Rust in je hoofd

🧘 Probeer Meditation Moments 7 dagen gratis via meditationmoments.nl/podcast
 
🎧 Volg onze podcast en blijf op de hoogte van nieuwe afleveringen.

Wat als controle geen kracht is, maar een schreeuw om hulp? Leontien van Moorsel, voormalig olympisch kampioen en oprichter van het Leontienhuis, deelt haar indrukwekkende verhaal over eetstoornissen, prestatiedruk, heling en het vinden van balans.

In deze aflevering van Rust in je Hoofd spreekt Michael Pilarczyk met Leontien over de strijd met een eetstoornis tijdens haar wielercarrière, de weg terug naar zichzelf en hoe ze inmiddels duizenden anderen ondersteunt in hun herstelproces.

Wat je ontdekt:
  • Hoe een eetstoornis voelt van binnenuit
  • Waarom prestatiedruk en perfectionisme zo gevaarlijk kunnen zijn
  • Het belang van echte steun en liefdevolle grenzen
  • Waarom helen tijd, geduld en bewustwording vraagt
Een eerlijk en krachtig gesprek over mentale gezondheid, kwetsbaarheid, veerkracht en de moed om écht jezelf te zijn.

Wat is Rust in je hoofd?

Welkom bij Rust in je Hoofd, de podcast van Meditation Moments. In deze podcast spreekt Michael Pilarczyk met bekende gasten en toonaangevende experts over mentale gezondheid, zingeving, meditatie, persoonlijke ontwikkeling en…. het leven zelf.

Uiteindelijk zijn onze kinderen, dat is de toekomst

van dit land.

En daar gaan we eigenlijk, gaan we daar

gewoon nu echt heel erg fout.

Pak ik even eetstoornissen.

In Rotterdam zijn de wachttijden op dit moment

negen maanden, in Amsterdam vijftien maanden.

Dat is gewoon niet oké.

En dat is niet alleen met eetstoornissen.

Maar op het moment dat iemand een mentaal

probleem heeft, en dan wil je hulp, en

dan is die hulp in ons eigen land.

Die is er gewoon niet en zijn er

enorme wachtlijsten.

Dat is niet oké, dat is gewoon niet,

daar moeten we echt mee aan de slag.

Viervoudig Olympisch kampioen en negenmaal wereldkampioen.

Leontien Zeilaert van Morsel.

Haar doel om de beste te worden leidde

tot een strijd tegen anorexia.

Deze eetstoornis veranderde haar leven ingrijpend.

De laatste jaren richt ze zich op hulp

voor eetstoornissen.

Zo begon ze het Leontienhuis.

Ze zet zich in voor vrouwenwielrennen en is

de koersdirecteur van de Amstel Gold Race voor

dames.

Vandaag in de Rust in Je Hoofd podcast,

Leontien Zeilaert van Morsel.

Leontien, wat gebeurt er met je als je

een eetstoornis hebt?

Wat gebeurt er met je als je een

eetstoornis hebt?

Ja, dat is vreselijk.

Dat is echt vreselijk.

Er zit een soort dubbele persoonlijkheid in je

en je kan het eigenlijk nooit goed doen.

Want als je luistert naar de eetstoornis, dan

doe je je naaste omgeving verdriet.

En luister je naar je naaste omgeving, dan

zegt het stemmetje in je hoofd dat je

een loser bent en dat het niet oké

is en dat het heel slecht met je

zal gaan.

En dat gaat 24 uur per dag al

door.

En ja, ik denk dat ik voor iedereen

spreek.

Het is echt geen leven.

Het is geen leven om te leven met

een eetstoornis.

Je hebt het meegemaakt, hè?

Hoe oud was je toen ongeveer?

Ik was 19 toen het begon en 28

toen ik echt weer de beste versie van

mezelf was.

En in die periode heb ik echt letterlijk

alles meegemaakt.

Ik was altijd gewoon een stevige Brabantse meid

en woog denk ik 60, 61 kilo.

Op mijn dieptepunt heb ik 43 kilo gebogen.

En uiteindelijk heb ik ook in die periode,

ben ik doorgeslaagd naar de andere kant, 85

kilo gebogen.

En in 1998 was ik gewoon weer terug

naar wie ik altijd ben geweest.

Los van ook een gewicht, want dat vind

ik nog niet zo belangrijk, maar gewoon dat

je weer blij bent met jezelf en dat

je gewoon de beste versie bent van jezelf.

En dat je voelt van dit is wie

ik wil zijn.

En wat andere mensen dan ook zeggen, dat

het je ook geen bal uitmaakt, omdat je

zoiets hebt van, ik ben gewoon blij met

mezelf.

Ik heb echt in die periode, ik ben

ook vier jaar uit competitie geweest om mezelf

terug te vinden.

En toen heb ik twee keer een comeback

gemaakt en mijn eerste comeback maakte ik in

Schijndel, want ik ben opgegroeid in Brabant en

ik dacht ja, dat voelt vertrouwd.

En toen werd ik echt wel uitgescholden door

sommige supporters.

Toen was ik wat steviger en toen werd

er echt geroepen, vet varken, je kan het

niet meer.

Stop toch met je carrière.

Ik kan me nog heel goed herinneren dat

ik dat criterium heb ik uitgereden, maar het

deed heel veel pijn.

En toen ben ik even gestopt met wedstrijden

rijden, omdat ik echt zoiets had van ja,

dit wil ik niet.

En ik moet verder met mezelf aan de

slag.

En mijn tweede comeback maakte ik denk ik

een jaar daarna in Luikschestel.

En toen was er een verslaggever die zei,

de plek voor het rugnummer is vele malen

groter.

En ik hoorde die verslaggever dat zeggen en

ik ben naar die verslaggever toegegaan.

En toen zei ik ja, het maakt me

geen bal uit dat de plek voor mijn

rugnummer groter of vele malen groter is geworden.

Want dit is de nieuwe Leontien en dit

is wie ik wil zijn.

En ik ben blij en ik ben iedere

dag blij als ik in de spiegel kijk.

Dus toen deed het helemaal niks meer met

me.

En toen dacht ik van ja, dit voelt

goed.

Dit is gewoon wat ik vast moet houden.

En dat heb ik ook gedaan tot de

dag van vandaag.

Ik ben gewoon iedere dag gewoon blij met

hoe ik eruit zie, los van een getalletje,

los van een kledingmaat.

Gewoon blij dat je die balans weet vast

te houden in je leven.

Wat je zegt is eigenlijk dat die eetstoornis,

die uit zich in je lichaam, maar het

zit in je hoofd.

Begrijp ik dat goed?

Ja.

Het is niet dat je dun wordt omdat

je minder eet, je gaat minder eten omdat

er iets in je hoofd zit.

Je hebt het over een stemmetje.

Ik heb een documentaire gezien van een meisje

met een eetstoornis, wat jij ook beschrijft, alsof

er iemand anders in jou zit.

Zou zij dat ook?

Er zit iemand in mij en die dwingt

mij dit te doen.

Ja.

Ik kan me dat heel moeilijk voorstellen.

Kan je dat proberen uit te leggen voor

mensen die ook zoiets hebben van, maar wat

gebeurt er dan?

Wat voel je dan?

Nou ja, heel veel mensen.

Er zit natuurlijk altijd een achterliggend probleem of

in negen van de tien gevallen zit er

een achterliggend probleem waardoor iemand een eetstoornis ontwikkelt.

Dus heel veel mensen zeggen dan op het

moment dat iemand een eetprobleem heeft.

Ah joh, eet even een paar boterhammetjes meer

en dan kom je er toch zo makkelijk

overheen.

Maar het zit in je hoofd en dat

maakt het zo gecompliceerd.

Als je dat zelf niet mee hebt gemaakt,

dan is dat heel moeilijk om in woorden

uit te leggen wat er dan precies gebeurt.

Je kan je wel voorstellen, als jij gewoon

24 uur per dag een dubbele persoonlijkheid in

je hebt zitten, dat dat heel erg vermoeiend

is.

En die dubbele persoonlijkheid die jou ook dingen

laat doen die jij zelf nooit zou doen.

Ik heb in die periode dingen gedaan of

de eetstoornis heeft mij dingen laten doen.

Op het moment dat mijn moeder het eten

aan het klaarmaken was en die deed maar

een klein beetje olie of boter in de

pan, dan werd het stemmetje in mijn hoofd,

die werd zo boos.

Ja, en dan flipte ik helemaal.

Dan was ik in staat om die hete

pan van het vuur af te gooien naar

richting mijn moeder.

En dan denk ik van, oh, dat het

stemmetje mij dat gewoon gedwongen heeft om dat

te denken.

En ook uiteindelijk, ja, ik heb ook heel

vaak gewoon met zo'n pan die ik

dan weer naar links of naar rechts meet,

dat ik echt denk, maar het is toch

heel heftig dat die dubbele persoonlijkheid je dingen

laat doen waar ik nu achteraf van denk

van, hoe kan dat?

Maar die heeft dan echt controle over wat

jij doet, over je gedrag?

Ja, ja.

En besef je dat?

Op dat moment dat je dat doet, besef

je dat niet.

Nu achteraf denk ik van, oh, wat heeft

die dubbele persoonlijkheid mij...

Maar ben je ervan bewust dat je dan

zo reageert?

Op dat moment niet en daarna wel.

En dan heb je heel veel spijt.

Dan heb je heel veel spijt.

Ja, nu denk ik ook dat ik dat,

want ze zeggen altijd een eetstoornis.

Weet je, de persoon die de eetstoornis heeft,

dat is heel heftig, maar het is niet

alleen heftig voor de persoon die de eetstoornis

heeft.

Het is ook heel heftig voor de verwanten,

is het ook vreselijk.

Als ik nu terugdenk aan de dingen die

ik mijn moeder aan heb gedaan, maar ook

mijn zusjes, mijn broer en mijn vader.

Dan denk ik, oh, dat vind ik, ik

kan er niet meer terugdraaien.

En een eetstoornis is ook, het overkomt je,

het is een ziekte.

Maar ja, toch heb ik me daar heel

lang schuldig over gevoeld dat ik zo heb

gereageerd in sommige situaties.

Het begon bij jou omdat je wilde nog

beter worden.

Je was al heel goed, je bent vier

keer olympisch kampioen, negen keer wereldkampioen.

Het was behoorlijk wat natuurlijk, prestatiedruk, maar je

wilde beter en beter en beter.

En toen dacht je, als ik lichter ben,

kan ik sneller, harder fietsen.

Nou, je ziet bijna iedereen die een eetstoornis

ontwikkeld zijn, allemaal heel gedreven personen.

En ik ben ook super gedreven en ik

was wereldkampioen.

En toen dacht ik, ja, maar dat is

heel leuk dat ik een aantal keer wereldkampioen

ben geworden.

Maar ik wil ook heel graag de Tour

de France winnen.

Maar van nature ben ik altijd die stevige

Brabantse meid geweest.

En mijn talent was, ik had een goede

sprint en ik had een goede tijdrit.

Maar ik was altijd gewoon, ik kon heel

hard fietsen.

Maar ik had natuurlijk niet echt de bouw

om met de beste mee naar boven te

rijden.

En toen dacht ik, ja, dan komt je

gedreven karakter, komt boven drijven.

En dan denk ik, ja, maar ik wil

ook in mijn carrière een keer de Tour

de France winnen.

Ja, en dan ga je denken, ja, maar

iedere kilo is er één.

Dus als ik ga vermageren, ja, dan...

Op zich een hele goede gedachte, zeker vanuit

je topsport mentaliteit.

Zo'n, ik moet een paar kilo afvallen,

want dan heb ik meer kans om te

winnen.

Maar dan is er ergens een moment om,

dan slaat het om en dan wordt het

een obsessie.

Ja.

Heb je dat doorgehad toen dat gebeurde?

Ja, ik heb dat doorgehad, omdat je ook

voelt dat je je karakter verandert.

Ik was altijd die vrolijke Brabantse meid.

Maar op het moment dat je iedere dag

je lichaam te weinig energie geeft, dan heb

je ook niet meer de energie om deel

te nemen aan een gesprek.

Ja, dus ik zag wel dat ik...

Ja, ik was niet meer die sociale, leuke,

gezellige Brabantse meid.

Hoe ging dat thuis dan?

Je ouders, je moeder?

In die topsport heb je toch begeleiding, coaches,

trainers?

Moet ik wel zeggen dat dertig jaar geleden

was er veel minder bekend over eetstoornissen dan

dat er nu...

Ja, nu is er veel meer over bekend.

En iemand die een eetstoornis heeft, besoudemietert ook

de boel.

Dus ik heb heel lang wel hoeveelheden gegeten,

maar allemaal hoeveelheden waar dus bijna niks in

zat.

Weet je, ik at s'avonds...

Eigenlijk moet ik dat niet delen, maar ja,

had ik alleen nog maar sperziebonen als ik

thuis was, met gebakken ui en champignons.

Dus mijn ouders, ja, die hadden ook geen

verstand van koolhydraten, eiwitten.

Wat heeft een topsporter dan precies nodig?

Die zagen wel dat ik s'avonds gewoon

twee borden avondeten at, maar alleen maar groenten

en ui en champignons.

Ja, daar zit niks in.

Dus die dacht, ja, maar ze eet.

En dat heeft zij nodig om een goede

topsporter te zijn.

En ik bleef natuurlijk, ja, ik bleef presteren.

Ja, dus dat is voor mijn ouders is

dat...

Ja, die zagen wel steeds dat mijn karakter

veranderde.

Maar ja, die hebben heel lang zoiets gehad

van, ja, maar ze presteert en ze eet

toch s'avonds gewoon nog je twee borden

avondeten.

Wat is er dan precies aan de hand?

Ja, en daar ligt dan wel een stukje

voor een begeleidingsteam.

En ik begrijp ook nu achteraf gezien dat

het ook heel moeilijk is geweest voor een

begeleidingsteam, want in de Tour de France verzorgde

ik mezelf ook heel slecht, maar ik bleef

wel winnen.

En het is natuurlijk heel moeilijk als iemand

blijft winnen om iemand die de gele trui

naar Nederland haalt, om te zeggen als coach

zijnde van, ja, maar die gaan we uit

de competitie halen, want die verzorgt zich niet

goed.

Maar eigenlijk moeten ze dat natuurlijk wel doen.

Want ook al win je de Tour, als

je ziet dat het ten koste gaat van

de gezondheid van een atleet, dan moet je

toch gewoon kiezen voor de gezondheid van een

atleet en niet voor een overwinning in de

Tour de France voor vrouwen.

Deze podcast heet Rust in je hoofd.

In die periode waar we het nu over

hebben, had jij geen rust in je hoofd.

Ik las ergens dat je zei, er was

een moment dat ik echt mentaal en fysiek

totaal instortte.

Het hield echt op.

Ja.

Wat gebeurt er dan in je hoofd?

Nou, in je hoofd, maar ook in je

lijf.

Ik heb het heel lang in mijn hoofd

dat ik dacht van, dit is goed, want

ik win de Tour en ik word wereldkampioen.

Maar je voelt eigenlijk al dat het steeds

slechter...

Het lichaam geeft het signaal.

Uiteindelijk gaf mijn lichaam.

Ik heb het heel lang vol weten te

houden op mijn mentale kracht, maar uiteindelijk fysiek

komt toch die man met die hamer om

de hoek kijken.

En die kwam bij mij, kan ik me

nog heel goed herinneren, in een etappekoers in

Frankrijk.

In een wielerwedstrijd zijn altijd de eerste paar

kilometers geneutraliseerd, dus dan voordat de koers vrijgegeven

wordt.

En dan zo'n auto, daar blijf je

dan achter.

En zo'n auto rijdt niet harder dan

30 kilometer per uur.

En ik werd gelost in de neutralisatie.

En ja, dat was het moment dat het

dus je fysiek ook niet meer ging.

Ja, en dan...

Ik had gewoon helemaal geen energie meer.

Ik had...

Ik heb ook heel lang gewoon pijn gehad

in mijn spieren.

Als ik dit al deed, dan leek het

net of dat ik...

Ja, dat heel mijn lijf, heel mijn armen...

Of dat verzuurde het wel dat ik gewoon

aan een tafel zat.

Of als ik een trap opliep, ja, gewoon

totaal helemaal uitgeput, maar ook helemaal uitgemergeld.

En ja, dat was gewoon niet oké.

Hoe ben je hier uitgekomen?

Want het heeft best lang geduurd, zeg je.

Ja, het is heel...

Zo'n beetje een jaar of negen?

Nou ja, heel het proces heeft negen jaar

geduurd.

Ja, maar het is een proces natuurlijk.

Ja, het is een proces.

Nou, ik ben heel eerlijk.

Als ik mijn man, wat toen de tijd

mijn vriend was, en zijn ouders, als die

mij niet hadden geholpen, dan denk ik dat

ik niet meer hier tegenover jou had gezeten.

Dus die ben ik zo ongelooflijk dankbaar.

Mijn man is de eerste die eerlijk tegen

mij was.

Want iedereen zei van, je doet het fantastisch,

want je bent wereldkampioen en je wint de

Tour van Nederland.

En mijn man, wij kregen een relatie en

we hebben een half jaar een relatie gehad.

En het eerste half jaar, hij is zelf

ook altijd wielrenner geweest.

Het eerste half jaar had hij zoiets van,

zo hoor je te leven om wereldkampioen te

worden en de Tour te winnen.

Dus in eerste instantie ging hij ook een

beetje op zijn voeding letten.

Maar na een half jaar zei hij, ja,

maar dit is niet goed.

Dit is niet oké.

Hier ga ik, ik zie dat jij roofbouw

en pleeg bent op je eigen lichaam.

Maar ik ga hier helemaal aan onderdoor.

Ik ga steeds meer om jou geven.

En ik zie dat jij steeds verder aftakelt.

Dus dat was eigenlijk de eerste persoon die

eerlijk tegen mij was.

En die zette een punt achter onze relatie.

Ja, en dat heeft mij heel erg aan

het denken gezet.

Dat ik echt zoiets had van, ja, maar

ik raak zo alles kwijt.

Ik heb geen fijne band meer met mijn

ouders.

Ik heb geen fijne band meer met mijn

broer en met mijn zusjes.

En een jongen waar je echt helemaal stapengek

op bent, die zegt nu het is klaar,

het is over.

Ja, en dan denk je in eerste instantie,

denk je dan nog als heel egoïstische topspeler.

Ja, zoek het uit en ik ben wereldkampioen

en dit en dat.

Maar ik kwam er al heel snel achter

van, hij heeft het gewoon gelijk, hij heeft

het gewoon gelijk.

Maar dan moet je iets gaan veranderen wat

je al jarenlang op die manier doet.

Wij zijn een half jaar uit elkaar geweest.

En toen heb ik geprobeerd om mijn voeding,

om dat weer een beetje, een klein beetje

op te bouwen.

Ja, iedere keer kreeg ik weer zo'n

terugval.

En dat is in de winterperiode geweest.

En in het voorjaar begonnen de wedstrijden.

En toen kwamen we elkaar weer tegen en

toen zag hij dat ik heel erg aan

het knokken was, maar dat het mij alleen

niet ging lukken.

En ja, toen zijn we weer bij elkaar

gekomen.

En toen ik instortte in die etappencoursen in

Frankrijk, toen zei hij, ja, maar nu gaan

we het helemaal op een andere manier doen.

Jij gaat je koffers pakken en jij komt

bij ons inwonen.

En dat is een hele moeilijke beslissing geweest,

maar dat is de beste beslissing die ik

heb kunnen nemen in mijn leven.

Want mijn ouders, die waren heel liefdevol voor

mij, maar die waren ook te lief voor

de eetstoornis.

En zijn ouders zijn heel liefdevol voor mij,

maar waren consequent aan de eetstoornis toe.

Moet ik wel zeggen dat het voor mensen

die iets verder weg staan, is het makkelijker

dan voor ouders die heel dicht bij je

staan.

En in eerste instantie is het heel moeilijk

geweest voor mij, maar ook vreselijk moeilijk voor

mijn ouders.

Maar ze zijn de ouders van Michael tot

op de dag van vandaag zo ongelooflijk dankbaar.

En eigenlijk wat de familie Zeilaert heeft gedaan,

dus liefdevol voor de persoon zelf en consequent

naar de eetstoornis, dat is eigenlijk wat wij

ook doen in het Leontienhuis, waar wij gezinnen

helpen met mensen met eetproblemen.

Want ik geloof heel erg dat mensen die

psychische problemen hebben, die hebben tijd nodig, die

hebben een luisterend oor nodig, een soort tweede

thuis.

En dat is wat wij ze geven vanuit

het Leontienhuis.

Je bent die stichting begonnen, natuurlijk met je

eigen achtergrond, om anderen te helpen, vrouwen en

mannen, jongens en meisjes, alles.

Is het iets dat vaker voorkomt bij vrouwen

dan bij mannen?

Ja, veel vaker.

Hoeveel vaker?

In procenten, ik denk dat het 90 om

10 procent is.

Maar je ziet wel dat het wel toeneemt

onder jonge jongens.

En dat komt natuurlijk ook door social media.

De fit boys en dat soort dingen.

Hoeveel mensen, ik weet niet hoe het werkt,

jullie hebben dan het Leontienhuis.

Daar kan je naartoe als je lastig van

een eetstoornis.

Hoeveel mensen komen er dan bij jullie?

Wij helpen eigenlijk heel veel personen.

Wij helpen ongeveer 150 gezinnen per jaar.

Maar niet alleen die gezinnen.

We houden ook heel veel inspiratie bij inkomsten.

Bij inkomsten voor naasten.

Ook bij inkomsten voor ouders die kinderen verloren

zijn aan een eetstoornis.

Dus we helpen echt duizenden mensen per jaar.

Maar als ik een eetstoornis heb, kan ik

naar jullie toekomen?

En dan bel ik aan, zeg ik hier

ben ik.

Wat doen jullie dan met mij?

Eerst, dat is al heel goed.

Als een persoon die zelf een eetstoornis heeft,

uit zichzelf naar ons toekomt.

Tuurlijk, dat gebeurt.

En dat vinden wij namelijk ook heel erg

belangrijk.

Ben je zelf gemotiveerd?

Ja, het moet vanuit je eigen motivatie moeten

komen.

Wij verplichten niemand om naar ons toe te

komen.

Wij vinden het juist fijn als personen die

een eetstoornis hebben, vanuit hun eigen motivatie, komen

kijken.

En dan vinden wij het belangrijk dat we

ze eerst een rondleiding geven.

En dat ze ook voelen van hier wil

ik geholpen worden.

Dit voelt veilig, dit voelt fijn.

Ja, en dan gaan we met ze aan

de slag.

En we gaan lekker het eten samen.

Nee, was het maar zo simpel.

Uiteindelijk is dat de kerst op de taart.

Ja, dat is ook wel heel mooi.

Dat je ziet mensen die je nu een

langere periode begeleidt.

Ik woon ongeveer twee kilometer bij het Leontienhuis

vandaan.

Aan het water.

En nu zie ik wel eens af en

toe een groep die een aantal jaar geleden

bij ons begonnen in het Leontienhuis.

Die zie ik dan in een restaurant beneden

bij ons.

Zie ik die dan samen eten.

Ja, blijer kan je me niet maken.

Dan denk ik van ja, uiteindelijk dat ze

gewoon weer eten.

Maar ook dat je ziet dat ze weer

stralen.

Dat ze gewoon het levensgeluk weer hebben gevonden.

En daar hoort eten is natuurlijk iets heel

sociaals.

Nee, het gaat niet over eten.

Maar uiteindelijk als je niet meer wil eten.

Dan heb je eigenlijk geen leven.

Want alles wordt met eten gedaan.

Een feestje zonder eten.

Of iets vieren zonder eten.

Ja, dat is gewoon heel moeilijk.

Dus dan moet je bijna overal nee op

zeggen.

En dan wordt je wereld heel erg klein.

Dat kan je niet in een heel kort

tijdperk uitleggen natuurlijk.

Maar wat doe je dan om mensen te

helpen?

En hoelang duurt het meestal voordat iemand weer

net zoals jij helemaal fit en happy is?

Ja, gemiddeld staat daar tussen de vier en

vijf jaar voor.

Zo lang?

Ja, een gebroken been is simpeler dan een

eetstoornis.

Wow, dat is lang zeg.

Ja, dat is een hele lange periode.

En nogmaals, het is heel lang voor de

persoon die het heeft.

Maar het is ook heel lang voor de

omgeving.

Waarom duurt het zo lang?

Ja, zo gecompliceerd is het.

En het is dus niet die boterham.

Er zitten hele zware levensverhalen achter.

En dat is ook een soort van eetzorg.

Waardoor dan mensen een eetprobleem ontwikkelen.

Ja, dat durf ik bijna niet te delen.

Maar het is wat het is.

37 procent die gebruik maakt van het Leontiene

huis is in de jongere jaren seksueel misbruikt.

En een laag BMI zorgt ervoor dat je

de pijn niet voelt op het moment dat

je seksueel misbruik werd.

Want op het moment dat je heel laag

zit qua BMI dan ben je gevoelloos.

Maar dat is natuurlijk, daar heb ik me

ook wel een beetje in vergis, want bij

mij is het sport gerelateerd.

Maar jou was het heel logisch eigenlijk.

Nou ja.

Verklaarbaar, dat je zegt ik wil lichter worden,

want dan kan ik sneller fietsen.

Ik vind dat logisch verklaarbaar.

Ja, dat is logisch verklaarbaar, maar de andere

is ook logisch verklaarbaar.

Ja, dat is een psychologisch verhaal natuurlijk.

Gelukkig kan ik het me niet voorstellen, maar

moet je je voorstellen dat je als jong

kind seksueel misbruikt wordt door een oom, of

door je vader, of dat is natuurlijk echt

vreselijk.

En daarom ben ik ook heel blij dat

ik samenwerk met professionals, want zij hebben daarvoor

gestudeerd en ik heb het zelf ervaren.

Maar het moment dat een jongere die seksueel

misbruikt is, een herbeleving krijgt in het Leontien

huis, dan ben je heel blij dat je

professionals in dienst hebt die dan precies weten

wat ze op dat moment moeten doen.

Dus mensen, stop alsjeblieft om te zeggen een

eetstoornis is allemaal aanstellerij, want dat is het

namelijk niet.

Het is heel, heel, heel heftig.

Wil je ook meer rust in je hoofd?

Mag ik je dan uitnodigen om het gewoon

eens een week te proberen?

In de Meditation Moments app vind je meer

dan 700 geleide meditaties, ademhalingsoefeningen, muziek, afformaties,

slaapverhalen, yoga en flow sessies en nog veel

meer.

Alles om meer rust te ervaren in je

hoofd en in je leven.

Download de app gratis in de App Store

of Google Play of ga naar meditationmoments.nl

slash podcast en probeer de premium versie 7

dagen helemaal gratis.

Heel vaak heeft het dus een emotionele, traumatische

achtergrond, een aanleiding.

Niet altijd, maar heel vaak wel.

Kun je zeggen dit zijn de meest voorkomende?

Nou, wat ik net zei.

En daarnaast?

Trauma.

Mensen die de lat heel hoog leggen voor

zichzelf, die perfectionisten, die dat nastreven.

En wij zeggen altijd in het Lerontien Huis,

wat is dan perfect?

Perfect bestaat niet.

Perfectie komt natuurlijk weer uit van ik moet

gezien worden, ik moet presteren, want ik wil

de herkenning of waardering.

Ja, ik moet presteren, maar dan denk ik,

en dat is misschien ook een boodschap naar

ouders toe.

Dan denk ik, kijk niet waar je zelf

blij van wordt, kijk waar je kind blij

van wordt.

En dat zijn ook sommige ouders die de

lat hoog leggen voor zichzelf.

En dat is op zich prima, als je

dat aan kan, dan is dat helemaal goed.

Maar je hebt misschien drie kinderen op de

wereld gezet en twee kunnen wel met die

druk omgaan.

En één kan iets minder met die druk

omgaan en die wordt niet blij om in

de hoogste klasse te hockeyen.

Die wordt misschien veel blijer om te hockeyen,

twee helften met een derde helft aansluitend.

En die is misschien goed in de praktijk

met handen.

Maar observeer, observeer, dat is kijk van waar

wordt mijn kind blij van en niet waar

word ik zelf blij van.

Wat voor leeftijden komen binnen bij jullie?

Alle leeftijden, alle leeftijden.

Dus ik ben heel snel geneigd om te

zeggen kinderen, maar we helpen niet alleen kinderen.

Maar vanaf hoe oud kom je je tegen?

Tien jaar?

Ja, tien jaar tot, we hebben ook dertig

plus, veertig plus, we hebben zelfs ook vrouwen

van midden vijftig die we helpen.

En niet alleen vrouwen, ook mannen.

Ja, maar dat kan ik me allemaal voorstellen.

Maar kinderen, als je tien of twaalf bent

en dan een dergelijke eetstoornis hebt, dan is

er wel serieus iets gebeurd in die eerste

tien jaar.

Dat gebeurt niet zomaar.

Nee, dat gebeurt niet zomaar.

Dus daar zit dan negen van de tien

keer zit daar ook een heel zwaar verhaal

ten grondslag.

Na zo'n traject, als we even een

fast forward doen, vier, vijf jaar later, gaan

de meesten weer het leven in, laten we

het maar zo zeggen.

Zijn ze dan weer net als jij hun

beste versie?

Zijn ze weer blij?

Kunnen ze weer gewoon normaal functioneren?

Nou, dat denk ik, daar ben ik samen

met ons team het meest trots op.

Wij geven inspiratie bij inkomsten en die worden

geleid door mensen die wij zelf geholpen hebben

vanuit het Leontienhuis.

En die zie je dan daar staan ook

de beste versie van hunzelf.

Maar ik zie ze stralen en ieder op

zijn eigen manier.

En dan denk ik, ja, daar doen we

het voor.

En ik heb nu heel vaak, want we

zijn al, we hebben heel veel, we hebben

echt duizenden mensen geholpen.

Heel vaak als ik nu ergens ben op

een beurs of zo, dan komt er weer

een vader of een moeder of de persoon

zelf die we hebben geholpen van Leontien, herken

je me nog?

En dan zie ik of een stralende jongen

of een stralende meid, zie ik voor me

staan en dan denk ik, ach, weet je,

ik zeg altijd, met Olympisch Goud maakte ik

mensen blij, maar hier redden we echt levens

met elkaar.

En als ik dan iemand zo op me

af zie lopen, dat ik denk, oh, ik

zie die persoon nog binnenkomen, die was meer

dood dan levend.

En als ze dan helemaal stralend naar je

toe komen, dan denk ik van, we doen

heel mooi werk.

Het is een beetje vergelijkbaar met topsport.

Het kost in de eerste instantie heel veel

energie, maar als je ze dan weer ziet

stralen, na die vijf jaar of sommige misschien

nog, die zijn een langer onderwerp, maar je

krijgt ze echt weer, ja, wat je zegt,

de beste versie van hunzelf, dan is het

zo mooi.

Dan is het heel dankbaar werk.

Jij was 43 kilo en daarna bijna dubbele.

Ja.

Kijk, dat begin kan ik me voorstellen.

Je wilde afvallen omdat je sneller wilde fietsen.

Wat gebeurde er dan dat je daarna zoveel

ging eten?

Nee, maar ik ging een beetje, je bent

dan heel erg zoekende en je moet je

voorstellen, je hebt jarenlang jezelf uitgehoord.

Dus ik had heel weinig kilocalorieën en ik

trainde iedere dag zes uur.

Niet meer om beter te worden, maar om

nog magerder te worden.

En uiteindelijk kan je fysiek, is het onmogelijk

om nog op die fiets te stappen en

dan moet je weer normaal leren eten.

Dus die trainingsuren, dat ging niet meer.

Dan moet je weer terug naar een normaal

voedingspatroon.

Ja, als je ook foto's van mij ziet

en je ziet beelden van die tijd terug,

dan is het ook heel onnatuurlijk.

Mijn lichaam wist echt niet meer hoe dat

om moest gaan met suikers, met koolhydraten.

Je bent totaal verstoord natuurlijk.

Helemaal, alles lag overhoop.

Mijn lichaam is zo lang zoekende geweest om

koolhydraten te lastigen.

Maar jij ook, je was er heel erg

mee bezig en dan weet je op een

gegeven moment, ik ben weer zestig kilo, nu

is het goed.

En toch slaat er dan iets door dat

je tot tachtig doorgaat.

Ja, dat is...

Dat gaat ook niet vanzelf.

Nee, ik zeg altijd, het is de zwaarste

bergetappe die ik heb gereden.

En dat ging echt omhoog en dat ging

weer naar beneden en dat ging omhoog en

dat ging weer naar beneden.

Ja, en uiteindelijk, weet je, krijg je ook

eetbuien.

Dat is natuurlijk echt vreselijk.

En wat ik dus heel erg fout heb

gedaan, is dat ik op het moment dat

ik een eetbui had gehad, dan ging ik

mezelf straffen.

Dus dan ging ik mijn ontbijt overslaan, ging

ik mijn lunch overslaan.

Nou, wat gebeurt er dan?

Dan krijg je weer een volgende eetbui.

En op een gegeven moment dacht ik, ja,

maar dit moet ook doorbroken worden.

En na mijn laatste eetbui heb ik geen

ontbijt meer overgeslagen.

En als je ziet dat je dat gaat

doen, dan doorbreed je ook die eetbuien.

Maar toen was je al met Michael, toch?

Ja, en ik ben hem daar ook heel

dankbaar voor.

Dat hij ook toen ik zoekende was en

toen ik zeg maar van die 60 naar

die 80, 85 kilo ging, hij heeft constant

gezegd, Leontien, geef je lijf de tijd.

Geef je lijf de tijd, het is goed.

Het is goed, uiteindelijk gaat je lichaam een

gewicht weer zoeken wat bij jou past.

En daar heeft hij ook gewoon gelijk in

gehad.

Maar als Michael zeg maar iedere keer tegen

mij had gezegd van ik vind je niet

meer leuk, ik vind je niet meer aantrekkelijk,

dan was dat natuurlijk een veel moeilijkere periode

geweest.

En het is ook, dit is een hele

moeilijke periode geweest.

Maar ik heb wel altijd de steun gehad

van Michael en dat hij me gewoon goed

vond zoals ik was op dat moment.

En voor hem is dat ook niet makkelijk

geweest, want wij waren gewoon, wij waren eind

twintig toen dat allemaal speelde, tussen de 25

en de 28.

Ja, en er werd natuurlijk ook heel vaak

tegen hem gezegd van ah, wat moet je

met die vetzak?

Gooi het er toch uit, je kan veel

beter krijgen.

En ja, dus ja, laten we het echte

liefde noemen, denk ik.

Weet je, het zit ook niet, het is

natuurlijk veel meer dan alleen die buitenkant.

Het gaat natuurlijk ook van ja, wat heb

je met elkaar?

Maar daar ben ik hem tot de dag

van vandaag, ben ik hem daar dankbaar voor.

Als je het over eetstoornissen hebt, kun je

dan zeggen, mensen die in de anorexia zitten,

hebben eigenlijk hetzelfde als obese, alleen de ene

eet niet en anders kan niet stoppen met

eten.

Is het een soort zelde patroon wat je

ziet, alleen het gaat een andere kant op?

Ja, heel vaak met mensen die overgewicht hebben,

niet allemaal, maar heel veel, daar zit ook

een achterliggend probleem waardoor dat ze dingen overeten.

Dus dat zit ook in hun hoofd.

Maar dikke mensen, ik heb veel met dikke,

ik noem het gewoon dikke mensen.

Ja, dat vind ik niet zo.

Nou ja, ik ben zelf ook 106 geweest,

dus ik was gewoon heel dik.

Alleen ik had het niet door.

Maar ik vind het niet zo'n fijn

woord.

Hoe wil je het dan noemen?

Overgewicht?

Ja, dat vind ik dan nog beter klinken.

Als je dik, dan denk ik dik, ja,

ik vind het niet zo'n mooi woord.

Nee, ik noemde het heel vatsig.

Nee, maar hetzelfde, ik heb ook in het

Leontinehuis, dan zeggen als mensen die anorexia hebben,

dan zeggen ze, oh, familie, oh, je bent

lekker aangekomen.

Maar dat is ook geen fijn woord.

Uiteindelijk word je de beste versie van jezelf

en word je eigenlijk mooier en wordt je

leven weer leuker.

Dus aankomen wil ik eigenlijk ook niet.

Maar laten we zeggen mensen met overgewicht.

Ja, dat vind ik liever klinken.

Wat ik zeg, ik was 106 kilo.

Maar vertel eens, dat wil ik ook weten.

Hoe?

Wat, wat, wat en hoe ben je dan

zo?

Je wordt niet de dag daarna ineens wakker

dat je denkt, hey, ik ben 106 kilo.

Zo voelt dat dan.

Je gaat op de weegstaan en denk je

ineens, ja, ik ben heel zwaar.

Terwijl in die periode ik denk, nou, hoe

oud zal ik geweest zijn?

Ik denk tussen 2000, nee, 1995 tot 2006

praat ik over die periode.

Dus ik was een beetje eind twintig, midden

dertig.

En ik ging van, ik was altijd steady

72 en ik ging ineens naar 80, 85,

90, 100, 106.

Het leven was goed.

Ik had heel veel, veel te veel.

Drinken.

Ik had heel ongezond.

Ik wist niet wat gezond of ongezond was.

Dan was je helemaal niet meer bezig in

die tijd.

Ik moet zeggen, ik heb een tijdje topsport

gedaan, atletiek.

Toen was ik daar een beetje mee bezig,

maar toen werden we ook helemaal niet geïnformeerd

over wat is goede voeding.

Ik dacht een beetje, ja, ik moet aardappels,

veel biefstuk hebben.

Ik moet sterk zijn.

Discus werpen hoorde.

Verspringen was ik goed in.

Maar toen ik gestopt ben met sporten, toen

ben ik begonnen met eten.

Gewoon lekker eten, veel eten.

Ik werkte in Hilversum, dus ik ging ook

vaak uit eten.

We waren dag en nacht aan het werk,

weet je?

Je eet tussen je werk door.

Je houdt nooit rekening met wat is gezond.

We hadden heel veel bestellen en dat soort

dingen.

En ik begon heel veel te drinken.

Ik kwam zelf ook in een soort mental

breakdown periode terecht.

Het was echt zo'n ramp in mijn

leven.

Waardoor ik er niet meer mee om kon

gaan.

Niet meer met mezelf en de situatie.

Ik was te jong.

En ik ging drinken en ik ging, nou

laten we zeggen, oxenspan en dat soort dingen

slikken.

Ik kwam aan natuurlijk, maar ik had het

niet in de gaten.

Maar mijn omgeving, en die is dus ook

belangrijk.

Mijn vrienden leefden ook het goede leven.

Dus die aten ook veel en die waren

ook te zwaar.

We waren allemaal dik.

En we dronken veel te veel.

Jullie hadden allemaal overgewicht.

De meeste van die gasten zijn 100 tot

120 kilo.

Ja, dat is veel.

En een aantal daarvan is gaan sporten.

Sommige jongens lopen marathons en die zien er

echt top uit.

Ik ben gaan trainen en anderen hebben zoiets

van, dat vind ik allemaal niet nodig.

Zie je ook van, de een kiest daarvoor,

de ander kiest daarvoor.

Maar wat ik heb geleerd, omdat ik me

daar wel een beetje in ben gaan verdiepen.

En door mijn werk nu de laatste jaren

ook veel mensen ben tegengekomen met heel veel

overgewicht.

Ik heb mensen gehad die zijn 50 kilo

kwijt geraakt in een jaar.

Gewoon door een paar programma's bij me te

volgen.

En dat vond ik interessant.

Toen dacht ik ook van, één, hoe kan

je zoveel gewicht kwijtraken in een jaar?

En dat heeft allemaal natuurlijk een psychologische oorzaak.

Maar mag ik wat vragen?

Kijk, ik vind het heel knap als mensen

die overgewicht hebben.

En ze vallen op een gezonde manier vallen

ze af.

Maar ik vind het nog vele malen knapper

als ze uiteindelijk dan ook daar blijven.

En zichzelf ook lekker voelen.

Want hoe doe je dat dan?

Want hoe begeleid je ze zeg maar om

uiteindelijk gewoon te stabiliseren.

En die balans te vinden op het gewicht

waarvan ze zeggen, ja, hier voel ik me

heel prettig.

Hoe doe je dat?

Daar hebben ze zelf hulp voor gezocht.

Want dat doe ik niet.

Dat is niet mijn specialisme.

Maar ze zeggen allemaal, we zijn erachter gekomen

dat ik geen gewichtsprobleem had.

Ik had een mental problem.

Het was gewoon mindset.

Ja, dus ze praten over de emoties.

Ja, dus op dat stuk heb ik ze

inzicht gegeven en kon ik ze helpen.

En vervolgens hebben ze iemand gevonden die ging

helpen.

Maar ook de simpele dingen.

Ja, niet de kasten thuis vol hebben met

snoep en chips en allemaal zooi.

Dat als je thuis komt en je hebt

een zwak moment, dat je de kast leeg

vreet en jezelf vol vreet.

En dan is het natuurlijk ook de kunst,

niet die 50 kilo verliezen of 30 kilo.

En het jaar daarna weer 10 of 20

aankomen.

Maar gewoon wel stabiel blijven.

En dat je af en toe een beetje

op en neer gaat springen.

Nee, dat mag.

Dat is het leven.

Maar waar ik naartoe wilde, is dat het

viel me op bij die mensen die dus

heel veel lichaam om zich heen verzamelen.

Een soort barrière creëerden om zichzelf te beschermen.

Dus om een soort veilige omgeving te creëren

waar ze zich in konden verstoppen.

Om zichzelf niet zichtbaar te maken.

Ja, maar dat is met eetstoornissen natuurlijk.

Maar dat vroeg me af, is dat dan

ook als je anorexie hebt?

Is dat dan hetzelfde?

Ja, mensen en met name jongeren die seksueel

misbruikt zijn, die willen heel weinig zijn.

Die willen eigenlijk gewoon niet gezien worden.

Dus dat is de reden daarachter.

Het is bijna natuurlijk heel heftig.

Ja, het is heel heftig.

Heel vaak heb ik de vraag gehad van,

Leontien ben je honderd procent helemaal hersteld?

En heel eerlijk, heel lang heb ik daar

geen antwoord op durven te geven.

Want ik vond mezelf terug in 1998.

Dat ik dacht, dit is wie ik wil

zijn.

Je wordt wereldkampioen in een eigen land, een

gezond lichaam, een gezonde geest.

Ik ben super blij.

Maar daarna ging heel mijn leven eigenlijk gewoon

helemaal perfect.

Ik had helemaal geen tegenslagen.

In 2000 word je olympisch kampioen.

In 2004 nog een keer.

Daarna word je moeder van een pracht van

een dochter.

Zakelijk gaat het allemaal gewoon voor de wind.

Tot dat je mensen in je naaste omgeving

gaat verliezen.

Echt gewoon mijn allerbeste vriendje op 33-jarige

leeftijd, mijn vader.

En wat doe je dan?

Wat ga je dan doen?

Maar dat zijn vaak de momenten dat je

een terugval kan krijgen.

Ja, dat zijn absolute momenten.

Heb je dan de eetstoornis nodig om het

een plekje te geven?

En toen ben ik heel anders met mijn

emoties omgegaan.

Want vroeger dacht ik altijd, ik moet sterk

zijn.

En ik moet het ook thuis draaiende houden.

En nu dacht ik, ik ben gewoon verdrietig.

En dit verdriet mag er gewoon zijn.

En ik heb gewoon even de tijd nodig

om dit te verwerken.

En ik heb gewoon geen moment een terugval

gehad.

Ik ben heel verdrietig geweest.

En ik heb gehuild en ik heb veel

gehuild.

Dus nu durf ik echt te zeggen, ik

ben niet voor 90% genezen.

Maar ik ben voor 110% genezen.

Maar tot 12 jaar geleden durfde ik daar

echt geen eerlijk antwoord op te geven.

Want je weet dat namelijk niet.

Het heeft allemaal te maken met het zelf

in zich toch?

Bewustwording, heeft dat toch ook een beetje te

maken met leeftijd dan?

De ervaring?

Ja, ik denk het wel.

30 jaar geleden had je het denk ik

niet zo kunnen bekijken toch?

Nee, een stukje levenservaring ook.

En dat kwetsbaarheid, vroeger schaamde ik mezelf voor

kwetsbaarheid.

En nu vind ik het heel mooi als

mensen zich kwetsbaar op durven te stellen.

Want uiteindelijk, als we dat allemaal zouden doen,

zouden we veel meer mensen kunnen helpen.

Ja, en dat is belangrijk.

Want we leven in een maatschappij waarin veel

mensen mentale problemen hebben.

Of eetstoornissen, of angstaanvallen, paniekaanvallen, verslaving.

Veel jongeren hebben er last van.

Daar maak ik me wel een beetje zorgen

over.

Van die jongeren die eigenlijk straks de toekomst

zijn.

Die nu niet zo goed weten welke kant

ze op moeten gaan.

En dan hoor je mensen zeggen, dat hadden

wij ook toen we jong waren.

Dat komt wel op den duur.

Ik zeg, er moet wel een duidelijk voorbeeld

zijn, een route.

Er is weinig vertrouwen.

Ik hoor van veel jongeren, het heeft toch

allemaal geen zin.

Er is geen zingeving voor de generatie.

Huizen zijn te duur.

En dan ontstaan er mentale problemen.

Eetstoornissen, of andere verslavingen.

Het is natuurlijk eigenlijk heel, want we zeggen

altijd, in Nederland is alles goed geregeld.

Maar dit stukje, uiteindelijk zijn onze kinderen, dat

is de toekomst van dit land.

En daar gaan we eigenlijk, gaan we daar

gewoon nu echt heel erg fout.

Pak ik even eetstoornissen.

In Rotterdam zijn de wachttijden op dit moment

negen maanden.

In Amsterdam vijftien maanden.

Bij?

Bij, gewoon om een professionele hulp te krijgen.

Dat is gewoon niet oké.

En dat is niet alleen met eetstoornissen.

Maar op het moment dat iemand een mentaal

probleem heeft.

En dat is natuurlijk al heel dapper, als

je durft te zeggen van, ik heb een

probleem.

En dan wil je hulp.

En dan is die hulp in ons eigen

land, waar we zeggen dat de zorg eigenlijk

heel erg goed is.

Die is er gewoon niet.

En er zijn er enorme wachtlijsten.

Dat is niet oké.

Dat is gewoon niet, daar moeten we echt

mee aan de slag.

Want dan denk ik van, anders gaan we

heel veel mensen krijgen.

Jonge mensen die helemaal doordraaien.

En ik begrijp het wat je zegt.

Moet je je voorstellen, het is ook niet

een normale situatie.

Dat de woningcrisis, dat die op dit moment

zo erg is.

Het is voor jongeren toch ook niet gezond

om tot de 35ste bij hun ouders te

moeten blijven wonen.

Uiteindelijk heeft iedereen toch gewoon die stap nodig

om zichzelf door te ontwikkelen.

Maar dat is wel waar we nu naartoe

gaan.

En hoe gaan we dit oplossen?

Ja, dat is een vraag.

Ja, ik maak me daar echt heel erg

zorgen om.

Het zingt onze tijd wel uit, maar voor

onze kinderen en onze kleinkinderen.

Ik vind het echt heel heftig.

Daarom ben ik ook wel gaan doen wat

ik doe.

En een aantal jaar geleden zijn we met

Meditation Moments begonnen.

Omdat ik bij mezelf merkte, stiltemomenten, momenten voor

jezelf om te reflecteren.

Om gewoon eens te kijken van wat gebeurt

er nou eigenlijk met me.

Zonder altijd maar door te gaan en die

druk van buiten af te voelen.

Dat je denkt van wacht even, even tijd

voor mij.

Dat heeft mij heel erg geholpen of mij

gered misschien wel.

Toen merkte ik als ik dit kan opnemen,

meditaties op een bandje zetten.

Uiteindelijk werd dat dan een app.

Daar kan ik veel mensen mee helpen en

dat werkt.

Maar dat is natuurlijk niet de oplossing voor

de hele samenleving.

Maar wel een begin.

Maar een stukje.

Jij doet een stukje en als iedereen een

stukje doet, is dat goed.

Ik denk dat we met elkaar moeten proberen

om die zorg te ontlasten.

Want die kan het niet aan.

En de zorg zal anders ingericht, georganiseerd moeten

worden.

Want dat horen we wel van alle kanten.

Dat gaat niet goed, ook vanuit de zorg

zelf.

Want het zijn natuurlijk mensen die willen helpen.

Je werkt erom dat je wil helpen, maar

je zit vast in dat systeem.

Maar wat kunnen we nou preventief doen om

te voorkomen dat mensen hier allemaal mee te

maken krijgen?

Heb jij daar een visie op?

Nou, ik denk preventief is het gewoon heel

erg belangrijk dat we de kennis, dat we

die gaan delen en dat we die gaan

delen met huisartsen.

Dat we die gaan delen met sportschool-eigenaren.

Dus dat we het veel meer bespreekbaar maken.

Wat moet je doen als je ziet dat

een jong iemand, waarvan je aan de buitenkant

al kan zien dat dat BMI te laag

is, spreek die mensen aan en vraag van

hoe gaat het met je?

En denk niet aan het lidmaatschap van ja,

het brengt me iedere maand dit op.

Maar kijk naar de gezondheid van die persoon.

En ook huisartsen, die krijgen maar heel weinig

stof in de opleiding.

Omtrent, pak ik even het probleem wat wij

behandelen, eetstoornissen in het algemeen.

Dus dat is natuurlijk niet goed.

Dus aan die preventiekant moeten we echt met

elkaar aan de slag om veel meer congressen

te organiseren en die kennis met elkaar te

verspreiden en te delen.

Ja, dat is wat we doen, wat jij

ook doet.

Doe je zelf ook nog veel aan jezelf?

Fiets je nog?

Sport je nog?

Leef je gezond?

Ja, gezond.

Want ongezond is af en toe ook gezond.

Ik ben heel erg van die 80-20

regel.

Dus het sporten of bewegen geeft mij een

lekkere energie, positieve energie.

Dus ik vind het heerlijk om een stukje

te fietsen.

Maar net zoals vanochtend voordat ik hier kwam,

heb ik twee uurtjes gefietst.

Voorheen wilde ik alleen maar voorop rijden, maar

dat heb ik helemaal niet meer.

Ik heb lekker in het wiel gezeten bij

mijn man en een trainingsmaatje van ons beide.

En dan vind ik het heerlijk.

Dan kijk ik om me heen.

Dus ik beleef het wel op een hele

andere manier.

En met eten heb ik, weet je, 80

% maak ik gewoon de gezonde keuzes.

Maar een feestje is een feestje.

En een weekend is weekend.

En als we dan uit eten gaan, dan

eten we gewoon voorhoofd en na.

En dan geniet ik daar intens van.

Dat is belangrijk.

Ja.

Dat is misschien een misperceptie als we het

hebben over gezonde leeftijd.

Dat mensen denken, je mag alleen maar peentjes

en rauwe dingen en rauwkost en gezond.

Nee, maar dat vind ik ook niet goed.

Maar wat jij zegt is heel belangrijk.

Je mag ook wel andere dingen.

Je mag ook wel eens een drankje nemen.

Alleen 80, 20 of...

Je weet wel ergens dat er een balans

moet zijn natuurlijk.

En die balans moet niet zijn.

Ik neem één keer per week op een

feestje een rauw peentje of een worteltje.

En verder eet ik alleen maar ongezond.

Dus dat stinkt wel van belang.

Misschien begrijpen mensen het niet altijd als je

zegt gezonde leefstijl.

Dat ze zeggen, ja, daar heb ik helemaal

geen zin in.

Het gaat juist om die balans.

Ja, inderdaad.

En weet je, gezond eten is ook gewoon

echt heel lekker.

Zeker.

Ik vind gezond eten echt, echt superlekker.

Dus je...

Ja, misschien is dat ook zoiets van gezond

klinkt als, oh, dat is vast niks.

Maar wij eten al jaren echt gezond.

Ik vind het zo superlekker.

Ja, maar het is ook...

Maar je moet wel weten wat je moet

maken en hoe je het moet maken.

Ja.

Ja.

Dus ja, ik zou ieder mens gunnen gewoon

hoe dat jij op dit moment in het

leven staat.

En ik, dan denk ik, ja, dat zeggen

ze ook heel vaak.

Maar dat hebben ze met bewegen ook.

Mensen die eigenlijk niet van sport houden of

van bewegen.

Die zeggen, ja, daar heb ik toch geen

zin in en dit en dat.

En ik heb van de week de vitaliteitsweek

mogen openen in Zuid-Holland.

En dat was onwijs leuk.

En we zijn gaan fietsen op gewone fietsen

met mensen die eigenlijk normaal gesproken bijna nooit

de fiets pakken.

En onderweg zijn we gaan picknicken.

Gewoon een gezonde picknick met allemaal mooie producten.

Ja, en toen kwamen we terug.

En die mensen zeiden allemaal, ja, maar op

deze manier vind ik het wel leuk.

Dus zoek ook een manier die bij je

past.

En bij de een is dat op een

racefiets en bij de ander is dat op

een gewone fiets.

En bij de een is dat hardlopen, maar

gewoon lekker wandelen.

En gewoon je stappen zetten iedere dag is

ook oké.

Dus kijk van wat bij je past.

Je moet er wel plezier in hebben.

Maar dat, ik denk al, plezier, dat is

de basis van alles.

Toch, als ik nu kijk naar wat er

gebeurt in de samenleving, merk ik ook wel

dat meedoen is belangrijker dan winnen, zeggen ze

dan weleens.

En dan zie ik kinderen en iedereen krijgt

een medaille.

Er wordt een wedstrijdje georganiseerd, iedereen wint.

Dan zeg ik, maar dit doe je niet

goed.

Want zo zit de wereld niet in elkaar.

Er is één iemand die traint heel hard,

die wordt uiteindelijk de winnaar.

En dan heb je nummer twee en drie

en de rest komt erachteraan.

En die mogen misschien een prijsje krijgen dat

ze meedoen.

Maar je moet wel leren kinderen laten inzien

dat diegene die er zo heel hard voor

heeft getraind, die verdient die prijs ook.

En degene die een beetje met z'n

petten naar gooit, die kan je niet dezelfde

beloning geven.

Ja, maar ben ik niet helemaal met je

eens.

Want een kind hoort wel gewoon kind te

zijn.

Ja, als je het echt over kleine, kleine

kinderen hebt.

Maar ik vind inmiddels...

Maar wat vind jij dan?

Uiteindelijk is plezier echt, weet je, door...

Nee, je moet plezier maken.

Maar ik vind het een foute beredenering dat

je zegt van, ja, iedereen krijgt een prijs.

Want in de samenleving krijg...

Ik merk dat bij jongeren dat ze allemaal

denken dat ze recht hebben op heel veel

dingen zonder er iets voor te hoeven doen.

Nee, dat ben ik met je eens.

Maar ik zie bij sommige sportclubs dat kinderen

echt gewoon gedrild worden.

En dat als het jonge kinderen zijn en

die trainen al heel veel.

Ik weet niet of jij die documentaire hebt

gezien over die jonge turnjongens.

En dat er discussie was dat zo'n

mannetje, die wilde dan op woensdagmiddag naar het

verjaardagsfeestje van een vriendje.

En dat werd niet toegestaan.

En dan denk ik, ja, dat vind ik

niet oké.

Dat vind ik ook niet oké.

Helemaal als ze zo jong zijn.

Want hoe lang ga je dat volhouden?

En uiteindelijk gaan die kinderen dan allemaal gewoon

stoppen.

Terwijl dat was misschien wel de toekomst om

ons te verdedigen op de volgende Olympische Spelen.

Maar tenzij je max verstappen heet.

Ja, dat is een ander verhaal.

Maar weet je, ik ben mijn ouders echt

heel erg dankbaar.

Want die zagen al dat ik als kind

heel erg gedreven was.

Maar die hebben me echt afgeremd.

En die hebben ook af en toe mijn

kleine fietsje op slot gezet.

Als ik bij wilde trainen.

Als ik in een wedstrijd een keer zesde

of zevende was geworden.

Dan waren mijn ouders tevreden.

Mijn kleine Leontien was niet tevreden.

En dan wilde ik op woensdagmiddag echt gewoon

de garage insluipen.

Want dan wilde ik extra kilometers gaan maken.

Maar dan stond dat kleine racefietsje op slot.

Toen dacht ik, waarom?

Maar nu achteraf gezien, ben ik ze daar

heel erg dankbaar voor.

En mijn ouders hebben ook altijd gezegd van,

als ik op zaterdag en zondag mijn wedstrijden

had gefietst.

Dan zeiden ze wel van, Leontien, je vriendinnen

gaan vanavond allemaal naar een jeugdshow.

Je hebt je wedstrijden gehad.

Ga even, morgen is het gewoon een dag

dat je gewoon rustig gewoon je beentjes los

gaat gooien.

Ga gewoon mee.

Want anders kijk je dadelijk terug op je

jeugd.

En dan heb jij dingen dat je denkt

van, ik heb dingen gemist.

En nu, doordat ik geen dingen heb gemist

in mijn jeugdjaren.

Kan ik terugkijken op een langdurige carrière.

Dus ik denk dat je daarin altijd, ja,

balans.

Daarin moet je al de balans, ook als

ouders.

Ik geloof niet, als een kind jong is,

zeven dagen in de week alleen maar trainen,

trainen, trainen.

En nooit tijd dat het opgelegd wordt.

Maar ook...

Als het nou uit het kind zelf komt.

Dan is het ook niet oké.

Want ik geloof niet dat het goed is

als je een kind zeven dagen in de

week belast.

Een kind zit ook nog in de groei.

Fysiek ook.

Fysiek ook.

En uiteindelijk als alles...

Maar jij wilde toch ook trainen en beter

worden?

Ja, ik wilde wel beter worden.

Maar ik ben wel blij dat die rustdagen

er waren.

Want dan, weet je, uiteindelijk heeft je lijf

ook energie nodig.

Om zich verder door te ontwikkelen.

En als al die energie in die training

gaat zitten.

Ja, dan, dat is niet goed.

Dan ben je misschien als kind wel goed.

Maar ja, ik geloof daar niet zo in.

En dan hou je het ook niet lang

vol.

Denk je dat er veel prestatiedruk is op

jonge kinderen?

Je hebt zelf ook een dochter.

Ik hoor dat wel vaak van de druk

van de maatschappij is zo groot.

Er wordt zoveel van mij verwacht.

Ja, maar ik vind, daar ligt een rol

voor de ouders.

Observeer je kind.

Wij moeten ons kind niet op het gebied

van sport.

Want die zegt, ja, mam, je gaat toch

niet honderd kilometer op een fiets zitten?

Dat vind ik al ver in een auto.

Laat staan, honderd kilometer op een fiets.

Maar Indy is heel erg gedreven omtrent haar

opleiding.

Ja, dan moeten wij haar echt afremmen.

Dat we zeggen van, ja, maar Ind, weet

je, je hebt super goed geleerd.

Ga nu ook even proberen gewoon je hoofd

leeg te maken.

En als je je kind alleen maar door

en door en door laat gaan, ja.

Dan krijgt zo'n kind misschien op een

hele jonge leeftijd een burn-out.

Want het is wel inspannen, ontspannen.

Wat doet zij, jouw dochter, om haar hoofd

leeg te maken?

Lekker chillen met een vriendje.

Netflixen en af en toe gewoon lekker een

hapje uit eten.

Of ze gaan naar de bioscoop.

Gewoon lekker, dan geven ze op net waar

ze op dat moment zin in hebben.

En dat doet ze hartstikke goed.

Wat doe jij om rust in je hoofd

te krijgen of je hoofd leeg te maken?

Nou, ik met name nu rustig bewegen.

Dus net zoals vanochtend.

Dan rijdt mijn man en ons trainingsmaatje, die

rijden op kop.

En ik rij dan tussen die wielen.

Ja, dat kost dan minder energie.

Maar dan ben ik gewoon lekker heel relaxed.

En dan denk ik verder helemaal nergens aan.

En dan kijk ik om me heen.

En dan denk ik, eigenlijk zie ik nu

pas, na mijn wielercarrière, als ik rustig ga

fietsen, hoe mooi Nederland is.

Want voorheen was ik alleen maar bezig met

nog harder, nog hoger hardslagen.

En nu beleef ik het op zo'n

andere manier.

Momentjes voor jezelf, nemen die voldoende op het

moment?

Deze week niet.

In jouw drukke leven.

Deze week niet, want deze week is heel

hectisch.

Maar normaal gesproken probeer ik het goed in

te plannen.

Want ik heb één keer dat meegemaakt.

En ik wil dat nooit meer meemaken.

Nee, dus ik geef.

En ik moet ook wel zeggen, dat bij

ons thuis wordt daar ook echt naar gekeken.

Zeggen ze van, als het een dag even

niet...

Je hebt goede ogen die naar je kijken.

Ja, dat had ik tijdens mijn tweede wielercarrière.

En dat heb ik nu nog steeds.

En dan is het echt, ja, dat doen

we gewoon heel goed.

Wij werken heel hard.

Mijn man werkt ook heel hard.

Maar er zitten ook tussendagen.

Doe je ook ademhalingsoefeningen?

Nee, dat doen we wel in het Leontienhuis.

Met sport, met fietsen, dat je toch mee

bezig bent.

Nee, ik moet zeggen, daar ga ik eigenlijk

tegen alle wetten in.

Ik heb dat nooit gedaan tijdens mijn wielercarrière.

Maar ook niet rekken en strekken.

Maar nu doen ze dat allemaal wel.

Nu zie je al die rensters, zie je

op yoga matjes liggen.

Ademhalingsoefeningen doen.

Maar ook heel veel rekken, strekken.

En ik geloof wel dat dat goed is.

Heb je wel eens gemediteerd?

Nee.

Want toch met die sport, je moet heel

geconcentreerd en focus hebben.

Juist met meditatie, ademhalingachtige oefeningen, kun je heel

erg die kracht verzamelen in die rust, in

die stilte.

Hoe deed jij dat dan?

Ik kon heel druk zijn.

Maar zeg maar een half uur voor de

wedstrijd, dan ging die knop om en dan

had ik die focus.

En dan was er ook volle focus.

Maar moet ik ook wel zeggen dat ik

al heel erg met de koersen bezig was

in de avond.

Visualiseerde je dat dan?

Ja, heel erg.

Wat er ging gebeuren.

Maar ook van bocht naar bocht.

Echt heel gedetailleerd.

Zag je het voor je?

Ja, ik heb ook Sydney, de tijdrit enzo,

die zijn we ook in de wintermaanden echt

gaan filmen.

Dus ik wist precies in mijn hoofd van

een bocht naar links, naar rechts, daar zit

een keultje in de weg.

En ja, dat heb ik duizend keer bekeken.

En ook in mijn hoofd van zo ga

ik het doen.

En zo deel ik hem het beste in.

Maar ja, ik weet niet of ik daar

echt rustig van werd.

Ik wist wel van, ik heb er alles

aan gedaan.

Maar het is natuurlijk niet goed op een

gegeven moment, als je s'avonds in je

bed ligt, dan moet je het eigenlijk los

kunnen laten.

En dan moet je gaan slapen.

Maar ik voelde wel, de laatste jaren van

mijn carrière, dat ik, ja, ik wilde gewoon

op mijn hoogtepunt afscheid nemen.

En ik sliep niet goed.

Dus...

Lig je nu nog wel eens wakker?

Nee.

Ik ben gestopt met mijn wielercarrière.

En nee, ik heb nooit meer...

Nu slaap je goed.

Nu slaap ik.

Mijn ene been is nog niet binnen.

En dan slaap ik.

Wow, dat is ook bijzonder.

Dat hebben niet heel veel mensen.

Nee, maar om aan te geven hoeveel druk

dat een topsporter kan voelen op het moment

dat je je land mag vertegenwoordigen.

En hoe lekker het is.

Ja, ik mis dat niet, hoor.

Ik mis niet dat ik zoveel druk heb

gevoeld.

En nu denk ik met alles wat ik

doe, of hier vandaag, of als ik iets

doe voor tv, dan denk ik, ja, dit

is wie ik ben.

Het is oké.

En als het een dag wat minder is,

dan denk ik, ja, volgende keer beter.

Dat is een hele goede levensinstelling, denk ik.

Dan ben je wie je bent en het

is goed zoals je bent.

Dat voel je ook.

En volgens mij voelt en ziet iedereen dat

ook in hoe je bent en wat je

uitstraalt.

Ik ga je toch...

Ik ga je wel een abonnementje op Meditation

Moments geven.

Daar kan je het een keer proberen.

Of je dochter.

Die vindt dat misschien wel boeiend.

Ja, die houdt daar wel van.

Ik merk wel veel sporters, ook in het

oranje, de voetballers.

Maar heel veel Olympische atleten komen toch naar

me toe en zeggen, joh, ik gebruik de

app.

Ik luister vaak naar je en dat helpt.

Dat vind ik boeiend.

Volgens mij is dat wel een doelgroep die

heel veel begeleiding kan hebben.

De topsporters.

Absoluut, absoluut.

Mentaal.

Ja, er is vandaag ook een onderzoek geweest.

Onder topsporters.

Ja, en daar komt ook naar voren dat

de mentale druk is echt ongelooflijk groot.

Groot.

Groot is een understatement misschien.

Ja, en helemaal in de kleine sporter.

Je moet je voorstellen, die krijgen een maandelijkse

voeding van het Nederlands Olympische Comité.

Maar op het moment dat jij niet bij

de eerste acht je presteert tijdens een EK

en een WK, dan gaat je A-status,

wordt niet verlengd.

Maar ja, als je net een huisje hebt

gekocht of je woont net op Kamers en

je kan dat dan niet meer betalen.

Dus ja, ik begrijp dat wel.

Maar ik schrok wel van de getallen dat

ze zoveel druk voelen.

En dat ze dat eigenlijk ook niet durven

te delen.

Het is natuurlijk heel heftig dat je niet

durft te delen dat het of mentaal niet

goed gaat, of fysiek dat er een blessure

aan zit te komen.

Maar dat je het niet aan durft te

geven omdat je bang bent dat je je

financiële vergoeding kwijtraakt.

Nee, dat leidt wel tot druk.

Nou, heel veel druk.

Dat kan ik me voorstellen.

Tot slot, wat is jouw advies aan ons

allemaal?

Wat moeten wij doen met onszelf om met

elkaar er een mooiere wereld van te maken?

Wat moeten we eraan doen?

Ik denk, laat je kwetsbaarheid zien.

En kijk wat vaker om je heen wanneer

iemand een luisterend oor nodig heeft.

En geef die persoon dan ook dat luisterende

oor.

Dan zou de wereld toch al zoveel mooier

uitzien.

Leontien, dankjewel.

Als deze aflevering je iets heeft gebracht, een

momentje rust, een helder inzicht, of misschien vond

je het gewoon leuk om te kijken.

Like dan, abonneer je op ons kanaal, klik

op het belletje en dan krijg je een

melding als er een nieuwe aflevering online staat.

En reageer onder deze video.

Wat vond je ervan?

Misschien heb je een vraag, misschien kunnen we

je nog verder helpen.

In elk geval, bedankt voor het kijken en

graag tot een volgende Rust in je Hoofd.