Rust in je hoofd

🧘 Probeer Meditation Moments 7 dagen gratis via meditationmoments.nl/podcast
 
🎧 Volg onze podcast en blijf op de hoogte van nieuwe afleveringen.

🧘‍♂️ Meditation Moments 7 dagen gratis proberen? Ga naar: https://link.meditationmoments.nl/apdijksterhuis

In deze aflevering van Rust in je Hoofd spreekt Michael Pilarczyk met psycholoog en schrijver Ap Dijksterhuis over het onbewuste brein, geluk, maatschappelijke ontwikkelingen en hoe we rust en verbinding terug kunnen vinden in een wereld die steeds drukker en individualistischer lijkt. 

Ap legt uit dat het overgrote deel van onze beslissingen uit het onbewuste komt en dat intuïtie versterkt wordt als we beter weten wat we willen. Ook reflecteert hij op de groeiende eenzaamheid en het verlies van sociale cohesie in onze samenleving, en hoe simpele dingen zoals wandelen, dankbaarheid en echte verbinding kunnen bijdragen aan een gelukkiger leven met meer rust

Wat je ontdekt
- Hoeveel van je keuzes maak je echt bewust en waarom is dat misschien minder belangrijk dan je denkt?
- Wat als geluk meer te maken heeft met houding dan met omstandigheden?
- Hoe kunnen kleine dingen zoals dankbaarheid en reflectie je leven veranderen?
- Waarom sociale verbondenheid een grotere impact heeft op je gezondheid dan je zou verwachten
- Wat we verliezen (en kunnen terugwinnen) als gemeenschapsgevoel verdwijnt
- Wat er gebeurt als we iets minder controleren, en iets meer vertrouwen op intuïtie

Wat is Rust in je hoofd?

Welkom bij Rust in je Hoofd, de podcast van Meditation Moments. In deze podcast spreekt Michael Pilarczyk met bekende gasten en toonaangevende experts over mentale gezondheid, zingeving, meditatie, persoonlijke ontwikkeling en…. het leven zelf.

Wat is het onbewuste?

Je zou kunnen zeggen, het is eigenlijk 98

procent van wat er in ons brein omgaat.

Elke beslissing die we nemen, komt uit dat

onbewuste.

Daar kun je op twee manieren naar kijken.

Je kunt dat vreselijk vinden en zeggen, oh,

maar ik wil de controle over alles hebben.

Dat is de negatieve manier om naar de

boodschap te kijken.

De positieve manier van, ik vind het wel

rustgevend.

Je hoeft je ook niet overal druk over

te maken.

Het is natuurlijk ook die oude wijsheid van,

als je je nou ergens zorgen over maakt.

Eerste vraag die je moet stellen is, kun

je er iets aan doen?

Ja of nee?

Als je er iets aan kan doen, moet

je er iets aan doen.

Als je niks kunt doen, moet je ook

proberen niet de druk over te maken.

Je kunt er toch niks aan doen.

Naarmate mensen beter weten wat ze willen met

hun leven, kunnen ze ook snellere onbewuste beslissingen

nemen.

Intuitieve beslissingen.

Freud zei het al meer dan een eeuw

geleden.

Die zei, als ik een belangrijke beslissing moet

nemen, dan wil ik dat het uit mijn

onbewuste komt.

Als je beter weet wat je wil, dan

gaat dat onbewuste voor je aan het werk.

En die processen, die kun je echt wel

voor een deel sturen.

Hoe kun je dat doen dan?

Ik denk het allerbelangrijkste...

Wetenschapper, onderzoeker, hoogleraar, professor en vooral ook schrijver

van vele boeken.

Ab Dijksterhuis houdt zich al 30 jaar bezig

met wat er in ons hoofd gebeurt en

waar ons gedrag vandaan komt.

Waarom doen we wat we doen?

En is dat een keuze of beslist ons

onbewuste grotendeels hoe ons leven verloopt?

Abs eerste boek gaat over het slimme onbewuste.

En zijn nieuwste boek heet Naar een Nieuw

Samen.

Over wat er gebeurt in onze samenleving en

welke invloed dat heeft op ons denken en

ons gevoel.

Daar gaan we het over hebben vandaag in

deze Rust in je Hoofd podcast.

Wat leuk jou te ontmoeten en wat fijn

dat je er bent.

Dank je wel.

Het is heel wederzijds.

En het eerste wat ik altijd wil weten

is hoe is het met de rust in

jouw hoofd op dit moment?

Die is laten we zeggen middelmatig.

Ik ben net verhuisd en verhuizen is toch

altijd een beetje stressvol.

Ja, maar ik heb het meeste nu wel

gehad.

Maar ik heb wel wat nachten gehad die

onrustig waren.

Dat ik in de midden van de nacht

wakker ben en denk oh dit ben ik

nog vergeten.

Dit moet ik nog regelen.

Maar het is nu wel weer behoorlijk goed.

Over het algemeen is het sowieso goed.

Jij bent een rustig persoon.

Ja, ik kan wel impulsief zijn en in

een keer wilde ideeën hebben.

Maar over het algemeen heb ik een behoorlijk

rustig hoofd.

Ja, hoe doe je dat zo'n rustig

hoofd te krijgen?

Er zijn een aantal dingen hoor.

Maar ik denk de allerbelangrijkste zijn toch wel

dat ik, misschien is het een beetje egocentrisch,

maar dat ik inmiddels heb geleerd dat ik

veel tijd moet besteden aan de dingen die

belangrijk voor me zijn en weinig of geen

tijd aan de dingen die niet belangrijk voor

me zijn.

Ik heb een paar jaar geleden een boek

geschreven dat heet Inspiratie.

Dat gaat daar voor een deel ook over.

Dat laat zien dat veel mensen die veel

bereiken uiteindelijk in hun leven, die zijn toch

een beetje monomaan.

En ik ben ook wel redelijk monomaan geworden.

En mijn tweede geheim, wil ik niet zeggen,

is dat ik elke dag al een uur,

anderhalf uur wandel.

Ik loop heel veel.

En ik heb gemerkt dat dat heel erg

helpt.

Als mijn hoofd heel onrustig is, dan ga

ik gewoon lopen.

En dan valt alles op een gegeven moment

wel een beetje op zijn plek en dan

kom ik terug en dan ben ik rustig.

En als het dan onrustig is in je

hoofd, wat gebeurt er dan?

Wat denk je aan dan?

Nou, dat zijn dan toch zorgen over de

toekomst.

De kleine dingen waar ik me dan heel

druk over maak, kunnen echt onbenulligheden zijn.

Dus je weet dat het onbenullig is?

Ja.

En dan met je bewuste verstand ga je

je daar toch druk over maken?

Dan ga ik me daar toch druk over

maken.

En dat voel ik dan ook op een

gegeven moment in mijn lijf.

Sommige mensen hebben de neiging om hun lijf

wat rustiger te houden en hun hoofd heel

onrustig.

Bij mij is het eigenlijk andersom.

Ik kan mijn hoofd dan weer redelijk snel

rustig houden, maar dan zit er nog van

alles in mijn lijf.

De afgelopen jaar kreeg ik wat hartritmestoornissen.

Ik heb een kleine operatie gehad.

Nu gaat alles weer goed.

Maar dat is mijn Achilleshiel, dat ik alle

spanning in mijn lijf stop.

En ik heb gemerkt dat het allerbelangrijkste is

gewoon lopen.

Alsof het lopen een soort schudde in mijn

hoofd is, waardoor langzaam alles een beetje in

elkaar valt.

En dan na een uur, anderhalf uur dan

weet ik ook heel duidelijk wat dit voor

onbenulligheden zijn.

Je bent professor, je was hoogleraar, je wilde

eigenlijk schrijver worden, je werd wetenschapper.

En je weet heel veel van het bewuste

en het onderbewuste van mensen.

Eigenlijk, je weet heel veel over mensenpsychologie.

Daar wil ik het over hebben.

Eigenlijk over twee dingen.

Je eerste boek.

In 2007, lang geleden alweer, bijna twintig jaar,

schreef je Het Slim Onbewuste en je nieuwste

boek Naar een Nieuw Samen.

Ik vind twee mooie thema's, dat Samen, daar

wil ik het over hebben, en dat Onderbewuste

en Bewuste.

Jij mag kiezen, waar wil je mee beginnen?

Doe dan het Onbewuste.

Wat is het Onbewuste?

Het is een beetje een flauwe definitie, maar

het zijn alle hersenprocessen waarvan we ons niet

bewust zijn.

Het is niet één iets.

Je zou kunnen zeggen, het is eigenlijk 98

% van wat er in ons brein omgaat.

Alles behalve dat kleine stukje bewustzijn.

Er gebeuren dingen in je hersenen.

Heel veel dingen.

En een heel klein gedeelte, jij zegt 2%,

50%..

Ja, maar het is heel weinig.

Om en nabij.

Een heel klein gedeelte, dat kunnen wij bewust

beïnvloeden, sturen, controleren, en het grootste gedeelte gebeurt

gewoon.

Ik zeg wel eens, wij worden gedaan.

Het gebeurt zonder dat je weet dat je

dat doet.

Waar zit dat onderbewustzijn dan, als je het

zo mag zeggen?

Nou, het is wel leuk dat je dat

vraagt, de reden dat ik de term onbewust

gebruik en niet onderbewust, is dat onder suggereert

een plek, en dat is het nou juist,

het onbewuste, dat is je hele brein.

En eigenlijk ook nog wel je lijf.

Er zijn allerlei signalen die, als jij op

een gegeven moment denkt, hé, ik heb trek,

dan ben je bewust van het feit dat

je trek hebt.

Daar zit een onbewust proces onder, en daaronder

zitten weer processen, die gewoon fysiologische processen in

je maag, die je maag op een gegeven

moment geeft door aan je hersenen, van hé,

er moet iets gebeuren.

En je zou kunnen zeggen, dat is allemaal

onderdeel van dat grote onbewuste, dat ons, dat

alles reguleert, dat alles eigenlijk goed regelt voor

ons, en vrijwel alles bepaalt van wat we

doen.

Het onbewuste houdt ons in leven, eigenlijk.

Zeker, zeker, ja.

Betekent dat dat we eigenlijk, in de illusie

leven dat we een vrije wil hebben en

keuzes maken, maar dat eigenlijk dat onbewuste de

meeste keuzes voor ons maakt?

Ja, je zou zelfs kunnen zeggen, alle keuzes,

hé.

Je kunt, er zijn wel oudere experimenten die

laten zien dat als je mensen vraagt om

een bewuste keuze te maken, hele simpele dingen

die mensen ook in een fMRI-scanner moesten

doen, weet je, je vinger buigen, of bijvoorbeeld

je hebt twee knoppen en je moet kiezen

op welke van twee knoppen je drukt, dan

maken mensen bewust die keuze, maar seconden daarvoor

kunnen onderzoekers al in het brein zien of

mensen op die linkerknop of die rechterknop gaan.

Dus je zou kunnen zeggen, elke beslissing die

we nemen komt uit dat onbewuste en soms

worden we ons daar later nog even bewust

van en meestal ook dat niet, maar soms

wel.

Maar je zou kunnen zeggen dat het proces

speelt zich al af en dan op het

laatste moment komt het in je bewuste gedeelte

en dan denk je, ik druk op die

knop of ik maak die keuze.

Veel mensen vinden keuzes maken heel moeilijk.

Daar hebben we misschien allemaal wel mee te

maken, maar sommige mensen hebben daar heel veel

last van, kunnen nooit kiezen.

Andere mensen denken, zoals ik, ik kan best

makkelijk keuzes maken.

Ondanks dat ik een weegschaal ben en vroeger

mijn oma altijd zei, ja, hij kan nooit

kiezen.

Dat was ook zo.

Ik vond het altijd heel moeilijk.

Dus ik heb me erin getraind dat ik

denk van, ja, ik moet snel keuzes kunnen

maken.

Dat is belangrijk.

Toch, ik heb natuurlijk wel dingen van je

onderzocht dat ik dacht van, is dat nou

eigenlijk wel zo?

Maak ik nou die keuze?

Of hoe werkt dat nou eigenlijk met dat

bewuste en onbewuste?

Nou, het feit dat je keuzes onbewust maakt,

wil niet zeggen dat jij ze niet maakt.

Het onbewuste is ook van jou.

En wat nou juist zo mooi is aan

die hele grote, die hele grote computer, die

onbewuste computer in ons hoofd, is dat je

het wel een beetje kunt sturen.

Ik heb vroeger wel onderzoek gedaan.

Dat vond ik heel interessant.

Blijkt dat mensen die, naarmate mensen beter weten

wat ze willen met hun leven, kunnen ze

ook snellere, onbewuste beslissingen nemen, intuïtieve beslissingen.

Freud zei het al meer dan een eeuw

geleden.

Die zei, als ik een belangrijke beslissing moet

nemen, dan wil ik dat het uit mijn

onbewuste komt.

Eigenlijk gewoon uit mijn buik.

En de bewuste beslissingen, die bewaar ik juist

voor de kleinere dingen.

Een nieuwe wasmachine.

Ja, dat zal hij niet letterlijk gezegd hebben,

niet bijzonder.

Maar dat soort beslissingen, daar kun je even

bewust over nadenken.

Maar de grote beslissingen, waar gaat mijn volgende

boek over?

Wil ik überhaupt schrijven?

Een relatie.

Een relatie, zeker.

Begin ik een podcast of niet?

Dat soort dingen, die moeten eigenlijk uit dat

onbewuste komen.

En dat lukt beter, naarmate iemand beter weet

wat hij wil.

Want eigenlijk moet je dat onbewust aan het

werk zetten.

Maar het onbewuste kan pas voor je werken,

als jij weet wat je wilt.

Zo moet je het ook zien.

Het is eigenlijk een soort butler, maar wel

een hele belangrijke butler.

Ja, boeiend.

Dit is boeiend wat je zegt.

Dan is het even terug, veel mensen weten

helemaal niet wat ze willen.

Of weten niet, dat niet weten zelfs.

Als je geen richting kan geven, of als

je geen doelen hebt in je leven.

Wat ik vaak hoor, jonge mensen.

Ja, jonge mensen.

Ik weet eigenlijk niet wat ik met mijn

leven aan wil.

Of welke studie ik wil kiezen.

Ik zeg altijd, hoe ziet jouw mooiste leven

eruit?

Dat klinkt ook heel groot.

Dat bedoel ik niet zo groot, want het

is een manier van leven.

Het is niet een soort eindstation.

Het is niet heel materialistisch iets wat ergens

op jou wacht.

Maar het is, hoe wil jij elke dag

leven?

Hoe sta je op?

Dat is jouw mooiste leven.

Heel vaak zeggen mensen dan, jong en oud,

dat weet ik eigenlijk niet.

Waarop ik zeg, hoe kan je dat nou

niet weten?

Je moet dat toch weten als mens zijnde?

Ja, ik denk dat wij in die zin

op elkaar lijken.

Ik vind dat ook moeilijk om te begrijpen.

Want ik heb dat ook niet.

Ik geloof dat ik dat gevoel wel had

tot een jaar of 18, 19.

Maar dan is het niet erg.

Dan ben je ook helemaal niet bezig met

die toekomst.

Ik kan me nog herinneren dat wij in

5 VWO, ik en een paar vrienden moesten

een studiekeuze opgeven.

En we hebben gewoon met dobbelstenen zitten gooien.

En ik gooide psychologie.

En dan ben je 30 jaar later ook

leraar psychologie.

Of 20 jaar later.

Maar dat geeft helemaal niet.

Maar ik wist toen wel vrij snel, een

paar jaar daarna, wist ik wel wat ik

wilde.

Dus ik vind het ook lastig om het

te verenigen met mensen die dat niet weten.

En wat ik net al zei, het is

wel echt heel belangrijk.

Want als je die duidelijke doelen hebt, dan

kun je veel beter varen op je intuïtie.

Dan neemt die intuïtie de belangrijke beslissingen.

Je had het net over relatie.

Er zijn een paar dingen waarvan je kunt

zeggen, dat is voor iedereen een doel.

Ieder mens wil overleven.

En daarom zijn we over het algemeen behoorlijk

goed in het beoordelen van andere mensen op

basis van intuïtie.

Want een ander mens kan gevaarlijk zijn.

Of juist iets, dat kan in potentie je

partner worden.

We zijn bijna allemaal, niet iedereen, maar de

meeste mensen zijn vrij goed in het inschatten

van andere mensen op basis van intuïtie.

Omdat iedereen die doelen heeft.

Maar je zou dat professioneel ook moeten hebben.

En spiritueel zou je ook moeten weten wat

je wilde.

Dan heb je inderdaad een veel makkelijker leven.

Je noemt nu dat woord spiritueel.

Je bent wetenschapper en je hebt heel veel

onderzoek gedaan.

Heel veel dingen gelezen, ook als je boeken

schrijft.

Kan je uitleggen, wat is het verschil tussen

spiritualiteit en wetenschap?

Wetenschap is voor mij in de eerste plaats

een bepaalde manier.

Of ik moet eigenlijk zeggen de manier om

objectieve kennis te verzamelen.

Ieder mens mag overal in geloven, maar dat

blijft persoonlijk.

En bij wetenschap is het de bedoeling dat

je dingen op zo'n manier test, dat

je zeker weet dat het klopt.

En voor mij is in die zin wetenschap

wel heel erg belangrijk, dat ik er wel

op vaar.

Ik geloof in een wereld die gebaseerd is

op de wetenschap.

Maar dat wil niet zeggen dat ik niet

spiritueel ben.

Ik ben tot op zekere hoogte spiritueel.

Voor mij zit dat op een soort metaniveau.

Het gaat om de manier waarop je kijkt

naar je eigen brein, naar hoe je wilt

leven, naar hoe je jezelf wilt sturen.

Je refereert ook best wel vaak naar het

boeddhisme in dingen die je schrijft.

Ja.

Hoewel het boeddhisme, daar kun je ook wel

weer van zeggen, daar zitten natuurlijk vrij veel

elementen al in.

Echt ook al in de tijd van de

Boeddha zelf, het hele oude.

Die door wetenschap laten lopen.

Het is eigenlijk ook wetenschappelijk.

Het is behoorlijk wetenschappelijk, ja.

Mensen zeggen ook, het is niet echt een

klassieke godsdienst.

Ja, het is behoorlijk wetenschappelijk.

Dingen als dat mensen gelukkiger zijn, naarmate ze

meer in het nu kunnen leven, of dat

mensen minder frustraties ervaren, naarmate ze minder hoge

verwachtingen hebben.

Ja, die komen allemaal uit boeddhisme en die

kloppen allemaal.

Geldt trouwens voor de oude Grieken ook wel.

Die zeiden ook allemaal dingen waarvan we nu,

Socrates en Aristoteles en Epicurus zeiden ook dingen,

die we dan nu in een laboratorium testen.

Ja, klopt.

Ze hadden gelijk.

Toen al.

Tweeënhalfduizend jaar over gedaan alleen.

Ja, zeker.

Want er is een hele periode geweest natuurlijk,

in de middeleeuwen, dat we dat eigenlijk een

beetje kwijt waren.

Aan de andere kant zeg ik ook wel

eens, wetenschap is waar totdat er weer iets

nieuws wordt aangetoond.

Nou, je kunt zeggen, waarheden in de wetenschap,

een deel van de waarheden in de wetenschap

zijn tijdelijk.

Want het wordt op een gegeven moment weer

omvergekegeld door nieuwe theorieën.

Dat is zo.

Als je wetenschappelijk nu kijkt naar onze maatschappij,

de samenleving, Nederland en dan de wereld en

alle gekkigheid die zich daar afspeelt.

Wij zijn ongeveer net zo oud.

We hebben een hele andere wereld meegemaakt nog.

Als je dat wetenschappelijk bekijkt, wat is er

dan aan de hand, waardoor het nu zo

is dat wij denken dat het niet goed

gaat?

Kun je dat verklaren?

Ja, ik denk dat dat lastig is.

Het is ook niet helemaal mijn wetenschap.

Maar voor zover ik de psychologie kan zien,

zie je toch wel iets raars gebeuren.

Dat mensen enorm polariseren.

Amerika bestaat echt uit twee verschillende landen, lijkt

het wel.

En dat zie je bij ons toch ook

wel steeds meer.

Het lijkt wel alsof er...

Ja, nee, letterlijk, mensen polariseren.

Het is echt het een of het ander.

En die twee groepen pruimen elkaar niet meer.

Wat ik laatst las, maar dat vond ik

wel heel dystopisch, was een analyse van iemand

die had het over een soort eindtijd fascisme.

Met name Trump en de mensen om hem

heen, die zijn bezig.

Ergens intuïtief voelen ze ook wel aan dat

het niet goed gaat met de wereld en

dat als we zo doorgaan, dat het misschien

een keer uit elkaar ploft.

Maar zij zijn bezig om in die laatste

twintig, vijftig, misschien honderd jaar nog zoveel mogelijk

bij elkaar te roven en te zeggen wij

willen die levensstijl die we hebben houden en

zelfs nog beter.

En wij bepalen ook wie er mee mag

doen en wie niet.

En ja, ik vind het een afschuwelijk beeld,

maar dat is natuurlijk wel wat er nu

gebeurt.

Gewoon een president die gewoon een land binnenvalt

en die zegt dat het om de drugs

gaat, maar gaat natuurlijk om de olie.

Als je teruggaat in de tijd, is het

dan niet altijd aan het einde van een

tijdperk dat dit soort taferelen zich beginnen af

te spelen?

Ja, zo kun je het ook zien.

Wij zijn opgegroeid met achteromkijken naar de Tweede

Wereldoorlog, zeker door onze ouders en de schrik

van het fascisme.

Veel mensen die jonger zijn, ze weten het

ergens nog wel, maar ze zijn er niet

meer mee bezig.

En die zien ook de gevaren wat minder

van wat er nu in Amerika gebeurt.

Maar ik geloof ook wel dat het cyclies

is en dat er op een gegeven moment

weer een enorme tegenbeweging komt en dat het

gestopt wordt.

De vraag is alleen, waar zitten we op

dat moment dan?

Wat Hitler niet kon in 1940 was de

wereld volledig uitputten en klimaat vernielen.

Dat kan nu wel.

Dus dat is een beetje het probleem.

We kunnen weer steeds meer.

Dus je zou kunnen zeggen, de slechte krachten

zijn steeds vernietigender aan het worden.

Ja, al denk ik toch.

Toen wij op het VWO zaten, toen staakten

de leraren, want er waren demonstraties met de

kernwapens, Reagan en Brezhnev.

Wij dachten toch ook dat de wereld zou

vergaan.

Althans, toen dat speelde, dacht ik daar niet

aan.

Toen ik twaalf of veertien of vijftien was,

dacht ik van, joh, wat maken jullie druk

om?

Gelukkig hebben we weer een week vrij, want

ze staken.

Maar er gebeurde natuurlijk ook veel in die

wereld.

En misschien is het daarna een tijdje ogenschijnlijk

rustiger geweest, totdat we allerlei financiële crisissen krijgen.

Maar is het niet dat het altijd onrustig

is en dat het altijd goed komt?

Want de mensheid heeft het tot op heden

best wel aardig overleefd.

Nou ja, ik denk het wel.

Maar nogmaals, waar ik een beetje bang voor

ben, is dat die golvenweging, die cyclie, die

zie ik ook.

En die zullen er nu ook zijn.

Maar de vraag is, waar ik mee worstel

nu is, wat blijft er nog over op

het moment dat we dit diepe dal met

z'n allen overleefd hebben?

Trump kan natuurlijk veel meer schade aanrichten, wat

ik zei, in vergelijking met Hitler.

En dat was al 65 miljoen mensen.

Het is natuurlijk niet alleen Trump.

Je hebt een aantal van de mensen.

Ik zie hem als de vertegenwoordiger van het

kwaad, maar dat is niet zo, dat zijn

er een heleboel.

Maar hij is wel de machtigste.

Zo'n Kim Jong-un, dat is één

land.

Ik ben er ook geweest trouwens, maar dat

is een merkwaardig land.

Maar goed, die buiten Noord-Korea zelf richt

hij niet zoveel schade aan.

Jij hebt de hele wereld over gereisd.

Je hebt heel veel reizen gemaakt.

Ik heb heel veel reizen gemaakt, ja.

Was het meer om het reizen zelf of

ook om te kijken van hoe denken mensen

in die andere gebieden in de wereld?

Nou, een beetje van beiden.

Net als de meeste wetenschappers, hoewel ik nu

fulltime schrijver ben, ben ik wel echt van

nature heel nieuwsgierig.

Ik heb altijd dingen willen zien.

Altijd mensen willen ergens achter willen kruipen.

Van vele landen zie je via de media

wat de regering doet.

Je ziet af en toe een natuurramp, maar

ik wilde mensen leren kennen.

En dat was altijd wel een sterk motief.

Maar ook, en dat heb ik nu wel

minder, ook ik word in ieder geval wassen,

maar ook wel het reizen zelf.

Het ritme van het reizen, de vrijheid die

je ervaart.

En misschien ook wel een soort vorm van

escapisme.

Ik moest af en toe gewoon weg.

En ik weet ook wel, ik heb hele

periodes gehad, dat als ik geen duidelijke reis

in het vooruitzicht had, dat ik gewoon heel

onrustig werd.

Ik moest vliegtickets hebben geboekt ergens naartoe.

En dat mocht best pas over twee of

drie maanden zijn.

Maar ja, ik moest wel weg kunnen.

Maar denk je niet dat wij in Europa

heel erg een beperkt beeld van de wereld

hebben?

We kijken heel erg naar ons Europa als

het centrum van deze planeet.

En de rest speelt zich daar een beetje

omheen.

Inmiddels is dat natuurlijk een totale desillusie, want

we tellen niet meer mee in Europa.

Er gebeurt zoveel omheen, wat wij misschien helemaal

niet doorhebben of niet zien, waardoor we ook

dat hele krachtenspel niet begrijpen.

Weet ik niet.

Ik denk dat China en Rusland en Amerika

zichzelf ook wel op die manier zien.

Wij zijn het middelpunt.

Dus of dat de reden is, weet ik

niet.

Christian Moorten zei iets van honderd jaar geleden,

we zijn allemaal ongeveer hetzelfde.

Of je nou wit bent of bruin of

geel, het maakt niet uit waar je woont.

Het enige wat ons echt onderscheidt van elkaar

is hoe wij denken.

Ieder mens denkt anders en elke cultuur denkt

anders.

Als we dan naar een nieuw boek gaan,

samen, dan blijft dat natuurlijk zo dat mensen

in Rusland en in Japan en in Azië

en in Europa anders zullen blijven denken.

Maar als we het betrekken op Nederland even

voor nu.

Mag ik zeggen dat je daar wel zorgelijk

over bent?

Wat er gebeurt in de samenleving?

Dat dat ook wel de aanleiding voor dit

boek is?

Ja, nou zijn het alleen zorgen?

Ik weet het niet.

Het gaat ook weer niet alleen om Nederland.

Ik ben het helemaal eens met je uitspraak

net.

En dat is ook wel een van de

dingen die je ontdekt als je veel reist.

Mensen zijn inderdaad overal hetzelfde.

Ze denken inderdaad op een wat oppervlakkiger niveau,

soms op een iets andere manier, dat ze

ook cultureel bepaalt.

Maar wat je heel erg ziet is, waar

je ook komt, mensen hebben dezelfde motieven, ze

hebben dezelfde verlangens.

Iedereen wil veiligheid, iedereen wil dat zijn kinderen

gelukkig zijn.

Het maakt niet uit waar je komt.

En juist de politici die je af en

toe op televisie ziet, die wijken eigenlijk een

beetje af.

Maar in elk land zijn de normale mensen

heel prettig.

Maar goed, naar het boek zijn het zorgen?

Ja, een beetje wel.

Ik heb het gevoel dat steeds minder mensen

zich identificeren met de rest van de mensheid

of met de rest van hun land of

met de rest van hun dorp.

En dat is niet alleen heel erg ongezond.

Het zorgt er ook voor dat mensen minder

gelukkig zijn.

Maar het is natuurlijk voor de politiek funest.

Mensen gaan op partijen stemmen die niet meer

problemen willen oplossen, maar eigenlijk alleen maar aan

de protestkant zitten.

En voor de grote problemen waar we voor

staan, als je die op wilt lossen, dan

moet je de boel juist heel goed bij

elkaar houden.

Na de Tweede Wereldoorlog was de eensgezindheid ontzettend

groot onder mensen.

En dan kun je natuurlijk heel veel bereiken.

En nu valt het juist helemaal uit elkaar.

Zou dat impliceren dat het leven te comfortabel

is geworden op vele vlakken?

Dat er een oorlog nodig is om ons

dat besef weer te geven?

Nou, ik hoop niet dat er een oorlog

nodig is, maar het zou best kunnen.

Dat er een soort schok...

Wat heb ik bedoeld?

De pijn is niet groot genoeg?

Ja, een soort schok.

Wat we het net over hadden lijkt daar

wel op.

Op het moment dat Trump hele rare dingen

gaat doen, dan zie je zelfs dat Europa

toch enigszins besluitvaardig begint te worden.

Ja, wat ik hoop is dat er zo

min mogelijk ellende nodig is, voordat we met

z'n allen weer het positieve pad op

gaan.

En als mijn boek daar een hele kleine

bijdrage aan levert.

Maar ik moet wel zeggen, er zijn wel

meerdere aanleidingen.

Eigenlijk de eerste reden waarop ik dacht ik

moet dit boek schrijven, was eigenlijk een hele

andere.

Er was een collega van mij, die werd

hoogleraar, die gaf zijn oratie.

En die liet allemaal onderzoeksgegevens zien waaruit bleek,

dat mensen die een goed huwelijk hadden of

veel vrienden hadden, en die werden vergeleken met

mensen met zonder huwelijk, of een slecht huwelijk,

of in ieder geval een slechte relatie, of

weinig vriendschappen, dat die tien jaar langer leefden.

Dat ze veel gelukkiger waren.

En ook gekke dingen.

Mensen met hartklachten gaan naar het ziekenhuis.

Er wordt één vraag gesteld.

Bent u gelukkig met uw huwelijk of niet?

En ze mochten alleen maar ja of nee

antwoorden.

Van de groep die ja antwoord is, vier

en een half jaar later, 70% nog

in leven.

Van de mensen die nee antwoord is, 45

% nog in leven.

En toen zat hij dat allemaal zo te

vertellen.

En ik dacht, waarom weten zo weinig mensen

dit?

Want het is gewoon ontzettend belangrijk.

De goede verbinding met andere mensen werkt op

een hele basale manier door.

Het is niet alleen leuk, het is ook

gezond.

Het verlengt je leven.

Het maakt je gelukkig.

En heel praktisch.

Eenzaamheid is ook echt een groeiend probleem in

onze samenleving.

De gezondheidszorg zou hier ook van alles mee

kunnen.

In sommige landen, zoals Australië, doen ze dat

al.

Als je veel meer investeert in sociale cohesie,

in verbinding van mensen, dan zul je zien

dat ze een stuk gezonder worden.

Hoe kun je dat doen dan, die sociale

cohesie?

Je kunt het natuurlijk op allerlei manieren doen.

Je kunt het van bovenaf doen, maar je

kunt ook...

Nou ja, en politici met een juiste boodschap.

Dat is natuurlijk ook wel belangrijk.

Ik was wel heel blij dat bij de

laatste verkiezingen Rob Jetten won.

Wat Wilders de volgende dag deed, is even

suggereren...

dat de verkiezingen misschien niet eerlijk waren verlopen.

Dat is natuurlijk precies hetgeen wat je niet

moet doen als je de boel bij elkaar

wilt houden.

Maar je hebt ook allerlei meer concrete programma's.

Ik noemde net Australië, die zijn daar vrij

ver in.

Waar mensen die herstellen van een operatie begeleid

worden...

in hun vriendschappen, in hun huwelijken.

En ook heel simpele dingen.

Wat voor hobby heeft u?

Bent u lid van een club?

Nee, nou kijk dan of er een hobbyclub

is.

Allemaal van dat soort.

Dus je kunt ook op een heel concreet

niveau ingrijpen.

Als je dan kijkt naar nu, 2026 en

laten we zeggen 20, 25 jaar geleden toen

jij begon.

Toen je heel veel onderzoek deed ook.

Wat is er dan veranderd?

Want ik kan me niet herinneren dat dat

vroeger zo was.

Toen wij jong waren, gingen we buitenspelen op

het pleintje...

met de kinderen die daar ook woonden.

Er was een soort saamhorigheid, er was een

gemoedelijkheid op straat.

Ik merk, ik woon nu al 10 jaar

niet meer in Nederland...

maar het gemoedelijke is uit het straatbeeld verdwenen.

Ik voel me niet altijd veilig als ik

hier op straat loop.

Terwijl vroeger dacht ik dat het gewoon leuk

is.

Je zei iemand gedag.

Tegenwoordig als ik iemand gedag zeg, dan kijkt

iemand je soms terug...

dat je denkt, sorry, ik bedoel het vriendelijk.

Wat is er nou veranderd?

Ik woon nu in Zutphen.

Daarvoor heb ik ook nog heel kort in

een dorp gewoond.

Zutphen is natuurlijk ook niet groot.

Die saamhorigheid is er wel.

Zeg maar even onder mensen van onze generatie

en ouder.

Die zijn allemaal vrijwilliger.

Die hele dorpen drijven op vrijwilligers.

En dat gaat heel erg goed.

Maar bij jongeren is het inderdaad veel minder.

Je kunt verschillende oorzaken aanwijzen.

Je zei zelf al, het is veel op

straat.

Eén heel groot probleem waar we met z

'n allen mee om moeten leren gaan...

en kijken hoe we dat moeten doen, is

natuurlijk de smartphone.

Het is een beetje een riedel die iedereen

afdraait.

Maar er komen steeds meer gegevens naar buiten

van onderzoek.

Heel simpel.

Vroeger op straat leerde je niet alleen om

ruzie te maken...

maar ook om het weer goed te maken.

Want je kunt wel ruzie hebben, maar de

volgende dag sta je weer...

met dezelfde bal en dezelfde kinderen op hetzelfde

schoolplein.

En dan zul je het eerst bij moeten

leggen.

Heel veel kinderen leren dat niet meer.

Je bent online en je kunt ruzie maken

en je flikkert iemand er gewoon uit.

En die zie je nooit meer.

Klaar.

En er is maar één voorbeeld.

Maar er zijn heel veel van dat soort

voorbeelden die laten zien...

dat mensen die het echte contact veel meer

inruilen voor het schermcontact...

en zeker als puber is het ongelooflijk moeilijk

om dat op dit moment niet te doen...

die raken van alles kwijt.

De smartphone heeft natuurlijk ook allerlei voordelen.

Wij hebben elkaar net even op de hoogte

gehouden van waar we waren.

Maar we moeten echt nog wel leren hoe

we het moeten gebruiken.

En vooral ook...

Ik ben wat van de harde lijn, gewoon

wel zeggen...

kinderen voerden hun zestiende geen sociale media bijvoorbeeld.

Daar zijn ze mee bezig.

Met eventuele uitzonderingen.

Ja, gelukkig zijn ze daar mee bezig.

Maar ja, dat is echt wel heel erg

belangrijk.

Ik wil ook niet beschuldigen, niet van het

is goed of slecht...

maar ik kan mij voorstellen als jij acht

of tien of twaalf bent...

en je ziet iedereen met zo'n telefoon

dat je dat ook wilt en een iPad...

en dat dat moeilijk te begrijpen is...

als iemand, een ouder, dan zegt dat mag

niet.

Hoezo mag dat niet?

Er zijn allerlei initiatieven om het bijvoorbeeld klassikaal

te regelen.

Dat is heel erg belangrijk.

Dat weet je van vroeger waarschijnlijk ook nog

wel.

Je zit op een gegeven moment in de

schoolklas.

Iemand gaat op voetbal en binnen een paar

weken zit iedereen op voetbal.

Dit soort dingen rond de smartphone moet je

eigenlijk ook proberen klassikaal te regelen.

Anders gaat het niet.

Als die hele klas op een gegeven moment

geen smartphone heeft, dan mist niemand ze.

Ik kom af en toe wel op scholen

om een lezing te houden.

En dan zie ik het ook wel.

Je hebt natuurlijk een paar jaar gehad, dan

kwam je op de school...

en dan was het helemaal stil, want iedereen

zat op zijn eigen smartphone.

En nu wordt er weer gekletst.

Zeker in de scholen waar het ook in

de pauze niet mag.

Het is een enorme kakofonie als je dan

binnenkomt.

Maar ik vind de verademing...

Je geeft geen les meer?

Nee, ik ben een tijdje geleden al gestopt

op de universiteit.

Ik heb er 30 jaar gedaan.

Ik vond het ook echt leuk.

En ook het fundamentele onderzoek.

Maar ik heb in mijn studententijd eigenlijk al

getwijfeld...

tussen het schrijverschap en de wetenschap.

En toen heb ik voor de wetenschap gekozen.

Je wilde eigenlijk schrijver worden, toch?

Ja, ik heb echt getwijfeld.

Maar je dobbelde verkeerd?

Nou, nee hoor.

Ik ben heel blij dat ik ook wetenschapper

ben geweest.

Nee, weet je wat het is?

Hoe begint een schrijver van 23?

Die schrijft een manuscript en dat stuurt hij

naar een uitgever.

En het wordt niet eens gelezen.

Of het wordt wel gelezen en weggelachen.

En heel gedoe, behalve als je een supertalent

bent.

Maar dat ben ik niet.

En wetenschap, dat is een stuk makkelijker.

Er is gewoon een duidelijk pad dat je

af moet leggen.

Daar moet je wel hard voor werken.

Het gaat niet vanzelf.

Dus ik ben gewoon begonnen met de wetenschap.

En uiteindelijk alsnog schrijver geworden.

We hadden het in het begin over mensen

die weten wat ze willen.

Die kunnen de grote beslissingen op hun intuïtie

nemen.

En dat is bij mij wel gebeurd.

Ik heb die wetenschap een tijd gevolgd.

Ik ben langzamerhand steeds meer gaan schrijven.

En nu ben ik fulltime schrijver en ik

vind het prima.

Je hebt 30 jaar lesgegeven.

Heel veel studenten gezien.

Zie je dan dat er iets veranderd is

in die 30 jaar in de student?

Zijn ze anders gaan denken?

Is het gedrag veranderd?

Ja, de laatste keer dat ik echt voor

grote groepen studenten stond...

is ook alweer een jaar of 4 of

5 geleden hoor.

Maar ja, je ziet wel veranderingen.

En ook de eerste jaren daarna wel.

Maar wat je bijvoorbeeld wel zag...

is dat je op een gegeven moment echt

weer order moest gaan houden.

Net als op de middelbare school.

Terwijl de eerste 10 jaar dat ik les

gaf op de universiteit...

hoefde dat niet meer.

Als ze allemaal 18, 19 zijn hoef je

geen order meer te houden.

Dat werd weer meer.

Op een gegeven moment kreeg je natuurlijk die

smartphones.

En die leiden enorm af.

En na de pandemie merkten we op een

gegeven moment op de universiteit...

daar heb ik het staartje nog wel van

meegekregen...

dat ze gewoon niet meer terugkwamen.

Dus ze zijn gewend om online les te

krijgen.

En dan geef je een cursus waar 300

studenten aan deelnemen.

Psychologie is altijd een groot vak natuurlijk.

300 studenten.

En vroeger had je dan in het eerste

college 200...

en de rest van de college 150.

En nu had je er in het eerste

college 60 en daarna 40 of zo.

Want alles wordt opgenomen, alles kan online.

Dus dat heb ik ook wel gezien.

Maar wat ik vooral meer heb gezien...

en ik heb ook een jaar geleden een

bedrijf opgericht...

Behaviour Change Group.

Bedrijven en organisaties helpten in gedragsverandering.

En daar zie je ook wel dat jongeren

die beginnen te werken...

ook een andere mentaliteit hebben.

Ik kan me nog herinneren dat op een

gegeven moment iemand bij me kwam...

en die zei ja, ik heb laatst dit

moeten doen.

Dat vond ik niet zo leuk.

Misschien zit ik toch niet helemaal op mijn

plek.

En toen zei ik, ga eens drie weken

bijhouden...

wat je elk uur ongeveer doet en hoe

leuk je dat vindt.

En toen bleek, ze zei ja, van de

32 uur in de week...

zijn er ongeveer drie, vier uur dat ik

dingen doe die ik niet leuk vind.

Ik zei, maar dan kun je niet zeggen

dat je niet op je plek zit.

En dat is wel echt anders.

Wij hebben nog geleerd dat je...

dat klinkt wel als een oude lul...

maar wij hebben nog geleerd dat je echt

moet investeren...

in een baan, in een soort carrière.

En dat dat af en toe ook vereist

dat je dingen doet...

die je in het begin niet zo leuk

vindt.

Maar ja, ik vind andere dingen wel weer

goed hoor.

Wat ik wel bijvoorbeeld heel verstandig vind is

dat...

veel jongeren, sommige werken echt 40, 50 uur

in de week...

maar er zijn er ook die zeggen 32

uur, 24 vind ik ook genoeg.

Dat vind ik helemaal prima.

Juist die vrijheid is heel goed, want we

zijn allemaal verschillend.

Dus dat vind ik wel heel goed.

En ook, ik had het zelf niet zo...

maar ik kan me ook nog herinneren van

mijn generatie...

dat iedereen zo met zo'n hypotheek...

je moest een vaste baan en dan een

hypotheek, weet je.

Dat was een soort mal waar iedereen in

moest.

En dat soort dingen zijn ze veel minder

mee bezig.

Dat vind ik eigenlijk wel een goed...

Ja, er zijn niet eens huizen, maar dat

is weer een ander punt.

Er zijn natuurlijk altijd goede en slechte dingen

in elke generatie.

Ja, precies.

De kritiek die vanuit mensen van boven de

50...

vaak verteld wordt is van ja, ze zijn

lui.

Of te makkelijk, het moet altijd maar leuk

zijn.

Ja, dat laatste herken...

Lui herken ik niet zo, hoor.

Lui in de zin van, ja, 24 uur

per week.

Er kwam iemand solliciteren.

En ik zei, ja, het is wel voor

fulltime.

Ze zei, ja, ik wil ook fulltime.

Ik zei, nou, daar ben ik blij mee.

Want tegenwoordig wil iedereen alleen nog maar 24

uur werken.

En ze keek me echt aan van...

Dat is voor fulltime voor haar.

Ja, dat was voor haar fulltime.

En toen dacht ik zo, ja.

Maar dat geeft niet, hè.

Vroeger zou ik daar best wel radicaal op

reageren.

Van, joh, ga weg.

En nu denk ik ook van, geniet van

je leven.

Je moet ook balans hebben.

En dat het tijd is voor jezelf.

En voor het denken.

En om andere dingen te doen.

Ja, dat is het.

En dat vind ik wel goed.

Maar ook realistisch zijn.

Niet zeuren dat je geen huis kan betalen.

Omdat je maar 24 uur werkt.

Nee, dat zie ik wel af en toe.

Dat inderdaad mensen wel...

Ja, Amerikanen noemen het sense of entitlement hebben.

Je hebt ondanks dat wel overal recht.

Ze willen een huis.

Maar ze willen geen appartement.

Ze willen wel een echt huis.

Het moet ook een tuintje zijn.

Maar het moet ook in het centrum zijn.

Ja, die zijn er niet.

En die paar die er wel zijn, zijn

niet te betalen.

Ja, sorry.

Die zijn niet voor mensen van 27.

Want die hebben dat geld over het algemeen

niet.

Ja, dat zie ik ook wel.

Het gekke is...

Ik ben dus net in het centrum van

Zutphen gaan wonen.

En dat is echt nog middeleeuws qua stratenplan.

Dus alles zit heel dicht bij elkaar.

Het zijn allemaal kleine huisjes.

En degene van wie ik de sleutel kreeg

toen ik dat kocht, zei van je moet

wel wennen.

Het is best lawaaierig.

Ik zei dat geeft niet.

Ik heb altijd in grote steden gewoond.

Maar anders ga ik hier niet wonen.

Nou ja, dat is fijn dat je dat

zegt.

Want er zijn ook mensen die toch wel

klagen.

En toen dacht ik misschien af en toe

een bejaarde.

En toen zei hij nee.

Juist jongeren die klagen daar dan over.

Die gaan hier wel wonen.

En vervolgens zeggen ze ja, het is wel

lawaaierig.

Ja, je woont in het centrum van de

stad.

Dat vond ik wel opvallend.

Hij zei nee, juist mensen van jouw generatie

en ouder, die zeuren daar niet over.

Nou, we moeten oppassen toen niet.

Nee, nee, zeker.

Dat is ook zeker niet de bedoeling.

Want ik wil nou dat samen.

Je hebt er een heel boek over geschreven.

Wat moeten we nou doen?

Of wat kunnen we doen om weer meer

dat samen te gaan voelen?

Dat we ook samen zijn.

Ik denk het allerbelangrijkste.

En ik weet niet precies hoe dat moet.

Dus dat is weer niet zo concreet.

Maar het allerbelangrijkste is dat mensen weer meer

vertrouwen krijgen in elkaar.

En ook in de instituties, in de overheid,

in de politie, in de rechterlijke macht, in

de wetenschap.

Daar zit denk ik een groot probleem.

Daar zit echt een groot probleem.

Vertrouwen.

De mensen keren zich steeds meer af.

Maar kan je dat begrijpen, dat dat vertrouwen

wel gedaan is?

Ja, hij kan het wel begrijpen.

Absoluut.

Maar het is echt, als je naar de

wetenschap kijkt, de samenhang tussen in hoeverre mensen

elkaar vertrouwen in een land en het gemiddelde

geluk in een land, die is bijna perfect.

Dus de landen waar mensen elkaar het meest

vertrouwen, die zijn ook het gelukkigst.

Kun je denken aan de Scandinavische landen.

Nederland scoort relatief ook nog steeds goed hoor.

Alleen het kan veel beter, denk ik.

Maar ik denk dat dat het allerbelangrijkste is.

Want dan ga je ook identificeren met je

land, met je stad, met je dorp, met

je straat.

Ga je ook meer verantwoordelijkheid nemen.

Je moet het al zien als iets van

jou waar je ook een rol in speelt.

Niet van een beetje Kennedy van, of was

het Kennedy?

Maar kijk niet naar wat...

Maar wat jij kunt doen voor je land.

Ja, kijk niet naar wat je kunt krijgen,

maar wat je kunt geven.

Wat jij kunt doen voor je land.

En dat begint met een geloof in de

ander.

Met vertrouwen, met het identificeren in elkaar.

En daarom was ik echt wel...

Nou ja, daarom zei ik, ik vond het

fijn dat D66 het grootste partij was.

En ik was verbolgen toen Wilders, hoewel die

daar later geloof ik niet echt meer op

terug is gekomen.

Maar die begint dan te vertellen, te suggereren,

dat de verkiezing misschien niet eerder is.

Als er iets negatief is voor het vertrouwen,

dan zijn het dat soort uitspraken.

Maar aan de andere kant zie je ook

dat het samenwerken in de politiek lukt ook

niet.

Het is nog nooit zo'n klein minderheidskabinet

geweest.

Ik vind ook de opstelling van Jezel Gus

in dat opzicht waardeloos.

Dit was zo'n mooie kans geweest om

met vier grote partijen...

Maar van iedereen toch eigenlijk?

Wat zeg je?

Van iedereen toch eigenlijk?

Nou ja, ik had het idee dat D66

en CDA wel open stonden voor deelname van

GroenLinks Partij voor de Arbeid.

Maar ja, ik vond dat echt heel erg

jammer, want je hebt nog nooit zo'n

mooie kans gehad om met vier grote middenpartijen

een kabinet te vormen waar iedereen zich in

ieder geval, nou niet iedereen, maar de meeste

mensen zich in ieder geval een beetje in

herkennen.

Is het ook niet dat de politiek te

versplinterd is geworden dankzij iemand die die kiesdrempel

heeft laten vervallen?

Dat je zelf al eenheidspartijtjes hebt dat de

hele samenleving uit elkaar valt.

Want het is toch een soort spiegelbeeld waar

we naar kijken van ja, we worden allemaal

eenlingen.

Want het voorbeeld, zoals we vroeger, heb je

meer.

Maar gewoon drie partijen hadden die je best

wel met elkaar konden vinden, want we moesten

wel.

En nu moeten we ook wel en toch

doen we het niet.

Nou, ik denk inderdaad wel dat het aantal...

Ik juicht het ook toe dat GroenLinks en

Partij voor de Arbeid samen zijn gegaan, want

we hebben er inderdaad teveel.

Het moment waarop het echt onmogelijk blijkt om

een meerderheidskabinet te vormen, dat kwam er al

aan.

We hebben het natuurlijk al één keer eerder

meegemaakt.

Nou, dat is nu helemaal zo.

Maar goed, dat moeten...

Zo modderen we door.

Zo modderen we door.

En dan moeten de politicologen maar over nadenken.

Maar inderdaad, een kiesdrempel zou een onderdeel zijn.

Ik weet het ook niet precies.

Maar dat...

Ja, maar goed, wat ik net zei.

Dat vertrouwen in elkaar en in die instituties

daar...

Hoe kan het dan dat het vertrouwen in

elkaar, gewoon de mensen, wij, dat dat zo

laag is?

Dat gaat natuurlijk geleidelijk.

Het is ook niet van de een op

de andere kant.

Maar iedereen weet, als we het hierover hebben,

dan weten we dat.

We voelen dat.

En doordat dat vertrouwen er niet is, is

er dus automatisch een soort van angst.

Voel je je niet veilig?

Ja, en dan gebeurt er iets.

Want dan heb je stress en dan krijg

je een burn-out.

En het heeft allemaal met elkaar te maken.

Het heeft allemaal met elkaar te maken.

Nou ja, ik zou bijna zeggen...

We weten niet precies waar dat dan ligt,

maar zorgen voor...

Eigenlijk zou daar heel veel onderzoeksgeld naartoe moeten.

Hoe zorg je nou dat mensen elkaar en

de instituties blijven vertrouwen?

Daar weten we nog steeds te weinig van.

Maar we weten wel iets wat heel erg

scheelt, is dat de samenleving zelf wat meer

uit elkaar is gevallen.

Vroeger woonden meer mensen in dorpen en minder

in steden.

De verzuiling had allerlei nadelen, maar het had

ook voordelen.

Iedereen hoorde ergens bij.

Je had een bepaalde kleur en die bepaalde

naar welke school je ging.

Die bepaalde op welke voetbalclub.

Of het een voetbalclub was, misschien moest je

op hockey.

Dat soort dingen werden eigenlijk allemaal redelijk voor

je ingevuld.

En het voordeel was, dat ook nadelen, dat

je automatisch bij iets hoorde.

En dat valt steeds meer weg.

En ik denk ook wel dat het scheelt

dat...

Omdat we tegenwoordig alles van elkaar weten, en

dat media overal bovenop zitten, dat allerlei instituties

die fouten maken, die hebben daar meteen last

van.

Want dat wordt meteen breed uitgemeten.

Ik denk eigenlijk dat twee dingen tegelijk zijn.

Eén is, die instituties maken ook meer fouten

dan vroeger.

Maar iedereen ziet ook meteen alles.

En iedereen heeft een oordeel.

En het vertrouwen neemt heel snel af.

Maar ik vind het Koningshuis wel een mooi

voorbeeld.

Die doen sommige dingen goed, maar op een

gegeven moment gingen ze tijdens de pandemie natuurlijk

helemaal fout.

En dan gingen ze naar Griekenland vliegen om

daar vakantie te houden.

Dat weet dan meteen iedereen.

En dan neemt het vertrouwen enorm af.

Terwijl, als mensen vroeger zouden weten wat Prins

Bernhard allemaal uitverhad, maar dat wisten mensen niet.

Dus het is dubbel.

Ten eerste maken ze, denk ik, gemiddeld, de

instituties, even niet het Koningshuis, maar de instituties

maken meer fouten, maar ze worden ook breed

uitgemeten.

En eigenlijk moeten we zeggen, al die instituties

moeten gewoon nog beter hun best doen.

De politie mag absoluut niet corrupt zijn.

Stel je nou eens voor dat jij in

die positie komt, dat je in het kabinet

komt.

Kan zomaar gebeuren.

Als minister van wat zou je dan zijn?

Wat zou je willen zijn?

Nou, ik zou sowieso nooit zoiets willen doen.

Maar dat je echt iets kan bijdragen, voor

het grote geheel, in het belang van ons

allemaal.

Nou, dan zou het zoiets worden.

Er is geen ministerie van, laten we maar

zeggen, samenhang.

Sociaal welzijn.

Ja, zoiets zou het moeten zijn.

En wat zou je doen dan?

Nou, ik zou allerlei programma's starten om die

sociale cohesie te vergroten.

En ook echt op straat- en wijkniveau.

Ik zou een aantal dagen invoeren.

We hebben nu Koninginnedag, maar eigenlijk dat soort

dingen zorgt voor vrij veel samenhang.

Nou, dat zou ik veel meer willen doen.

Ik zou de gezondheidszorg behoorlijk aanpakken.

En zorgen dat het sociale aspect veel belangrijker

wordt.

Ik zou eenzaamheid bestempelen als eigenlijk de grootste

bedreiging voor de gezondheid.

En niet hart- en vaatziekten, met alle

respect.

Dat is allemaal heel belangrijk, dat begrijp ik

ook wel.

Kijk, de gezondheidszorg is natuurlijk nog steeds gebaseerd

op het medische.

Maar we hebben ook zoiets als een psychische

gezondheid.

Nou, dat telt wel een beetje mee.

En dan hebben we ook sociale gezondheid.

En die is net zo belangrijk, maar daar

wordt heel weinig mee gedaan.

En dat is ook niet zo gek, want

we komen uit een tijd dat de meeste

mensen vroeger dood gingen aan infectieziektes.

Ja, dan heb je medicijnen nodig.

En toen werd het meer hart- en

vaatziekten.

Nou, daar kunnen we ook ontzettend veel.

Maar nu zie je toch echt dat die

sociale aspecten, denk weer aan eenzaamheid, dat dat

misschien wel het meest bedreigend is voor ons

allemaal.

En stress.

Ja, en stress.

Maar dat hangt heel erg samen.

Ik zou bijna zeggen dat eenzaamheid stress is.

Dat is niet helemaal waar.

Maar mensen die sociaal ongezond zijn, dus weinig

contact met anderen, geen goede relatie, weinig vertrouwen

in de rest van de mensheid, die ervaren

meer stress.

Nou, stress verneukt je immuunsysteem.

En daarvoor ga je eerder van dood.

Ik zou dat echt heel erg gaan omgooien.

Gelukkig zijn er ook heel veel mensen wel

gelukkig.

Ja.

En die zijn blij.

En die zijn happy met zichzelf.

En met dezelfde wereld, waar heel veel ellende

is.

Dus het is ook maar hoe jij er

zelf mee omgaat natuurlijk.

Zeker.

Ben jij een gelukkig mens?

Ja.

Wat maakt je gelukkig?

Het is ook een houding.

Nou, ik kan me nog herinneren.

Wanneer was het?

2015 had ik dat boek Op naar Geluk

geschreven.

Toen kreeg ik natuurlijk veel aandacht ervoor.

En toen gingen mensen altijd vragen om definities.

En soms dacht ik, oh, weer een definitie.

En dan zei ik, dat is natuurlijk geen

wetenschappelijke definitie.

Ik zei, geluk is heel graag willen wat

je al hebt.

En dat heb ik niet zelf verzonnen.

De eerste keer dat ik het hoorde, was

het een Franse wijnboer.

Helemaal out of context.

Maar dat is wel hoe ik er heel

erg in sta.

I count my blessings.

Ik denk heel vaak van, goh, ik zou...

En ook wel als grapje dat ik denk,

ik zou wel fulltime schrijvers willen zijn.

O, wacht, ben ik.

Ik zou in een leuk, bijna middeleeuws oud

pand willen wonen.

In het centrum van een stad.

O, wacht, dat heb ik.

Ik zou wel heel veel vrienden...

Ik ben absoluut een gelukkig mens.

Het is dus toch wel een keuze.

Sommige mensen zeggen, kan je kiezen voor geluk?

Deels.

Deels dragen jouw keuzes bij aan.

Jouw geluk.

En jij hebt keuzes gemaakt.

Als geluk een doel is.

Het is ook een houding.

Het is een levenshouding.

Het is ook een houding.

Dus de manier hoe jij leeft maakt jou

gelukkig.

Zeker.

En daar kun je inderdaad best veel mee

doen.

Dus denk na over de dingen die goed

gaan.

Wees dankbaar voor de dingen die de omgeving

voor je doet.

En probeer andere mensen ook zoveel mogelijk te

bieden.

Mensen die veel geven van zichzelf, die zijn

een stuk gelukkiger.

Dus ja, ik ben het met je eens.

Het is minimaal deels ook gewoon een houding.

Doe je iets met dankbaarheid ook zelf?

In Amerika hebben ze dat what went well

idee ontworpen.

En ook best veel wetenschappelijk getest.

Ze zeggen tegen mensen je moet elke avond

drie dingen opschrijven die goed gingen die dag.

Het mag iets zijn waar je trots op

bent.

Het mag iets zijn waar je het tegenop

zag en dat mee viel.

Maar ook dankbaarheid.

Dingen waar je dankbaar voor bent.

En dat doe ik al jaren heel trouw.

En soms meer dan drie.

Maar elke dag even reflecteren op de dag

die achter me ligt.

En vaak ook de dag die komt.

Hoe ga ik morgen die dag in?

En dankbaarheid speelt er altijd een grote rol

in.

Het maakt je blij.

Het maakt je blij, ja.

Er gebeurt iets in je lichaam.

Ik heb dat zelf.

Als ik in bed lig, denk ik van

waar ben ik nou dankbaar voor vandaag.

Ik heb vanavond voor mijn vader gekookt.

Dat gaf mij een goed gevoel.

Het mogen kleine dingen zijn.

Soms denken mensen dat het heel groot moet

zijn.

Maar het was een prachtige dag toen ik

op stond.

En dan lig ik in bed vanavond.

En dan ga ik zo door die dag.

We hebben een mooi gesprek gehad.

Dit was mooi.

Dit was mooi.

Dat was een mooie dag.

En misschien stond ik ook wel een uur

in de file.

Maar I don't care.

Er zijn zoveel dingen die wel mooi zijn

in het leven.

En dan kom je weer bij waar is

die focus?

En als mijn focus voornamelijk is bij de

dingen die me blij maken.

Of waar ik dankbaar voor ben.

En natuurlijk is er een hoop rottigheid in

de wereld.

Voel ik dat veel minder.

En dan ga ik weer naar dat onderbewuste.

Dat stuurt mij dus een kant op die

mij weer blij maakt.

Zie ik dat juist of niet?

Ja, zo zie ik het ook.

Ja.

Kan je dan zeggen dat als iemand die

nu kijkt of luistert.

Denkt van mijn leven is echt helemaal ruk.

Want ik ben nooit blij.

En alles zit tegen.

En ik maak altijd de verkeerde keuzes.

Dan kan je er niks aan doen.

Maar dat is pech.

Want jouw onderbewuste stuurt jou die kant op.

Nee, dat geloof ik toch niet helemaal.

Want iedereen heeft natuurlijk ook wel periodes dat

dat minder gaat.

En geluk is ook niet.

Het betekent niet dat gelukkige mensen nooit verdrietig

zijn.

Ik bedoel, ook als je gelukkig bent.

Heb je op een gegeven moment gaan je

ouders een keer dood.

Weet je?

Natuurlijk ben je verdrietig.

Dus dat geloof ik niet.

Ik geloof dat je een deel in eigen

hand hebt en een deel niet.

En dat deel dat je in eigen hand

hebt.

Daar kun je van alles mee doen.

En een van de dingen die wij net

noemen is reflecteer op die dag die achter

je ligt.

Kijk naar de dingen.

Want ook als het even wat tegen zit.

Gebeuren er ook goede dingen op zo'n

dag.

Maar je moet ze wel zien.

Je moet er even aandacht aan besteden.

Want ze zijn er natuurlijk.

Niemand heeft een leven waarbij anders.

Als je in de gaten ligt.

Als je focus op die vier uur is

dat het niet goed gaat.

Dan is honderd procent niet goed.

Terwijl eigenlijk is die vier uur niet honderd

procent.

Het is maar een klein gedeelte.

Dus je moet dat hele scala blijven bekijken.

En ik merk wel dat het een keuze

is waar je die aandacht op richt.

En als jij altijd met het negatieve bezig

bent in jouw hoofd.

Dan maakt jou dat toch automatisch ongelukkig.

Dat kan niet anders.

Ja nee helemaal mee eens.

En ik blijf erbij.

Dat heb je echt voor een deel in

eigen hand.

Niet voor de volle honderd procent.

Sommige mensen zijn van nature wat meer pessimistisch.

Anderen wat optimistischer.

Maar je kunt wel degelijk je aandacht tot

op zekere hoogte sturen.

In de richting van de positieve dingen.

En dat helpt enorm.

Maar terug naar het allereerste boek wat je

toen schreef.

Toen dacht je ook heel veel wordt gewoon

gedaan.

Zonder dat wij er heel veel invloed op

hebben.

Als je dan naar mensen kijkt.

Die is heel succesvol geworden.

Of die heeft echt een geweldige carrière.

Of die fantastische relatie.

En die heeft al vier mislukte relaties achter

elkaar.

Zeg je dan.

Voor een heel groot gedeelte kan jij daar

niks aan doen.

Want dat overkomt je gewoon.

Nou het is een beetje ingewikkeld.

Ik denk als je echt op het diepste

filosofische niveau kijkt.

Dat je inderdaad een beetje moet concluderen.

Dat een echte vrije wil niet bestaat.

Maar we hebben wel zoiets als een onbewuste

wil.

Daar hebben we het om een gegeven moment

ook over gehad.

Als je beter weet wat je wil.

Dan gaat dat onbewuste voor je aan het

werk.

En die processen.

Die kun je echt wel voor een deel

sturen.

Maar zelfs de boodschap van dat eerste boek.

Het slimme onbewuste.

Is een mooi voorbeeld.

Ik schreef een boek waarin ik zei.

Weet je.

98% van.

Dat is een arbitrair getal.

Maar heel veel van wat we doen.

Is eigenlijk allemaal onbewust.

En daar kun je niet zo veel mee.

En het gebeurt.

Daar kun je op twee manieren naar kijken.

Je kunt dat vreselijk vinden.

En zeggen.

Ik wil de controle over alles hebben.

En dat bewustzijn.

Dat is de negatieve manier om naar de

boodschap te kijken.

De positieve manier.

En gelukkig had ik dat zelf in die

tijd ook al.

Ik vind het wel rustgevend.

Je hoeft je ook niet overal druk over

te maken.

Het is natuurlijk ook die oude wijsheid.

Als je je nou ergens zorgen over maakt.

De eerste vraag die je moet stellen.

Kun je er iets aan doen?

Ja of nee?

Als je er iets aan kan doen.

Moet je er iets aan doen?

Als je niks kunt doen.

Nou ja.

Moet je ook proberen er niet druk over

te maken.

Je kunt er toch niks aan doen.

En voor mij had dat eerste boek heel

duidelijk die boodschap van.

Ach het wordt allemaal netjes voor ons geregeld

door het onbewuste.

En dat is allemaal wel lekker.

Prima.

Maar goed.

Je moet wel.

Toch moet je.

Je kunt wel iets doen.

En om gelukkig te worden.

Moet je soms ook een beetje net doen.

Alsof je wel vrijwillen hebt natuurlijk.

Je moet wel proberen dingen een beetje te

sturen.

Wat je net zegt.

Heel veel dingen in ons leven op deze

planeet.

Daar kunnen we niks aan doen.

Daar hebben we nul invloed op.

Maak je daar niet druk.

Ik zeg dat altijd.

Maak je niet druk over al die dingen

waar je nul invloed op hebt.

Dat is soms natuurlijk lastig.

Maar het is wel het beste.

Ja dan zie ik dat nieuws af en

toe.

En dan denk ik van jongens.

Ja ik ga me er niet druk over

maken.

Want als ik dat doe.

Dat merk ik.

Dan kan ik heel boos worden.

Ja.

Want dan ga je doen.

Waarom doen ze dit en dit.

Ik ben nu een paar dagen bij mijn

vader.

En die zit de hele dag.

Zit die brieven naar Trump en Poetin te

sturen.

Want die is gewoon boos over alles.

Ja.

Ik zie het ook gebeuren.

Maar ik heb geen invloed.

Ik heb ook niet de illusie dat ik

daar iets aan kan veranderen.

Niet dat ik het negeer.

Maar ik ga mijn geluksgevoel op dat moment

niet laten afnemen.

Door wat ik op het nieuws zie gebeuren.

Nee maar wat jij volgens mij wel doet.

En ik doe dat ook.

En dat heeft niet een enorme invloed.

Maar is eigenlijk.

Kan ik er iets aan doen.

Je zegt eigenlijk van.

Je ziet dat allemaal.

Je zegt.

Ik kan er niks aan doen.

Maar toch doe je er natuurlijk wel wat

aan.

Want je organiseert een podcast.

Ik schrijf er een boek over.

Naar een nieuws samen.

Dus in zekere zin.

Probeer niet me in die boosheid te verliezen.

Snap je.

Nee dat doe ik ook niet.

En dat had ik vroeger wel.

Af en toe kan ik het moeilijk.

Dan is het moeilijk.

Ja.

Ja.

Ik heb wel eens.

Ik heb.

Ik heb.

Ja.

Af en toe is het moeilijk.

Omdat het nu ook wel heel extreem is

natuurlijk.

De dingen die je net vertelde.

Gaf je daar nou ook les in.

Vertelde je dat.

Tijdens de college.

Nou ik heb zeker.

Ik heb.

Ja.

Ja.

Ja.

Ik heb.

Ik heb.

Ik heb ook echt geluksles gegeven.

Cursus geluk.

Heel simpel.

Hoe heet je cursus?

Geluk.

Op de universiteit.

Op de universiteit.

Ja.

Wat eigenlijk.

Dit is toch gewoon bewustzijn.

Gewoon.

Leren te begrijpen wie je bent.

Waarom je denkt zoals je denkt.

Ja.

En zeker.

En ook allerlei.

Toch ook wel praktische handvatten.

Van.

Wat kun je nou doen.

Om die.

Om wat meer rust in je hoofd te

krijgen.

Wat kun je doen.

Om een wat meer.

Positievere.

Mindset te krijgen.

En zeker.

Dus het was altijd een combinatie tussen veel

theorie.

En.

Behoorlijk praktisch.

En.

En dan ook een combinatie tussen.

Nou.

Zeg maar.

Boeddhisme.

De oude Grieken.

Heel plat gezegd.

En de moderne wetenschap.

Wordt daar nog steeds les in gegeven?

Op die manier dan?

Heel eerlijk.

Dat weet ik niet.

Ik denk het wel.

Ja.

Volgens mij wel.

Ik vraag me dat soms af.

Als ik dan naar studenten kijk.

Of naar de samenleving.

Dan denk ik van.

Ja.

Volgens mij.

Heb je dat nooit geleerd.

En dan kan niemand je dat kwalijk nemen.

Maar.

Wat jij nu vertelt.

Als je dat aan iedereen uitlegt.

Ja.

Dan moeten mensen toch anders met zichzelf omgaan.

Ja.

Ik heb.

Ben ik met je eens.

Er verschijnen natuurlijk wel veel boeken over.

Maar ik zou.

Ik heb ook wel eens geijverd hoor.

Die eerste jaren.

Nadat ik op naar geluk had geschreven.

Voor.

Ja.

Een grotere rol voor geluk in het leven.

Ik heb ook weleens een groep mensen geholpen.

Met het ontwikkelen van een lesprogramma.

Voor.

Geluk.

In de.

Voor.

Voor.

Wat is het?

Het is een groep.

7 en 8.

11 en 12 jarigen.

De hoogste klasse van de basisschool.

Ja.

Ik denk inderdaad.

Dat je mensen.

Dat je geluk voor een deel.

Kunt.

Leren.

Dus doseren.

En dat kun je eigenlijk.

Ik denk dat die groep.

11, 12.

Dat dat een beetje het begin is.

Ik heb.

Ooit met mijn partner.

Ook een kinderboek geschreven.

Tussen je oren.

En daar.

Ben je heel trots op.

Las ik.

Op dat boek.

Ik vind het.

Ik vind dat.

Ik vond het ook geweldig leuk om te

doen.

Ja.

Maar daar staat ook één hoofdstuk in over

geluk en dat is voor kinderen van 10

ongeveer.

Ik denk dat je dan ongeveer best wel

kunt beginnen.

Het moet niet het rekenen gaan vervangen.

Het hoeft ook niet heel groot te worden.

Het moet ook geen levensdoel zijn, vind ik.

Nee, het moet ook geen levensdoel zijn.

Maar vergis je niet, het eerste georganiseerde onderwijs,

dat was zowel onder de Grieken als met

de Boeddha, dat ging over hoe je moet

leven om gelukkig te zijn, om een goed

leven te leiden.

Dat is niet helemaal hetzelfde.

Zo is het onderwijs begonnen.

Even los van rekenen en schrijven en al

die dingen die belangrijk zijn.

Ik denk dat dit fundamenteel belangrijk is.

Ik ben liever gelukkig als mens met hoe

en wat ik doe en wie ik ben,

dat ik kan lezen en schrijven.

En dat laatste moet je wel kunnen.

In onze wereld wel natuurlijk.

Maar als ik kan lezen en schrijven en

ik ben vervolgens doodongelukkig omdat ik alleen maar

ellende lees, dan kan ik dat misschien beter

niet kunnen.

Ik ben nu een oud boek aan het

lezen van Ray Bradbury, Fahrenheit 451.

Het gaat allemaal over een maatschappij waar boeken

meteen worden verbrand als ze gevonden worden, want

die maken je maar ongelukkig.

Voor schrijvers is het niet fijn om te

weten.

Maar soms maakt lezen je ook wel in

de war.

Stel je voor dat je al het nieuws

niet meer kunt lezen, dat je die kop

van Trump ziet, maar dat je niet kunt

lezen wat eronder staat.

Mag je het zelf invullen.

Ik wil nog twee korte dingen, dan gaan

we bijna afsluiten.

Want dat kinderboek wilde ik toch even over

hebben.

Wat zou je kinderen willen meegeven?

Laten we zeggen 10, 12 jaar of 8.

En wat zou je andere discipline die ouders

willen meegeven?

In beide gevallen wel ongeveer hetzelfde.

Het praktische is misschien een verschil, maar dat

echt sociaal contact met andere mensen is de

grootste bron van geluk en ook van gezondheid.

Dus het aangaan van betekenisvolle relaties met anderen,

van vriendschappen, dat is iets dat onder druk

staat.

Vooral vanwege sociale media en de smartphone.

Het begint met bewustzijn dat je in ieder

geval weet dat het zo werkt.

En dat je echt moet oppassen dat je

niet bijna het echte contact verandert in schermcontact.

Want het is een enorme aderlating.

En ouders ook, let op je kinderen, maar

geef ook het goede voorbeeld.

Er zijn natuurlijk ook ouders die de hele

tijd op hun eigen smartphone zitten, op de

bank waar die kinderen nog bij zitten.

Nee, wacht maar tot ze naar bed zijn.

Dat is echt een...

Het is moeilijk.

Het is moeilijk, dat snap ik ook.

Onze dochter is nu vijf maanden.

En wij hebben een soort regel van geen

laptops, geen telefoons waar zij het kan zien.

Dat is verdom moeilijk.

Ik ben de hele dag aan het werk.

Maar die telefoon is makkelijker weg te leggen.

Maar als ik die telefoon pak, dan zie

ik die oogjes, die zijn echt geobsedeerd van

dat apparaat.

Snelle beelden, misschien een fel kleurtje.

Het is vijf maanden.

Dus blijkbaar zit er een aantrekkingskracht in.

Dat ik denk, dit is bijna gevaarlijk.

Dus daar moet je heel erg bewust van

zijn, dat je daar voorzichtig mee omgaat.

Er is zelfs al een term voor, die

heet techno interference.

En wat je ziet, is dat kinderen bepaalde

non-verbale signalen minder snel leren dan vroeger.

Omdat ze, als ze bijvoorbeeld een wandeling maken

met ouders, dan kijken ze niet meer naar

de ouders.

Maar ze kijken naar een hand met een

scherm hier.

Terwijl dat contact, een glimlach wordt beantwoord met

een glimlach.

Dat is heel erg belangrijk op een bepaalde

leeftijd.

Dus het begint ook echt al heel vroeg.

Tot slot.

Deze podcast gaat over rust in je hoofd.

We zijn begonnen omdat ik dacht, iedereen is

in de war.

Wat kunnen we doen om meer rust in

ons hoofd te krijgen?

Jij schrijft ergens, een van de dingen die

ons juist heel onrustig maakt is dat we

denken.

Dat we denken, dat we denken.

Maar wat zijn nou de adviezen die je

dan zou willen meegeven om wel meer rust

te kunnen creëren?

Nou, toch eigenlijk een hele simpele is wel.

We hebben het eigenlijk al een beetje over

gehad.

Neem s'avonds die tien minuten of een

kwartier om even te reflecteren op de dag

die achter je ligt.

En wat je niet moet doen, is teveel

met die smartphone.

Leg die op tijd weg.

Neem die niet mee naar de slaapkamer.

Iedereen weet het.

Je kunt hem ook opladen op je...

Ja, 90% neemt hem ook mee naar

de wc tegenwoordig.

De gemiddelde telefoon is viezer dan een gemiddelde

wc-bril, heb ik laatst ergens gelezen.

Maar ik weet niet of dat een keiharde

wetenschappelijke...

Ja, dus doe dat minder.

Ja, en wat ik zelf doe en wat

ik meer mensen aanraad...

En daar krijg ik heel veel voor terug.

Heel veel positieve reacties.

Ga lopen.

Wandelen.

Ja, wandelen.

Ja, je mag ook fietsen of sporten.

Maar neem die tijd om...

Dat scheelt echt zoveel.

Je hoeft niet altijd aan te staan.

Gebruik die tijd om lekker te sudderen in

je hoofd.

Je hoeft niet altijd bezig te zijn.

Nee, precies.

Als we dan toch met z'n allen

geen 40, maar 32 of zelfs 24 uur

gaan werken...

Ga dan in ieder geval lekker lopen.

Dat doe je met je tijd.

Ja, precies.

Of drink een goed glas wijn.

Of drink een goed glas wijn.

Als je dat lekker vindt.

Ja, zeker.

Dank je wel.

Graag gedaan.

Erg leuk je ontmoet te hebben en dank

voor je wijsheid.

Dank je.