistjes hoefde hij niet schoon te maken.

Want er zat geen gaatje bovenin...

en er zat ook geen drempeltje op.

Dus de vogels maken de kast zelf de hele tijd schoon.

Nu heeft de nestkastenbouwer ze gemaakt in beton.

Die kun je dus gewoon in een huis inmetselen.

Over dertig jaar werkt het net zo goed als de dag dat je hem ingehangen hebt.

Zonder dat je er zelf wat aan hoeft te doen.

En als de bouwafdeling van de Efteling...

waar jullie al die prachtige dingen maken.

Dan zou je volgens mij heel mooi...

Een soort Efteling...

De decorafdeling.

Die je dan ook op die verschillende huisjes kan zetten.

En dan blijven die vogels er ieder jaar weer in terugkomen.

En je hebt er eigenlijk geen omkijken naar.

Het rot niet meer weg.

En er gaan heel veel verschillende soorten vogels in.

-Maar die pimpelmees dan en die koolmees?

Nee, maar die pimpelmees...

die blijf je bedienen met dat kastje.

Zodat hij als zwakkere broeder in dat kastje kan zitten.

En dan kun je op sommige plekken van die kastjes bij elkaar hangen.

En dan is het voor heel veel andere soorten vogels.

Dan krijg je meer diversiteit.

En als laatste vind ik...

Als er één vogel is die ik leuk zou vinden...

om hier in de Efteling te hebben...

Wat ik denk dat er goed bij past...

dan is het wel de halsbandparkiet.

Laten we eens vragen...
De halsbandparkiet wordt hier gemist.

Nou ja.

Die vind ik namelijk heel mooi passen in de Efteling.

Volgens mij zit die al in Tilburg.

-Ja, in Tilburg...

Dan moet je wel twintig kilometer
doorvliegen om hier te komen.

Maar 12 kilometer hè.

Maar ook als je die een wat groter kastje geeft...

Het voordeel van zo'n halsbandparkiet...

is dat hij daar tien jaar lang in blijft wonen.

Dus hij zit erin en komt er ieder jaar weer terug.

Hij blijft er altijd in zitten...

en ik vind het zo'n mooie kleurrijke vogel.

Die past precies in de Efteling.

Dit is gewoon de oplossing voor het hele woningprobleem.

Allemaal wijnkistjes.

Nee, maar oké.

Dit is voor mij te veel materie.

Wat me wel opvalt...

is dat het er echt heel mooi uitziet.

Er komen zoveel mensen in het park.

Hoe houd je dat...

Er komen miljoenen bezoekers...

Die lopen natuurlijk niet op de paden.

Wordt er veel vertrapt?

Wordt er veel vernield?

Ja...

ieder seizoen.

Deels doen we dat door begeleiding van hagen...

en andere beplanting langs de wegen.

Dat ze er niet langs kunnen.

En daar waar dat niet kan...

zul je ieder jaar moeten accepteren...

dat je het moet herstellen.

Ik ga niet als een politieagent
mensen uit de struiken trekken.

Dat mag niet.

Dan is die beleving natuurlijk al gelijk verpest.

Ja.

Of je moet als kabouter verkleed gaan.

Ja, qua lengte zou ik dat wel kunnen.

Ik ook.

Maar nee.

We weten gewoon dat het gebeurt.

Dus je gaat gewoon in je aanplanting proberen dat te sturen.

Maar je hebt ook die stammenwanden.

We hadden het er net over dat het
een beetje eenzijdig is beplant.

Maar dat gaat nu veranderen.

Maar stammenwanden moeten eigenlijk...

de route bepalen.

Die stammenwanden zijn eigenlijk ooit...

In het verleden, als we aan het rooien
en aan het snoeien waren...

voerden we dat allemaal af.

Maar dat betaal je per ton.

Dus als je daar wat stronken in gooit...

heb je best wel wat gewicht.

Dus geleidelijk hebben we die
stammen een plek gegeven in het park.

Deels hebben we die afvoer van dat groenafval niet meer.

Bovendien ga je dan de begeleiding van gasten...

op een leuke manier vormgeven.

En het heeft een ecologische waarde.

Want er zijn ook vogels...

En de winterkoning zal eerder in
zo'n stammenwand gaan nestelen...

dan wanneer hij een nestkastje opzoekt.

Dus je hebt eigenlijk drie factoren...

die je met die stammenwanden kunt bedienen.

En het oogt gewoon veel mooier.

Je hebt een boek geschreven
over natuurintensief bouwen toch?

Natuurinclusief bouwen.

En dat is dus door zoveel mogelijk ruimte te bieden...

zodat er zoveel mogelijk leven in
en rond je gebouw kan komen.

En dit hele park is natuurlijk natuurinclusief.

Dus dat is prachtig.

En ook door de diversiteit...

omdat jullie ieder gebied anders aanpakken...

wordt de rijkdom daarin alleen maar groter.

We gaan het nog even over het Sprookjesbos hebben.

Want in 1998 is dat volledig op de schop gegaan.

Waarom is dat toen eigenlijk veranderd?

En wat is er toen veranderd?

Wat we nu ook aan het doen zijn.

We hebben er weer meer licht in gebracht.

Alleen destijds werd er ook voor gekozen...

om iedere boom die gerooid werd...

moest ook terugkomen.

En eigenlijk hebben we daardoor nu dezelfde problematiek als eind jaren 90.

Dus we hebben het bos aan willen pakken om meer licht.

Zodat er andere beplanting onder kon groeien...

en meer diversiteit.

Alleen omdat we destijds best wel star waren...

Iedere boom die gerooid was...

moet weer terugkomen.

Hebben we eigenlijk hetzelfde probleem weer gecreëerd.

En nu hebben we gezegd...

dat we gaan dunnen.

Want er staan best veel bomen voor die vijf hectare.

Maar dan gaan we geen bomen meer terugzetten.

Tenminste niet diezelfde hoeveelheid.

Maar we gaan andere beplanting...

zoals struiken en vaste planten...

en eventueel verwilderingsbollen toepassen.

Zodat je een mooier beeld krijgt in je bos.

En als je dan het bos in kijkt...

zie je niet alleen stammen naast elkaar staan.

Maar je ziet ook heesters en vaste planten...

met bloemen.

Afhankelijk van welke keuzes er gemaakt worden.

We praten ook steeds over een nieuwe attractie...

De Sprookjesbibliotheek.

Die komt in plaats van De Chinese Nachtegaal.

We zijn bezig om dat nu allemaal te bouwen.

Natuurgewijs...

Ga je dat aanpassen aan deze tijd?

De eerste opzet voor zo'n nieuw plan...

ligt bij de landschapsarchitect.

Dat is mijn collega Ivo Südmeier .

Hij doet de eerste aanzet.

Hij maakt het gebied rondom het nieuwe sprookje.

En als hij een schets heeft...

kijk ik er overheen.

Wat beheerstechnisch de plussen of minnen zijn.

Ik heb dit nog niet gezien...

maar er wordt altijd wel gekeken...

We gaan iets inbouwen in een omgeving...

Welke bomen kunnen we behouden?

Waar gaan we omheen werken?

Maar dan denk je wel aan diversiteit...

de bosstructuur...

dat het klimaatadaptief is...

en schaduw voor bezoekers.

Dat het niet een kale vlakte wordt.

Vorig jaar kregen we mensen van Disney...

uit Amerika op visite.

En die waren stomverbaasd...

dat we hier grote bomen hadden staan.

Waarom?

Omdat zij dat waarschijnlijk heel anders aanpakken.

Zij gooien gewoon een gebied plat...

en dan gaan ze bouwen en plaatsen weer bomen terug.

Die vraag kwam wel vijf, zes keer terug...

tijdens dat rondje door het park.

Hoe doe je dat met die grote bomen?

En je ziet dat we met de ontwikkeling van het plan kijken...

welke bomen we willen we behouden.

Dus dan wordt er in het ontwerp gekeken.

Als we die bomen willen behouden,
want die passen bij het ontwerp...

dan gaan we eromheen ontwerpen.

Dan proberen we die bomen te behouden.

Want dan heb je ook meteen al een beeld...

dat een gebouw ook staat in een volwassen omgeving.

Zie jij nog iets?

Wat zou je leuk vinden om terug te zien?

Nou, ik ben ook gek op insecten.

Dat vind ik altijd erg leuk.

En er vliegen her en der wat
hommels en dat soort dingen.

Maar volgens mij zou je daar zelfs een soort mini-attractie van kunnen maken.

Een hommel?

Een hommelkasteel zal ik maar zeggen.

Want je kunt namelijk hommelvolkjes kopen...

in het voorjaar.

Want de hommels sterven...

Het hele volk sterft af in de winter.

Het is vrij klein...

Als je ergens een mooi kasteeltje maakt...

En in het voorjaar koop je zo'n hommelvolkje.

Die doe je in dat kasteeltje...

dan heb je de hele tijd een paar wachters staan.

Want er staan altijd een paar
wachters voor het hommelkastje.

De hommels vliegen heen en weer om dingen te halen.

Dan heb je eigenlijk een soort levend sprookje.

Heb je eigenlijk staan.

Dat zou volgens mij heel goed passen in het Sprookjesbos.

-Het Arjan Postma Hommelhotel.

Je moet een hotel doen.

Hommelhotel.

Nou, of een hommelhuisje.

Toekan erop.

Dan wordt het goed gefinancierd ook.

Maar als je het hoort, wat denk je dan?

Ik vind het wel een leuk idee.

We hebben ook insectenhotels staan in Bosrijk...

bij de verblijfsaccommodatie.

Hier kan je het heel mooi mee sturen...

en een hommelvolkje wordt nooit groter dan 200 stuks.

Ze steken niet.

Dus ze negeren mensen helemaal.

Het zijn van die wollige dingetjes.

Dus dat is hartstikke leuk.

Schattig.

En op een bepaald moment is het
hommelvolk ook weer in winterslaap.

En volgend jaar begint het weer opnieuw.

Het klinkt heel romantisch.

Ja, dat vind ik ook.

En het is heel aaibaar.

U ziet thuis niet hoe Mario naar mij kijkt.

Dat ik hem helemaal niet geloof.

Je kan toch geen hommel aaien?

Jawel hoor.

Maar wel heel zachtjes.

Ja, heel zachtjes.

Ik ga liever een Friese eekhoorn aaien.

Nou, ik denk dat die gemener kan bijten dan die hommel.

We zijn er weer doorheen helaas.

We zijn aan het einde gekomen van deze aflevering.

Ik heb nog één vraag.

Het Sprookjesbos blijft natuurlijk voor altijd bestaan...

Wat mag voor jullie nooit verdwijnen
uit het Sprookjesbos? Mario?

Ik vind die toepassing van de
wisselperken in het Sprookjesbos...

Dat vind ik eigenlijk een soort
kerst en slagroom op de taart.

Want het bos is gewoon wat het is.

Maar het zijn die extra toeven die je toevoegt.

Die heel veel mensen kunnen waarderen.

Vanwege de bloemen.

Ik denk dat we dat altijd op een of
andere manier moeten behouden.

En dan wel op de plekken waar dat geschikt voor is.

En dat vind ik wel één van de mooie
onderdelen van het Sprookjesbos.

En jij, Arjan?

Ik vind dat wat de Efteling nu doet...

Dat ze dat bosgevoel kunnen vasthouden...

Dus dat het niet alleen het Sprookjesbos heet...

Maar dat het daadwerkelijk het Sprookjesbos is...

Dat zou ik heel mooi vinden.

-Dat gaan we ook doen.

Met het hommelhotel.

Ja, er was eens een hommelhotel...

en ze leefden nog lang en gelukkig.

En ze worden alleen maar geaaid.

Bedankt Mario.

Bedankt Arjan voor jullie komst.

En als jij hebt geluisterd...

Heel erg bedankt voor het luisteren.

En je kunt je abonneren op dit kanaal.

Dan kun je geen enkele aflevering missen.

Ik vond het heel gezellig.

Tot de volgende keer. Dag.

Volgende week praten we met Efteling-vormgever
Patrick van den Nieuwenhuizen...

en kinderboekenschrijver Kevin Hassing.

En ontdekken we hoe sprookjes tot leven komen.