Oral History Universiteit Twente

In deze eerste aflevering van de Oral History Podcast duiken hosts Lisanne Blommers en Caitlin Bakker in het verhaal achter het Oral History-project van de Universiteit Twente. Ze gaan in gesprek met initiatiefnemers Wiljan Puttenstein en Marjan Beijering over het waarom, hoe en wat van dit bijzondere project.

Wat is oral history eigenlijk? Waarom is het belangrijk om persoonlijke verhalen vast te leggen? En wat kom je allemaal tegen als je een dergelijk project opzet binnen een universiteit?

Daarnaast krijg je alvast een voorproefje van de interviews met onder anderen Ellen van Oost en Martin Louwers.

• Introductie van de podcast en het project
• Gesprek met Marjan Beijering en Wiljan Puttenstein
• Waarom oral history belangrijk is voor de UT
• Vooruitblik op toekomstige afleveringen en interviews


Luister de volledige gesprekken hier:
Ellen van Oost
Martin Louwers (†)

Meer informatie:
Canon van de Universiteit Twente
Geschiedenislab



Wil je op de hoogte blijven van nieuwe afleveringen? Abonneer je dan in je favoriete podcast-app en volg het project via de kanalen van de Universiteit Twente.

What is Oral History Universiteit Twente?

Podcast over de geschiedenis van de Universiteit Twente

In deze podcastserie duiken we in de vroege geschiedenis van de Universiteit Twente, toen nog bekend als de Technische Hogeschool Twente. Je hoort persoonlijke verhalen van alumni en oud-medewerkers, rechtstreeks afkomstig uit ons Oral History-project. De interviews, afgenomen door voormalige UT-medewerkers, leveren waardevolle en vaak nieuwe inzichten op in het studentenleven op de campus in de beginjaren. Ga mee terug in de tijd en ontdek de wortels van onze universiteit.

In februari 2024 werd de eerste fase van het Oral History Project succesvol afgerond. Sinds medio 2023 zijn 21 alumni geïnterviewd die tussen 1964 en 1973 aan de Technische Hogeschool Twente studeerden. De interviews zijn gehouden door Marjan Beijering (externe projectleider), in samenwerking met een enthousiaste groep vrijwilligers – allen oud-medewerkers van de UT en lid van GEWIS – en Martin Bosker van het Videoteam. Het project staat onder supervisie van Wiljan Puttenstein, afdelingshoofd LISA-ADM.

Caitlin Bakker en Lisanne Blommers, studenten Communicatiewetenschap aan de faculteit BMS, maken op basis van deze interviews een serie podcasts.

In juni 2024 is fase twee van het project van start gegaan. Hierin worden oud-studenten geïnterviewd die in de periode 1974–1986 aan de UT studeerden.

Meer informatie over het academisch erfgoed van de Universiteit Twente is te vinden op deze pagina:

https://www.utwente.nl/oralhistory

Als een oase van rust bleef het landgoed Drienerlo ongerept de noordkant van de weg Enschede-Hengelo beheersen.

Welkom bij de podcast over de geschiedenis van de Universiteit Twente.

Toen nog bekend als de TH of THT.

In deze serie hoor je verhalen van oud-studenten en medewerkers rechtstreeks uit ons oral history project.

Ga mee terug naar de beginjaren van de campus en ontdek de wortels van onze universiteit.

Welkom bij de allereerste aflevering van de Oral History Podcast.

In deze eerste aflevering bespreken we hoe het Oral History Project op de UT is begonnen,

waarom zo'n project zo belangrijk is en hoe de interviews ontstaan zijn gekomen.

Wij zijn jouw host, Caitlin en Lisanne. Caitlin, stel jezelf eens voor.

Ja, ik ben Caitlin Bakker, ik ben 28 jaar en ik doe momenteel de Master Communication Science hier aan de universiteit.

Daarnaast heb ik een vrij actief studentenleven.

Ik heb in mijn beginjaren bij studentenvereniging Audentis gezeten.

Daar heb ik ook meerdere commissies gedaan.

En momenteel zit ik nog steeds bij een onafhankelijk damesdispuut, genaamd Serases.

Tof. En woon je ook zelf op de campus?

Nee, in het centrum van Enschede.

Oké, ook leuk.

Mijn naam is Susanne, ik ben 23.

Ik doe ook de studerichting Master Communication Science.

Ik heb hiervoor een hbo gedaan.

Dus qua bachelor eigenlijk niet zo heel veel ervaring op een universiteit.

überhaupt. Ik zit

bij de studievereniging Communiqué

en heb daar ook in de Promotion

Committee en de Culture Committee gezeten.

Verder doe ik geen studentenverenigingen, dus

daar verschillen wij een beetje.

Ik wil zelf

ook niet op de campus,

maar wel super interessant wat

er allemaal op de campus gebeurt. Ik vind het hartstikke leuk hier, dus

dat is onze achtergrond

een beetje. En wij zijn bezig met deze

podcast voor het oral history project.

We zijn voor gevraagd of in ieder geval, er is een bericht

uitgezet en wij vonden het

Hartstikke leuk om een podcast te gaan maken.

Dus daar zijn we nu mee begonnen.

Ja, en dat doen we natuurlijk niet alleen.

We hebben vandaag twee gasten.

Marjan Beierink en Wiljan Puttenstein.

Wiljan, hoe ben jij betrokken geraakt?

Ja, ik werk bij de Universiteit Twente als hoofdarchief van documentmanagement.

En toen de UT zo'n 60 jaar bestond, een paar jaar geleden.

Toen kregen we van het Universiteitsfonds de vraag van...

We willen graag wat geld beschikbaar stellen wat er in relatie heeft met de geschiedenis van de UT.

Toen heb ik een aantal onderwerpen op papier gezet met wat voorstellen.

En een van die voorstellen was om een oral history project te starten.

Daar werden ze heel enthousiast van.

Daar kregen we een mooi bedrag voor van 60.000 euro.

En dus mijn rol hierin is vooral als opdrachtgever en ook als medetrekker van het project.

En dan hebben we Marian. Marian is van het Geschiedenislab en werkt mee aan meerdere oral history projecten door het hele land.

Marian, hoe ben jij betrokken hebben geraakt bij dit project?

Ja, ik werd gewoon gebeld op een dag. Ik werk voor mezelf in het Geschiedenislab.

Dus ik ben een zelfstandig historicus. Ik doe heel veel oral history projecten, zoals je al zei.

En het was of Maries of Wiljan die belde en zei kunnen we een keer overleggen om te kijken wat je hier zou kunnen doen.

Oké, nice. Dankjewel.

We hebben het nu al een paar keer gehoord, Oral History.

Het Oral History project is in 2023 op de UT begonnen.

Het gaat in principe over verhalen van oud-studenten, oud-medewerkers.

Wat is nou Oral History eigenlijk precies?

Marjan, kan je daar iets over uitleggen?

Oral History is een manier van interviewen, van gesprekken voeren over het verleden.

En het doel daarvan is dat je eigenlijk bronnen vormt.

Dus dat je zorgt dat de gesprekken die je vormt ook het archief in kunnen.

En vaak gaat het daarbij dan om onderwerpen die op een andere manier onderbelicht blijven in de geschiedenis.

Omdat er gewoon geen schriftelijke bronnen van zijn.

Dus je ziet traditioneel in Nederland is oral history ook een beetje begonnen met vrouwengeschiedenis.

Je ziet dat vrouwen niet goed vertegenwoordigd zijn in archieven.

En de enige manier of een manier om dat te veranderen is die vrouw het interviewen en te zeggen hoe was dat? Kun je iets vertellen over die geschiedenis?

Ja.

En daarbij is het dan zo, kijk oral history levert dan niet gelijk allerlei feitelijkheden op, maar gaat ook heel erg over hoe hebben mensen een geschiedenis beleefd?

Vanuit welk perspectief kijken zij naar de geschiedenis?

En dat was in dit geval natuurlijk ook heel interessant, omdat er heel veel bekend is over de universiteit.

Maar het is natuurlijk interessant dat de universiteit in 1964 is gestart met allerlei idealen.

Dat is de eerste campusuniversiteit in Nederland.

Daar is van alles over geschreven en daar is ook heel veel archief over.

Maar hoe studenten het nou daadwerkelijk vonden hier, daar was eigenlijk nog niet zoveel over bekend.

Ja, en je zegt ook het gaat over de ervaringen en een manier is om die mensen aan te spreken.

Dus het kan eigenlijk alleen maar met dus vrij recente dingen eigenlijk.

Ja, want oral history gaat altijd over ervaringen uit de eerste hand.

Ja, dat is eigenlijk wel jammer dat je niet dan nog even verder terug kan.

En je haalde al een beetje aan wanneer de universiteit is begonnen en welke idealen er, of dat er idealen aan hingen.

William, wat is nou zo belangrijk aan dit oral history project, juist voor de UT?

Wat het belang is in die zin is dat de universiteit natuurlijk nu ruim 60 jaar bestaat, dus ook veel meer geschiedenis heeft nu.

En dat ook steeds meer belangstelling komt, ook vanuit medewerkers, vanuit studenten, voor de geschiedenis van de UT.

Hoe is dat ontstaan?

En dan merk je dat die geschiedenis en wat er allemaal gebeurd is...

en wat er allemaal aan bekende wetenschappers hebben gestudeerd...

dat we dat ook kunnen gebruiken, die geschiedenis, om de UT te promoten.

Om te laten zien, in Twente gebeuren er hele belangrijke dingen ook.

Er is veel belangrijk onderzoek gedaan.

Plus er zijn mensen die later belangrijk zijn geworden, die hier gestudeerd hebben.

Die hele bijzondere uitvindingen hebben gedaan.

Om een voorbeeld te noemen, de persoon die ooit de wifi heeft uitgevonden, die heeft wel hier gestudeerd op de campus.

Dus dat is heel leuk om dat te merken.

We hebben ook sinds een tijdje een kanon op de website.

En dan zie je ook wel wat voor bijzondere mensen hier allemaal gestudeerd hebben.

En dat geeft ook een bepaalde dynamiek aan deze organisatie.

Je zegt, om de UT een beetje te promoten, denk je dat een nieuwe student hier ook lekker op aanslaat?

is dat een van de doelen?

Ja, je kunt juist

je geschiedenis

gebruiken ook om de universiteit te promoten

ook om studenten te werven of zo van, kom hier

studeren, want hier is er al

heel veel gebeurd en jij kunt daar ook onderdeel van worden

van die, en natuurlijk

andere universiteiten hebben ook een soort gelijke

of soms een hele

geschiedenis van honderden jaren

die gebruiken dat ook vaak om te laten zien

hier hebben dit soort mensen gestudeerd, maar

je weet kun jij later ook wel beroemd worden

Ja, dat is inderdaad, want dat vond ik zelf ook heel interessant in de interviews.

Dat niet alleen hebben veel mensen gestudeerd die later bijzondere dingen gedaan hebben.

Maar wat echt in die geschiedenis zit, is dat er zo'n enorm actief verenigingsleven en campusleven was.

Dat van studenten ook echt gevraagd werd van, als je hier komt studeren, moet je wel meehelpen om een vereniging op te zetten.

Of om te zorgen dat we hier echt een interessante studiegemeenschap.

Of studentengemeenschap krijgen.

En dat zie je eigenlijk nog steeds terug.

Ik spreek ook wel eens een jonge student die dan zegt.

Of iemand die veel later is afgestudeerd hier.

Die dan zegt.

Dat vond ik gewoon heel bijzonder in Twente.

Dat er zoveel verenigingen is.

En dat er zo'n groot aanbod is van alles wat je kan doen.

En dat is leuk om te horen hoe dat zo gekomen is.

Zeker.

Ja, en ik vind het ook echt een hele community hier.

Dat hoor ik van andere studenten die in andere steden.

Dan zit het, hier is het echt een community.

Je hebt een eigen supermarktkapper.

Je hebt gewoon alles wat je nodig hebt op de grond van de universiteit.

En ik denk dat wij daar ook heel in die kind zijn.

Ja, ik heb natuurlijk hiervoor dan HBO gedaan.

Dus niet echt een campusleven nog meegemaakt.

Maar het voelde zo vet meteen om hier te komen.

Ja, dat alles hier aanwezig is.

Ja, voelt heel nice.

En wat dit project ook heel boeiend maakt ook is.

Is dat juist de eerste generatie studenten nog leeft.

Een deel daarvan leeft nog gewoon.

Dus we kunnen nog steeds mensen vragen.

Hoe was dat toen?

De eerste, allereerste dag.

Dat koningin Juliana het lintje doorknipt.

De wijze van spreken.

Sommigen waren erbij.

Dus dat is heel mooi.

Omdat we nu nog de mogelijkheid hebben.

Om die eerste generatie.

Om die gewoon te vragen.

Hoe was dat toen?

Dit is het moment om dit project nu te starten.

Ja, klopt.

Ik vind het wel mooi dat je dat aanhaalt.

Want er zijn natuurlijk studenten.

Die zijn begonnen met studeren in 1964.

Dus dat zijn de allereerste studenten.

En in de podcast komen dus ook mensen naar voren.

Die de allereerste studenten zijn eigenlijk.

En hoe worden eigenlijk dan die geïnterviewden uitgekozen?

We hebben met onze projectgroep naast Marjan en ik.

We hebben ook een hele groep oud-medewerkers.

Die als vrijwilliger deelnemen aan dit project.

En studenten interviewen, die hebben zelf een heel netwerk.

Dus we hebben eerst een flinke groslijst gemaakt van studenten die we kennen.

Ook het alumnibureau is erbij betrokken.

Met Maurice Essers.

waardoor we al een hele grote lijst met namen hadden

en daarmee

en vervolgens hebben we gekeken van ja we willen natuurlijk

een verdeling hebben tussen man en vrouw

ook al waren er toen natuurlijk veel meer mannen dan vrouwen

hier op de UT in de jaren 60

we kijken naar welke opleiding proberen we

wat goede keuze in te maken

maar ook wel studenten

die later bekend zijn geworden

of mensen die eigenlijk helemaal niet bekend zijn geworden

maar ook hier hebben gestudeerd

om daar min of meer wat evenwichtige

verdeling in te krijgen

En daar heeft mijn naam ook Marian heel erg scherp op gestuurd.

Ja, want jij hebt zelf ook...

Nou ja, misschien is het leuk om daar iets over te vertellen.

Mijn allereerste interview was met iemand die echt een student van het eerste uur, Leen Noord, zei.

En dat is natuurlijk wel iemand die wel vaker ook geïnterviewd is.

Maar wat ik bijvoorbeeld heel leuk vond was dat hij, en dat geeft ook wel aan wat dan het waarde is van oral history denk ik, dat in veel interviews gaat het ook over de democratisering op de universiteit.

En hij vertelde erover, hij was zelf wat ouder en hij had zoiets van, nou allemaal prachtig hoor die democratisering.

Maar al dat gepraat dat je s'morgens eerst eindeloos moest koffie drinken voordat je überhaupt iets kon gaan doen.

Dat vind ik dan een heel leuke invalshoek.

Dat hoor je niet als je alleen maar de standaard archieven leest.

Of de standaard verhalen.

Dan hoor je dat gewoon niet zo snel.

Dat is wel een mooi voorbeeld.

Terwijl je dan ziet van studenten die later gingen studeren.

Of net iets later.

Dan is er alweer heel veel veranderd.

Dat scheelt maar een paar jaar soms.

Klopt ja.

We zijn nu bezig met een podcast over dit project.

Het was het eerste project.

Mensen die geïnterviewd werden.

En toen is er besloten om een podcast van te maken.

Marjan, ik begrijp dat jij hier ook een beetje een hand in had.

In de podcastvorm, zeg maar.

Ja, nou ja, ook omdat we hebben nu eigenlijk een hele collectie interviews.

Van de eerste lichtingen.

Of interviews met eerste lichting studenten.

Nou, dat zijn hele uitgebreide interviews.

Want dat is ook wel een kenmerk van oral history.

Het is niet een journalistiek interview.

Waar je zo snel mogelijk interessante quotes uithaalt.

Maar je probeert echt met iemand mee in het geheugen te gaan.

En te kijken, hoe was dat toen?

En kan je je nog herinneren hoe die eerste dag was?

En hoe voel je je als student hier net op de campus terwijl je niemand kende?

Dus dat zijn altijd gesprekken die zeker één of twee uur duren.

Soms zelfs langer.

Nou, dat is heel mooi dat die hele collectie nu op de website staat.

Maar ik verwacht niet gelijk dat mensen dan al die interviews helemaal gaan beluisteren.

Nee, toch niet?

Het is in die zin ook echt bronmateriaal.

Dus we hopen heel erg dat het geschikt is voor onderzoek.

Dus ik dacht, nou het is wel mooi.

Of ik en Martin Bosker en Wiljan.

Het is heel mooi als we studenten van nu, jullie, jonge studenten, vragen.

Kunnen jullie nou eens naar die interviews kijken?

En kijken wat volgens jullie interessant is.

Wat jullie eruit pikken.

En daar podcasts over maken.

En ik hoop dan ook dat die heel goed beluisterd worden door de studenten van nu.

Dat hopen wij natuurlijk ook.

Ja, dat is wel het doel.

We hebben net ook al een aantal thema's voorbij horen komen.

We hebben nog natuurlijk veel meer thema's in de aflevering die nog komen.

Hoe ben je nou eigenlijk een beetje of zijn jullie op die thema's gekomen?

Wij hebben natuurlijk ook meegedacht, Caitlin en ik.

Maar jullie hadden al een opzetje gemaakt.

Ja, we hebben gewoon eigenlijk heel goed geluisterd naar wat het meest opvallende was uit die verhalen.

Want weliswaar zijn die groep interviewers, die kent zelf de interviewer.

Die kent zelf de geschiedenis goed.

En je bereidt die interviews altijd wel voor.

Maar eigenlijk zijn het hele open gesprekken.

En hebben we gewoon gekeken van wat zijn nou.

Als je met elkaar overlegt van wat komt er uit jouw interview.

Wat komt er uit jouw interview.

Wat zijn nou de interessante thema's die dan naar boven komen.

Dat bleek gewoon dat bijvoorbeeld die verenigingen.

De manier waarop er onderwijs werd gegeven.

vrouwen is een heel interessant onderwerp

de protesten

de democratiseringsbewegingen

die er zijn geweest op de universiteit

dat zijn echt thema's die zo gaandeweg

naar boven kwamen

dat komt in heel veel gesprekken wel aan de orde

dus we dachten

dat zijn dan ook de dingen waar we

podcast over moeten maken

ja mooi

ja en hebben jullie ook gemerkt

dat het vlammetje voor de UT

weer ging branden bij de interviewee

Jij hebt één persoon geïnterviewd of waren het meer?

Ja, ik heb één persoon inderdaad geïnterviewd.

Die ons min of meer in de schoot werd geworpen.

Omdat ik van een collega te horen kreeg van...

mijn buurman heeft aan de UT gestudeerd en die heeft nog een verzameling oude foto's.

Die wilde graag vanaf.

Dat bleek dus iemand te zijn die inderdaad aan de UT had gestudeerd.

En die ook toen ik vroeg van zou die geïnterviewd willen worden.

Ook dat aan mee willen doen.

Nou, dat wilde hij heel graag.

Daar kan ik straks nog wat over tellen.

En dan merk je dat bij zo'n persoon toch inderdaad, als hij er eens even over nadenkt, heel veel herinneringen boven komen.

En dan met heel veel warmte terugdenkt aan zijn tijd op de UT.

In mijn geval, de persoon die ik interviewde had helemaal niet zo lang hier gestudeerd.

Had ook de studie niet afgemaakt.

Maar had toch best wel een, ja, stond er met heel veel dingen nog en herinneringen nog levendig voor de geest.

Dus dat was heel leuk om dat te zien.

Ook al vertelde hij aan mij toen dat hij na die tijd eigenlijk nooit meer hier was geweest.

Oh nee.

Allerlei omstandigheden, maar dat is wel grappig om te horen.

Maar dat had niks met uw thee te maken.

Ja, zo gaat het in het leven soms.

Maar wel echt heel veel nog wist van de periode dat hij hier had gestudeerd.

En wat maakt dan voor jou...

Jij hebt hier zelf niet gestudeerd, maar je weet wel heel veel van de geschiedenis af.

En wat maakt dan voor jou van verhalen van anderen of wel je eigen perspectief?

Wat maakt dan voor jou de universiteit uniek?

Ja, ik denk inderdaad wat we al genoemd hebben.

Dat het campusleven dat dat hier is.

Dat is echt uniek in Nederland.

Ook al hebben andere universiteiten, noemen we het ook wel eens campus.

Ik heb zelf in Amsterdam aan de Universiteit van Amsterdam gestudeerd.

Een hele andere omgeving uiteraard.

Maar bijvoorbeeld mijn zoon heeft hier wel gestudeerd.

En die heeft hier ook op de campus gewoond.

Ook met zijn, nu zijn vrouw, maar ook zijn vrouw hier leren kennen.

dus ja dan kun je dat wel merken

ook in hoe je eigen

zoon dat beleeft hier

en als je dat dan legt naast de verhalen van

de studenten van toen denk je van ja

dat is nog steeds eigenlijk

dat campusleef je hebt hier alles

kijk natuurlijk de eerste groep studenten

was zeker in het begin jaren verplicht om hier te wonen

dat is er natuurlijk niet meer

dus men heeft mijn mag gewoon

geen slagbomen meer voor de

tenminste niet overal meer ze staan er nog wel

maar op sommige plekken nog

maar dan zie je dat dat eigenlijk nooit veranderd is

voor studenten. Het leven hier op de campus,

de voorzieningen die er zijn.

Natuurlijk zijn er wat veranderingen geweest.

Vroeger was hier een boekhandel, nu niet meer.

Maar ja, dat is gewoon de tijd natuurlijk.

Ja, met de tijd verandering. Ja, wat je ook zei met de

slagbomen, dat komt ook terug in de aflevering

over campusleven.

Dus daar zullen we binnenkort wel meer over horen.

Ik heb daar dus nooit over nagedacht.

Ik fiets inderdaad wel eens langs die slagbomen.

En ik heb nooit nagedacht, oh, waarom staan hier eigenlijk?

En inderdaad, als je dat in die interviews ook weer terug hoort,

dat s'avonds gingen de slagbomen

dan dicht of zo, dan kon je er

Iets in de richting?

In die tijd wel, ja.

En nu staan ze er vooral om te voorkomen dat er wat sluipverkeer ontstaat.

Dat mensen de campus gebruiken als sluiproute naar richting Hengelo of zo.

Maar je kunt nu natuurlijk vrij de campus op.

En op heel veel plekken kun je er ook weer vanaf.

Ja, iets waar ik echt nooit over nagedacht.

Wiljan en Marjan, jullie hebben allebei ook jullie favoriete quote meegenomen...

uit het interview wat jullie zelf hebben gedaan.

Marjan, je hebt al meer interviews gedaan, maar je hebt er eentje uitgekozen.

Zullen we bij jou beginnen, Marian?

Jij hebt een quote van Ellen van Oost.

Wil je daar nog een introductie op geven?

Of zullen we van geluisteren?

Ellen van Oost kwam studeren in 1972.

En was toen een van de weinige meisjes of vrouwen die hier studeerden.

Ging studeren.

En ze vertelt daar ook over, heel uitgebreid, over waarom dat bijzonder was.

Die keuze, want er waren weinig vrouwen die kozen voor een beta-studie.

En ze vertelt dan ook hoe lastig ze het soms vond om echt een uitzondering te zijn in de collegebanken.

En wat ik bijzonder vond, ik vond eigenlijk het hele interview bijzonder.

Ook omdat zij juist in het begin een beetje dacht van nou die techniek meisjes daar heb ik eigenlijk niet zoveel mee.

En later is jij, als medewerker van de universiteit, heeft ze juist heel veel gedaan voor vrouwen en techniek op de campus.

Dus een interessante carrière.

Nou ja, dat vond ik dan inderdaad gewoon niet leuk.

Dat was een...

Dat hoor je vaak inderdaad ook...

Je benadrukt op het moment eens aandacht op jou gericht.

Maar ook op het feit dat jij de enige bent.

Want hij was echt zo de hele tijd aan het kijken of er misschien nog meer zaten.

Dus daarmee wordt eigenlijk gewoon weer de norm van in de collegezaal.

Ook voor al die jongens.

Nou oké, elektrotechniek is voor mannen.

Maar af en toe heb je van die gekken die er verdwaald tussen zitten of zo.

Met dat soort dingen worden normen gecreëerd.

Maar dat heb je op dat moment nog niet in de gaten.

Het is meer dat je dan die aandacht die dan helemaal op jou zat.

Zo te kijken.

En dan wordt een beetje gelachen.

Wat moet je dan doen? Meelachen.

Boos worden.

Daar had ik echt ook geen antwoord op.

Nog steeds niet, denk ik.

Dus dat...

Nee.

Dat is ook een heel bekend mechanisme.

Dat hebben ze ook met meisjes in wiskunde.

Dat is ook zoiets van...

Meisjes zijn zo van, we can do it.

Meisjes zijn even goed in de wiskunde.

But I can't.

Ik kan dus geen wiskunde.

Dus een beetje die, dat soort omkering.

Als groep heb je een bepaald beeld.

Vrouwen zijn best mondig.

Vrouwen zijn best even slim als mannen of zo.

Maar ik wil toch maar het liefst gewoon bij de kinderen thuis zitten.

Vrouwen moeten een carrière maken.

Maar ik vind het toch wel heel erg leuk om...

Ja, dit was dus Ellen van Oost over normen die gecreëerd worden.

Ja, zij vertelt eigenlijk hoe lastig het soms was dat ze toch heel erg een uitzondering was.

En dat dat dan iedereen dat misschien ook wel leuk vond.

Maar dat het feit dat je een uitzondering bent, dat ze dat wel eens lastig vond.

Dat je zo in een collegezaal eruit gepikt wordt.

Ja.

Ja, dit is dan juist ook als jij eerst zegt van oral history gaat over verhalen die normaal niet helemaal verteld worden of niet groot in de documentatie meekomen.

Dan is dit daar echt wel een goed voorbeeld van.

Ja, dat is wel een voorbeeld van denk ik.

Ja, juist over die vrouwen inderdaad.

Ja, want als je dan echt in de traditionele geschiedenis zou kijken, dan komen die vrouwen eigenlijk pas in beeld op het moment dat zij zelf daar activiteiten voor gaat ontwikkelen.

Maar echt die ervaringen van die eerste vrouwen.

En we hebben ook vrouwen gesproken die in 64 al hier begonnen waren.

Ja, dat krijg je alleen maar als je ze opzoekt en gaat vragen hoe was dat.

Ja, zeker.

Tot zover even jouw quote denk ik.

Dan gaan we naar die van Wiljan.

Je had er eentje van Martin Lauwers.

Wil je daar nog iets over introduceren of zullen we gewoon gaan luisteren?

Nou misschien is Martin Lauwers een mooi voorbeeld van iemand die we nog hebben kunnen interviewen.

Ik heb hem in 23 geïnterviewd en hij is een jaar later overleden.

Daarom is het heel mooi dat we juist zijn herinneringen nog hebben van de periode dat hij gestudeerd heeft.

Ja, wel verdrietig inderdaad dat sommige geïnterviewden al ontvallen zijn.

We gaan luisteren naar zijn quote.

En wij zeiden op een gegeven moment tegen elkaar, we moeten zorgen voor wat spulletjes.

En wat willen we? Nou, we willen wel sigaren.

Hoe komen we aan sigaren?

We hadden intussen ook een lustige mannetje, herkenbaar.

Dat was een mannetje met een bolhoed op en een grote neus.

En ze zei tegen mij, maar jij kan dat mannetje wel spelen.

Die had ook een bepaalde naam.

Ja, Theo Doortje.

Dus hoofdletter T, hoofdletter H en dan Oortje.

Theo Doortje van de TH.

Waar zit er een sigarenfabriek?

Ja, in Tilburg, Willem II.

Oh, Willem.

Oh ja, kom maar.

Dus wij in dat autootje naar Willem II.

Cigaren vonden ze een leuk idee.

En het cigarenbandje werd dus speciaal voor ons gemaakt.

Met daarin, in plaats van Willem II, een afbeelding van Theodortje.

Dus wij kregen een stafel cigarendozen uiteindelijk.

die reis hebben we gecombineerd met DAF

we zijn bij DAF geweest

maar ja, DAF vond het wel leuk

maar wat moest DAF ons nou geven?

nou geld is ook goed

dus wij kregen geld

van DAF, de gemeente Enschede

de gemeente Engelhoek kregen we geld

van de Gros

ja, dit was Martin Lauwers over het Lustrumjaar

en de merchandise die ze daar allemaal

uit allerlei hoeken vandaan haalde volgens mij.

Waarom is dit nou jouw favoriete stuk dan uit het interview?

Het gaat om het eerste lustrum in 1966.

De universiteit bestaat sinds 1961.

Ook al kwamen de eerste studenten in 1964.

Dus ook in 1969 is een lustrum gevierd.

Maar uiteindelijk is toch 1961 het officiële jaar geworden.

En vieren we steeds om de vijf jaar dat weer het lustrum.

Wat het mooie hiervan is, vind ik dat...

Martin heeft maar kort hier gestudeerd, twee jaar, van 65 tot 67.

Maar is eigenlijk doordat hij zo intensief betrokken was bij dat lustrum...

ja, haast een historische figuur geworden binnen de UT.

Want hij speelde namelijk de mascotte.

Hij noemde haar Theo Doortje.

En die afbeelding staat op heel veel voorwerpen ook.

Niet alleen op sigarenbandjes, maar ook op sigarettendoosjes...

lucifersdoosjes, suikenzakjes, glazen.

Dranken, hij noemt in zijn interview later ook nog over flessen met kruidenbitter.

Er zijn natuurlijk heel veel foto's van ook.

Dus hij is wat dat betreft een historische figuur.

En hij had daar hele levendige herinneringen aan ook.

Terwijl hij maar een vrij korte periode hier op de, toen nog TH dan, heeft gestudeerd en actief is geweest.

En zo zie je ook dat studenten die niet zo lang hier gestudeerd hebben,

of uiteindelijk moesten stoppen met hun studie...

want Martin ging later toch door naar de HTS...

toch een belangrijke rol hebben kunnen spelen...

en met heel veel plezier ook hier een tijdje hebben gewoond en geleefd.

Je wordt er dus ook meteen meegetrokken in het campusleven en het verenigingsleven.

Ja, en wat ik zelf ook zo heel aardig vond is...

hij heeft het over sigaren en over sigaretten.

En als je dat nu vergelijkt naar deze tijd...

waar de hele campus rookvrij is...

En dan zie je ook weer dat de tijden veranderen.

Met wel één constante factor ook.

Een van de sponsors was toen Grols.

En wie hier over de campus loopt, zie ik nog steeds natuurlijk...

dat Grols nog steeds aanwezig is.

Grols is net zoals Theodortje niet meer weg te denken.

Nee, zo zou je het kunnen zeggen.

Ik ben benieuwd wat voor jullie beiden de meerwaarde is van dit project.

Jullie hebben natuurlijk allebei een geheel andere baan.

Maar is jullie doel hetzelfde?

Daar ben ik wel nieuwsgierig naar.

Ons doel is hetzelfde.

Omdat we allebei graag mooie bronnen willen verzamelen.

Over een nog onbekende geschiedenis.

En voor mij was het heel...

Ik werk als freelancer.

Voor mij was het echt heel leuk om hier te werken.

Omdat dit project heel goed georganiseerd is.

Doordat het videoteam betrokken is.

De interviewers kunnen hier opnameapparaten halen.

Er wordt voor gezorgd dat de interviews ook goed verwerkt worden.

Er is een teamsomgeving waarin we met z'n allen samen kunnen werken.

Ik heb nog niet eerder meegemaakt dat de dingen zo goed geregeld zijn.

Dat was voor mij gewoon echt een meerwaarde.

Maar het doel is natuurlijk uiteindelijk altijd dat je probeert zo mooi mogelijk, goed mogelijk materiaal op te halen.

En dat dat heel zorgvuldig bewaard blijft.

Dus het is ook echt van belang om dan goed samen te werken met de archiefafdeling.

En voor jou, Biljan?

Ja, hetzelfde eigenlijk.

Maar aan de andere kant ook, naast dat het heel veel mooie bronnen oplevert,

naast alles wat we op papier hebben of wat al gepubliceerd is in boeken,

levert het ook heel veel aanvullend materiaal op.

In de zin van boeken, foto's, knipsels.

We hebben ook wat publiciteit aan kunnen geven.

Ook met een interview in ons alumniblad, Campus Magazine.

En dan zie je dat mensen denken, oh maar ik heb ook nog wel wat.

En dat levert ons hele verrassende voorwerpen op.

Om een voorbeeld te noemen, er was een oud medewerker.

Die ook van dit project had gehoord.

En dat we materiaal ook aan het verzamelen waren.

Die zei, oh maar ik heb ooit daarbij gewerkt.

Daar en daar.

En daar heb ik nog tien fotoboeken van.

Ze kregen een hele rits fotoboeken.

met allemaal foto's van wat ze hadden gemaakt daar.

Of van allerlei recepties.

En ze vanaf het begin jaren 60 ook.

Dus heel veel foto's van medewerkers.

Maar ook van allerlei happenings die ze hadden.

Dus dat is heel mooi om dan te zien dat dat oplevert.

Ook wel oud-studenten die zeiden van...

nou, geïnterviewd worden, dat vind ik spannend of dat vind ik niet leuk.

Maar ik heb ook nog wel dat.

Zo kregen we van een oud-student zijn studentenkaart.

studentenkaart en dat bleek de nummer vijf

te zijn, student nummer vijf uit 1964.

Dus dat zei een heel leuk

om, want dat illustreert dan ook van hoe

dat toen was en hoe toen een studentenkaart eruit zag.

Ja, inderdaad. Dus op die manier

heeft dat ook weer

heel veel meerwaarde gehad. Dus dat het

uit heel veel zolders en kasten

allerlei materiaal bij ons terecht kwam.

En dat vult dan weer naast

wat we al hebben en nu al die interviews

vult dat heel mooi die geschiedenis

van de UT aan.

En inderdaad, we bestaan nu in 60 jaar

En de doelgroep is het nogal.

Veel mensen zijn 70, 80 plus.

Er kan de komende jaar ook heel veel verloren gaan aan materiaal.

Naast dat je mensen niet meer kunt interviewen.

Omdat ze niet meer overleden zijn.

Kan er ook heel veel materiaal verdwijnen in containers.

En dat zou doodzonde zijn als dat gebeurt.

Dus het heeft ook iets in gang gezet.

Zelfs bij oud-bestuurders.

Die zeiden van, ik ben ook al 75.

Ik heb nog wel wat.

Zo heeft dat project en de publiciteit daaromheen...

heel veel mensen weer laten...

even weer op zolder kijken van...

heb ik nog wat liggen?

Waar de UT wat mee kan?

Ja, inderdaad.

Dus het archief is eigenlijk door dit project...

heel erg uitgebreid weer.

Ja, we hebben zeker mooie objecten en materiaal binnengekregen.

Foto's en documentatie en voorwerpen.

Dus ja, het is heel mooi om dat te zien.

En dan zie je ook dat die belangstelling steeds meer toeneemt.

Ja, inderdaad.

Los van het feit dat mensen het ook wel praktisch vinden...

Dat ze dan eindelijk wat spullen kunnen...

Zo van eindelijk een goede bestemming om te voorkomen...

dat de nabestaanden het weggooien.

Dus daar zijn we alleen maar heel blij mee.

Maar ook objecten dus.

Ik zou wel denken aan foto's.

Maar wat voor objecten worden dan bijvoorbeeld ingeleverd?

Martin Lauwers had bijvoorbeeld...

naast foto's had hij ook een limonadenglas ingeleverd...

waar ook dat Theodoortje op stond.

Dat voorwerp, dat is ook heel leuk om dan te hebben.

En iemand bracht bijvoorbeeld een lege kruidenbitterfles met ook het logootje erop.

Uiteraard was de fles leeg.

Maar blijkbaar had iemand als herinnering wel die fles 60 jaar bewaard.

Dus dat is heel leuk.

En die zei, willen jullie die hebben?

Ja, natuurlijk.

Dat geeft ook weer een beeld van hoe dat eerste lustig gevierd werd.

En op die manier verrijkt dat onze collectie ook weer.

Een foto is natuurlijk leuk van zo'n fles.

Maar als je nog zo'n fles zelf hebt, is dat ook heel leuk.

Waar kijk je er zelf het meest naar uit bij de verdere ontwikkeling van dit project?

Ja, wij hopen eigenlijk dat al die bronnen bij elkaar, ook onderzoekers,

en op welke manier dan ook, of je nou biografisch onderzoek doet,

of historisch onderzoek, of nou bepaalde thema's,

dat het materiaal daar allemaal voor gebruikt kan worden.

Nou, en we zijn natuurlijk bezig nu met het interviewen van een tweede lichting studenten,

dus degene die na, zeg maar in de jaren 70 tot begin jaren 80 hier studeerde.

En wat dan heel interessant is om te kijken van...

dan kan je op een gegeven moment echt zien hoe zo'n campusgemeenschap zich ontwikkelde.

En hoe dat veranderde.

Er kwamen nieuwe studierichtingen, bestuurskunde, onderwijskunde.

Er kwamen veel meer vrouwen studeren ook.

Dus ik denk dat het heel interessant is dat je dan op een gegeven moment...

een tamelijk compleet beeld hebt van...

of een redelijk compleet beeld van...

De evolutie van de universiteit eigenlijk.

Ja, dat was inderdaad wat het nu is geworden.

Wiljan, jij gaf net aan, het is voor onderzoekers interessant,

maar ook misschien wel gewoon mensen die sowieso geïnteresseerd zijn in de campus.

Marjan, zie jij ook dat bij andere oral history projecten

echt heel veel onderzoek naar aanleiding van die interviews gedaan wordt?

Wat zie je daarmee gebeuren?

Er gebeurt niet altijd genoeg.

Er worden heel veel interviews gemaakt,

maar ze worden nog niet altijd genoeg als bron.

benut ook.

Dus dat is zeker iets wat nog wel wat aandacht

vraagt.

Maar ik zie ook, ik heb

bijvoorbeeld een paar jaar geleden,

of al tien jaar geleden, interviews

gemaakt met mensen,

ook met een groep mensen, met

Kaapverdianen in Rotterdam.

En ik zie dat daar nu, zo langzamerhand,

denken mensen, hé, die interviews zijn er,

daar moeten we wat mee. Dus

voor een deel, denk ik, moet je ze ook gewoon even

een tijdje laten liggen. En dan op een gegeven moment

denken mensen, hé, oh wacht even, dat is toen gebeurd.

Die interviews, daar zit misschien wel materialen in dat we kunnen gebruiken.

Dat moet ze weg nog een beetje vinden eigenlijk.

Laten we hopen dat er met deze interviews ook nog van alles gaat gebeuren.

Dus een oproep aan alle onderzoekers of wie dan ook.

Luister lekker naar de podcast, luister lekker naar de interviews en doe er wat mee.

Ik zat ook nog te denken met al die spullen die er zijn.

We kunnen ook een hele expositie gaan doen met allemaal oude archiefmaterialen.

Ja, je kunt natuurlijk ook, we zijn ook wel bezig om materiaal te fotograferen.

Je kunt ook fysieke expositie doen.

Maar je kunt ook, we hebben natuurlijk heel veel studenten,

oud-studenten die in het buitenland wonen.

Dan kun je ook een digitale expositie maken.

En dat laten zien, dat doen wij ook al.

Je ziet op onze website van de Universiteit Twente de Canon.

Er is een historische beeldbank.

Je kunt het oude UT-nieuws.

Is gedigitaliseerd vanaf de jaren 60 tot midden jaren 90.

Dus er is gelukkig al heel veel bronnen beschikbaar, ook digitaal.

En dit is weer een van die bronnen die we daarbij krijgen als aanvulling daarop.

Complimentair.

Ja, want dat is natuurlijk ook altijd het mooiste.

Als je ook deze interviews kunt gebruiken als context.

Of je gebruikt eigenlijk die diversiteit en bronnen.

Dat maakt je verhaal op een gegeven moment.

En hoe meer bronnen je hebt en hoe verschillender die zijn.

Hoe completer is je verhaal uiteindelijk.

Ja, ik denk dat dit ongeveer het einde van de aflevering wordt.

Hebben jullie nog iets toe te voegen?

Laatste zin, laatste woord.

Ja, ik zou vooral zeggen van ga luisteren.

En naar de podcast.

Eventueel ga ook interviews beluisteren.

Natuurlijk, dat zijn volledige interviews.

Het kost best wel wat tijd.

Het is heel grappig om te luisteren soms naar die interviews.

Nou ja, en als er een student hier op de UT is.

Die iets wil met deze interviews als bronmateriaal.

Zou dat natuurlijk fantastisch zijn.

Want wij denken dat het heel mooi materiaal is.

Om een eindscriptie over te schrijven.

En we hebben ook wel verschillende ideeën over wat dan een invalshoek zou kunnen zijn.

Dus nou, die oproep misschien.

Ja, aan iedereen.

Ik denk dat we in de show notes onder deze aflevering ook wel de link naar de Canon zullen zetten.

Contactgegevens voor inderdaad als je zelf onderzoeker bent en er iets mee wil.

Dus zoek vooral even hieronder naar die linkjes, die contactgegevens.

En weet ons te bereiken.

Daarbij dus ook het einde van deze aflevering.

Wil jij nog meer weten over een bepaald onderwerp?

Klik dan op de link over een bepaald tijdperk van de UT.

Of iets anders.

En stuur ons ook vooral je aanbevelingen.

Voor volgende afleveringen.

Volgende projecten.

Dankjewel voor het luisteren.

En jullie ook bedankt natuurlijk voor jullie aanwezigheid.

Ja, graag gedaan.

Mogen het de pioniers, de vormgevers en hun opvolgers gegeven zijn.

De Technische Hogeschool op Driederlo.

In de bandstad Twente.

te zien uitgroeien tot een vast steunsel aan de onderhoud der vrijheid.