Practice beginner Dutch listening with A1-A2 real-life dialogues about Common Health Issues.
Dutch Conversations for Beginners helps A1-A2 learners improve listening, pronunciation, and everyday vocabulary through short real-life Dutch dialogues. Each episode focuses on practical situations such as travel, shopping, health, work, home life, and social conversations in the Netherlands and Flanders.
Preparing for your Dutch inburgering exam? Practice with focused lessons, vocabulary, and exam-style training at https://inburgeringprep.com/?utm_source=moruk&utm_medium=podcast&utm_campaign=dutch_dialogues
Mijn hoofd doet pijn Ik heb vandaag erg last van hoofdpijn. Dat is vervelend. Wanneer begon het? In de ochtend na een slechte nacht. Heb je weer te weinig geslapen? Ja, en ik heb lang achter een scherm gewerkt. Een scherm en stress kunnen dit doen. Het weer is vandaag ook vreemd. Klopt. Heb je genoeg water gedronken? Nee, ik had maar één klein kopje. Dat is niet veel. Drink meer water. Oké, wat kan ik nog meer doen? Heb je een pijnstiller genomen? Nee, ik heb nog niets genomen. Je kunt er één nemen en even rusten. Moet ik gaan liggen en mijn ogen sluiten? Ja, en zet ook je telefoon uit. Mijn telefoon is luid en heel fel. Fel licht maakt de hoofdpijn erger. Ik drink water en neem een pil. Goed, en adem twee minuten rustig. De kamer is warm. Kunnen we een raam openen? Ja, frisse lucht kan ook helpen. Dank je, jij weet altijd wat je moet doen. Ik zorg gewoon voor jou en je hoofd. De pijn is er nog, maar het wordt minder. Rust nog wat en werk vandaag niet. Afgesproken. Vandaag kies ik voor bed en rust. Goede keuze. Ik maak thee voor je. Dank je, ik voel me al rustiger. Mijn buik doet pijn Ik heb veel last van mijn buik. O nee, wanneer begon het? Vijf minuten na de lunch. Wat heb je tussen de middag gegeten? Soep, rijst en kippenvleugels. Hoeveel vleugels heb je gegeten? Misschien acht of tien of meer. Je zei steeds nog eentje. Ja, dat was geen goed idee. Waren ze heel heet en pittig? Ja, heel heet, heel lekker. Ben je misselijk of heb je alleen pijn? Alleen pijn en een zwaar gevoel. Heb je water gedronken na het eten? Nee, ik vergat het. Ik at te snel. Ga zitten en adem rustig. Oké, het doet nog een beetje pijn. Ik heb pillen in mijn tas. Wacht! Zoek ze alsjeblieft. Hier zijn ze. Neem er nu een. Dank je. Moet ik gaan liggen? Ja. En vandaag geen pittig eten meer. Afgesproken. Ik heb mijn les geleerd. Eet de volgende keer minder en langzamer. Volgende keer kies ik alleen soep. Drink nu wat water, alsjeblieft. Oké, de pijn is nu minder. Goed. Rust even en beterschap. Dank je. Geen extra vleugels meer. Gewoon verkouden? Ik ben niet ziek. Alleen een allergie. Je neus zegt van wel. Het is een verkoudheid. Ik heb morgen een grote vergadering. Je stem klinkt als een kleine kikker. Het gaat wel. Ik drink warme thee. Je hebt ook rust en een warm bed nodig. Rust is voor zwakke mensen en katten. Dan ben je vandaag een schattige kat. Ik kan werken. Ik hoest maar een beetje. Een beetje? De hele kamer hoort je. Ik neem nu gember en citroen. Goed. Ik breng honing en soep. Geen pillen. Alleen huismiddeltjes. In de medicijnkast staan ook pillen. Pillen zijn sterk. Mijn wil is sterk. Je wil is sterk. Je neus niet. Ik slaap één uur en dan ben ik weer de oude. Je hebt meer dan één uur nodig. Wat als ik morgen werk mis? Je baas geeft om gezondheid, niet om niezen. Ik wil echt niet ziek zijn. Ik weet het. Je wilt een held zijn. Helden drinken thee en vechten tegen de hoest. Helden rusten ook en nemen hulp aan. Oké. Thee, soep en een korte rust. Afgesproken. Ik bel je baas voor je. Doe je dat voor mij? Ja. Jij wordt beter. Ik bel hem even. Goed. Ik ben een held in bed. Mijn rug zit vast Mijn rug doet veel pijn. Wat heb je gedaan? Ik heb vandaag een zware doos getild. O nee. Dat is niet goed. Ik kan niet zitten of liggen. Kun je staan en lopen? Ik kan staan, maar heel langzaam. Draai je om en kijk naar mij. Ik draai mijn hele lichaam. Dat ziet er pijnlijk uit. Ja. Ik voel me als een robot. We hebben een sterke zalf. Die met die geur. Ja. Het hele huis gaat ruiken. De kat rent weg. Ga bij de tafel staan. Dank je. Dat helpt. Ik doe nu de zalf erop. Doe voorzichtig. Dat doe ik. Adem rustig. Het is koud en sterk. De geur betekent dat het werkt. Wat kan ik later doen? Doe kleine bewegingen. Geen snelle bewegingen, toch? Klopt. Geen zware deuzen. Ik kan niet snel draaien. We doen rustige bewegingen. Afgesproken. Jij bent vandaag mijn held. Kiespijn Mijn tand doet vandaag veel pijn. Je moet naar de tandarts gaan. Nee. Het gaat snel weg. Dat zeg je elke keer tegen mij. Ik ben bang voor tandartsen. Ze zijn vriendelijk en heel snel. Het geluid is vervelend voor mij. We kunnen eerst gaan praten. Ik wil daar niet zitten. Je gezicht ziet er moe uit. Ik kan niet goed eten of drinken. Dat is helemaal niet goed. Misschien stopt het morgen. Het kan snel erger worden. Dat idee vind ik niet fijn. Ik ga met je mee en wacht. Beloof je dat je bij mij blijft? Ja. Ik houd je hand vast. Mijn hart gaat snel als ik ga. We gaan rustig en stoppen als het moet. De pijn is sterk en vervelend. De tandarts kan het vandaag maken. Ik denk dat ik hulp nodig heb. Dank je dat je mij vertrouwt. Oké. Laten we naar de kliniek gaan? Ik ben trots op je. Blijf alsjeblieft bij mij daar. Dat doe ik en daarna halen we ijs. Allergie Mam, ik kan niet stoppen. Je niest steeds weer. Ik niest soms tien keer achter elkaar. Adem rustig, lieverd. Ik probeer het, maar het lukt niet. Dat is een lange niestbui. Mijn ogen zijn rood en nat. Ga hier zitten en drink wat water. De wereld ruikt heel slecht. Het is lente en de bloemen bloeien. De lente is niet lief voor mij. Ik sluit nu het raam. Dank je, de lucht is sterk. Gebruik dit zachte papier voor je neus. Mijn neus is moe en doet pijn. Laat mij je pillen halen, goed? Ik hou niet van pillen, maar ik probeer het. Ze helpen je rustiger te voelen. Mijn hoofd voelt groot en warm. Leg dit koele doekje op je gezicht. Dat voelt fijn en koel. Ga niet naar het park. Het park zit vol met pollen. We kunnen thuis blijven en rusten. Kun je warme thee maken? Ja, met honing, zoals je lekker vindt. Je helpt me altijd zoveel. Dat is mijn taak, mijn lieve meisje. Ik hoop dat de lente snel voorbij is. Hoge bloeddruk Pap, je ziet er moe uit. Ik voel me zwak. Mijn hoofd doet pijn. Hoor je een geluid in je oren? Ja, een zacht geluid de hele tijd. Ga hier zitten en rust even. Mijn benen voelen zwaar vandaag. Ik haal nu de meter. Is dat nodig of kunnen we wachten? Het is beter om nu te meten. Oké, meet het maar. Houd je arm stil en adem rustig. Mijn hoofd doet nog steeds pijn. Mijn cijfers zijn hoog. Dat klinkt niet goed voor mij. Je bloeddruk is hoog. Ik voel me een beetje duizelig. Voel je je nu ziek? Nee, maar het geluid is er. Heb je vandaag pillen genomen? Ja, vanmorgen, zoals gezegd. Ga zitten, drink water en rust. Je stem helpt mij. We meten het later nog eens. Wat als het erger wordt? Dan bellen we om hulp. Dat vind ik niet fijn, oké. Wie let er vandaag op? Oké, ik blijf rustig. Verzwikte enkel Ik heb mijn enkel verzwikt. Oh nee, kun je nu staan? Ik kan staan, maar niet lopen. Waar doet het pijn in je linkervoet? Ja, bij het bot. Ga hier zitten en adem rustig. Ik miste een trede en viel. Dat kan gebeuren als we rennen. Mijn schoen voelt strak en vervelend. Laat mij je helpen. Dank je, dat voelt beter. Zie je een rode plek? Hij is een beetje rood en warm. We moeten naar huis en rusten. Ik kan daar niet alleen lopen. Leg je arm op mijn schouder. Oké, loop langzaam met mij. We nemen kleine stappen. Ons huis is hier dichtbij. Goed, dan zijn we er snel. Kun je thuis ijs pakken? Ja, en een band voor je voet. Dank je, dat je blijft. Vrienden helpen, dat is simpel. De volgende keer ren ik langzamer. Afgesproken, we rusten vandaag, oké? Oké, ik voel me nu rustig. Laten we naar huis gaan en zitten. Oorpijn Mam, mijn oor doet nu veel pijn. Wanneer begon de pijn, lieverd? Na het zwembad, op weg naar huis. Is er water in je oor gekomen? Ja, ik denk het. Het voelt vol. Doet het nu de hele tijd pijn? Ja, en ik hoor ook een zacht geluid. Ga hier zitten en raak het niet aan. Ik probeer het, maar het doet pijn als ik beweeg. Ik haal een schone handdoek voor je. Kun je naar mijn oor kijken, alsjeblieft? Ik kan kijken, maar ik doe voorzichtig. Het voelt warm en een beetje pijnlijk. We moeten het droog en schoon houden. Kan ik vandaag weer naar het zwembad? Nee, je oor moet nu rusten. Dat maakt mij een beetje verdrietig. Ik weet het, maar gezondheid is belangrijker. Wat kan ik nu doen tegen de pijn? Je kunt gaan liggen en rustig blijven. Mag ik ook warme thee? Ja, en we bellen de dokter. Gaat de pijn snel weg? Ja, we helpen je oor beter worden. Dank je dat je bij mij blijft. Dat is mijn taak, mijn lieve meisje. Ik probeer nu heel stil te blijven. Goed, ik ben hier en je bent veilig. Oké, mam. Ik voel me al een beetje beter. De draak van binnen Ik heb een draak in mijn buik. Een draak? Na dit grote dineer? Ja, het brandt van binnen en het wil eruit. Je hebt vandaag gegeten als een dappere ridder. Vroeger kon ik alles eten, heel makkelijk. Nu vecht je tegen een kleine rode tomaat. De tomaat wint en ik voel me slecht. Wat stond er vanavond op tafel? Vlees, cake, kaas en hete saus. En drie borden en twee grote glazen. De draak is hier niet blij mee. Kom hier zitten en drink warm water. Het helpt, maar het vuur is er nog. Adem rustig en lach nu niet. Ik probeer het, maar jij maakt grapjes. Ik help met grapjes en ook met zorg. De pijn is klein, maar heel vervelend. We hebben een pil voor dit kleine vuur. Laat die pil de draak slapen? Ja, hij gaat een lange dud doen. De volgende keer eet ik zo weinig als een vogel. Dat zeg je naar elk groot diner. Dat klopt, maar nu meen ik het. Oké, dappere ridder, neem nu je pil. Dank je, lieve drakendokter. Blijf zitten en ga niet plat liggen. Ik loop langzaam als een oude held. De draak gaat weg en jij lacht weer. Afgesproken, maar vandaag geen tomaten voor mij.